Dinsdag 16/08/2022

IJdele kameleon tussen fascisme en communisme

Curzio Malaparte, de meest omstreden Italiaanse schrijver van de vorige eeuw

Morgen is het 50 jaar geleden dat de Italiaan Curzio Malaparte in Rome overleed aan longkanker. Malaparte begon als een fanatiek fascist en eindigde als communist. Tussendoor was hij journalist en literator. Jarenlang werd de ijdele en behoorlijk foute Malaparte in intellectuele kringen afgedaan als een lege designschrijver. Maar nu beginnen ook de hogepriesters der literatuur de schrijver Malaparte te waarderen. Tenslotte kan een mens die door een geïrriteerde Benito Mussolini meer dan eens in de gevangenis werd gegooid niet geheel zonder merites zijn.

Door Raf Sauviller

Het is juni en de gillende drukte in de Marina Grande, de haven van het Italiaanse eiland Capri, slaat de welmenende bezoeker de moed in de schoenen. Als kwekkend pluimvee rollen golven Japanse en Amerikaanse toeristen over de kade, aangevoerd door meedogenloze gidsen met piekende paraplu's en in het wiel gezeten door luidkeelse taxichauffeurs, restaurantlokkers en booteigenaars op zoek naar een prooi. Een lange stroom mensen klimt in de funicolare, het steile bergtreintje, naar het dorp Capri, waar de toeristische massa zich op miserabele wijze te pletter loopt tegen de merkenwinkels. Maar als we langs de Via Matermània naar de oostkant van het eiland uitwijken, droogt de drukte op. In de richting van de Grotta di Massullo duikt het pad steil naar beneden en dan zijn er géén toeristen meer. Daar, op de Punta Massullo, een landtong aan de Cala del Fico, ligt het mooiste huis van de wereld: de Villa Malaparte, een meesterwerk van het Razionalismo italiano, de term waarmee in Italië alle architectonische evoluties worden omschreven die in de jaren twintig en dertig zijn gegroeid uit het futurisme.

Het huis van Curzio Malaparte is een rechthoekige, rode doos boven op een 32 meter boven het water uitstekende rotspunt, zo geplaatst dat de nietsvermoedende gebruiker van het langslopende steile pad het meteen van zijn beste kant te zien krijgt: de bovenkant, een theatrale trap die naar een plat tegeldak als een landingsbaan klimt, met daarop een krommende, witte muur in de vorm van een vleeshaak. Het huis en het bijbehorende zeezicht benemen de adem.

De huidige beheerders van het huis, de Fondazione Giorgio Ronchi in Florence, hadden het ons al laten weten. Geen denken aan om het huis binnen te geraken of het zelfs maar te benaderen. De Villa Malaparte mag een tijdlang niet worden bezocht, want ze is verhuurd aan een Duitse beeldhouwer, die bijzonder op zijn privacy is gesteld. We klimmen op de met prikkeldraad beveiligde poort die het domein van de villa afschermt. Een raam van de Casa Malaparte staat open. Een wit gordijn wappert in de wind. Onder de rots, in de Tyrrheense Zee, hobbelen de toeristenbootjes en de plezierjachten in een ononderbroken stroom voorbij.

Revolutionaire fascist

Curzio Malaparte was ooit de meest omstreden Italiaanse schrijver van de vorige eeuw. In 1898 werd hij in Prato, een stadje in Toscane in de buurt van Florence, geboren als Kurt Erich Suckert, de zoon van een Milanese moeder en een Duitse inwijkeling. Al heel vroeg in zijn leven gooide Kurt Erich zich op de politiek. Hij werd republikein met een mateloze bewondering voor de eenmakers van Italië: Giuseppe Garibaldi en Giuseppe Mazzini. In 1914 stapte Suckert zelfs als vrijwilliger in het legioen van Peppino Garibaldi, de kleinzoon van de grote Garibaldi, dat aan het Westelijk Front in Frankrijk tegen de Duitsers vocht, om zich even later te laten inlijven bij het Italiaanse leger, toen Italië besloot ook deel te nemen aan de Eerste Wereldoorlog. Suckert was toen zestien jaar.

In Frankrijk werd hij bestookt met Duits mosterdgas, dat zijn longen zwaar aantastte; hij zag er "duizenden jongemannen creperen" en werd er gedecoreerd voor "betoonde moed". De ijdele Italiaans-Duitse held vond zichzelf echter zo fris in zijn militaire uniform passen dat hij na de oorlog in het leger bleef. Een tijdlang was hij in België gestationeerd als adjudant van een Italiaanse generaal en uiteindelijk kreeg hij zelfs de leiding over de persdienst van de Vredesconferentie in Parijs. Daarna werd Suckert Italiaans cultureel attaché in Warschau. In Polen vocht hij een van zijn vele duels uit - hij overleefde er in totaal niet minder dan zestien - en maakte hij mee hoe het invasieleger van de toen nog jonge Sovjet-Unie Warschau bezette.

Terug in Italië trapte Suckert zijn journalistieke en literaire carrière op gang. Zijn eerste boek, Viva Caporetto!, gaf hij uit in eigen beheer. Viva vertelt het verhaal van de smadelijke nederlaag van het Italiaanse leger bij het Sloveense Kobarid en werd meteen van de markt gehaald vanwege zijn beledigende en antipatriottische karakter. Tegelijkertijd schoof Suckert de wat vermolmde republikeinen aan de kant en sloot zich aan bij de snel groeiende fascistische partij, de politieke macht van de jeugd, van de toekomst, waar hij zich in de revolutionaire hoek posteerde. In de daaropvolgende jaren zag het ernaar uit dat Suckert, die in 1922 deelnam aan de Mars op Rome, helemaal in de fascistische partij opging. Hij ondertekende het 'Manifest der Fascistische Intellectuelen' en begon het door Mussolini gefinancierde tijdschrift La conquista dello stato (De verovering van de staat), waarin hij polemieken voerde over het 'revolutionaire fascisme'.

Op zijn 27ste kon Suckert zichzelf al een geslaagd man noemen: succesrijk journalist, gerespecteerd schrijver en populair societyfiguur, die in hoog tempo dure feestjes met de Romeinse adel, duels en vrouwelijke veroveringen afwisselde. De fascistische partij had zich met al haar gewicht achter zijn carrière gezet en de dictator Mussolini zelf had grootste plannen voor Suckert, die ondertussen zijn Duitse naam had ingewisseld voor het Italiaanse Curzio Malaparte (Slechtekant), een woordspeling op Napoleon Bonaparte (Goedekant).

Malaparte werd beschouwd als een agressieve dandy, die geen geweld schuwde, en een schaamteloze arrivist, mateloos, excentriek, anticonformistisch, vitalistisch, exhibitionistisch en extreem in alles wat hij zei en deed. En daarom vertrouwde Il Duce zijn 'enfant terrible' niet echt. Hij vond hem veel te individualistisch en totaal oncontroleerbaar. Mussolini had gelijk. Malaparte blaatte niet mee in de lofkoren der fascistische onderknuppels die Il Duce en zijn daden geesteloos bezongen. Integendeel, in zijn boek Don Camaleo, romanzo di un camaleonte (Meneer Cameleo, roman van een kameleon) tekende Malaparte Mussolini zoals die was: geen, van een krachtige kaak voorzien man uit één stuk, maar een onbetrouwbaar opportunist, bereid tot elk compromis, bedrog of verraad. Begin jaren dertig werd de kritiek van Malaparte op Mussolini steeds scherper. Het in Parijs in 1931 uitgegeven boek Techniek van een staatsgreep en een zware aanrijding met de vooraanstaande fascist Italo Balbo, toen nog minister en een vriendje van Mussolini die hij van zelfverrijking beschuldigde, waren de druppels.

Techniek van een staatsgreep betekende een doorbraak voor de schrijver Malaparte in het buitenland - het boek werd zelfs door de hoogste sovjetbonzen met veel aandacht ontvangen en gelezen en vervolgens afgekraakt -, maar in Italië had de Grote Leider de buik vol van zijn wilde literaire pleegzoon. Techniek van een staatsgreep werd verboden en op zijn bevel werd Malaparte in 1933 een eerste keer opgesloten in de Romeinse gevangenis Regina Coeli, mee onder druk van de Duitse nazibaas Adolf Hitler. Die werd behoorlijk fors aangepakt in Techniek van een staatsgreep en liet daarom het boek in Duitsland in het openbaar verbranden. Hitler begreep ook in het geheel niet hoe Mussolini een figuur als Malaparte bleef dulden. Malaparte werd uit de partij geschopt en wegens "het ontwikkelen van antifascistische activiteiten in het buitenland en het beledigen van een minister in functie in het binnenland" tot vijf jaar verbanning naar het kleine en dun bevolkte Eolische eiland Lipari veroordeeld. Maar door de tussenkomst van zijn goede vriend Galeazzo Ciano, fascistisch minister van Buitenlandse Zaken en schoonzoon van Mussolini, zat Malaparte maar één jaar van zijn straf op Lipari uit. De rest bracht hij door op de mondaine eilanden Ischia en Capri.

Ondertussen bleef Malaparte boeken schrijven: Fughe in Prigione, Sangue, Donna come me... En de grote heren uit de Italiaanse krantenwereld bleven de pseudoballing discrete bezoekjes brengen en lieten hem onder schuilnamen publiceren in hun kranten. Maar Malaparte was nog niet van Mussolini af. Integendeel. Op basis van zijn in 1936 ingevoerde rassenwetten liet Il Duce controleren of de irritante Malaparte misschien geen Jood was. Toen dat niet het geval bleek te zijn, perkte hij de vrijheid van de schrijver opnieuw in. Malaparte mocht reizen op het Italiaanse grondgebied, maar hij mocht niet in de noordelijke grensgebieden voorbij Verona, Milaan en Turijn komen, en telkens als er hoog nazibezoek uit Duitsland arriveerde, werd Malaparte opgepakt en voor onbeperkte tijd vastgehouden, "bij wijze van voorzorgsmaatregel in verband met de openbare veiligheid".

"Zo heb ik lange dagen doorgebracht in het arrestantenlokaal, waar ik telkens weer mijn vroegere makkers uit de Regina Coeli tegenkwam, bijna allemaal oude republikeinen of jonge communisten uit de Romeinse wijken Testaccio en Trastevere", schreef Malaparte zelf in 1948 in een voorwoord op Techniek van een staatsgreep. "Zo verging het me zowel tijdens het bezoek van Hitler in mei 1938 als tijdens bezoeken van Göring, Himmler en Goebbels. Dat was de reden waarom ik mij, op aanraden van Galeazzo Ciano, op Capri vestigde, ver van Rome."

In 1938 bouwde Malaparte zijn huis op Capri met de 500.000 lire die hij als compensatie van de Italiaanse schrijversbond had gekregen. Het oorspronkelijke ontwerp was van de Italiaanse architect Adalberto Libera, een modernist die onder andere het Congressenpaleis had ontworpen in de EUR, het in de jaren dertig door Mussolini ontwikkelde prestigeproject Esposizione Universale di Roma in het zuiden van de Italiaanse hoofdstad bedoeld voor de Wereldtentoonstelling in 1942. Maar Malaparte was niet onder de indruk van de inspanningen van Libera en drukt zijn eigen bouwideeën door. Tenminste, dat beweerde Malaparte daarna zelf. Het huis is nu het favoriete object van liefhebbers en kenners zoals de Amerikaanse architect William McDonough, een van de bedenkers van het revolutionaire 'Cradle to cradle'-concept voor het beheren en in harmonie laten samengaan van het gebruik van energie, het produceren van consumptiegoederen en de natuur. In zijn boek A House Like Me laat hij een hoop artiesten lyrisch worden over het huis van Curzio Malaparte.

Zelf heeft Malaparte nooit veel van zijn huis kunnen genieten. Al in 1939 mocht hij van Mussolini naar Oost-Afrika vertrekken als oorlogscorrespondent voor de krant Corriere della sera, maar Il Duce gaf hem wel een bewaker mee, een politieman: "Dottore Conte, een serieus, oprecht en, voeg ik eraan toe, goedhartig man - iets waarmee ik mij gelukkig mag prijzen -, die mij op de hielen zat en tijdens die lange en vermoeiende tocht van meer dan 3.000 kilometer dwars door Ethiopië geen voetbreed van mij week... In het gezicht van Port Said, op de heenreis, en in het gezicht van Suez, op de terugreis, werd ik in een kajuit opgesloten en onder toezicht geplaatst totdat we het Suezkanaal uit waren en de volle zee bereikt hadden. Ik bezit de rapporten die dottore Conte op gezette tijden aan Mussolini stuurde om hem mijn onschuldigste woorden over te brieven..."

En in 1940 werd hij de Tweede Wereldoorlog in gesleurd als correspondent in Rusland, Duitsland en Finland. Dat leverde een schitterende reeks oorlogsverslagen op, met als hoogtepunt het uit 1944 stammende Kaputt. Daarin beschouwt Malaparte bijna emotieloos en vaak in beenharde beelden het rotte en kapotte Europa en rekent hij af met de betekenisloosheid der fascistische dictaturen en hun bedienaars. Toen Mussolini in 1943 opzij werd gezet en vervangen door een regering onder leiding van de fascist Pietro Badoglio keerde Malaparte terug naar Italië. Maar ook het regime van Badoglio had geen zin in Malaparte en opnieuw ging de schrijver de gevangenis in. Toen hij werd vrijgelaten, vluchtte hij naar zijn huis op Capri. Daar grepen de oprukkende Amerikanen hem op hun beurt bij het nekvel, waarna hij als vertaler en verbindingsofficier voor het Amerikaanse leger aan de slag ging. Zijn Amerikaanse belevenissen zou hij in 1949 in het boek La pelle (De huid) gieten, een relaas over de weinig stichtende bezigheden van het Amerikaanse leger in het losgeslagen Napels van na de oorlog en Malaparte's ultieme beeldenstorm: het boek der schandalen, godslasterend, amoreel, antipatriottisch. Uiteraard werd het meteen door het Vaticaan op de zogeheten index, de lijst van verboden boeken, gezet.

Daarna ging het alleen nog maar bergaf voor Curzio Malaparte. Ondanks het feit dat hij zich bij de communistische partij had aangesloten geraakte hij cultureel steeds meer geïsoleerd in het naoorlogse Italië, waar er geen plaats meer was voor ex-fascisten. Hij week uit naar Parijs, maar daar hadden zijn boeken en toneelstukken nauwelijks nog succes, op het boek Maledetti toscani, zijn laatste werk, na. In 1956 vertrok hij op zijn laatste reis, naar de Sovjet-Unie en de Chinese volksrepubliek op uitnodiging van de Russische schrijversbond en van de Chinese regering. Maar in Peking werd hij ziek en hij stierf in een ziekenhuis in Rome op 19 juli 1957. Nadat hij, wordt beweerd, opnieuw van kamp was gewisseld. De jezuïet Virginio Rotondi hield vol dat hij Malaparte op zijn doodsbed alsnog tot het katholicisme zou hebben bekeerd. Er waren echter geen getuigen die dat konden bevestigen. Wel zeker is dat hij zijn huis op Capri aan Mao Zedong had gedoneerd, maar daar stak zijn familie alsnog een stokje voor.

Antonio Gramsci, Italiaanse schrijver en politicus en medestichter van de Italiaanse communistische partij, omschreef Curzio Malaparte als "een man van een mateloze ijdelheid en een 'kameleontisch' snobisme, in staat, voor de eer en de glorie, tot eender welke smeerlapperij". Hoog tijd dus om aan Kaputt en La Pelle te beginnen.

De hervertaling van De huid (La pelle) van Curzio Malaparte verschijnt begin oktober in de reeks Oorlogsdomein van De Arbeiderspers.

Malaparte werd beschouwd als een agressieve dandy, die geen geweld schuwde, en een schaamteloze arrivist, mateloos, excentriek, anticonformistisch, vitalistisch, exhibitionistisch en extreem in alles wat hij zei en deed

Malaparte werd in 1933 een eerste keer opgesloten, mee onder druk van Hitler. Die werd behoorlijk fors aangepakt in 'Techniek van een staatsgreep' en liet daarom het boek in Duitsland in het openbaar verbrandenMalaparte bekeerde zich tot het communisme en vertrok in 1956 naar de Sovjet-Unie en de volksrepubliek China. Zijn prachtige huis op Capri, de Villa Malaparte, doneerde hij aan Mao Zedong

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234