Dinsdag 28/06/2022

'Ik ben geen superman'

Nieuwsgierigheid is het. Onzekerheid. 'En mezelf positioneren.' Zo trekt Carl De Keyzer (54) een rode draad door zijn werk als fotograaf. Heisa, zoals rond zijn foto's van de Vlaamse toeristische borden, verandert dat niet. Vergroot hooguit de twijfel. 'Ik aanvaard dat ik soms niet beter kan.'

Waar hij woont, zie je door het venster de herfst in Zuid-Frankrijk. Het heeft flink gewaaid. Alles is van de bomen. Dan opent hij de deur naar het terras: de trein van Gent naar Brussel rijdt voorbij. We zijn in Oost-Vlaanderen.

Bij de afspraak voor dit gesprek had hij gevraagd: "Moet het echt over die borden gaan?"

Niet alleen, maar op tafel ligt toch een papiertje. De fotograaf heeft nog even met het reclamebureau gebeld dat de opdracht van Toerisme Vlaanderen en minister Bourgeois (N-VA) binnenhaalde om 39 nieuwe toeristische borden te ontwerpen en dat aan Carl De Keyzer vroeg de foto's daarvoor te maken. Wat nadien volgde, was kritiek. Hoongelach. Bedragen in de pers: De Keyzer zou 160.000 euro gekregen hebben voor die opdracht. Toen zei een burgemeester: "Voor dat bedrag wenste Carl De Keyzer niet naar Koksijde terug te keren op het moment dat de zon wél scheen." En de vader van Veurne: "Er zit geen leven in de foto's, torens zijn maar half in beeld gebracht. Dit is een gemiste kans."

"Het is vervelend", zegt de fotograaf, aan tafel in zijn keuken. "Er worden opdrachten geannuleerd omdat de ronde gaat dat ik een geldwolf ben. Dat is niet zo. Die 160.000 euro klopt niet, daar heb ik een fractie van gekregen. Als ik alles uitreken, kom ik niet aan 500 euro per dag. Terwijl de prijs voor reclamefotografie makkelijk tot 1.500 euro gaat. En dan die reacties van sommige steden over de onderwerpen. De stadsbesturen hebben die wel zélf gekozen. Wat me opviel, is dat al die gemeentebesturen de kans kregen de foto's op voorhand te zien. Bijna allemaal stuurden ze hun kat. Pas toen het in de pers kwam, waren ze er plots."

Hij somt wat voorbeelden op. "Op sommige plaatsen ben ik zes keer teruggeweest. Naar Ieper, bijvoorbeeld. Op de Rodeberg moest ik de wijngaard, de téléphérique en het glooiende landschap in één beeld vangen. Dat blijkt niet te kunnen. Elders moesten er een wandelaar én een fiets in beeld. Drie uur gewacht, het mirakel voltrekt zich, maar er staat een kapelletje op: mocht niet. Het hield niet op."

Henri Cartier-Bresson

De fietser was, door de Flandria-reclame op zijn fiets, semiherkenbaar: afgekeurd. In Aalst fotografeert De Keyzer het belfort met het standbeeld van Dirk Martens op de voorgrond: mocht niet. Ook daar het carnaval. "Er was geen briefing. Ik probeerde ervoor te zorgen dat er geen nazi's, geen N-VA-verwijzingen en niet alleen Voil Jeanetten op stonden. Blijken ze alleen Voil Jeanetten te willen." Hij grimlacht: "Dat carnaval is maar één keer per jaar." In Ieper werden de foto's met sneeuw geweigerd, elders moesten er blaren aan de bomen hangen. "De deadline was eind juni, het heeft gesneeuwd tot april, pas in mei begon alles te bloeien."

"Kijk", zegt hij dan. "In De Standaard werd ik geciteerd: ik zou gezegd hebben dat ik 39 clichéfoto's gemaakt had. Dat klopt niet. Wel: het waren 39 foto's van clichés. Dat is helemaal iets anders. Een belfort fotograferen is geen cadeau. Maar heb ik daar nu spijt van? Neen. Het is de enige job die ik het voorbije jaar gedaan heb, ik had die ook nodig. Sommige mensen zeiden dat het 'gewoontjes' was. Misschien is dat wel zo. De foto's zijn het resultaat van de opgelegde spelregels. Ik aanvaard dat ik soms niet beter kan. Ik ben geen superman.

"Misschien had elke regio een eigen fotograaf moeten aanstellen. Iemand die het beter kon en vaker terug kon naar zijn belfort. Maar dan zou het een soep geweest zijn. Ik blijf het een goed idee vinden om met één fotograaf te werken. En met alle restricties die me opgelegd werden, vind ik het wel geslaagd. Er zit tenminste een lijn in, wat op zich al een prestatie is."

Dan zegt hij dat hij gelukkig sterk genoeg is. Dat hij kan overleven zonder al te veel externe factoren. En wie OdysSea zag, de film die Jimmy Kets over Carl De Keyzer maakte terwijl hij heel Europa doorkruiste voor Moments Before the Flood, weet dat iets altijd blijft: de drang om beelden te maken. "Dat stel ik nochtans net nu een beetje in vraag", zegt De Keyzer, eind van deze maand 55. "Dit is een raar moment. Ik was altijd met één ding bezig. En terwijl ik er al mee bezig was, had ik een volgend project in mijn hoofd. Dat is nu niet zo."

Zijn eerste grote fotoproject was India. "Ik kon niet tegen de warmte en de vochtigheid, ik had geen geld en werd er ziek. Toen ik thuiskwam, dacht ik: ik ga nooit meer op reis. Maar op dat moment had ik XYZ, een galerie (samen met onder meer Dirk Braeckman, RVP), en elk jaar gingen we naar Arles om daar fotografen voor XYZ te contacteren. Ik ben er iemand van de Amsterdamse uitgeverij Focus tegengekomen, die mijn foto's van India zag en die daar een boek wilde van maken. 'Maar je moet meer foto's hebben',zei hij. Dus moest ik nog eens terug. Het was alleen anders nu: het boek was het doel."

Terug naar die drang, al kun je net zo goed van 'dwang' spreken. Na India volgden Homo Sovieticus, dan God Inc. en onder meer nog Europa, Zona, Trinity, Congo en dus Moments Before the Flood. Maar daarvoor was er nog een boekje. Dat heette Oogspanning, in eigen beheer uitgegeven, vandaag noemt Carl De Keyzer het zijn 'afscheid van zijn academiejaren'. "Ook stilistisch. Ik was een grote fan van Henri Cartier-Bresson en anderen die met Leica werkten, maar stilaan vond ik dat die 35 mm-lenzen te weinig kwaliteit boden. Ik begon het werk van William Klein, Diane Arbus en Garry Winogrand te bewonderen en schakelde zelf van kleinbeeld naar grootbeeld over."

"Als ik ooit een retrospectief boek of een catalogue raisonnémaak, zouden er misschien geen foto's uit Oogspanning overblijven. Ik weet het niet. Ik weet ook niet in welke fase ik nu zit. Het begint te wegen hoor: zo'n tour d'Europe van 18 maanden (zoals hij deed met 'Moments Before the Flood', de hele Europese kustlijn af, 120.000 km gereden, RVP) zie ik me niet meer doen. Als ik iets doe, wordt het kleinschaliger. Daar heb ik eigenlijk altijd al naar gezocht, maar nooit gevonden. Ik heb ook altijd een jaar nodig om voldoende foto's te hebben. Ik ben jaloers op fotografen die snel werken. Ik moet ploeteren."

Met William Klein, binnenkort te zien in het Fotomuseum Amsterdam, en Garry Winogrand noemt hij twee voorbeelden. Tegenpolen uiteindelijk van Cartier-Bresson: "Zijn geometrie en gestileer vond Klein bijvoorbeeld maar niks. Bressonwas eigenlijk een schilder en tekenaar. Klein gooide zich in de massa. Zocht ook wel geometrie, maar was minder bezig met dat 'beslissende moment'." Idem voor Winogrand: "Klassieker in opbouw dan Klein, maar hij voegde er een persoonlijke kijk aan toe. Ik kan aan zijn beelden zien wat hij dacht toen hij afdrukte."

Zelf ontwikkelde hij dan zijn stijl. In een encyclopedie had hij gevonden dat de Ganges-vallei in India de drukstbevolkte regio ter wereld was, daar trok hij naartoe, hij wilde met die massa aan het werk. "Het fundament van mijn fotografie is dat er in mijn beelden ook oordeel en commentaar zit. Ik kan niet zomaar een plek fotograferen omwille van de esthetiek, de geometrie of het licht. Er moet een verhaal achter zitten."

"Ik ben gevoelig voor schoonheid, ook in de schilderkunst, maar ik zal me nooit aan bijvoorbeeld Velazquez wagen. De mindere goden die een tableau de guerreof een tableau d'histoireschilderen, met kastelen of stadhuizen, die boeien me meer. Ook in mijn werk probeer ik dat: ik gebruik de schoonheid tegen zichzelf."

In OdysSea zegt hij iets opmerkelijks: "Misschien was dit mijn laatste foto." Hij bedoelt het daar voor dat project. Maar bij uitbreiding sprak hij vorig jaar in een Nederlandse krant over écht stoppen.

Nu komt de fotograaf daar een beetje op terug. "Ik heb gewerkt rond communisme, religie, macht en oorlog, het gevangeniswezen en nu de natuur. Elk boek bracht een facet van mijn kijk op de wereld. Dat wilde ik wel altijd in een andere stijl doen. Misschien had ik, voor mijn marktwaarde, beter altijd dezelfde stijl aangehouden. Zoals Erwin Olaf doet. Of zoals mensen als Tuymans, Raveel en Borremans: zeer herkenbaar. (lacht)Mijn potentiële kopers moeten telkens slikken. Maar ik wilde dat wel.

"Die laatste foto, dat klopte. Sindsdien heb ik er, behalve voor die toeristische borden, geen meer gemaakt. Alleen van mijn hond of van de tuin. Dat kan ik. Ik ben gestopt met kijken. Dat is een opluchting en een bevrijding. Zonder idee of concept fotografeer ik niet meer. Ik probeer me ervan af te sluiten. Als je naar de Gentse Feesten gaat, kun je als Gentenaar, als toerist of als fotograaf gaan. Ik loop er nooit als fotograaf rond.

25 jaar Magnum

"Ondertussen twijfel ik weer, maar het probleem is je op te laden voor een groot project. Je weet: eens je een stap gezet hebt, ben je twee, drie jaar bezig." Toch staat in oktober volgend jaar, in opdracht van de stad Brugge, nog een project met David Van Reybrouck op het programma. Een dubbeltentoonstelling, een beetje zoals met zijn Congo-project: er komt een historisch boek met oude archieffoto's en als een van tien Magnum-fotografen zal hij 'iets doen' met de Eerste Wereldoorlog in zijn eigen land.

Magnum: sinds begin de jaren 90 is hij er lid van. Ook al deed hij er de laatste zes jaar niks meer voor. Straks toch 25 jaar. "Achteraf gezien, zou ik het misschien niet meer opnieuw doen", zegt hij. "Ik heb te laat beseft dat ik alleen sterker sta. Maar daarvoor gevraagd worden, is natuurlijk een eer. Je zou al enorm arrogant moeten zijn om dat te weigeren."

Hij zat er aan tafel bij Henri Cartier-Bresson, bij Sebastiao Salgado, bij Joseph Koudelka . "Er heerst natuurlijk een familiesfeer en dat proces werkt ook. Er was altijd een stimulans. Misschien had ik zonder Magnum toch minder boeken gemaakt. Dus misschien was het toch geen slecht idee."

Misschien. Natuurlijk had hij nooit meegemaakt wat hij nu kan vertellen. Hoe Cartier-Bresson de deur versperde toen Salgado na een vergadering Magnum wilde verlaten: Salgado bleef. Hoe Cartier-Bresson aan de vergadertafel kwam zitten bij de stemming of Microsoft-Corbis de archieven van het agentschap mocht kopen. "Een meerderheid wilde voor stemmen. Hij zei niks. Maar omdat hij er zat, stemde iedereen tegen."

Fotografen als Simon Norfolk en Guy Tillim beleefden bij Magnum hun Beatles-moment: ze werden geweigerd. Vandaag bewondert hij hen. Zoals hij met mooie ogen kijkt naar wat ex-studenten van het KASK, waar hij zelf deeltijds lesgeeft, nu doen: Bieke Depoorter (ook Magnum), Frederik Buyckx, Max Pinckers, Sanne De Wilde, An-Sofie Kesteleyn. "Ik viel wel steil achterover toen ik zag dat die gasten in hun derde jaar al zelf naar Colombia of Congo of Japan trekken. Wij vonden het al een hele ervaring als we een week naar Normandië konden."

Of fotografie, zijn fotografie, kunst is? "Ik voel me wel een kunstenaar. Ik sta ook aan de top. Maar het verschil zit in de prijzen. Mijn vriend Michaël Borremans kan een werk voor 800.000 euro verkopen, ik verkoop foto's voor 100 euro. Zelfs de prijzen voor de beste fotografen van de wereld staan niet in verhouding tot de grote namen in de hedendaagse kunst. Terwijl het minstens even moeilijk is. Moeilijker misschien. Je werkt met de werkelijkheid en met de tijd.

"Natuurlijk is fotografie gedevalueerd door het internet en om het echt te appreciëren, moet je een basis hebben. Er zijn altijd idioten die zeggen: dat kan ik ook. Maar kijk eens in een boek of ga naar een goede tentoonstelling. Dat maakt je respect toch groter. En ik heb iets tegen Instagram of Hipstamatic. Daarmee kan zelfs mijn moeder precies mooie foto's maken. Alleen lijkt dat allemaal maar mooi. Je moet dat doorprikken. Het zijn niet meer dan shortcuts waar ik een bloedhekel aan heb."

Bij het afscheid valt de naam van Nelson Mandela. Het is woensdag en alweer wordt over zijn naderende einde gepraat. "Ik fotografeerde hem ooit één keer, in Davos. Net voor zijn toespraak. We praatten niet. Hij was in gedachten helemaal bezig met zijn speech." Wel een mooie foto.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234