Maandag 04/07/2022

InterviewTessa Roseboom

Hoe de eerste 1.000 dagen de rest van je leven bepalen: ‘Een verslaving is een kwetsbaarheid die ontstaat lang voor je eerste sigaret’

null Beeld thinkstock
Beeld thinkstock

In 2021 werden in Vlaanderen 63.611 baby’s geboren. Hoe dik of dun die kinderen later zullen worden, hoe gezond ze zullen blijven, of ze armoezaaiers zullen worden of miljonairs, bollebozen of schooluitvallers, carrièremakers of criminelen, wordt al in de eerste duizend dagen van hun leven bepaald. De Nederlandse hoogleraar Tessa Roseboom (48) doet al 25 jaar onderzoek naar dat prilste begin, van de bevruchting tot de tweede verjaardag, en schreef een boek over hoe we die begintijd positief kunnen beïnvloeden. Met kwaliteitsvolle kinderopvang, om maar één ding te noemen.

Annemie Bulte

Neem nu Vladimir Poetin. De man die dezer dagen de wereld in zijn greep houdt met zijn oorlogshonger, wordt geboren in 1952 tussen de ratten, in een grauwe woonkazerne in Leningrad. Het gezin leeft in een piepklein appartement met muren van karton, waar je de buren kunt horen ruziën. Er is één toilet voor alle bewoners van het woonblok. Vladimir is het derde kind, maar zijn moeder is bij zijn geboorte al 41 jaar oud en getraumatiseerd door de dood van haar twee oudere zoons. De kleine Vlad, die door zijn vader wordt mishandeld, groeit uit tot een heetgebakerde kleuter en een vechtersbaasje. Hij is kleiner dan zijn leeftijdsgenoten en heeft een grote drang om zich te bewijzen.

Hoeveel van de Russische despoot die we vandaag kennen zat destijds al in baby Poetin?

Roseboom: “Dat hij later als machthebber zo’n schrikbewind zou voeren, was toen natuurlijk niet te voorspellen. Maar de basis van wie hij zou worden is wel al op heel jonge leeftijd en zelfs al in de baarmoeder gevormd. Ik vind het wel frappant, want Hitler heeft bijvoorbeeld óók een heel slechte start gemaakt in het leven. We zien er wel een patroon in: mensen die opgroeien in armoede, in gezinnen waar geweld en stress heersen, met één ouder die dan ook nog eens mentale gezondheidsproblemen heeft, hebben later een grotere kans om antisociale persoonlijkheidstrekken te krijgen.

“Als baby’tje moet je leren hoe de wereld in elkaar zit, of er iemand is die voor je zorgt. We weten dat 80 procent van je hersenontwikkeling in die eerste duizend dagen van je leven plaatsvindt. De verbindingen die je dan maakt in je brein zijn als olifantenpaadjes: hoe vaker je ze bewandelt, hoe meer ze uitslijten in je brein.

“Als je niet opgroeit in een omgeving waar je voldoende liefde en aandacht krijgt, leert je brein dat de wereld onveilig is. Als je huilt en je ouder reageert de ene keer troostend en de volgende keer boos, dan leer je al snel dat er niet altijd voor je wordt gezorgd. ‘O, er wordt weer onaardig gereageerd op mij, de wereld moet me niet, ik moet voor mezelf opkomen.’ Als je dan ook nog eens woont in een huis waar het koud en vies is, en waar het niet altijd zeker is of je vanavond te eten krijgt of niet, dan wordt dat gevoel van onveiligheid steeds dieper vastgezet.”

Het lichaam komt dus al van kleins af in survivalmodus.

(knikt) Omdat de omgeving zo onvoorspelbaar is, moet je continu waakzaam blijven. Dat heeft ingrijpende gevolgen. Je lichaam stelt zich in op een voorkeur voor calorierijk – ongezond – voedsel. Je kunt moeilijker om met stress en je reageert sneller agressief. Je kunt ook veel moeilijker op lange termijn plannen. Als je keer op keer merkt dat er te weinig voeding, liefde en veiligheid is, dan loont het niet om in te zetten op duurzame relaties en duurzame keuzes qua voeding. Dan pak je wat je pakken kunt. Dan is de korte termijn het enige dat telt. Die programmering zorgt ervoor dat mensen met een achterstand beginnen die ze soms hun hele leven blijven behouden. En dat kan heel erg mislopen. Amerikaans onderzoek in gevangenissen toont aan dat de meeste gedetineerden een zeer slechte start in hun leven maakten.

“Extreme gevallen als Hitler en Poetin zijn gelukkig uitzonderingen. Als er al een aanleg is voor psychopathie, en die wordt ook nog eens gestimuleerd door de omgeving, dan is de kans dat je opgroeit tot een antisociaal persoon groter. Maar er zijn ook heel veel mensen die in armoede opgroeien en wél fijne mensen worden, en door hun ongelooflijke veerkracht een stabiel leven kunnen uitbouwen.”

Tessa Roseboom, hoogleraar vroege ontwikkeling en gezondheid aan de Universiteit van Amsterdam, is een autoriteit op het gebied van de eerste duizend dagen van het leven. Als jonge bioloog ging ze 25 jaar geleden mee onderzoek doen naar kinderen die verwekt werden tijdens de Hongerwinter, een periode van extreme hongersnood in Nederland aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Die kinderen hadden een minder goede gezondheid en een kleiner brein dat minder goed functioneerde en gevoeliger was voor verslaving en stress. Ze hadden ook vaker angststoornissen en depressies.

Roseboom: “Dat onderzoek toonde aan dat wat een moeder eet tijdens de zwangerschap blijvende gevolgen heeft voor de gezondheid van haar kind, en mogelijk ook van haar kleinkind. Ik had biologie gestudeerd en was meteen gegrepen.

“Mijn beide ouders zijn Hongerwinterbaby’s. Gelukkig niet in Amsterdam, waar de zwaarste hongersnood heerste, waardoor ze er minder schade van ondervonden. Maar het fascineerde me mateloos dat dat prille begin zoveel impact heeft op je latere leven. De vroegste periode, van de bevruchting tot je tweede verjaardag, heeft niet alleen invloed op je gezondheid, maar ook op je gedrag, je voedselvoorkeuren, je stressgevoeligheid, je scholing, je kansen op de arbeidsmarkt en het salaris dat je later gaat verdienen. Het goede nieuws is dat we daardoor ook weten wat er nodig is voor kinderen om een goeie start te maken, en dat we daar als maatschappij op kunnen reageren en het beleid erop kunnen afstemmen. Het draait rond vijf essentiële zaken: voeding, gezondheid, liefde, stimulatie en veiligheid.”

Is de eeuwige discussie over nature of nurture opgelost? Worden we meer door onze omgeving dan door onze genen bepaald?

(lacht) Allebei natuurlijk, maar het belang van de omgeving is misschien te lang onderschat. Bij de bevruchting komt het DNA van vader en moeder samen in één cel. Je krijgt van elk de helft, en zij hebben de helft van hun DNA op hun beurt van hun vader en moeder gekregen. Ieder mens heeft zo’n 30.000 genen, wat een oneindige reeks aan combinaties van eigenschappen kan opleveren. Maar de mate waarin dat DNA tot uiting komt, wordt beïnvloed door je omgeving: die draait als het ware aan de volumeknoppen van het DNA die bepalen hoe hard genen ‘aan’ of ‘uit’ staan. Die omgevingsinvloeden worden verankerd in je lichaam, en zo worden de ‘thermostaten’ afgesteld.”

Niet alles ligt toch vast na die duizend dagen?

“Nee, de dagen die erna komen, zijn natuurlijk ook belangrijk. Maar die eerste periode is cruciaal, net omdat je in die periode een fenomenale groei doormaakt, van eicel tot peuter van twee jaar.

“Het punt is: we steken heel veel geld in de gezondheidszorg, het genezen van ziektes die zich in de loop van het leven manifesteren, maar we doen heel weinig aan preventie. Als we meer zouden investeren in een goede start van kinderen, kunnen we daarmee een heleboel ellende voorkomen. Dat geldt niet alleen voor onze gezondheid, maar ook in het onderwijs, op de arbeidsmarkt of bij justitie en politie.”

Tessa Roseboom. Beeld rv
Tessa Roseboom.Beeld rv

Verleidingen

Voeding tijdens de zwangerschap lijkt het allerbelangrijkste. Je bent niet alleen wat je eet, maar vooral wat je moeder at toen je in haar buik zat.

(knikt) Wat moeders eten is de bouwsteen voor de organen die in de baby gevormd moeten worden. Het hart waarmee je geboren wordt, is het hart waar je het de rest van je leven mee moet doen. Er komen geen hartspiercellen meer bij. En dat geldt ook voor het brein en alle andere organen. Wat je moeder eet, bepaalt de kwaliteit van die organen. Kunnen je hersenen goed groeien, dan zal dat een positief effect hebben op je intelligentie, je latere schoolprestaties en ook je kansen op de arbeidsmarkt. Als moeders niet genoeg eten, worden hun baby’s met kleinere organen geboren, zoals een bonsaiboompje dat door het afknijpen van de wortels uitgroeit tot een miniatuur van wat het had kunnen worden. Poetin was kleiner dan zijn leeftijdsgenoten omdat zijn moeder wellicht te weinig of te eenzijdig at.”

En dat kan je zelf niet meer inhalen door gezond te eten?

“Nee, helemaal herstellen kan niet. Je kan nog prima oud worden met een basis die niet optimaal is, maar je zal altijd een achterstand hebben. Neem bijvoorbeeld de nieren: er worden nefronen aangelegd die de afvalstoffen in je bloed moeten filteren. In week 34 van de zwangerschap is het maximum bereikt en komen er geen meer bij. Als jij 10.000 nefronen hebt in plaats van 15.000, zal dat in het begin van je leven weinig uitmaken, want we hebben gelukkig veel reservecapaciteit. Maar in de loop van het leven krijgen we allemaal te maken met slijtage, en als je met minder aan de start bent verschenen, zul je de kritische grens ook sneller bereiken.”

Ook je voedselvoorkeuren worden al in de buik gevormd. Als je moeder veel witlof, of pakweg zure haring at, ga je dat dan zelf ook lekkerder vinden?

“Ja, zeker in het tweede deel van de zwangerschap, want dan zijn de smaakpapillen al gevormd. Om te oefenen met slikken neemt de foetus kleine slokjes van het vruchtwater, en zo proeft die ook wat voor smaken er zoal rondgaan in de omgeving. Moeders die het niet breed hebben, eten vaker calorierijk voedsel omdat dat nu eenmaal goedkoper is. Zo geven ze de drang naar vet voedsel ook aan hun kinderen door, waardoor die later ook vaker met overgewicht zullen kampen.”

Wordt ook je karakter in de baarmoeder gevormd?

“Karakter is aangeboren, maar de mate waarin je gevoelig bent voor stress is wel iets dat in die baarmoeder en in je eerste jaren wordt geregeld. Zwangere vrouwen die blootgesteld worden aan veel stress zullen dat ook aan hun ongeboren baby doorgeven. De placenta houdt veel toxische stoffen tegen, maar stress maar tot op zekere hoogte. Als er dus te veel stress is, wordt de foetus blootgesteld aan die stresshormonen. Voor eventjes kan dat geen kwaad, maar als het lang duurt, beïnvloedt dat de ontwikkeling van het brein. De foetus zal zelf ook meer stressreceptoren aanmaken, waardoor het kind later stressgevoeliger zal zijn.

“We weten ook dat een moeder met stress een hogere bloeddruk krijgt, waardoor het hartje van het kind ook harder moet pompen. Als dat vaak gebeurt, zie je de vaatwanden dikker worden zoals een spier die wordt getraind, waardoor ze heel stug worden, wat de kans op hart- en vaatziekten in het latere leven verhoogt.”

Stress is dus een grote boosdoener, ook biologisch.

(knikt) De hoeveelheid stress die je binnenkrijgt, bepaalt samen met de voeding bijvoorbeeld ook je verslavingsgevoeligheid binnen die eerste duizend dagen.”

Als ik verslaafd ben aan roken, dan is dat niet mijn eigen schuld?

“Nee. We vinden veel te vaak dat mensen die niet kunnen stoppen met roken een zwak karakter hebben. Maar dat is niet zo, een verslaving is een kwetsbaarheid die ontstaan is lang voor je je eerste sigaret opsteekt, zelfs voor je geboren was. De hersenontwikkeling in de baarmoeder bepaalt voor een groot deel hoe goed jij in staat bent om verleidingen te weerstaan. Daar zie je best grote verschillen in tussen jonge kinderen.

“Er zijn prachtige experimenten gedaan met peuters die een marshmallow krijgen en tegen wie de onderzoeker zegt: ‘Ik ga even weg, en als ik terugkom en het snoepje ligt er nog, dan krijg je er twee.’ Dan zie je kleine kindjes met grote ogen naar de marshmallow kijken en op hun handjes gaan zitten, maar tóch zwichten voor dat ene snoepje. (lacht) Andere wachten geduldig op hun beloning.

“De kinderen van die marshmallowtest zijn dertig jaar later opnieuw gevolgd. Zij die gewacht hadden op een tweede snoepje, bleken op allerlei gebieden succesvoller in het leven dan de anderen. Ze waren niet alleen beter in staat om verleidingen op korte termijn te weerstaan, maar konden ook beter plannen, hadden betere schoolresultaten, maakten opleidingen beter af, vertoonden gezonder gedrag en schopten het verder op de arbeidsmarkt.

“Ook op sociaal gebied beïnvloedt het je gedrag. Om nog even op Poetin het straatvechtertje terug te komen: als je niet zo goed bent in het beheersen van je impulsen, en je krijgt ruzie met je vriendjes, zul je sneller geneigd zijn om een klap uit te delen. Dat sociale gedrag, je eetgedrag en je latere verslavingsgevoeligheid maken allemaal deel uit van eenzelfde groep van functies in je hersenen.”

Is keuzevrijheid een illusie?

“Niet helemaal, natuurlijk, maar we zijn wel veel meer bepaald door onze biologie, dat samenspel van genen en omgeving, dan we denken.”

Binu Singh: ‘Voor een jonge baby is een eerste bezoek aan de crèche een bombardement aan prikkels. Dat
kunnen ze nog niet aan.' Beeld RV
Binu Singh: ‘Voor een jonge baby is een eerste bezoek aan de crèche een bombardement aan prikkels. Datkunnen ze nog niet aan.'Beeld RV

Echo uit het verleden

Iets wat vaak over het hoofd gezien wordt: ook de luchtkwaliteit is bepalend.

“We wisten al lang dat roken een nefaste invloed op de hersenontwikkeling heeft, maar dat luchtkwaliteit zo belangrijk is, hebben we ons lang niet gerealiseerd. Fijnstof in de ingeademde lucht komt via de longen van de zwangere vrouw in haar bloed terecht en kan zo tot de placenta doordringen. Als de placenta vol fijnstof zit, kunnen de voedingsstoffen er moeilijker doorheen komen die het kind nodig heeft voor de aanleg van de organen. Dat zorgt voor DNA-schade. Hoe sterker de luchtvervuiling, hoe meer DNA-schade. Als individu heb je minder invloed op de lucht die je inademt, maar het stemt tot nadenken over de ongelijkheid die zich zo op alle vlakken in de baarmoeder nestelt.”

In uw boek hebt u het ook over eigenschappen die van generatie op generatie worden doorgegeven, als een echo uit het verleden.

“Veel onderzoek laat zien dat generaties met elkaar verbonden zijn als matroesjkapoppen die in elkaar schuiven. De eicel waaruit jij geboren bent, bestond al toen je moeder geboren was. Ze is aangelegd toen zij in je grootmoeders baarmoeder zat, en ze was er al toen je moeder leerde lopen, leerde eten en drinken, leerde praten. Daarmee zijn we niet alleen gevormd door de omgeving waarin we opgroeiden als kind, maar ook door de omgeving waarin je moeder is opgegroeid.”

Wat me verbaasde, was dat ook armoede biologisch doorgegeven kan worden van generatie op generatie. Terwijl ik net dacht dat generatiearmoede met sociologische factoren te maken had.

“Ook, natuurlijk. Je hebt minder succesvolle voorbeelden in je omgeving, de verwachtingspatronen liggen lager. Maar uit het onderzoek naar de Hongerwinterbaby’s weten we bijvoorbeeld dat zij zich minder goed konden ontwikkelen. Die zogenaamde volumeknoppen in het DNA gaven ze ook door aan hun kinderen. Je zag de negatieve effecten van die hongersnood dus niet alleen in de kinderen, maar ook in de kleinkinderen terug.”

Liefde is essentieel voor de groei van het brein, zegt u. Maar hoe meet je zoiets?

“Voor wetenschappers is liefde natuurlijk een lastig meetbaar concept, maar je ziet op allerhande manieren dat het heel belangrijk is. Als jonge kinderen veel sociale steun en liefde ontvangen van diegenen die voor hen zorgen, groeit het brein beter. Dat geldt vooral voor de hippocampus, het deel van de hersenen dat een belangrijke rol speelt bij leren, geheugen en de omgang met stress. Baby’s leren voortdurend nieuwe dingen die stress veroorzaken, en dan hebben ze iemand nodig die hen geruststelt en helpt om die onrust binnen de perken te houden. Gebeurt dat niet of te weinig, dan worden er meer stressreceptoren aangemaakt in de hippocampus, waardoor ze later ook sneller op stresssignalen zullen reageren. De productie van groeihormoon is afhankelijk van de hoeveelheid liefde en aandacht die een kind krijgt. Als kinderen geknuffeld worden, komen hormonen vrij die de groeigenen aanzetten.

“Bij dieren zien we dat kleintjes die liefdevolle aandacht missen zich niet zo goed ontwikkelen. Dat is ooit bij apen uitgetest. Aapjes zonder toegewijde moeder kregen al snel een achterstand in de ontwikkeling. Dat ze die liefde ook echt misten, bleek als ze de keuze kregen tussen een nagemaakte moederaap met voeding, of één met een vachtje: ze gingen allemaal voor het vachtje. Bij mensen kun je zulke experimenten natuurlijk niet doen, maar er is wel onderzoek gedaan naar kinderen die in weeshuizen opgroeiden: ondanks goede lichamelijke verzorging en voeding zorgde het gebrek aan liefde voor een minder goede ontwikkeling. Ze hadden een kleinere hoofdomtrek en minder goede cognitieve functies.

“Als ouders onvoldoende liefde geven, bijvoorbeeld door eigen mentale gezondheidsproblemen of door een ongevoelige opvoedingsstijl, dan belemmert dat de hechting tussen ouder en kind. Dat kan leiden tot emotionele en gedragsproblemen van het kind. Omgekeerd dragen positieve ervaringen in die eerste levensjaren bij tot heel veel goeds. Als een kind voelt dat er voor hem of haar gezorgd wordt, als het liefde voelt en leert om emoties te reguleren en anderen leert vertrouwen, dan bouwt het veerkracht op.

“De kracht van liefde en het effect dat het op kinderen heeft, is echt indrukwekkend. Canadese onderzoekers hebben daar bijzondere experimenten rond gedaan bij muizen: die laten zien dat liefdevolle aanrakingen van de moeders een positieve invloed hadden op de kinderen, maar ook op de kleinkinderen. Muizen die goed verzorgd werden en door hun moeders met aandacht en zorg werden behandeld, werden later zelf ook liefdevolle moeders. Muizenkleindochters bleken nog betere moeders te zijn en konden beter omgaan met stress.”

De vijfde pijler die u noemde voor een goede start, is stimulatie.

“Simpelweg praten met en tegen een kind, zingen en spelen zijn essentieel om te leren. Er is een inmiddels klassiek onderzoek in de Verenigde Staten waar wetenschappers in de jaren 90 een groep kinderen volgde vanaf de geboorte tot hun derde verjaardag. Ze registreerden hoeveel woorden kinderen hoorden in die eerste jaren van hun ontwikkeling. Sommige kinderen groeiden op in gezinnen waar al van de eerste dag tegen hen werd gepraat, andere in gezinnen waar minder werd gepraat, minder liedjes werden gezongen en verhaaltjes voorgelezen. Op hun derde verjaardag bleek dat kinderen uit de taalrijke gezinnen een meer dan dubbel zo grote woordenschat hadden. Ze konden daardoor ook makkelijker contact maken met andere kinderen en aan hun ouders of begeleiders op de kinderopvang duidelijk maken wat ze wilden of wat ze nodig hadden.

“Nobelprijswinnaar James Heckman deed onderzoek naar het effect van voorschoolse stimulatie bij kansarme kinderen. Ze gingen vanaf de leeftijd van vier maanden tot hun vijfde verjaardag naar een speciale opvang waar ze extra gestimuleerd werden met taal en spelletjes. De kinderen die van jongs af gestimuleerd werden, hadden op 15-jarige leeftijd een hoger IQ. Ze volgden vaker een hogere opleiding of universiteit en hadden vaker een baan. Ze hadden minder depressieve klachten en een betere gezondheid. Dat toont aan dat investeren in die voorschoolse voorzieningen een veelvoud oplevert aan rendement.”

null Beeld TASS via Getty Images
Beeld TASS via Getty Images

Uitdijende kloof

Ik wist al dat het leven een bitch is, maar dat het zo oneerlijk verdeeld is, is toch schrikken.

“Het is ontzettend onrechtvaardig! Wie je wordt en hoever je het kunt schoppen in je leven, hangt af van waar je wieg staat. Je zou kunnen zeggen dat het met de armoede in België of Nederland wel meevalt, in vergelijking met ontwikkelingslanden, maar er zijn toch erg grote verschillen in eigen land, zelfs in één stad. De kans om je geboorte te overleven in Amsterdam is bijvoorbeeld twee keer zo groot wanneer je wieg in het centrum staat dan wanneer ze in de Bijlmer staat. En dat is twintig minuten met de tram.

“Wat ik me steeds meer realiseer, is dat het allemaal samenhangt. Waar vind je de goedkoopste huizen? In de buurten waar de luchtkwaliteit slechter is. Dat zijn precies de plekken waar armere gezinnen gaan wonen. Ze hebben niet alleen een krapper budget, maar ook minder groen in de omgeving. Ze eten minder gezonde voeding. Er is minder goede kinderopvang in de buurt. Als je geboren wordt in een gezin waar minder tegen je gepraat wordt, heb je een veel kleinere woordenschat. Je bent nog niet eens begonnen met school, en de eerste verschillen zijn al zichtbaar, zowel in taalontwikkeling als in gedrag. In de jaren nadien dijt de ongelijkheid steeds meer uit, op alle vlakken.

“Neem nu overgewicht. In de eerste maand na de geboorte zie je nog geen grote verschillen tussen baby’s van ouders met lagere en hogere inkomens. Maar al snel worden baby’s uit armere gezinnen zwaarder, omdat ze minder gezonde voeding krijgen. Tegen de leeftijd van 14 jaar is het kleine verschil bij de geboorte uitgegroeid tot een kloof. Een kwart van de kinderen die opgroeiden in een arm gezin heeft overgewicht, terwijl een op de tien kinderen uit rijke gezinnen te zwaar is.”

Wordt u daar niet kwaad van?

“Jawel! Dat is de reden waarom ik dit werk al 25 jaar doe. Ik ben me er steeds meer bewust dat ik een heleboel geluk heb gehad in het leven. Daarom voel ik me ook verantwoordelijk en wil ik er ook iets mee doen, dit boek schrijven bijvoorbeeld. Ik pleit krachtig voor een beleid dat er alles aan doet om te zorgen dat onze kinderen goed aan de start van hun leven kunnen komen.

“Dat levert de maatschappij ook iets op. We weten dat gemiddeld 80 procent van de maatschappelijke kosten worden veroorzaakt door ongeveer 20 procent van de bevolking. Dat gaat over kosten op het gebied van werkloosheidsuitkeringen, criminaliteit, ziekenhuisopnames, verzekeringsclaims en medicatiegebruik. In Nieuw-Zeeland is onderzoek gedaan naar de eerste vijf jaar van die groep van 20 procent, waaruit bleek dat de meerderheid een slechte start in het leven had gekend. Er valt dus enorm veel geld te besparen als we zorgen dat die kinderen in hun eerste duizend dagen beter omringd en ondersteund worden. Door voldoende betaald ouderschapsverlof, bijvoorbeeld, ook voor vaders en partners. En door te zorgen voor goede, kwaliteitsvolle kinderopvang voor iedereen.”

Bombardement

Precies daar wringt in Vlaanderen het schoentje: de sector van de kinderopvang staat al jaren onder druk. Door het drama in Mariakerke, waar een baby overleed in kinderdagverblijf ’t Sloeberhuisje, kwamen schrijnende toestanden aan de oppervlakte. “Uit dit drama blijkt opnieuw dat het hoog tijd is dat we samen gaan nadenken over ons kinderopvangsysteem”, zegt kinderpsychiater Binu Singh, die drie jaar geleden haar schouders zette onder een afdeling Babypsychiatrie in het UZ Leuven. Singh en Roseboom bewonderen elkaars werk en zijn het roerend eens over het belang van de eerste duizend dagen.

Een groot deel van die duizend dagen brengen kinderen door in de crèche. Is dat nu een goede zaak voor een kind, of net niet?

Singh: “Het kan héél goed zijn voor een baby, maar het kan ook nefast zijn. Dat hangt af van wie het kind is en wie de ouders zijn – hoe de ouder-kindrelatie verloopt. En in de eerste plaats natuurlijk van de kwaliteit van de kinderopvang. Die moet goed genoeg zijn om te voldoen aan de noden van de ontwikkeling van het kind, dat in een zeer beloftevolle maar ook heel kwetsbare periode zit. Als de kinderopvang dat kan bieden, kan het een belangrijke steun worden voor ouders in de opvoeding van hun kind.”

Maar in België is het niet goed genoeg.

Singh: “Nee, daar zijn alle experten het over eens. Er zijn heel goeie crèches en onthaalouders die heel betrokken zijn, maar in het algemeen haalt de sector de goed-genoeg-norm niet. Er is een enorm personeelsgebrek, de werkdruk is te hoog en het personeel is onvoldoende opgeleid en onderbetaald. In Vlaanderen zijn tot negen kinderen per begeleider toegestaan in een kinderopvang. Dat is veel te veel. Dat zorgt ervoor dat begeleiders voortdurend moeten rennen. Ze zorgen ervoor dat de kinderen geen honger hebben en dat de luiers op tijd ververst worden, maar daarbuiten blijft er weinig tijd om op de emotionele noden in te gaan, terwijl dat net zo belangrijk is. Zo’n jong kind heeft nood aan veel ontwikkelingsstimulatie en coregulatie (waarbij ouders of begeleiders de emoties van het kind in goede banen helpen te leiden, red.). Dat kun je als begeleider niet geven als je nog zeven andere huilende baby’s hebt.”

Klinisch psycholoog Guy Bosmans verwoordde het zo in De Morgen: ‘Een baby van drie maanden die voor het eerst in een crèche komt, heeft evenveel stress als een volwassene zou hebben als die vanuit zijn living gekatapulteerd wordt naar de straten van Kaboel, waar net een autobom is ontploft.’

Singh: “Precies, het is een enorm bombardement van prikkels. Baby’s van drie maanden zijn nog piepjong, hun zenuwstelsel is nog niet voldoende ontwikkeld om zoveel prikkels te verwerken. Je moet bedenken dat hun brein zich intussen keisnel aan het ontwikkelen is.

“Wat ik vooral wil aankaarten, is dat de kinderopvang in België georganiseerd wordt vanuit de noden van volwassenen, omdat ouders moeten kunnen werken. Dat is natuurlijk goed, en het heeft vrouwen ook de kans gegeven om ook uit huis te gaan werken. Maar we hebben een heel ander model nodig dat vertrekt vanuit de behoeften van het kind. Baby’s en peuters hebben er geen baat bij om acht uur per dag in een opvang door te brengen in groep en zoveel aandacht te moeten delen.

“We wéten wat baby’s en peuters nodig hebben, de wetenschappelijke onderzoeken zíjn er. Dus is het nu een kwestie om hierover in dialoog te gaan met het beleid en te kijken hoe we die shift gaan maken naar een kinderopvang die goed balanceert tussen de noden van de volwassenen en van het jonge kind. Maar daarvoor heb je wel politici nodig die verder denken dan de volgende vier jaar, want de resultaten zullen we pas merken op langere termijn.”

Roseboom: “We moeten als maatschappij gewoon erkennen dat de eerste duizend dagen belangrijk genoeg zijn om ook voor goed geschoold personeel te zorgen. Begeleiders die weten wat gezonde voeding is, die weten hoe belangrijk het is om tegen kinderen te praten en ze voor te lezen, die de ruimte krijgen om elk kind genoeg aandacht te geven. En ja, dat kost de overheid meer geld voor meer opvangplekken, opleidingen en salarissen. Maar het komt wel de ontwikkeling van het kind ten goede, en je legt de basis voor een gezonde en evenwichtige generatie volwassenen.”

Tot slot: er zijn ook een boel voorbeelden van mensen die een slechte start maken maar het later wel ver schoppen. Humo bracht een reeks over ‘working class heroes’, met onder meer Mohamed Ridouani die het schopte tot burgemeester en Helmut Lotti, die schatrijk werd van zijn stem.

Roeboom: “Die zijn er ook, ja. Dat toont dat je ook met een valse start in het leven toch heel uitzonderlijke dingen kan bereiken. Dus als het dan verkeerd loopt, is zeker nog niet alles verloren. Winston Churchill is ook zo’n geval. Ik heb een hele lijst namen van beroemdheden die te vroeg geboren werden. Albert Einstein, Stevie Wonder, Napoleon Bonaparte, Charles Darwin en Isaac Newton. Die laatste was zo klein bij zijn geboorte dat zijn moeder vertelde dat hij in een mok paste en dat ze verwachtte dat hij maar een paar uur zou leven.”

Een opluchting: het staat niet allemaal gebeiteld in steen.

Roseboom: “Nee. Zo zwart-wit is het niet. Gelukkig maar.”


Tessa Roseboom – ‘Gelijk goed beginnen’, Uitgeverij de Tijdstroom. Beeld rv
Tessa Roseboom – ‘Gelijk goed beginnen’, Uitgeverij de Tijdstroom.Beeld rv

© Humo

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234