Woensdag 28/09/2022

Hoofdfiguur Clay: toen 18, nu in ‘De figuranten’ een jonge veertiger

Vijfentwintig jaar na zijn inmiddels klassiek geworden debuut Less Than Zero (Minder dan niks) komt Bret Easton Ellis nu op de proppen met een vervolg, Imperial Bedrooms (De figuranten), waarin hij nagaat wat er van de verweesde, compleet losgeslagen achttienjarigen van weleer vandaag de dag geworden is. Niet veel goeds, zo blijkt.

cultauteur Bret Easton Ellisschrijft vervolg op debuutroman

‘Less Than Zero’ 25 jaar later

undefined

Ellis’ jongste roman is een zogeheten sequel, wat meteen al blijkt uit de oorspronkelijke titel ervan: was Less Than Zero een nummer op de eerste plaat van Elvis Costello, dan verwijst Imperial Bedrooms op zijn beurt naar de zesde lp van de zanger, uit 1982. Dat Imperial Bedrooms in vertaling De figuranten is geworden en zodoende eerder Arnon Grunberg dan Costello in gedachten brengt, moge dan jammer zijn, maar ook een van de beide motto’s is uit een song van laatstgenoemde afkomstig. “History repeats the old conceits, the glib replies, the same defeats...” luidt het veelzeggend: in een kwart eeuw is er natuurlijk heel wat veranderd, maar eigenlijk niets, en het grootste verschil tussen het verleden en nu is misschien wel dat de geschiedenis zich ondertussen nog een aantal keren heeft herhaald.

Less Than Zero werd in 1987 verfilmd, en Ellis - of Clay, die zowel in Minder dan niks als in De figuranten de vertellende ik-figuur is - grijpt dit gegeven aan om zijn relaas mee te beginnen: “Ze hadden een film over ons gemaakt.” Vervolgens echter wordt meteen al duidelijk dat in elk geval voor Bret Easton Ellis de tijd niet stilgestaan heeft, en dat hij sinds zijn debuut als schrijver sterk geëvolueerd is. Net als in zijn vorige roman Lunar Park (2005) speelt hij van meet af aan en in tegenstelling tot vroeger met quasi-autobiografische elementen en verneukeratieve zelfspot, en veegt hij met een achteloos gebaar de grenzen tussen fictie en werkelijkheid van de bladspiegel. “De film”, lezen we, “was gebaseerd op een boek dat geschreven was door iemand die wij kenden. Het boek was een niemendalletje (...). Het werd als fictie bestempeld, maar er waren slechts een paar details gewijzigd en onze namen waren niet veranderd en er stond niets in wat niet was gebeurd.” Maar als er volgens Clay, die hier aan het woord is, een duidelijk onderscheid moet worden onderkend tussen enerzijds hem/de verteller en anderzijds de auteur van het ‘niemendalletje’ Minder dan niks, door wie wordt de lezer hier dan toegesproken? Ditmaal wél door Clay zelf, die ondertussen immers (scenario)schrijver blijkt te zijn geworden? En als Minder dan niks ‘echt gebeurd’ was, geldt dan hetzelfde voor De figuranten? We zijn amper twee bladzijden ver, en slechts één ding nog staat als een paal boven water: Ellis is van plan zijn ongemeen kristalheldere stijl aan te wenden om een mistig verhaal te vertellen en een wereld uit te beelden waarin elk houvast illusoir is, en elke waarheid schijn.

Zeker zodra de schrijver - of dus: de verteller - algauw overschakelt van de wij- naar de ik-vorm, en van de verleden naar de tegenwoordige tijd, waarna het eigenlijke verhaal uit de startblokken schiet, blijkt dat De figuranten al met al minder aanleunt bij vroegere boeken als Minder dan niks en American Psycho (1991) dan bij zijn twee vorige romans, het al genoemde Lunar Park en Glamorama (1999). Zijn Ellis’ eerste boeken evocaties van een adembenemend beklemmende stilstand, waarbij het naar de vorm klassiek te noemen verhaal monotone maar wurgende cirkelbewegingen maakt, dan barst zijn werk sinds Glamorama van de bewust opzichtige maar dikwijls doelloze plotwendingen en een postmodernachtig romantechnisch anarchisme dat in Vlaanderen slechts aan te treffen valt in Brusselmansboeken als De kus in de nacht. In tegenstelling tot Brusselmans echter lijkt Ellis zich allengs minder gelegen te laten liggen aan het leesplezier van zijn fans. De figuranten is opnieuw een boek dat eerder dan op ‘leesplezier’ mikt op de zogeheten ‘leeservaring’, en om zijn punt te maken - de wereld is een strikt chaotische, ondoorgrondelijke en door ontzielde monsters bevolkte hel - blijkt Ellis bereid te zijn heel wat vormconventies gulweg overboord te gooien. Des te frappanter - en perverser - is dit omdat De figuranten juist getooid is met de schijn van een genre dat normaal gesproken in verhaalstructureel opzicht sterk conventioneel mag heten of in elk geval toch als bijzonder plotgericht te boek staat: de roman noir.

Het tweede motto, na dat van Costello, waardoor De figuranten wordt voorafgegaan, is van de hand van Raymond Chandler, de schrijver die naast Dashiell Hammett met zijn hardboiled detectiveromans in de eerste helft van de vorige eeuw het misdaadgenre tot grote literatuur wist te verheffen en in wiens werk paranoia en bedrog, fatale liefde en geweld centraal staan, - tevens de vier voornaamste pijlers, inderdaad, van De figuranten.

Als filmscenarist Clay na vijf maanden New York - in Minder dan niks was het vier maanden New Hampshire - naar Los Angeles terugkeert, meer bepaald naar de wereld van Hollywood, ontvangt hij om de haverklap onheilspellende, anonieme sms-berichten (“Ik hou je in de gaten”) en krijgt hij de stellige indruk dat tijdens zijn afwezigheid in zijn appartement meubels en dergelijke worden verschoven, zoals hij ook gevolgd wordt door een blauwe jeep met geblindeerde ramen. Anders dan in Minder dan niks lijkt de dreiging hier niet zozeer van binnenuit te komen, maar wel degelijk van buitenaf: het gevaar is reëel, de paranoia lijkt minder een neveneffect van de drugs te zijn dan dat zij door de realiteit zelf wordt gevoed. Ellis bouwt de spanning vakkundig op, maar dat niets is wat het lijkt, wordt snel duidelijk wanneer Clay een seksuele relatie aanknoopt met een Rain geheten would-be actrice die hem weliswaar rechttoe rechtaan gebruikt om aan een rol in een mede door hem geproduceerde film te komen, maar op wie hij niettemin oprecht verliefd wordt. Het gevolg is dat Clay alsnog beseft - of meent te beseffen - dat hij zich een en ander alleen maar ingebeeld heeft: “Rain is nog steeds zo kalmerend dat er geen sms’jes van het afgeschermde nummer meer komen en dat de blauwe jeep verdwijnt (...) en de spoken die spullen in de flat verplaatsen zijn op de vlucht geslagen en Rain doet me geloven dat dit iets met een toekomst is.

Rain overtuigt me ervan dat dit echt gebeurt.” Liefde als een manier, kortom, om met beide voeten op de grond te blijven. Liefde als een drug die heilzaam ontnuchtert. Liefde?

Aan het slot van Minder dan niks had Clay een gesprek met zijn ex-vriendin Blair, die in De figuranten inmiddels gehuwd is, maar overigens nog altijd veel voor hem voelt en met wie hij twee jaar geleden zelfs nog zoiets als een affaire schijnt te hebben gehad. Uit dat gesprek deze flard: “‘Heb je ooit om míj gegeven, Clay?’ Ik zeg niks, kijk weer naar de menukaart. ‘Heb je ooit om mij gegeven?’, vraagt ze opnieuw. ‘Ik wil niet om iets geven. Als ik ergens wat om geef, wordt alles alleen maar erger.’” Sneu als ze mogen klinken, in De figuranten wordt ten overvloede duidelijk dat Clays laatste woorden, uitgesproken op achttienjarige leeftijd, zonder meer profetisch waren. “voor het eerst sinds Meghan Reynolds maak ik de vergissing dat ik om iemand begin te geven”, luidt het vijfentwintig jaar later, en inderdaad wordt alras duidelijk dat er met betrekking tot Rain hooguit van romantiek, en zeker ook van seks, maar op geen enkele manier van wederzijdse liefde sprake is. Rain, een Chandler- iaanse femme fatale, gewetenloos, gevaarlijk en leugenachtig, blijkt niet alleen voor Clay hogelijk onweerstaanbaar, maar ook voor zijn uit Minder dan niks bekende ‘vrienden’ Rip en Julian, en dat is nog maar het topje van de ijsberg waarop Clay, die zich wel degelijk vergist heeft (“Wat me blijft intrigeren (...) is dat ze misschien bij mij niet acteert”) te pletter zal varen. Alles wordt inderdaad “alleen maar erger”, en langzaam maar zeker raakt hij gecorrumpeerd door het bedrog en het geweld waardoor hij zich omgeven ziet en moet hij zijn liefde loslaten. De gevolgen zijn verschrikkelijk, en Clay, die zich in Minder dan niks nog walgend afwendt terwijl zijn groepsgenoten gretig van een snuffmovie genieten, verzeilt ten slotte in een leefwereld die warempel aan die van Patrick Bateman uit American Psycho kan tippen.

Wie zou denken dat hiermee het verhaal accuraat is samengevat, heeft het, vergis je niet, bij het verkeerde eind. De figuranten is een labyrint van kronkelpaden en steegjes die niet zelden doodlopen, en waaruit de lezer net zo moeizaam wijs geraakt als Clay zelf. De waarschuwing die Clay halverwege het boek te horen krijgt uit de mond van Julian, lijkt dan ook niet enkel voor hém bedoeld: “Dit is geen script. (...) Het leidt nergens toe. Niet alle draadjes zullen bijeenkomen in het derde bedrijf.” Alsof Ellis over de hoofden van zijn personages heen te kennen wil geven dat hij geen literaire ‘niemendalletjes’ vervaardigt, maar koste wat het kost het echte leven uitbeelden wil, het van elke zin verstoken, bedreigende en slechts schijnbaar coherente, echte leven, op het einde waarvan de mens steevast met lege handen en ontgoocheld achterblijft. Net als de lezer nadat hij De figuranten dichtgeklapt heeft? Nee, dat is te scherp uitgedrukt, daarvoor toont Ellis zich in zijn nieuwe boek opnieuw te zeer een authentiek stilist van wereldformaat, die met schelle neonkleuren een aardedonkere, inktzwarte sfeer weet te scheppen, en daarenboven met een uniek humoristisch talent is begiftigd. Maar ook wel een schrijver, toch, die merkbaar blijft worstelen met het feit dat hij ooit met American Psycho een niet te evenaren hoogtepunt in de literatuur van de twintigste eeuw heeft afgeleverd.

De figuranten is het vervolg op Ellis’ debuutroman Minder dan niks uit 1985, en voor wie de twee boeken vandaag na elkaar leest, wordt al vrij snel duidelijk hoezeer de schrijver - en de wereld - sindsdien is veranderd. Geldt hetzelfde voor Clay, ik-figuur in de beide romans en inmiddels geen achttien meer, maar een jonge veertiger? Niet heus, al zijn er uiteraard verschillen tussen toen en nu. Terwijl hij in Minder dan niks vooral geportretteerd staat als een toeschouwer, bijvoorbeeld, die zich dwars door zijn apathie heen al met al soms verontwaardigd voelt wanneer zijn vrienden pakweg een twaalfjarig meisje sufdrogeren, op een bed vastbinden en om beurten verkrachten, lijkt het er in De figuranten op dat hij uiteindelijk ook zelf onontkoombaar is vergleden in de nietsontziende levensstijl van de anderen. Dat hij in de verfilming van Minder dan niks werd neergezet als een soort van ‘moreel kompas’ vindt hij dan ook onuitstaanbaar, geeft hij te kennen aan het begin van het boek, waarin overigens ook elk spoor van de wrang-nostalgische jeugdherinneringen uit Ellis’ debuut verdwenen is.

Toch blijkt de tiener die in Minder dan niks te bang was voor emotionele kwetsuren om tout court emoties toe te laten, laat staan om te geven om iemand, ook op latere leeftijd in wezen minder gevoelloos en cynisch te zijn dan hij zelf wel zou willen. Uiteindelijk komt het zelfs zo ver dat hij, voor de tweede keer op een rij nota bene, zeg maar een ‘wanhoopsdaad’ pleegt en zowaar van iemand begint te houden. Het zal zijn definitieve morele ondergang worden.

Bret Easton Ellis: de Quentin Tarantino van de amerikaanse literatuur

n Bij verschijning werd Minder dan niks vaak genoeg een jarentachtigversie van The Catcher in the Rye (1951) van J.D. Salinger genoemd, een vergelijking die goeddeels gebaseerd was op de jongerenthematiek van beide romans.

n Van fundamentele betekenis op Ellis’ schrijverschap is tevens de invloed geweest van Ernest Hemingway, en dan met name van diens lyrische, gedreven en toch kortaangebonden, zakelijke stijl, terwijl Ellis met Scott Fitzgerald gemeen heeft dat hij ons op ontluisterende wijze de minder paradijselijke kant van de Amerikaanse jetsetwereld toont. Aan William S. Burroughs doet Ellis soms denken door de druggy sfeer en uitgesproken obsceniteiten.

n Samen met Tama Janowitz en Jay McInerney, die debuteerde met Bright Lights, Big City, maakte Ellis in de jaren tachtig deel uit van de zogeheten ‘literaire Brat Pack’, een recensententerm die een frisse, nieuwe generatie Amerikaanse schrijvers wilde aanduiden. Met McInerney onderhoudt Ellis tot op heden een grillige haat-liefderelatie, wat tot uiting komt in het feit dat - en de wijze waarop - zij soms figureren in elkaars werk.

n Het sterkst, echter, is misschien wel Ellis’ verwantschap met filmregisseur Quentin Tarantino, met wie hij niet alleen een voorliefde deelt voor meer of minder marginale pulpgenres, de popcultuur en dialogen die voornamelijk bestaan uit slap doch oergeestig gelul, maar ook en vooral voor ultragestileerde geweldscènes die op de een of andere manier voor de lezer of kijker vermakelijker worden naarmate ze gruwelijker zijn.

Fragment uit ‘De figuranten’

“‘Is het weleens bij je opgekomen dat dit - jouw kleine inzinking - niet over haar gaat?’, zegt Rip. ‘Dat het misschien over jou gaat?’

‘Nee.’ Ik slik. ‘Dat is nooit bij me opgekomen.’

‘Luister, jij vormt niet de bedreiging’, zegt Rip. ‘Ze gebruikt jou alleen maar. Maar... ze vindt hem echt leuk.’ Rip zwijgt even. ‘Julian is het probleem.’

‘Het probleem? Waar heb je het over? Waarom is híj het probleem?’

‘Julian is het probleem’, zegt Rip, ‘omdat Rain ontkende dat ze iets met hem had tot ik erachter kwam dat ze afgelopen week die kleine vakantie in San Diego hebben gevierd.’

‘Ze zei tegen mij dat ze haar moeder ging opzoeken’, zeg ik. ‘Ze heeft me foto’s van haarzelf met haar moeder laten zien.’

Rip glimlacht gemaakt. ‘Zo zo, ze heeft nu dus een moeder? In San Diego? Lief.’ Maar nadat hij mijn reactie heeft bestudeerd, verdwijnt de glimlach.

‘De eerste keer dat ik erachter kwam dat ze samen waren, had ik informatie gekregen waar ze zich niet uit kon liegen, en ik liet het erbij omdat ze beloofde niet naar hem terug te gaan of iets met hem te doen, maar... deze keer... ik weet het gewoon niet.’

‘Wat weet je niet?’

‘Deze keer... weet ik niet of ik hem iets zal aandoen of niet.’ Rip zegt dit zo beminnelijk en met zo weinig dreiging dat het niet als een dreigement klinkt en ik begin te lachen.

‘Ik meen het serieus’, zegt Rip. ‘Dit is geen grap, Clay.’

‘Ik vind dat wel een beetje extreem.’

‘Dat komt omdat je waarschijnlijk erg gevoelig bent.’”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234