Vrijdag 30/09/2022

Hoe een punker een heilige werd

In oktober 1984 zond de BBC een reportage uit over de hongersnood in Ethiopië. De beelden waren verschrikkelijk. Duizenden mensen lagen op sterven voor het oog van de camera, zaten tussen hun eigen uitwerpselen en hadden zelfs de kracht niet meer om de vliegen uit hun ogen te wrijven. Bob Geldof zat zappend voor de televisie en werd misselijk van al het leed dat in sprankelende kleuren over het scherm kwam gerold. Hij zou iets doen. De maanden nadien organiseerde hij met Live Aid het grootste benefiet in de geschiedenis.

DOOR BART STEENHAUT

Zijn eerste idee was nochtans tamelijk bescheiden. Geldof en zijn vriendin Paula Yates zouden iedereen die bij hem thuis op bezoek kwam geld vragen tot ze 200 pond hadden verzameld, hun bijdrage tegen de hongersnood. Maar algauw besefte hij dat die het verschil niet zouden maken.

Bob Geldofs tweede ingeving, de opbrengst van de nieuwe Boomtown Rats-single 'Dave' aan het goede doel schenken, was ook geen oplossing. Zijn punkgroep stond een paar jaar voordien weliswaar erg in de belangstelling met wereldhits als 'I Don't Like Mondays', 'Rat Trap' en 'She's So Modern', maar ondertussen had de jeugd andere helden gekregen en bleven de platen van The Boomtown Rats onverkocht in de winkel liggen. "Toen heb ik naar Midge Ure van Ultravox gebeld met het voorstel om samen een nummer te schrijven. Hij had de BBC-reportage ook gezien en was meteen voor het idee gewonnen." De volgende dagen werkte Ure aan de muziek, en contacteerde Geldof alle popsterren die op dat moment goed in de markt lagen. Sting wilde meteen meedoen. Bono ook. De respons bleek overweldigend. "Iedereen die ik aan de lijn kreeg, vond het een geweldig initiatief. Er waren zelfs artiesten die hun drukke agenda omgooiden om hun bijdrage in te komen zingen."

In minder dan een week had de zanger de toezegging van iedereen die naam had in Groot-Brittannië: Wham!, Spandau Ballet, Bananarama, Culture Club, Status Quo, Big Country en Paul Young. Zelfs Paul Weller, met wie Geldof altijd op gespannen voet had gestaan, beloofde erbij te zullen zijn. Aanvankelijk wilde hij dat Trevor Horn de single zou producen. "Maar die had zes weken nodig om het nummer klaar te krijgen en dat kon niet. Het was drie weken voor Kerstmis, dus het moest allemaal heel snel gaan. Als we op hem hadden gewacht, zou 'Do They Know It's X-mas?' een paasplaat zijn geworden. Dus toen hebben Midge en ik die taak ook maar op ons genomen."

Er werd afgesproken om de single op zondag 25 november op te nemen in de Sarm West Studio's aan Basing Street in Londen. "Bob stond 's ochtends vroeg al met een klein hartje op de stoep van de studio te wachten", herinnert Ure zich. "Om acht uur 's ochtends was er nog niemand in de studio. Het stond er vol camera's en microfoons, maar verder bleek er geen levende ziel te bekennen. Ik voelde mijn hart in mijn keel slaan. En Bob was vreselijk nerveus. We waren alle twee doodsbang dat er niemand zou komen opdagen. Het was tenslotte zondag en op dat vroege uur lagen muzikanten doorgaans hun roes nog uit te slapen. Ik heb veel meegemaakt in mijn leven, maar geloof me: dat blijft het meest zenuwslopende moment uit mijn hele carrière. Toen Sting als eerste de studio binnenstapte, viel er een pak stress van ons af."

Ure weet nog dat het erg moeilijk was om te bepalen wie wat zou zingen. "We moesten de stemmen vinden die het beste bij elkaar pasten. En sommige artiesten hadden wat moeite met het nummer. Bono vroeg of we een deel van de tekst niet konden veranderen. "Well tonight thank God it's them instead of you", dat vond hij nogal cru. Uiteindelijk heeft Bob hem kunnen overhalen om het toch zo te zingen. Meer nog, als ik ergens trots op ben, dan is het wel dat ik Bono net die passage heb toegewezen. Ik stond naast hem toen hij het inzong, en ik was aan de grond genageld. Op de demo had ik het heel stilletjes gefluisterd, maar hij blies zijn hele ziel door dat ene zinnetje. Ik krijg kippenvel als ik eraan terugdenk."

Midge Ure had er, die zondag in november, geen idee van dat de single van Band Aid, zoals het project gedoopt werd, een mijlpaal zou worden. "We dachten: als iedereen die heeft toegezegd ook echt komt opdagen, kunnen we er misschien honderdduizend van verkopen. Pas toen de platenfirma zei dat ze voor zichzelf geen winstmarge zou incalculeren en de winkeliers nadien hetzelfde deden, begrepen we dat de single een fenomeen zou worden." Geldof benadrukt dat de artiesten die op de plaat zongen dat niet deden om daar zelf voordeel uit te halen. "Wham! was op dat moment een immens populaire groep, maar George Michael riep het publiek op om 'Do They Know It's X-mas?' te kopen in plaats van 'Last Christmas', het nummer dat ze toen zelf uit hadden. Dat was een mooie geste."

De verkoop bleek algauw niet te stuiten. "Ik had uitgerekend dat de single met een beetje geluk ongeveer 72.000 pond zou opbrengen, maar de solidariteit van het publiek bleek veel groter dan verwacht. De single bracht in een paar weken tijd 8 miljoen pond op, maar het had ook een pak minder kunnen zijn. De enige die er immers geen scrupules in zag om geld te verdienen aan de benefietplaat was Margaret Thatcher, toen de Britse eerste minister. Pas na enorme publieke druk, en in een poging om haar eigen gezicht te redden, stortte de Britse staat de heffing terug die hij aanvankelijk van elk verkocht exemplaar had opgeëist.

Acht miljoen was veel geld. Maar het was, zoals Geldof zelf kon vaststellen in Ethiopië, niet genoeg. Hoewel er massaal voedselpakketten naar Afrika werden gestuurd, bleef het sterftecijfer enorm hoog. Het probleem moest structureel worden aangepakt. En dat zou opnieuw geld kosten. Meer dan je met één single bij elkaar kon krijgen. Er zouden twee benefietconcerten komen. Eén in Philadelphia en één in Londen. Op dezelfde dag en ze zouden per satelliet met elkaar verbonden worden. Terug uit Ethiopië begon Geldof opnieuw te bellen. En weer bleek haast iedereen bereid mee te werken. Al besefte lang niet iedereen waar ze aan begonnen. Toen Alison Moyet op 13 juli 1985 naar het het optreden vertrok, snapte ze niet waarom ze er met een helikopter naartoe werd gebracht. "Praktische details gaan mijn één oor in en mijn ander weer uit", lacht ze.

"Ik had er dus geen idee van waar ik heen werd gevlogen, wie er verder nog op het podium stond en hoeveel volk er zou zijn. Ik had niet durven te vragen waarom we niet gewoon met de auto konden gaan, tot ik vanuit de lucht die enorme mensenmassa in Wembley Stadion zag staan. Echt onbeschrijfelijk. Toen we landden, was de eerste die ik zag Roger Daltrey van The Who. Dan Freddy Mercury. En Paul McCartney. De bekendste mensen ter wereld. Ze wuifden heel vriendelijk mijn richting, waardoor ik dacht dat er een heel beroemde zanger achter me stond. Ik kon me niet voorstellen dat ze wisten wie ik was. Ik zong een duet met Paul Young, belandde zonder het echt te beseffen bij McCartney op het podium en bedacht plots dat ik een verschrikkelijk kleed aan had. Mijn setje vloog voorbij. Achteraf ben ik niet eens gebleven voor het feestje."

Ook Mark Knopfler moest na zijn optreden met Sting en Dire Straits weer snel weg, al kon hij letterlijk naar zijn volgende bestemming lopen. "We speelden die maand vijftien keer na elkaar in Wembley Arena, een zaal aan de overkant van de straat. Dus toen we daar onze soundcheck hadden gedaan hoefden we gewoon maar de parking over te steken. Dire Straits is de enige groep die te voet naar Live Aid is gekomen.

"Wat ik me vooral van die dag herinner, is de enorme mensenzee. Ik had nog nooit zoveel volk bij elkaar gezien. Vlak voor we het podium opstapten, zei iemand me dat er over de hele wereld een miljard mensen meekeken op televisie. Toen ik dat hoorde, hoopte ik uit de grond van mijn hart dat we het niet zouden verknoeien."

Midge Ure krijgt een krop in de keel als hij terugdenkt aan die legendarische dag. "Toen we met Ultravox op dat enorme podium stapten, liepen de koude rillingen over mijn rug. Niet noodzakelijk vanwege de muziek, maar gewoon omdat ik daar was, omdat ik wist dat ik mee aan de oorsprong had gelegen van dat enorme evenement. Die dag is zonder meer een sleutelmoment in mijn leven geweest."

Geldof wilde geld, veel geld, en durfde er ook om te vragen. "Give me your fucking money", brulde hij tegen het deel van de wereld dat op dat moment televisie keek. En het werkte. De donaties stroomden binnen. "Ik was veel te moe om het ook nog eens mooi te vragen. Diplomatie is trouwens nooit mijn sterkste kant geweest", lacht hij.

Phil Collins was de meest aanwezige artiest, speelde zowel solo als met Sting en Led Zeppelin. De Genesis-zanger nam na zijn optreden in Londen bovendien de Concorde om ook nog in Philadelphia op te treden. Daar stond Bob Dylan op het podium, die tijdens zijn optreden nors de hoop uitsprak dat een deel van het geld naar Amerikaanse boeren zou gaan. Geldof was woedend, en schreef later in zijn biografie Is That it? dat Dylan een nationalist was die de ernst van de situatie in Afrika niet kon inschatten. Tony Hadley, toen in Wembley op het podium als zanger van Spandau Ballet, vat het wellicht nog het best samen. "Het is heel ironisch dat de jaren tachtig altijd als het decennium van het egoïsme en het yuppiedom worden beschouwd. Bij mijn weten zijn er nooit meer liefdadigheidsacties op touw gezet. Geldof verdient een standbeeld voor het aandeel dat hij daarin gehad heeft. Die man heeft duizenden levens gered."

Live Aid bracht in totaal honderd miljoen dollar op, en het jaar nadien organiseerde Geldof Sport Aid, een soortgelijk evenement in de sportwereld, dat bijna evenveel geld in het laatje bracht. Band Aid, de organisatie, is uitgegroeid tot een Unicef-achtige organisatie en is nog steeds erg actief in Afrika. Ook Geldof zit niet stil. Samen met Bono van U2 tracht de Ierse zanger de wereldleiders ervan te overtuigen de schulden van de armste landen in Afrika, Azië en Zuid-Amerika kwijt te schelden. Een voorstel dat bij de publieke opinie alvast veel weerklank heeft gevonden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234