Vrijdag 19/08/2022

Hoe de katholieke kerk het straffen heeft verleerd

Afgelopen vrijdag werd het verslag van de activiteiten van de commissie voor de behandeling van klachten wegens seksueel misbruik in een pastorale relatie voorgesteld. Het is een onaf product, wegens de inbeslagname van de dossiers op 24 juni 2010 en het einde van de commissie als gevolg daarvan. Maar de getuigenissen van slachtoffers die in het rapport zijn opgenomen, blijven schrijnend. Het rapport bevat ook enkele adviezen. Toch ontbreekt in het rapport iets: opnieuw wordt geen aandacht besteed aan de kerkrechtelijke aspecten van de problematiek. Heel bewust gebruik ik het woord ‘opnieuw’, want het is dus niet voor het eerst. Het door de bisschoppen aangekondigde ‘Centrum voor erkenning, heling en verzoening’ focust vanzelfsprekend en terecht op de slachtoffers, maar meer is nodig. Vergeving en verzoening zijn nodig, maar aan bepaalde daden zijn nu eenmaal bepaalde gevolgen verbonden. De kerkjuridische aanpak komt nog onvoldoende naar voor.

Eerst een historische noot. Sinds het Tweede Vaticaans Concilie staat het kerkelijk recht onder druk: een kerkgemeenschap heeft geen recht nodig, want recht is een vorm van machtsuitoefening en heeft te maken met het vestigen van autoriteit. Kerkelijk recht werd dus een vieze en bij voorkeur te vermijden term. Na de publicatie van het rapport over binnenkerkelijk seksueel misbruik in Ierland schreef Benedictus XVI op 19 maart 2010 in zijn brief aan de katholieken van Ierland dat sommige kerkelijke overheden in het verleden ernstige fouten hebben gemaakt bij het beoordelen van klachten en het toepassen van de bestaande kerkelijke normen. Hij schrijft dit onder meer toe aan de verkeerde interpretatie die werd gegeven aan het vernieuwingsprogramma van Vaticanum II, waarbij een strafrechtelijke aanpak van canoniek onregelmatige situaties werd vermeden. Een pastorale aanpak, wat dat ook moge betekenen, leek toen meer aangewezen. Met alle gevolgen vandien.

Vorige week draaide plots alles rondom de vraag wat Roger Vangheluwe nu te doen stond. Er werd zelfs gesuggereerd dat hij nu zelf maar de laïcisatie moest aanvragen, want dat zou de straf zijn geweest die hij zou hebben gekregen indien zijn misdrijf niet was verjaard. Het is niet alleen beledigend en denigrerend voor alle leken in de kerk om zulk taalgebruik te hanteren, want het is dan alsof de lekenstaat een tweederangspositie inhoudt. Bovendien is het verre van zeker dat Vangheluwe deze straf zou hebben gekregen. Overigens, een wegzending uit de klerikale staat betekent ook dat je als kerkelijke overheid zo goed als alle controle verliest over de schuldige. Wat in deze discussie ontbrak, was een duidelijke visie op en idee over straffen en kerkelijke straffen in het bijzonder. Immers, niet alleen houdt de voormalige bisschop op die manier de regie zelf strak in handen, de maatregel zou bovendien geen straf zijn maar een gunstmaatregel.

De kerk claimt krachtens haar wezen het eigen recht om christengelovigen die een misdrijf begaan strafsancties op te leggen. Het doel van kerkelijke straffen is meervoudig, zo stipuleert het kerkelijk wetboek (c. 1341): de ergernis wegnemen, rechtvaardigheid herstellen, en de schuldige tot verbetering brengen. Er zijn twee soorten straffen: verbeteringsstraffen, ook wel genezingsstraffen of censuren genoemd, vooral maar niet exclusief gericht op de inkeer van de dader, en uitboetingsstraffen of vergeldingsstraffen, die erop zijn gericht om de veroorzaakte ergernis weg te nemen en de rechtvaardigheid in de gemeenschap te herstellen. Deze uitboetingsstraffen kunnen voor het leven of voor bepaalde of onbepaalde tijd worden opgelegd, en bestaan uit het ontnemen van iets waarover de kerk beschikking heeft (macht, ambt, recht, privilege, etc., en, als zwaarste straf, de klerikale staat) of het opleggen van een verbod of gebod (verplichte residentie, ontzegging van toegang tot een bepaald territorium, etc.). Bij het bepalen van de uiteindelijke strafmaat zal rekening worden gehouden met strafuitsluitingsgronden, verzwarende omstandigheden, enz. Ten slotte: het kerkelijk recht voorziet ook strafremedies en strafboetes. Technisch gezien zijn dit geen straffen, en worden ze dus niet aan dezelfde regels onderworpen, waardoor het mogelijk is om vooralsnog voor verjaarde feiten, zonder de verjaring op te heffen, maatregelen op te leggen. In die context moet de maatregel van een life of prayer and penance - in de VS welbekend - worden gesitueerd. Het houdt in dat de priester de mis niet in het openbaar kan opdragen en de sacramenten niet kan toedienen. Hij kan verder geen klerikale kledij dragen en kan zich niet publiekelijk presenteren als een priester. In de meeste gevallen wordt aan dergelijke clerici ook een publieke uitvaart ontzegd.

Dit algemeen kader geldt ook voor seksuele delicten, gepleegd door clerici. Sinds 2001 is het misdrijf van seksueel misbruik, gepleegd door een clericus met een minderjarige jonger dan achttien jaar, een gereserveerd misdrijf. Concreet betekent dit dat het enkel en alleen kan worden behandeld door de Congregatie voor de Geloofsleer. De bevoegdheid werd verschoven van de bisschop naar de Congregatie, niet alleen om zeker te zijn dat de zaken ook daadwerkelijk zouden worden behandeld, maar ook om ervoor te zorgen dat zaken konden worden behandeld van die bisdommen en instituten waar de technische kennis en middelen niet voorhanden waren. Wanneer een bisschop of een overste betrouwbare informatie ontvangt over het bestaan van dergelijk delict, moet hij een vooronderzoek instellen en de resultaten ervan aan de Congregatie meedelen. Voor de bisschop c.q. overste bestaat geen keuzemogelijkheid: het dossier moet worden bezorgd aan de Congregatie. Dit is meteen het zwakke punt in de hele constructie: stuurt elke bisschop of overste de dossiers wel door? De Congregatie zal, na studie van het dossier, beslissen welke canonieke oplossing aan het dossier wordt gegeven (strafproces, administratief proces, of ambtshalve wegzending uit de klerikale staat). Het is ook de Congregatie die nagaat of de zaak is verjaard of niet, maar de Congregatie heeft wel de mogelijkheid om in individuele gevallen van deze verjaring af te wijken.

Gereedschapskist staat klaar

Wat moeten we met dit alles na de publicatie van het rapport Adriaenssens? Meer dan ooit is duidelijk dat het recht, zoals hierboven beschreven, moet worden toegepast. De gereedschapskist staat al langer klaar, ze dient wel te worden opengemaakt. Maar meer is nodig: gelet op de impact van het rapport, dient de vraag te worden gesteld of voor de kerk in België geen specifieke wetgeving moet worden ingevoerd, naar het voorbeeld van de VS, met inbegrip van, waarom niet, zero tolerance. Concreet betekent dit dat een misstap voldoende is om minstens permanent op non-actief te worden gezet. Vermits straffen ook gericht zijn op herstel, dient eveneens te worden gedacht aan het opleggen van een geldstraf aan de dader, waarmee de therapie van de slachtoffers kan worden betaald. Verder dient ook over de vervolging en de bestraffing van schuldigen te worden gecommuniceerd, weliswaar met respect van de rechten van alle betrokken partijen. Justice must not only be done, it must also be seen to be done. Ten slotte: straffen hebben enkel maar zin indien ook aan preventie wordt gedaan. Ook dat moet deel uitmaken van verdere maatregelen en eventuele specifieke wetgeving voor de Belgische kerkprovincie, zodat een consistent en coherent straf- en preventiebeleid tot stand komt.

Last but not least: wellicht moeten afspraken met de burgerlijke overheid worden gemaakt, maar dan liefst in een bindende vorm, zoals een concordaat. Kerkelijke vervolging en straffen sluiten een burgerlijke strafvervolging niet uit, wel integendeel: het is een en-én-verhaal, geen of-of-verhaal. Samenwerking is geboden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234