Zaterdag 01/10/2022

Hoe 9/11 de wereld veranderde en zijn stempel drukt op de literatuur

Lawrence Wright biedt ondanks al zijn graafwerk weinig echte onthullingen, maar stoffeert zijn verhaal wel met tal van aardige anekdotes

Dinsdag 11 september 2001. De VS wankelt op zijn grondvesten. De wereld kijkt onthutst toe. Het overheersende gevoel is ongeloof. Is dit realiteit of fictie? Zes jaar later blijft die bewuste dag schrijvers inspireren. 9/11 kan immers beschouwd worden als een mijlpaal in de geschiedenis, de nulde dag van een nieuwe tijdrekening als het ware. Een cesuur die de tijd opsplitst in voor en nà. Door Hans Muys & Marnix Verplancke

Al Qaida

Echt vrolijk wordt een mens er niet van, wanneer er tussen de ochtendpost nog maar eens een boek ligt over terroristen en over 9/11 - een behoorlijk lijvig boek op de koop toe. De naam van de auteur biedt toch perspectieven, want De toren van onheil is geschreven door Lawrence Wright, een veelvuldig bekroond medewerker van The New Yorker en bij dat blad plegen ze geen kneusjes in dienst te nemen. Waarbij nog komt dat dit nieuwe boek over de weg naar 9/11 in Amerika de hemel in wordt geprezen.

In de eerste plaats wordt de auteur geprezen om zijn journalistieke degelijkheid en uithoudingsvermogen, want Wright begon aan dit project toen de WTC-torens nog maar net waren ingestort en besteedde er de volgende vijf jaar van zijn leven aan. Hij worstelde zich, blijkens de 45 bladzijden 'noten' en de bibliografie, door een indrukwekkende stapel documentatiemateriaal heen en reisde de wereld rond om zo'n vijfhonderd mensen te interviewen die iets te melden hadden over de wordingsgeschiedenis van Al Qaida.

Wright schetst die historie vooral aan de hand van persoonlijkheden, en zoals je mag verwachten van een schrijver die ook meewerkte aan een Hollywoodkraker als The Siege zijn dat de Goeden en de Slechten. Helaas zijn ook ditmaal de Goeden het minst interessant. Want de bewondering die de auteur heeft voor John O'Neill, een Clint Eastwoodachtige terroristenjager, en voor zijn medewerkers op de afdeling contraterrorisme van de FBI, verandert niets aan het feit dat 9/11 wel plaatsvond - mede als gevolg van de rivaliteit tussen de verschillende Amerikaanse veiligheidsdiensten. Dat O'Neill, die zijn kantoor had op de 37ste verdieping van de noordelijke WTC-toren, daarbij zelf om het leven kwam, is een ironische voetnoot.

Veel boeiender zijn de portretten die Wright schetst van de Slechten, van de mensen achter Al Qaida dus. Hij begint bij Sayyid Qutb, een Egyptische intellectueel en denker van de Moslim Broederschap. Qutbs boeken als Mijlpalen en In de schaduw van de Koran maakten grote indruk op de 17de zoon van een schatrijke selfmade zakenman uit Saoedi-Arabië: de jonge Osama bin Laden. En zijn theorieën brachten Ayman al-Zawahiri, telg uit een prominente Egyptische familie, er zelfs toe om, op zijn vijftiende, een ondergrondse cel op te richten met als doel een islamitische staat te stichten. Twee terroristen dus, beiden van zeer goeden huize, net als de meesten van hun strijders, de daders van de 9/11-aanslagen en de terreur-artsen die enkele weken geleden in het Verenigd Koninkrijk actief waren.

De beschrijving van de weg die beide mannen via Afghanistan en Soedan aflegden voordat Osama's Al Qaida en Zawahiri's Al Jihad drie maanden voor de WTC-aanslagen fuseerden, toont aan hoe goed Wright zijn huiswerk heeft gemaakt. Hij beschrijft waar ze vandaan komen, wat hen bindt en waarover ze van mening verschillen ("het waren geen vrienden maar bondgenoten. Elk van hen geloofde dat hij de ander kon gebruiken en werd in een richting getrokken die hij niet had voorzien"). En hoewel Osama bin Laden, al was het maar omdat hij veel fotogenieker is dan zijn korte, gedrongen partner, nog altijd de bekendste 'superterrorist' is, stippelde zijn Egyptische adjunct in grote mate de tactiek van Al Qaida uit en was hij zeker medeverantwoordelijk voor de beslissing om de klemtoon van de acties te verleggen van vijandige regimes in het Midden-Oosten naar het gehate Westen, de VS op kop.

Lawrence Wright biedt ondanks al zijn graafwerk weinig echte onthullingen, maar stoffeert zijn verhaal wel met tal van aardige anekdotes. Over koning Faroek van Egypte bijvoorbeeld, die als enige in zijn land een rode auto mocht bezitten. Over de trots waarmee Osama tijdens zijn verblijf in Soedan zonnebloemen kweekte, of over zijn jeugdliefde voor de tv-reeks Bonanza. Of over Al Qaidastrijders die 's avonds in hun grot in Afghanistan genieten van Schwarzeneggervideo's. Ook over de vele interne tegenstellingen in het islamistenkamp, zowel binnen Al Qaida als tussen de leiders ervan en geestverwanten als Talibanleider Mullah Omar, de Soedanese ideoloog Turabi of de Irakees al-Zarqawi heeft hij interessante details te melden. Daarnaast worden in De toren van onheil enkele hardnekkige mythes rechtgezet, bijvoorbeeld over de vermeende rijkdom van Osama of over de vermeende CIA-steun aan het piepkleine legertje 'Arabieren' waarmee Bin Laden de Russen in Afghanistan te lijf ging.

Wright houdt zich ver van analyses. Sleutelmomenten in de radicalisering van de islamisten, zoals de stichting van de staat Israël, de voor de Arabische wereld traumatische Zesdaagse Oorlog of de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Saoedi-Arabië worden wel aangeroerd, maar niet uitgediept. Erger is echter dat Wright, hoewel hij zelf beseft dat "zelfs waardevol bronnenmateriaal misleidend kan zijn", soms toch in die val trapt. Zo neemt hij het neocon-argument dat er banden waren tussen Al Qaida en Saddams Irak (een van de 'redenen' voor de invasie in dat land) wel heel klakkeloos over. En zijn vaststelling dat "11 september zich niet zou hebben voorgedaan zonder Bin Laden" is ook betwistbaar. Maar ze past wel in een opzet waarbij personaliteiten zwaarder doorwegen dan situaties of historische context. Wat waarschijnlijk helpt verklaren waarom De toren van onheil in het individualistische Amerika zo juichend werd ontvangen en zelfs werd bekroond met Amerika's belangrijkste non-fictie-onderscheiding: de Pulitzerprijs 2007.

Voor wie een bondig overzicht wil van de oorsprong van 9/11, is De toren een heldere, veelomvattende en vaak best wel spannende aanrader. Maar voor wie het wat meer mag zijn, biedt het epos van Lawrence Wright toch net te weinig nieuws om aanspraak te kunnen maken op een podiumplaats.

Kleine oorlog

Dat Don DeLillo een roman over 9/11 zou schrijven, was voor niemand een verrassing. Hij was immers de man die het internationale terrorisme op de literaire kaart plaatste met boeken als Mao II en Libra, en dit een decennium of drie geleden al. Dat het boek in kwestie een ingetogen portret zou brengen van de invloed van de aanslagen op de ziel van de natie, had echter niemand zien aankomen. Amerika eiste een klepper à la Underworld, een alomvattend boekwerk dat op zoek zou gaan naar de onderhuidse stromingen van politiek en terrorisme - zij daar - en geen analyse van wat er met iedereen - wij hier - gebeurd was. Falling Man, zo merk je wanneer je Amerikaanse recensies leest, zit de modale Jack en Jill te dicht op de huid, en daarom gaan ze het met een slagzwaard te lijf in plaats van met de ganzenveer. Falling Man is inderdaad geen perfect boek. Daarvoor hangt het te veel met haken en ogen aan elkaar en merk je na het lezen dat er heel wat verhaallijnen opeens zonder enige reden afgebroken blijken. Het tiental pagina's waarin DeLillo op de terroristen focust, onder meer tijdens hun ontmoetingen in Hamburg, is zonder meer pijnlijk te noemen en moet qua knulligheid niet onderdoen voor John Updikesgestuntel in Terrorist. Maar de roman heeft ook zijn merites, inhoudelijk en stilistisch gezien. Hoofdpersonage is Keith, een man die in een van de torens aan het werk is wanneer er een vliegtuig naar binnen knalt. Hij heeft zich weten te redden, en staat niet veel later met een attachékoffertje in de hand voor de flat van zijn ex Lianne. Wat kan zij anders doen dan de man binnenlaten? En zo lijkt hun leven een gebrekkige herstart te zullen maken. Het koffertje is niet van Keith zelf. Hij trof het ergens op een overloop aan terwijl hij op weg was naar beneden en nam het bijna reflexmatig mee. Pas na een paar dagen opent hij het en gaat hij op zoek naar de eigenaar ervan: Florence Givens, een vrouw die ongeveer hetzelfde heeft meegemaakt als hij. Blijkt dat ze zelfs dezelfde brandweerman met een koevoet heeft zien passeren, en dat schept op zo'n moment een band.

In Falling Man draait het allemaal om details: alledaagse pietluttigheden die mensen typeren en hen daardoor ook kleiner en kwetsbaarder maken. Het attachékoffertje, bijvoorbeeld, bevat niet meer dan een paar persoonlijke zaken, zoals een tandenborstel en een pakje sigaretten, door Florence "my guilty secret" genoemd. Op dat vlak zijn de gevolgen van 9/11 te voelen, lijkt Don DeLillo te willen zeggen. De 'War on Terror' waar iedereen de mond van vol heeft, en de invallen in Afghanistan en Irak, vormen slechts het uiterlijke vertoon van iets wat veel dieper zit, binnen in iedere Amerikaan, en dat zou vooral als de afwezigheid van iets waardevols getypeerd kunnen worden. Zowel Lianne, die - dear Don, dit is al te expliciet - voor de kost schrijfsessies voor alzheimerpatiënten organiseert - schrijven is immers herinneren - als Keith, die gechoqueerd achterblijft na de aanslagen, gaan ten onder aan eenzaamheid en leegte. Keith probeert zelfs nog iets met Florence, maar beseft dat hij telkens na het vrijen het huis uit moet vluchten, waarna zij zichzelf wijs moet proberen te maken dat wat achterblijft meer is dan kilte. En dan steekt de Europeaan de kop op, de bourgeois anti-Amerikaan die ooit sympathiseerde met de Rote Armee Fraktion en de Italiaanse Rode Brigades en nu het kapitalisme een hak zet door in kunst te handelen en zelf rijk te worden. "Weren't the towers built as fantasies of wealth and power that would one day become fantasies of destruction?", oreert hij lekker ouderwets megalomaan Don DeLillo's. "You build a thing like that so you can see it come down. The provocation is obvious." Martin heet de man, de vriend van Liannes moeder, en voor hem is er geen verschil tussen de linkse terroristen van de jaren 1970 en de moslimfundamentalisten van vandaag. Beiden eisen hun plaats op in de wereld en zij doen dat met geweld.

Voor Lianne en Keith biedt zulk ideologisch gekakel echter geen oplossing. Zij zijn fundamenteel gekraakt, en net zoals de performancekunstenaar uit de titel uiteindelijk zelfmoord pleegt door zijn veiligheidsharnas uit te doen tijdens zijn finale sprong, zo ook blijft dit tweetal totaal geïsoleerd achter. Zij als godsdienstfanate en hij als beroepsgokker: "She wanted to be safe in the world and he did not."

Nachtmerrie

In deze roman, die een Australische recapitulatie is van Heinrich Bölls De verloren eer van Katharina Blum, wat op zich weer een bewerking was van een verhaal van Schiller, wordt de hoofdrol gespeeld door Gina, een grofgebekte, maar finaal goedhartige paaldanseres. Haar avontuurtje met Tariq, de gast van een nacht, blijkt in een nachtmerrie te veranderen wanneer die man gezocht blijkt te worden voor een reeks aanslagen. Op de tv worden beelden getoond waarop ook Gina te zien is, wat haar meteen publiekelijk transformeert tot de onbekende terrorist. Wat volgt, is een spannende achtervolging door een bloedheet, claustrofobisch en chaotisch Sydney.

Richard Flanagan

De onbekende terrorist

Oorspronkelijke titel: The Unknown Terrorist

Vertaald door Ton Heuvelmans, Anthos/Manteau, Amsterdam/Antwerpen, 287 p., 19,95 euro.

Botsing

Changez is een in Pakistan geboren en in Princeton opgeleide zakenman. Hij woont in New York en scharrelt met de blonde, Amerikaanse Erica. Maar dan komt dus die befaamde elfde september en verandert alles. Changez beseft immers dat de aanslagen hem niet onberoerd laten en dat Amerika hem nadien liever kwijt dan rijk is. Daarom vertrekt hij naar Lahore, waar hij zijn baard laat groeien en ongewild fundamentalist wordt. Uit deze roman, die ultiem de botsing tussen Oost en West als onderwerp heeft, blijkt dat de een zijn vrijheid nogal eens de ander zijn fundamentalistische ketenen kunnen zijn, of zoals Changez het ziet: de werkelijke fundamentalisten zijn niet wij, maar wel de verdedigers van het wereldwijde kapitalisme.

Mohsin Hamid

De val van een fundamentalist

Oorspronkelijke titel: The Reluctant Fundamentalist, Vertaald door Frans van der Wiel

De Bezige Bij, Amsterdam, 206 p., 15,90 euro.

Oog om oog

Khaled Hosseini staat centraal in het opmerkelijkste boekenverhaal van de voorbije decennia. Zijn debuut, De vliegeraar, scheen twee jaar lang een dooie mus te zijn, tot de verkoop opeens aantrok en het boek jarenlang wereldwijd hoge toppen scheerde. Dit is zijn tweede roman, spelend in het immer door oorlogen verscheurde Afghanistan. De onvruchtbare Mariam is getrouwd met een schoenmaker die koste wat kost een nakomeling wil. Dus trouwt hij voor de tweede keer, met Laila, en bevordert haar meteen tot zijn favoriete vrouw. Wat aanvankelijk een bits gevecht tussen twee franke vrouwen lijkt te zullen worden, mondt echter al vlug uit in een verhaal dat net zo spannend is als een stelletje Afghaanse gebakjes die drijven in een plas suikersiroop. Dit wordt dus opnieuw een bestseller.

Khaled Hosseini

Duizend schitterende zonnen

Oorspronkelijke titel: A Thousand Splendid Suns

Vertaald door W. Hansen

De Bezige Bij, Amsterdam, 397 p., 19,90 euro.

Vechtscheiding

Het huwelijk van Joyce en Marshall is tot op de draad versleten wanneer hij op 11 september 2001 naar het WTC vertrekt en zij naar het vliegtuig. Beiden zijn in het geniep dolgelukkig wanneer ze horen van de aanslagen: eindelijk verlost van die wederhelft, tot ze de deur van hun appartement opensteken en er elkaar treffen. De teleurstelling kon niet groter zijn en mondt uit in een vechtscheiding waar Afghanistan en Irak in het niet bij zinken. Satiricus Kalfus slaagt er met verve in de 'War on Terror' een huiselijk trekje te geven, om over Homeland Security maar te zwijgen natuurlijk.

Ken Kalfus

Een vreemdsoortig onheil

Oorspronkelijke titel: A Disorder Peculiar to the Country, Vertaald door Leen Van Den Broucke & Sil Timmerman, Meulenhoff, Amsterdam, 253 p., 19,90 euro.

Don DeLillo

Falling Man

Picador, Londen, 246 p., 16,99 pond.

De Nederlandse vertaling verschijnt in september bij Manteau.

Lawrence Wright

De toren van onheil

Oorspronkelijke titel: The Looming Tower

Vertaald door Wybrand Scheffer

Meulenhoff, Amsterdam, 549 blz, 29,90 euro.

Falling Man, zo merk je wanneer je Amerikaanse recensies leest, zit de modale Jack en Jill te dicht op de huid, en daarom gaan ze het boek met een slagzwaard te lijf

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234