Woensdag 10/08/2022

Het zuiden: slavernij was zo kwaad nog niet

Vermeld tegenover noorderlingen het zuiden van de VS en ze sperren de ogen. Gewaag tegenover zuiderlingen over het noorden en ze halen de schouders op. Honderdveertig jaar nadat de burgeroorlog in het voordeel van de federale noorderlingen werd beslist, lijkt de verdeling van het land in een industrieel noorden en een achterlijk, racistisch maar gezellig zuiden nog net zo diep in de geesten gegrift als toen de kanonnen bulderden. 'Wij zuiderlingen zijn gemoedelijker, we willen verleid worden. Het noorden is te bot voor ons.'

De Bob Jones Universiteit ligt langs de Wade Hampton Boulevard. Hampton was een held van het zuidelijke leger, die in de handboeken van de noordelijke geschiedschrijvers af en toe opduikt als een gereputeerd racist en slaveneigenaar. De bejaarde, zwarte taxichauffeur die me naar de universiteit voert, weet er het fijne niet van, maar het zou te veel moeite kosten om de naam te laten veranderen, vermoedt hij. Die burgeroorlog wekt een vreemde koppigheid op bij de blanke meerderheid in het stadje.

Er grijpen andere veranderingen plaats in Greenville, South Carolina. Het racisme was hier minder uitgesproken dan elders, maar op een bepaald moment hebben blanke taxichauffeurs zonder bekende aanleiding een gebrekkige zwarte gelyncht. Het is nooit een bewuste beslissing geweest, maar tegenwoordig zijn de taxichauffeurs van het stadje zwart. De chauffeur heeft de rassenscheiding nog meegemaakt. Hij wijt het daaraan dat hij moeizaam leest en schrijft. In zijn school zaten de leerlingen op een hoopje, als het regende werd hij er nat, op weg naar de les liep hij elke dag opnieuw voorbij een betere school voor zijn blanke leeftijdsgenoten, een luxeschool leek het wel, "al is hun comfort van toen nu de norm geworden. Het heeft geen zin daar nog haatdragend over te zijn. Dit leven is zoveel beter dan het was, ik verdien mijn brood, mijn kinderen hebben veel betere scholen gehad. Uiteindelijk viel het nog wel mee".

Zijn kinderen, zegt hij, zijn gek genoeg minder mild dan hij. "Zij merken niet hoe groot de verschillen zijn die zich op korte termijn hebben voltrokken. Zij klagen - niet ten onrechte natuurlijk - over hun jobs die verloren gaan. De textielnijverheid is hier de voorbije tijd ongeveer helemaal verdwenen. We zijn doodgeconcurreerd door de armeloonlanden."

Wat denkt hij van de universiteit en haar vijfduizend studenten? "De mensen van Greenville houden er niet van", beweert hij, "althans niet de mensen die ik ken. Wat moet je ermee, met die perfect uitgedoste, bevoorrechte kindertjes die aan de kant van de weg staan te zingen hoe glorierijk onze toekomst is? Je moet niet zelf ontslagen zijn om te weten dat dit onzin is, zo niet erger."

De Boulevard zelf maakt kilometerslang een rommelige indruk, hij bevat tweederangsmotels en enkele Vietnamese winkels, maar vanaf de ingangscontrole tot de universiteit wordt de rommel blijkbaar geweerd. Orde en netheid gaan aan tucht vooraf. Een geüniformeerde bediende overhandigt me een plannetje van de campus. Glimlachende studenten - de jongens in pak met das, de meisjes in lange rok - lopen over gebetonneerde paden naar hun lessen. Ik weet niet of ik een verkeerd pad neem, of een verkeerde kant van een juist pad, maar velen wijken uit voor mij, beleefdheid prevelend, me toch enigszins argwanend bejegenend (samen met een bezoekster in broek ben ik de enige aanwezige die niet conform de voorschriften gekleed gaat). Af en toe meen ik ook bij het net uitgedoste studentenvolk enige ondeugendheid te ontwaren, vooral bij meisjes, maar dat zal wel inbeelding zijn. Sigaretten zijn hier, net als alcohol en seks buiten het huwelijk, verboden en worden bestraft met wegsturing (ook het onrechtmatig missen van lessen en afwezigheid op de dagelijkse kerkdienst leiden tot die sanctie), maar her en der geniet een student van een vol karton Starbucks-koffie (vroeger was de koffie niet te zuipen - ik parafraseer de omzwachtelde verwoording in het studentenblad - maar onlangs heeft de unief een contract afgesloten met de koffieketen). Ik probeer enkele door koffie tot stilstand gebrachte studenten aan te spreken en uit te vragen over de filosofie van de universiteit, maar ze verwijzen me vriendelijk, kordaat en snel door naar de campuswinkel, waar de betreffende literatuur onder de hoofding 'fundamentalisme' kan worden aangetroffen en gekocht. In die nette, ruime winkel is de afdeling 'fundamentalisme' tegenover de afdeling 'sekten' gepositioneerd. Bij de sekten hoort het katholicisme thuis, een leer, zo lees ik zonder te betalen, die dwaalt door macht te ontnemen aan de bijbel en toe te kennen aan de clerus. De Bob Jones Universiteit is gekant tegen kerkinstituten, tegen de mormonen, tegen andere protestanten, uiteraard tegen de moslims maar toch vooral tegen de katholieken.

Wat fundamentalistische literatuur die in de eigen uitgeverij van de universiteit werd gedrukt, koop ik wel: Het christelijk onderwijs inzake wetenschap, Het christelijk onderwijs inzake kunst, et cetera. In het eerste boekje lees ik, behalve dat Paulus en Kepler betrouwbaardere bronnen van wetenschap zijn dan Darwin: "De christen is voorstander van redelijke maatregelen inzake leefmilieu, maar hij verzet zich tegen overhaaste en hysterische wetgeving die te vaak niet alleen haar doel mist maar tegelijk ook uitzinnige, onredelijke lasten oplegt aan de industrie en de maatschappij in het algemeen." Pollutie van de geest is een groter probleem dan pollutie van de aarde, wordt daar nog aan toegevoegd. In een eerdere paragraaf worden "bulldozers, dammen, oliebronnen, kopermijnen, fluorescerende lampen, stoomboten en communicatiesatellieten" vervullingen genoemd, "vaak onbewust", van Gods bevel om de aarde te onderwerpen.

"De milieubeweging heeft haar wortels in pantheïsme, materialisme en evolutionisme", drie strekkingen waar de christenen niets van moeten hebben omdat ze ervan uitgaan dat we maar één aarde (en geen hiernamaals) hebben.

"Goede keuze", knikt de zwarte studentin terwijl ze mijn geld incasseert. Ik weet niet of er ironie achter haar glimlach schuilt. De Bob Jones Universiteit bleef langer dan de meeste onderwijsinstellingen van het zuiden voorbehouden aan blanken. Tot de vroege eenentwintigste eeuw heerste hier een verbod op interraciale relaties. Aan dat verbod werd, onrechtstreeks, een einde gemaakt door de huidige president. Bush had tijdens zijn presidentscampagne, zoals veel presidentskandidaten voor hem, een meeting gepland in de universiteit - "echt nodig voor wie de conservatief-christelijke stem in deze staat wil winnen", aldus de woordvoerder. Maar toen de kritiek losbarstte over de rasgebonden regels van de universiteit voelde Bush zich achteraf gedwongen zich toch enigszins te distantiëren. De school, die dreigde haar belastingvoordelen te verliezen vanwege de regel, doekte het verbod even later op.

Ik ontmoet de woordvoerder van de universiteit, Jonathan Pait, in het koffiehuis van de universiteit, tussen lezende of beheerst converserende studenten. Pait heeft dezelfde glimlach als de studenten (hij heeft hier religieuze wetenschap gestudeerd) maar hij combineert die met pretoogjes die niet in het decor lijken te passen. "Ik ben zondig", zegt hij na enige tijd. "Ik lieg af en toe, ik ben een roddeltante. Het is niet aan mij om anderen met de vinger na te wijzen." Hij heeft een paar grijze haren overgehouden aan de episode-Bush en is nog altijd niet over diens desavouering van de universiteit heen ("Wat had ik verwacht? De man is in de eerste plaats een politicus, wellicht moeten we al blij zijn dat hij ons ten minste begrijpt, hij is per slot van rekening een echte christen"), of over de perswals die hem toen bijna plette. "Ik had een heel betoog afgestoken over de voordelen van deze universiteit. 'Is het verkeerd als ouders hun kinderen sturen naar een plaats waar ze geen angst moeten hebben dat de opzichter in het trappenhuis doodgeschoten wordt, of dat hun dochter zwanger naar huis terugkeert, of dat hun zoon aan een overdosis overlijdt? Hier hebben ouders de keuze.' Men heeft daarvan op tv, na een eigen betoog over hoe racistisch, antikatholiek en homofoob we wel waren, enkel het laatste zinnetje overgehouden. Waarmee ze te kennen gaven: als ouders hun kinderen als racistische, antikatholieke homofoben willen laten opgroeien kunnen ze hun kinderen naar hier sturen."

Er zijn nog altijd weinig niet-witte leerlingen te zien aan de universiteit. "Ja, maar dat kan ook moeilijk anders. We krijgen vooral studenten van kerkgemeenschappen die dicht bij ons staan, en die zijn doorgaans blank, al worden ze gaandeweg wat meer multiraciaal en zijn er tegenwoordig ook zwarte kerken die studenten leveren."

Waarom is het nodig een fundamentalistische universiteit op te richten? Pait stelt zelf al maar de vraag.

"De oude universiteiten van dit land, Princeton bijvoorbeeld, zijn begonnen als christelijke universiteiten. Tegen het einde van de negentiende, begin van de twintigste eeuw lieten veel scholen de fundamentele christelijke doctrines, bijvoorbeeld de goddelijke inspiratie van de bijbel, de maagdelijke geboorte van Jezus, los, en in plaats van het geloof te versterken werd het geridiculiseerd."

Bob Jones, een predikant die zelf geen hoger onderwijs had gevolgd, richtte in 1927 de universiteit op om een christelijk alternatief te bieden. Zijn zoon, gemakkelijkheidshalve ook Bob Jones genaamd, was acteur en kunstverzamelaar, en onder zijn leiding werd kunst de belangrijkste afdeling van de universiteit. De huidige leider, Bob Jones III, zet de politiek van zijn vader voort.

"De bedoeling was altijd om op een zo hoog mogelijk academisch niveau te werken maar alle wetenschap vanuit christelijk perspectief te benaderen. We beginnen elke les met een gebed, we bezoeken elke dag de kerk, de professoren doceren de stof vanuit een conservatief christelijk standpunt. We doceren darwinisme en evolutie maar we geven tegelijk de tegenargumenten. Daardoor zijn we wellicht diverser dan de openbare universiteiten."

Als het boekje Het christelijk onderwijs inzake wetenschap een graadmeter is, wordt Darwin toch maar stiefmoederlijk behandeld. Hebben jullie wel eens een leerling die na zo'n les zegt: 'Tiens, Darwin had het bij het rechte eind'?

"Dat niet. Ons standpunt is: wat de bijbel over wetenschap vertelt, is evenzeer theorie als de evolutietheorie, en uiteindelijk komt het dus neer op geloof. Als je gelooft dat God de wereld geschapen heeft, dan geloof je niet in de theorie van de evolutie. Onze studenten delen ons geloof, daar gaan we van uit. Ik ken de inhoud van dat boekje niet, maar we hebben er alle baat bij Darwin zo goed mogelijk te doceren. In de buitenwereld komen onze studenten hoe dan ook in discussies terecht. Ze moeten gewapend zijn."

"Er zijn drie groepen studenten", zegt Pait. "Zij die van thuis verplicht worden hier te studeren en die - dat was al in mijn tijd zo - hun best doen om zo snel mogelijk weggestuurd te worden, zij die komen omdat Bob Jones ongeveer de helft kost van andere universiteiten (12.000 dollar per jaar voor studie en verblijf) en zij die echt overtuigd zijn, wat de grote meerderheid is." Ongeveer 90 procent blijft na het eerste jaar verder studeren. Wie om disciplinaire redenen weggestuurd wordt, kan na een semester of een jaar terugkeren, "wat vaak gebeurt: de wegsturing is levensveranderend".

Hoe groot is de invloed van de universiteit? "Veel minder groot dan mensen willen geloven. Men doet soms alsof de halve regering uit onze hand eet. Wat een onzin. Er is slechts één lid van de regering bij ons gepasseerd, Asa Hutchinson, de onderminister voor Grens- en Transportveiligheid. We rekenen ons succes meer af in termen van missionarissen, en wat dat betreft zitten we beter. We hebben 40.000 alumni, veel missionarissen, en, schat ik, een achterban van ruwweg vijf miljoen Amerikanen die net als wij over de dingen denken."

Waarom spelen theater en kunst zo'n grote rol in het curriculum?

"Dingen moeten niet bijbels zijn om goed te zijn. Shakespeare bevat behalve wat wij betwistbare elementen noemen ook moraliteit. En die betwistbare elementen kun je makkelijk verwijderen. De stukken van Shakespeare zijn trouwens toch te lang voor onze studenten, dan kun je evengoed de te erotische, de te gore passages schrappen. Het leven is vol van het kwade en dat mag je ook op het toneel tonen, zolang je het maar niet verheerlijkt."

De fundamentalisten van deze universiteit zijn heel erg tegen de 'eenwereldtheorie' gekant. Pait legt het graag uit. "De bijbel stelt duidelijk dat God de naties heeft geschapen. We geloven dus in naties en soevereiniteit. We geloven daarnaast dat die naties op een dag zullen vervagen, tot één wereld zullen versmelten, en dat de Antichrist aan het hoofd zal staan van die ene wereld.

"We weten niet of de VN het instrument zullen zijn waarvan de Antichrist zich zal bedienen. Dat kan, maar het hoeft niet. De VN ondermijnen in ieder geval de soevereiniteit van de naties. De ene wereld komt er hoe dan ook, ook dat staat in de bijbel. Maar we willen zo lang mogelijk Gods ideaal verdedigen. Voor sommigen waren het bannen van interraciale relaties en voordien de segregatie elementen van datzelfde ideaal. Voor mij persoonlijk is dat verschrikkelijke onzin. God heeft in Babel de mensen niet naar huidskleur gescheiden maar naar taal. Mensen maken hier nu elk voor zichzelf uit of ze interraciale relaties accepteren, zoals ze voor zichzelf uitmaken of ze echtscheidingen accepteren. Dat zijn geen fundamenten van de leer."

Hoewel Pait naar eigen zeggen tegen de scheiding van de rassen was, maakt hij zich toch druk over het mechanisme waarbij de bestaande belastingvoordelen zouden zijn ingetrokken als de universiteit de discriminerende regels niet zou hebben afgeschaft.

"Ik maak me daar zorgen over. We verliezen aan vrijheid. Bijna elke week hoor ik over incidenten waarbij een verwijzing naar Jezus verboden wordt. Kinderen die in hun opstel over Jezus gewagen en daarom terechtgewezen worden en hun werk moeten herbeginnen. Er is een rechtszaak aan de gang om uit de eed van trouw aan de vlag de notie 'één natie onder God' te verwijderen."

Kan hij zich dan niet voorstellen dat atheïsten zich daar ongemakkelijk bij voelen?

"Vind je nu echt dat we die formulering moeten weren omdat atheïsten zich beledigd voelen? In de grondwet staat nergens dat niemand beledigd mag worden. De vrijheid van meningsuiting geeft ons juist de mogelijkheid te beledigen. We verliezen ons vermogen om beleefd van mening te verschillen. Ik zou, om Voltaire te parafraseren, sterven voor het recht van het atheïst om een atheïst te zijn in Amerika. Want het recht van een atheïst of een moslim of een aanhanger van het bahái om hun eigen opinie te behouden en te belijden is mijn recht om een christen te zijn, om geld in te zamelen en missionarissen uit te sturen. Ik vind niet dat we bij wet homoseksualiteit moeten verbieden. Het koninkrijk van God wordt niet gerealiseerd met wetsontwerpen. Maar als ik vind dat homofilie zonde is en in mijn kerk geen plaats heeft, mag de staat mij niet verplichten een ander standpunt in te nemen of anders via het belastingsysteem sancties treffen.

"Onze founding fathers hebben hun inspiratie gevonden in judeo-christelijke, bijbelse idealen, in die zin zijn we echt één natie onder God, wat atheïsten daar ook van mogen vinden. Zij waren overigens geenszins voor het weren van God uit het publieke leven, dat is een misverstand. Er moest een scheiding zijn tussen kerk en staat, niet tussen God en staat: ze waren tegen een staatsgodsdienst en voor godsdienstvrijheid, maar het waren stuk voor stuk gelovige mensen. Daardoor kon het christendom hier floreren en speelden de VS een rol in de verspreiding van het geloof in de wereld. Maar ik zou niet durven te beweren dat God zijn keurmerk aan dit land heeft gegeven. We hebben geen verbond met God zoals de joden dat hebben. Als we ons afkeren van God zal onze zegening verdwijnen. Daarom beschermen we de wetgeving zo fanatiek. Die is vervuld van christelijke idealen."

Zoals?

"Ze stelt dat we onze rechten van de Schepper krijgen, en niet van de regering. Dat we dus zelf verantwoordelijk zijn voor ons welzijn en voor onze familie, dat eenieder het recht op leven heeft, het recht op een eigen geweten. Onze rechtspraak heeft haar grond in de tien geboden, ook al kunnen die niet in de rechtbank opgehangen worden.

"De basis van ons systeem is dat de familie moet zorgen voor de familie. In die zin zijn christenen tegen de welvaartsstaat gekant, waarbij de overheid de rol van de familie probeert over te nemen.

"Toen Jezus verklaarde dat we ons om de armen moeten bekommeren vertelde hij er niet bij dat we die bekommernis ook aan de overheid mogen overleveren. De christelijke weg bestaat erin zelf de handen uit de mouwen te steken. Dat zou de misbruiken verhinderen. Ik zeg niet dat de overheid alle hulp moet afschaffen, maar ze moet die hulp wel beperken tot uitzonderlijke gevallen. Wat zien we nu? Als de overheid mensen ertoe in staat stelt te overleven zonder te werken, dan profiteren daar ook mensen van die zonder hulp zouden kunnen. Soms moet je mensen ertoe verplichten op zichzelf terug te vallen. Dat klinkt hard, omdat honderdduizenden daar nooit toe gedwongen zijn, maar ik ben er vast van overtuigd dat die uitkeringen en betoelagingen mensen arm houden, omdat ze hen niet voor de keuze plaatsen hun lot zelf in handen te nemen. Uitkeringen stimuleren armoede, ze nemen de motivering weg om de armoede te overwinnen. Mensen hebben een dak en een abonnement op de kabel, en dat volstaat voor hen. Ze proberen niet het beste in zichzelf te ontdekken. Toen op de uitkeringen werd beknot, onder Clinton trouwens, daalde het aantal armen zienderogen."

Dat gebeurde in tijden van hoogconjunctuur. Hier zijn tienduizenden jobs teloorgegaan. Je zult tegenwoordig als arme geen levensvatbare job vinden, zonder je uitkering.

"Dat is een kwestie van cyclussen. Je moet de tijd overbruggen tot de economie opnieuw onder stoom geraakt. De overheid mag van mij een vangnet leveren voor wie daartoe geen hulp heeft van familie of kerk, maar dat moet heel tijdelijk en qua bedrag beperkt zijn. Die principes hanteren we eveneens voor deze universiteit. Niemand krijgt een beurs. We voorzien wel jobs voor de studenten die hun studies niet kunnen betalen. Zo staat het trouwens in de bijbel, in de Spreuken: 'Als een mens niet werkt, laat hem dan ook niet eten'."

Voelt hij zich verwant met moslimfundamentalisten?

"Absoluut niet. Het grote verschil is dat het christendom tegen geweld gekant is."

Fundamentalistische christenen blazen abortuscentra op.

"Dat zijn geen fundamentalisten, want ze treden een van de fundamentele regels met voeten."

Dan is Bin Laden evenmin een fundamentalist, want hij overtreedt enkele regels van de islam.

"Mijn idee is dat Bin Laden juist erg goed in overeenstemming is met de regels van de islam, beter dan de gematigde gesprekspartners binnen de islam."

Is de islam sinds 11 september de grote vijand van de christenen?

"Neen. We proberen iedereen te bekeren. In dat verband zijn we duidelijk voor gelijkberechtiging." (lacht)

Als dat lukt, zit hij ook met die ene wereld waar de Antichrist op wacht.

"Het zal niet lukken. De bijbel leert dat naarmate de tijd vordert het aandeel van de christenen in de wereld zal verminderen. De islam kan daarin een rol spelen, weet ik veel. Ons doel is evenwel niet van deze wereld, wij zoeken geen macht in deze wereld, we zoeken bekeringen die in het volgende leven effect hebben. Dat is een verschil tussen christenen en moslims. Fundamentalistische moslims zijn veroveraars, ze willen letterlijk de grenzen van hun godsdienst verleggen. Christenen worden geacht de wetten van de overheid te eerbiedigen. Daarom ook dat de christenen die abortuscentra opblazen, zelfs al wordt er niemand bij verwond, toch in strijd ageren met hun eigen geloof. Zelfs als ze aan een niet-toegelaten betoging deelnemen tegen zulke centra overtreden ze een regel van hun geloof. Maar in het algemeen heeft het christendom geen vijanden. Het onderscheidt hindernissen, maar geen vijanden. We zijn tegen het katholicisme, maar er zijn katholieken die gered zullen worden, omdat ze Jezus in hun hart hebben gesloten."

Maar moslims zijn gedoemd?

"Als het klopt wat wij geloven, moeten ze hun eigen religie afzweren om gered te worden. Er is slechts één heilsweg en dat is Jezus."

Waarom glimlacht iedereen hier de hele tijd?

"Waarom zou je in dit tranendal niet vrolijk zijn? Paulus zegt: 'Weest vreugdevol'. Het eeuwig leven wacht je! In het allerergste geval martelt iemand je dood. Maar hoe erg is zelfs dat als je weet dat je vervolgens eeuwig bij God zult zijn? Is er dan reden tot depressie op aarde?"

Zeven uur rijden van Greenville vandaan ligt Montgomery, de hoofdstad van de staat Alabama. Het plaatsje wentelt zich in zijn eigen contradicties. Het is zowel de eerste hoofdstad geweest van de Zuidelijke Confederatie, ten tijde van de burgeroorlog, als een broeiplaats in de strijd tegen rassenscheiding, vanaf de jaren 1950, de plaats waar Martin Luther King zijn reputatie maakte. Het een veegt het ander niet weg. Aan het Confederaal Monument lees je over de afgebeelde soldaten dingen als: "De meest edelen van het ridderras die sinds de oude tijden de vlam van de ridderlijkheid hooggehouden hebben in gouden harten". Dat zijn dus, zonder grote interpretatie, de eigenaars van slaven die tegen de noordelijken gestreden hebben. Ik loop in het Witte Huis binnen, de overigens bescheiden ambtswoning van de eerste zuidelijke president, Jefferson Davis. Gini, de bewaarster, vertelt ronduit dat de zuidelijken destijds helemaal niet fout waren. Wel integendeel. "Wij werden door het noorden aangevallen en bezet. Het noorden wilde ons zijn regels en zijn belastingtarieven opleggen, en wij vonden dat de afzonderlijke staten over die dingen moesten kunnen beslissen. Wij wilden minder macht toekennen aan de centrale overheid. In zekere zin is dat nog altijd zo. Die oorlog had absoluut niets met slaven te maken. Waar kwamen onze slaven vandaan? Noordelijke schepen transporteerden ze. Het noorden kon geen gebruik van hen maken, dat was een economisch verschil. Onze plantages hadden ongeschoolde werkkrachten nodig, hun industrieën niet. Trouwens: over die slavernij wordt doorgaans te negatief gesproken. Die slaven kwamen uit de jungle, die hadden het hier beter dan tevoren, en mettertijd zou het zuiden op eigen houtje wel tot een afschaffing zijn gekomen. Is de slavernij nu trouwens echt afgeschaft? Zijn we niet nog altijd de slaaf van ons werk? Verslaafd aan tv? En hoeveel beter zijn de relaties tussen zwart en wit niet in het zuiden dan in het noorden? Wat dat betreft hebben we geen lessen te krijgen. Het noorden heeft de mond vol over wat we nu mensenrechten zouden noemen, maar ze hebben wel handenvol zuiderse steden platgelegd, handenvol burgers gedood."

Heeft ze iets positiefs over de burgeroorlog te vertellen?

"Het land, dat een samenraapsel van regio's was, is er één door geworden. Je kunt stellen dat ons land door die burgeroorlog echt is ontstaan."

Algauw vind ik een zwarte man die gelijkaardige theorieën oppert. Crest Tony heet hij, en hij werkt voor de gemeente. Zijn voorouders waren freemen, hij laat in het midden of ze meegevochten hebben met de zuidelijke troepen. "Die oorlog ging niet in de eerste plaats over slavernij. Je moet dat beschouwen als een economische oorlog. Het noorden vond dat het zuiden de concurrentie vervalste met niet-betaalde arbeidskrachten. Dat noorden is toen binnengevallen in het zuiden om aan die concurrentievervalsing een eind te maken."

Nog een poging tot een alternatieve versie, op een culturele dienst van de stad, waar ik Mike en Cynthia te spreken krijg. Hij is vijfenzestig en is onlangs uit Maryland overgekomen, zij is negenenveertig en heeft haar hele leven in Montgomery gewoond. Hij herneemt de versie van Gini. "Het had niets met slavenhandel te maken. Mijn voorouders hebben aan zuidelijke kant aan de burgeroorlog meegevochten, maar wij waren keuterboeren, zonder slaven. Voor hen kwam het eropaan de macht van de nationale staat te bekampen."

Cynthia: "Natuurlijk had het ook met slavernij te maken, en natuurlijk heeft het noorden ons een dienst bewezen."

Mike: "Als ik vergelijk, zijn de relaties tussen de rassen hier veel beter dan in het noorden. De sfeer is hier gemoedelijker, hoffelijker, beleefder. Warmer. Je hoort geen onverdroten woord, van zwarten noch van blanken. Mensen zijn hier veel geloviger dan in het noorden. Op elke straathoek staat een kerk. De religiositeit is niet slechts vorm, mensen beleven hun religie echt. We gingen de eerste zondag dat we hier woonden naar de kerk, niet eens naar mijn eigen kerk, want ik ben katholiek. De volgende dag brachten andere gelovigen ons een zelfgebakken appeltaart om ons te verwelkomen. De gemeenschap is hier veel hechter dan in het noorden. Vorige week ging ik voor mijn werk naar een receptie. In een uur tijd had ik vijf mensen leren kennen die ik nu kan bellen als ik wat nodig heb. In Maryland heb je weken nodig voordat je iemand leert kennen die je kunt bellen voor hulp."

Cynthia wacht tot Mike, haar nieuwe baas, verdwijnt alvorens haar eigen versie te geven: "We zijn trager, gemoedelijker, dat zal wel kloppen. We willen verleid worden. Het noorden is wat dat betreft te bot voor ons. Daarom ook boeken noordelijke politici hier weinig succes, volgens mij. Zij verleiden niet, ze doen voorstellen die veel te concreet zijn en die ze - dat beseffen we misschien beter dan anderen - nooit zullen realiseren. We hadden hier ooit een politicus die beweerde: 'Nagel je bezittingen aan de grond, want als ik verkozen word, pik ik alles wat losstaat'. Die man is verkozen en herkozen. Het onverwachte, de eerlijkheid, dat spreekt ons aan.

"Het racisme is absoluut niet overwonnen. Ik beschouw het als een vies gezwel dat per generatie doorgegeven wordt maar hopelijk telkens in een lichtelijk gekrompen versie opduikt. Ik ben in 1955 geboren, het jaar waarin Rosa Parks werd gearresteerd omdat ze weigerde haar plaats in de bus aan een blanke af te staan. Mijn ouders waren vrij liberaal, die waren in principe voor gelijkberechtiging en hadden er niet te veel op tegen dat ik zwarte vrienden had, als ze maar niet bij ons thuis kwamen. Mijn witte generatiegenoten hebben gedeeltelijk gemengd onderwijs gehad, maar af en toe maken ze een uitschuiver en komt het racisme toch weer boven. Dan spreken ze in termen van 'zij' en 'wij'. Mijn dochter gaat af en toe uit met een zwarte. In haar milieu - artistiek, yuppieachtig - is dat geen probleem meer. Maar haar opa, de vader van mijn ex, een Italiaan trouwens, werd ziedend toen hij dat hoorde. Ze is nog niet zover, maar ik vraag me af of ik echt blij zou zijn mocht ze met een zwarte trouwen. Ik zou niets tegen hem hebben, maar ik zou haar willen beschermen tegen de gruwelijke reacties van andere blanken. Aan de andere kant: als je de liefde kunt vinden, moet je ze met beide handen grijpen. Zo wijs ben ik intussen wel.

"Ik organiseer soms theatervoorstellingen. Bij een opvoering van Guys and Dolls had de regisseur de beste acteurs geselecteerd en toevallig gingen de hoofdrollen naar een zwarte man en een blanke vrouw. Bij elke voorstelling zijn er mensen woedend opgestaan en weggelopen. Niet zoveel, misschien gemiddeld vier per keer, maar toch. Betalende toeschouwers die de voorstelling boycotten. Naderhand kregen we boze brieven. Ook niet overdonderend veel, maar toch genoeg, ongeveer evenveel als na een voorstelling van Shakespeare in moderne decors."

Mark Potok, hoofdredacteur van The Intelligence Report, een driemaandelijks blad dat zich concentreert op haatgroepen en -misdaden (zie ook kaderstuk 'Extreem-rechts na 11 september'), vindt dat de achterstand van Montgomery en Alabama niet overroepen mag worden. "Voor ik naar Montgomery kwam, woonde ik lang in Texas. Meer dan de helft van de bevolking is daar tegenwoordig buiten de staat geboren. Hier is het minder, maar nog altijd aanzienlijk. Die migratiestromen hebben hun invloed, de oude gedachten sterven toch langzaamaan uit. Wat trager hier dan elders, maar ook hier."

Het lijkt sneller te gaan in het meer geïndustrialiseerde Birmingham, waar de ommezwaai tussen hardvochtig racisme en billijkheid in geen vijftien jaar werd gerealiseerd. Politiecommissaris Bull Connor liet hier manifesterende zwarte kinderen met waterkanonnen en bijtende honden achternazitten en arresteren.

"Het kwam eropaan dat we de haat uit ons hart moesten weren", zegt Lillian Hill, die Urban Impact leidt, een informatieproject in het oude, zwarte deel van de binnenstad. Zij had zelf aan de demonstraties voor burgerrechten willen deelnemen maar ze mocht niet van haar ouders; ze was veertien. "De slechte scholen, de aparte waterfonteintjes, het geweld: als je erover nadenkt, word je telkens opnieuw kwaad. En er zijn nog altijd dingen die niet perfect verlopen, sommige kerken zijn nog altijd gescheiden. Maar als je de haat laat winnen, verlies je je leven." De burgemeesters zijn al een tijdje zwart. De eerste zwarte burgemeester werd op beschuldiging van corruptie voor de rechter gedaagd. Zijn reputatie overleefde het enigermate, hij werd in ieder geval nog herkozen.

Ook hier zijn de jongeren minder enthousiast dan de ouders. Zij klagen over alledaagse discriminatie: winkeliers die zwarte jongeren laten observeren terwijl blanken ongecontroleerd hun inkopen doen, zwarten die moeilijker aan werk geraken.

In het instituut voor burgerrechten kun je een CBS-documentaire over de stad bekijken die in 1961 werd gedraaid. Blank Birmingham legt daarin uit waarom rassenscheiding een goede zaak is. De meest racistische praat wordt op een redelijke toon te berde gebracht. "Als je kippen kweekt", aldus een blanke rechter, "en de bruine leggen beter dan de witte, dan weet toch elke boer dat je jezelf geen dienst bewijst door de twee te vermengen." "Ik heb veel bewondering voor het negerras", legt een andere gesprekspartner uit. "Zij leefden in de jungle als beesten en zie waar ze op zo korte tijd geraakt zijn." (Gek hoeveel moderner, redelijker en gematigder in retrospect de zwarte activisten klinken.)

John Reed, de blanke eigenaar van een gelijknamige boekhandel en een levenslange inwoner van Alabama, heeft zich ook al lange tijd verwonderd over de snelle omwenteling in Birmingham. In de jaren vijftig heette het Bombingham, omdat de Ku-Klux-Klan er tientallen bomaanslagen pleegde. In 1961 overleefde het racistische gedachtegoed, blijkens de CBS-documentaire, nog onvermoeid. Maar luttele jaren later, in volle strijd voor burgerrechten, doodde een bom aan een zwarte kerk vier kinderen, en "dat schokte de blanken danig. Er waren voorheen nooit slachtoffers gevallen bij die aanslagen en nu ineens vier, en dan nog kinderen. We moesten ons wel afvragen waar we mee bezig waren. Alsof we voor het eerst ons ware gelaat in de spiegel zagen".

Veel blanken hebben de stad verlaten, anderen hebben op zijn minst hun taalgebruik aangepast.

"Voor mij is dat al iets: ik weet dat ze wellicht hun ideeën niet veranderd hebben, mensen veranderen enkel als ze dat zelf willen, maar ze nemen de vieze termen ten minste niet langer in de mond. En de oude racisten sterven toch langzaamaan uit. Het is misschien geen glorieuze evolutie, maar een evolutie is het wel."

Deze reportage kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek. Info: www.fondspascaldecroos.com.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234