Vrijdag 30/09/2022

‘Hoe rijker mensen worden, hoe ongelukkiger ze blijken te zijn’

Hoe ondergingen de kleine, ambitieuze traders de financiële crash? Alex Preston, zelf in de weer bij ABN Amro toen de Londense City in duigen leek te vallen, schreef er een autobiografisch getinte roman over die bol staat van de melancholie en het verloren idealisme: ‘Ik koos voor het grote geld’, mijmert hij, ‘maar ik besefte niet dat ik daardoor mijn levensgeluk op het spel zette.’

Opmerkelijke debuutroman van Alex Preston over de Londense City en de financiële malaise

Door Marnix Verplancke

‘Ik arriveerde op het feestje toen het bijna gedaan was”, zegt hij, “het eten was op, de drank werd schaars en hoewel er nog wel een paar koppels op de dansvloer stonden, zag je de eerste genodigden al naar de uitgang schuifelen. Alleen had ik het niet meteen door dat ik te laat was. Ik wou er nog eens lekker invliegen en grote sier maken.” Het feestje waarover Alex Preston het heeft, was de Londense City, het financiële hart van Groot-Brittannië en de plaats waar begin 2008 de hemel steeds betrokkener werd. Het was de wijk waar tot voor kort miljoenen verdiend werden door jonge snaken die handelden in voor de vijfde keer versneden en herverpakte Amerikaanse hypotheekleningen. Maar dat spelletje kon natuurlijk niet blijven duren. Er gingen geruchten over steeds grotere percentages nimmer afgeloste leningen en wie de bui zag hangen, maakte dat hij zo gauw mogelijk drogere oorden opzocht. Maar niet zo de pas afgestudeerde Preston, die dacht het grote geld te zullen verdienen en uiteindelijk met iets minder vrede diende te nemen. “Ik heb het niet slecht gedaan”, geeft hij toe, “maar die vele miljoenen waarover mensen fantaseren heb ik niet verdiend, zelfs nog niet één miljoen.”

Toen Preston aan zijn tradersbureau bij ABN Amro zat en de wereld om zich heen in duigen zag vallen, wist hij meteen dat hij een historisch moment meemaakte en wel van op de eerste rij. Daar moest hij gewoon een roman over schrijven, besefte hij, en Deze bloedende stad is het resultaat, een op zijn minst opmerkelijk te noemen debuut.

Centraal in de roman staan drie jonge mensen die samen afstuderen aan de universiteit van Edinburgh en in Londen het geluk gaan zoeken. Charlie gaat de financiële wereld in, de Franse Vero trekt naar een bekend advocatenkantoor en Henry, de zoon van een rijke krantenmagnaat, wil artistiek fotograaf worden. Parallel aan het verhaal over de emotionele escapades van dit drietal, waarbij Vero zelfs een tijdje huiswaarts trekt om met ene Marc te trouwen en Henry door zijn vader uit de crackgoot geraapt wordt om bij zijn eigen krant aan de slag te gaan, geeft Preston een beschrijving van de laatste dagen van een economisch imperium. Charlie is immers als trader aan de slag gegaan bij een groot hefboomfonds dat zwaar ingezet heeft op de derivatenmarkt en daarvoor nu moet boeten. Zijn dag is een combinatie van werken tot een stuk in de nacht, blauwe pilletjes slikken om de impact van zijn beslissingen meester te blijven en stripclubs bezoeken om de angst voor morgen te vergeten.

Deze bloedende stad is eerst en vooral een roman die baadt in melancholie en verloren idealisme. Net na hun afstuderen in Edinburgh hadden Vero, Charlie en Henry het idee dat ze de wereld zouden veranderen. Ze zouden het maken, want zij waren speciaal, maar door voor het grote geld te kiezen raakten ze psychisch afgestompt en afgescheiden van hun vroegere intellectuele vrienden. Ze wisten dat ze de verkeerde weg aan het opgaan waren, maar wilden tezelfdertijd ook niet van koers veranderen, en in die zin zijn ze symptomatisch voor een hele generatie, aldus Preston: “Charlie en Vero zijn egoïstisch en solipsistisch. Ze zijn gemaakt voor elkaar omdat ze beiden tot in hun kleine teen kapitalistische wezens zijn, geobsedeerd door status en geld en niet te beroerd om figuurlijk over lijken te gaan om die te bereiken.”

En het is ook uw generatie, net als uw hoofdpersonages belandde u met een studie Engelse literatuur in de bankwereld, wat toch niet echt voor de hand ligt.

“Ik studeerde bij Tom Paulin, een van de beste dichters en critici van zijn generatie en iemand die zijn studenten als geen ander wist te enthousiasmeren, en toch zijn vijf van zijn toenmalige negen studenten in de financiële wereld terechtgekomen. Daar gaat mijn boek precies over, over de manier waarop een hele generatie die voorheen wellicht in het onderwijs of de journalistiek beland zou zijn, in de bankwereld terechtkwam. En dat had alles met geld te maken. Op mijn twintigste kwam ik voor een rationele keuze te staan: ofwel ging ik de journalistiek in en verdiende ik 13.000 pond per jaar, of ik trok naar de City en verdiende een fortuin. De keuze was vlug gemaakt, maar ik realiseerde me niet dat ik op die manier mijn levensvreugde op het spel zette. En toch waren er zoveel anderen die net hetzelfde deden. Ik ben er trouwens van overtuigd dat de crash deels veroorzaakt is doordat er zoveel mensen voor de banken werkten die hun job hartsgrondig haatten. Je voelde het masochisme als je de traderooms binnenging.”

Zijn studenten Engelse literatuur dan geen antikapitalistische linkse jongens en meisjes?

“O ja, dat waren we allemaal, ook ik, en dat is precies waar het masochisme vandaan kwam. Deze bloedende stad is in essentie een liefdesverhaal. Charlie moet een faustiaans pact met de City sluiten om het meisje te kunnen krijgen waar hij van houdt. Hij heeft geld nodig om in haar wereld te kunnen vertoeven en om dat te krijgen verkoopt hij zijn ziel.”

Maar uiteindelijk raakt hij haar ook weer kwijt.

“Ja, en toch wou ik op het einde van het boek suggereren dat je ziel verkopen aan de City echt niet het ergste is wat je kan overkomen. In een wereld waar miljoenen mensen honger lijden of moeten vluchten voor het geweld verdienen de bankjongens echt geen medelijden.”

Maar toch krijg je dat wel met Charlie, wiens opgang in de bankwereld samengaat met het verlies van zijn jeugd en onschuld.

“Als trader moet je constant heel belangrijke beslissingen nemen, en dat vreet aan je. Je gaat met enorme bedragen om en hebt op die leeftijd ook nog eens een emotioneel turbulent leven. Uiteindelijk ga je daar aan ten onder. Het waren niet de hefboomfondsmanagers of de CEO’s die in de frontlinie stonden van de crash, maar wel die jongeren die niet veel meer betaald kregen dan een gewone bankbediende, maar wel waanzinnig lange dagen klopten. Zij gaven zich volledig voor hun job en zagen uiteindelijk alles om zich heen in puin vallen.”

Waarbij sommigen overgingen tot zelfmoord.

“In mijn directe omgeving pleegde er niemand zelfmoord, maar wel iemand die ik een paar keer ontmoet had bij ABN Amro. Het was een heel sympathieke kerel, iemand met veel interesses buiten het werk, en toen de crash toesloeg maakte hij er een einde aan. Er waren echt wel traders die inzaten met wat ze veroorzaakten. De media portretteren hen nogal graag als harteloze mensen die alleen aan hun eigenbelang denken, en die zullen er ook wel zijn, maar er zitten ook heel veel goed bedoelende mensen tussen. Het is echt niet zo dat ze allemaal met een Ferrari reden en een bloedmooie vrouw op de passagiersstoel hadden zitten. Er hing een mystiek aura om die traders heen en dat wou ik doorprikken. De meesten onder hen hadden geen besef van wat er buiten hun kleine expertisegebied gebeurde.”

En zelfs daar wisten ze het fijne niet van, krijg je als lezer de indruk.

“Iedereen maakte enorme winsten, niet omdat het zulke goede beleggers waren, maar wel omdat de markt gewoon reuzesnel steeg. Je maakte winst met je ogen dicht. Pas toen dat niet meer zo was, zag je hoe onkundig velen wel waren, en dat zou een les moeten zijn voor de toekomst. Het is onverantwoord om zulke jonge, onopgeleide mensen zoveel geld in handen te spelen met de boodschap: doe er maar wat mee. In feite hadden we toen allemaal wel kunnen weten dat dit ooit eens fout zou gaan, maar misschien wilden we dat ook niet zien. We geloofden in de zichzelf in stand houdende mythe.”

Bijna alsof u gehypnotiseerd was?

“Zoals je door ieder systeem gehypnotiseerd kunt worden. Mensen stellen nu eenmaal niet veel moeilijke vragen als alles goed gaat. Ze willen best geloven dat het steeds beter zal gaan en dat ze steeds rijker zullen worden. We zagen de bui hangen, maar dan gingen we naar een vergadering en daar werd ons verzekerd dat we ons nergens zorgen over dienden te maken. Er waren de onmetelijke groeimarkten China en India, en de virtuele groeicirkels van het kapitaal, en tegen dat we terug op de gang stonden geloofden we dat de sky de limit was, of zoals Greenspan het toen zei: ‘We leven in een tijdperk van permanente groei’, en Gordon Brown voegde eraan toe dat recessie en crisis begrippen uit het verleden waren. Die piept nu wel even anders.”

Perceptie blijkt heel belangrijk in de bankwereld die u beschrijft. Het komt er vooral op aan er zelfverzekerd uit te zien.

“Vandaar die nadruk op kledij in de Londense City. Alles draait om het juiste pak en de juiste das, en dieper dan dat gaat het niet. Mensen rechtvaardigen hun enorme inkomen met al even enorme uitgaven. 150 pond voor een das is dan normaal.”

En het is nooit genoeg.

“Dat is inderdaad het probleem. Als we ondertussen één ding hadden moeten weten over het kapitalisme, is dat het een bijzonder veerkrachtig systeem is dat als geen ander inspeelt op de manier waarop mensen denken. Precies daardoor heeft het al een paar uitzonderlijke crises overleefd. Het basisprincipe van het kapitalisme is uitstel van bevrediging. Telkens als je iets bereikt hebt, ligt er nog iets veel groters op je te wachten. Het stopt niet. Je blijft investeren en hebt geen tijd om te genieten. Het kapitalisme is dus een lege filosofie die de mens aan het lijntje houdt. Daarom werken we allemaal zo hard en leven we zulke materialistische levens, omdat het kapitalisme een obsessionele filosofie is.”

Is dat ook de verklaring waarom de traders zich zo totaal overgaven aan cocaïne en strippers?

“Dat gedrag draait allemaal om zo veel mogelijk ervaringen in een dag te proppen. Bij de gemiddelde mens bestaat er een zeker evenwicht tussen werk en vrije tijd. Traders werken van acht uur ’s ochtends tot middernacht, waarna ze naar clubs en striptenten gaan om in de weinige tijd die hen rest zoveel mogelijk mee te maken. Het heeft ook te maken met het hoge testosterongehalte van de job natuurlijk. Ik heb lang getwijfeld of ik het wel over het druggebruik diende te hebben. Zou men dat niet opzichtig vinden? Toch zag ik het wel regelmatig en wou ik een zo getrouw mogelijk beeld geven van wat er toen aan de hand was. Het druggebruik dat ik om me heen zag was eerder Valium en antidepressiva in plaats van cocaïne. De tijd van de traders met een uitzinnige levensstijl was toen al lang voorbij. Er werd op grote schaal geld verloren en de persoonlijke tragedie daarvan wou men kortstondig ontvluchten. Er werden vooral pillen geslikt om de dag door te geraken. Bovendien zag je ook een enorme verschuiving in het bankiersgedrag. Terwijl je in de jaren tachtig je vrienden wou imponeren met een dikke lijn coke en je trots was dat je niets afwist van kunst, waren twintig jaar later de stropers jachtopzieners geworden, met een fijne smaak voor kunst en cultuur. En ook dat is een puur kapitalistisch fenomeen. Eerst verdien je het geld van de hogere klasse, daarna ga je hen ook op het vlak van stijl imiteren. Weg dus de Ferrari en de cocaïne. Nu rijdt men in een Bentley en wordt er Pol Roger gedronken.”

En zijn ze gelukkig?

“Nee, nooit. Hoe rijker mensen worden, hoe ongelukkiger ze ook blijken te zijn. De echt gelukkige mensen die ik ken, zijn leraars en docenten. Zij zijn met iets fundamenteel verrijkends bezig op lange termijn, en niet met de lege vluchtigheid van het materialisme. Onlangs las ik nog een artikel waarin beweerd werd dat het ideale jaarlijkse inkomen 38.000 pond bedraagt. Ga je daar over, dan word je ongelukkig. Maar, denk ik dan, in een ander artikel stond dan weer dat om over de dood van je partner heen te komen je een loonsverhoging van minstens 100.000 pond nodig hebt. Hoe berekenen ze dat, vraag ik me dan af. Ze kennen me toch helemaal niet. Om over de dood van mijn vrouw te komen heb ik zeker wel 150.000 pond nodig (lacht).”

Alex Preston (Londen, 1979)

> Studeerde Engelse literatuur aan Hertford College in Oxford.

> Ging nadien meteen aan de slag bij ABN Amro, eerst als analist en nadien als trader.

> Begon daar al te schrijven aan Deze bloedende stad.

> Na zes maanden diende hij zijn ontslag in bij ANB Amro en kwam via een paar tussenstops bij de Carlyle Group terecht, waar hij momenteel Global Head of Trading van de afdeling Leveraged Finance is.

> Behaalde ondertussen ook nog een MA aan Birkbeck College, University of Londen.

> Rondde onlangs zijn tweede roman af.

> Wil voorlopig schrijven en bankieren blijven combineren omdat zijn bankjob hem in staat stelt vaak en ver te reizen, en voelt zich in die keuze gesterkt door T.S. Eliot en Wallace Stevens, twee andere illustere bankier-schrijvers. “Praktisch iedere hedendaagse Britse schrijver doceert creative writing en komt met moeite zijn stad uit”, zegt hij daarover. “Ik weet niet of dat wel zo positief is voor de Engelse literatuur.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234