Donderdag 06/10/2022

Hollywood hotshot

Is de Amerikaanse printjournalistiek echt dood? Welnee. Het vakblad The Hollywood Reporter timmert met een nieuwe formule weer stevig aan de weg.

In 2009 vreesde Stephen Galloway (55) dat zijn journalistieke carrière voorbij was. Print was dood, was de algemene opinie. Zijn werkgever, de tachtig jaar oude Hollywood Reporter, verkeerde in crisis, en redacteuren werden bij bosjes ontslagen. Galloway overwoog om een baan te zoeken in het onderwijs. "Of erger, in de pr, zoals mijn toenmalige vriendin wilde."

Vijf jaar later ziet de wereld er voor Galloway compleet anders uit. In 2010 kreeg de Hollywood Reporter een ambitieuze nieuwe hoofdredacteur: Janice Min. Zij turnde het stoffige vakblad om tot een succesvolle wekelijkse glossy over de entertainmentindustrie, met smeuïge verhalen en mooie fotografie. Galloway is bevorderd tot 'executive editor features', wat betekent dat hij de meeste lange verhalen schrijft voor het blad.

Hij werd uitgeroepen tot entertainmentjournalist van het jaar, sleepte een lucratieve boekendeal in de wacht (hij begint binnenkort aan een biografie van Hollywoodpowervrouw Sherry Lansing), en is naar eigen zeggen nog nooit zo gelukkig geweest als journalist.

"Soms sta ik er ook nog van te kijken hoe het allemaal is gelopen", lacht Galloway op de kleurloze redactie van de Reporter in een bedrijvengebouw aan Wilshire Boulevard in Los Angeles. Galloways kantoortje is niet meer dan een pijpenlade, met als enige opvallende kenmerken een oude Franse filmposter ("die verzamel ik") en een bureau dat tot aan zijn borst reikt. Galloway werkt staand, legt hij uit, een remedie tegen zijn rugklachten.

Om de metamorfose te beschrijven die de Reporter heeft ondergaan, gaat Galloway terug naar begin jaren 1990, toen hijzelf als jong Brits ventje de redactie kwam versterken. Na studies in Cambridge en aan de Filmschool in Los Angeles, was hij een paar jaar daarvoor in de journalistiek beland.

"De Reporter was toen nog een dagelijks verschijnend vakblad", vertelt Galloway. "We schreven goede, maar ook wat droge stukken over de film- en tv-business. Onze enige concurrent was Variety. We hadden 30.000 lezers, vrijwel allemaal mensen uit de sector."

Deze trouwe abonnees vonden de Reporter iedere ochtend opgerold in een elastiekje op de oprit van hun villa's in Beverly Hills, Bel Air, en andere chique buurten in L.A. Maar vanaf het moment dat het internet zijn intrede deed, ontstonden er barstjes in dit distributiemodel. Het nieuws verhuisde geleidelijk naar het web, en in het afgelopen decennium streefden websites als Deadline, van blogger Nikki Finke, de Reporter aan alle kanten voorbij.

Finke kwam niet alleen met spectaculaire primeurs, met haar vlijmscherpe pen deed ze de vakbladjournalisten verbleken tot de braafste jongetjes van de klas.

Vanaf 2008 kwam daar ook nog de economische crisis overheen. Die trof het blad bijzonder hard, zegt Galloway: "Onze adverteerders waren studio's, agenten, en andere Hollywoodspelers. Die moesten de broekriem aanhalen, en liepen massaal weg."

Als gevolg hiervan moest de Reporter tientallen mensen ontslaan, en holde de kwaliteit van het blad achteruit. "Deadline schreef dat we digitaal zouden gaan, of misschien wel helemaal zouden stoppen", herinnert Galloway zich. "Dat was niet aan de orde. Maar het was duidelijk dat het zo niet kon doorgaan. Ik gaf ons zelf nog hooguit twee jaar."

Gelukkig voor de Reporter werd het blad toen de nood het hoogst was verkocht aan drie schatrijke investeerders, onder wie het hedgefonds Guggenheim Partners. Zij namen drie belangrijke beslissingen, zegt Galloway: de frequentie van het blad ging van dagelijks naar wekelijks, het formaat werd vergroot (terwijl de meeste andere bladen hun formaat juist verkleinden), en Janice Min werd aangesteld als hoofdredacteur.

Van die drie besluiten was de laatste de belangrijkste. De Koreaans-Amerikaanse Min was al voordat ze bij de Reporter begon een ster in de Amerikaanse bladenwereld. Ze had met een slimme commerciële strategie de oplage van het zieltogende Us Weekly verdubbeld, en gold als een van de grootste talenten in de business.

Die belofte maakte Min bij de Reporter meteen waar. Met naar verluidt zo'n 50 miljoen dollar uit de diepe zakken van de nieuwe eigenaren, verzamelde Min een team artdirectors, vormgevers en fotografen om zich heen dat in de vakbladenwereld zijn weerga niet kende. Sindsdien pakt het tijdschrift wekelijks uit met flitsende covers en fotoreportages waarin de glamour van Hollywood optimaal wordt uitgebuit.

Ook de inhoud van het blad ging onder Min radicaal op de schop. Naast de vertrouwde businessverhalen over het reilen en zeilen in Hollywood, bevat het blad tegenwoordig ook artikelen over lifestyle en human interest.

Veel van de pakkende koppen worden door Min persoonlijk bedacht. "We zijn veel toegankelijker geworden", zegt Galloway. "Sommigen vinden onze nieuwe formule te licht, maar zij vergeten dat we ook elke week diepgravende profielen en interviews brengen van 3.000 woorden of meer."

Om zijn betoog te illustreren verdwijnt Galloway naar de lobby, waar de laatste nummers van de Reporter staan uitgestald naast andere publicaties van Guggenheim Media, zoals Adweek en Billboard. Hij komt terug met een verhaal dat hij zelf onlangs heeft geschreven: een profiel van ex-worstelaar, filmster en zakenman Dwayne 'The Rock' Johnson.

Reken zelf maar uit

Galloway zocht hem op in Australië, trainde met hem in de sportschool, en schreef een reportage die je ook zou kunnen aantreffen in de Vanity Fair of het magazine van de New York Times. "Vroeger had ik een verhaal geschreven over zijn business-imperium", zegt Galloway. "Nu lees je ook wie hij is. We brengen dezelfde informatie, maar we doen er een schepje suiker bij."

Met name voor oudere collega's was Mins aanpak wel even wennen, erkent Galloway. Zij waren opgeleid in een andere tijd, toen de Reporter nog een familiebedrijfje was aan Sunset Boulevard. Veel van deze mensen verlieten het blad, en werden vervangen door jong talent.

Bij doelgroep en adverteerders sloeg de nieuwe formule evenwel direct aan. Hollywood-hotshots bleken maar wat graag te poseren voor de luxueuze covers, en behalve de traditionele adverteerders (die terugkwamen), toonden nu ook makers van auto's en luxeartikelen interesse. Alleen al vorig jaar stegen de advertentie-inkomsten van de printeditie van de Reporter met 25 procent.

Min werd door The Huffington Post uitgeroepen tot een gamechanger in de media, en het aantal medewerkers, dat was gedaald tot rond de zestig, zit intussen weer ruim boven de honderd.

"Ik denk dat onze case een heel hoopvolle les is voor de mediasector", zegt Galloway. "Dagelijkse print is ten dode opgeschreven, daar ben ik van overtuigd. Maar wij hebben aangetoond dat een tijdschrift nog steeds een succes kan zijn. Blijkbaar willen mensen ook iets dat er mooi uitziet, en dat je lekker kunt vastpakken. Iets wat je leest voor je plezier."

Toch is papier alleen anno 2014 natuurlijk niet meer voldoende, zeker niet in de entertainmentbranche. Gelijktijdig met de herlancering van de papieren Reporter, zette Min daarom ook zwaar in op een vernieuwde website. Die bestaat uit een slimme mix van nieuwtjes, blogs, fotoseries, lijstjes en video's over de film en tv-wereld. De site groeide de afgelopen jaren astronomisch, en trekt maandelijks 12 miljoen bezoekers uit de hele wereld. Ook verdient de Reporter steeds meer geld met events en rondetafel- gesprekken.

Te midden van alle juichverhalen over de nieuwe formule, wordt af en toe ook een kritische noot gekraakt. Zo beweren kwatongen dat de Reporter nog altijd geen winst maakt. "Ik weet niet waar ze dat vandaan halen", reageert Galloway schouderophalend. "Ik zit niet aan de business-kant, maar ik kan me niet voorstellen dat het klopt. Ik zie alleen maar dat de advertentie-inkomsten stijgen, en dat we iedere week nieuwe mensen aannemen."

Over de langetermijntoekomst van het blad valt weinig te zeggen, erkent Galloway. Maar twee stellingen durft hij wel aan: de printeditie zal blijven bestaan, en de website zal op den duur betalend worden. "Hoe print zich precies zal ontwikkelen, weet ik niet. Als we echt willen concurreren met Vanity Fair, zullen we gigantisch moeten groeien. Wij hebben 30.000 abonnees, zij 800.000. Maar het kan ook dat we gewoon blijven doen wat we nu doen.

"Wat online betreft: een paar jaar geleden beweerden de experts dat de cultuur van het web gratis was, en dat dit nooit zou veranderen. Nu zie je dat de Wall Street Journal en de New York Times grotendeels betalend zijn, en dat mensen dat accepteren.

"Ik denk dat je straks overal voor gaat betalen. Als dat gebeurt, kan een site als die van ons daar enorm van profiteren. Je hebt niet de kosten van print, en je bent niet meer geografisch beperkt. Stel dat er wereldwijd een miljoen mensen zijn die 9 dollar per maand willen betalen om ons te lezen. Reken zelf maar uit."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234