Maandag 24/01/2022

'Ik ben tweehonderd schilders'

Claus' beeldende oeuvre leest als een wandeling door de kunstgeschiedenis

Behalve schrijver en regisseur was Hugo Claus ook schilder. Hij had beelden nodig waar de woorden niet konden komen. In verf kon hij volkomen vrij zijn. Elk van zijn schilderijen was door een andere schilder gemaakt, vond hij zelf.

door Eric Rinckhout

Hugo Claus schilderde tussen 1947 en 2004, maar soms waren er grote tussenpozen. In tegenstelling tot zijn gedichten gaf hij geen enkele tekening of schilderij een titel of een jaartal. Evolutie, periodes en stijlen hadden geen belang, het leek alsof zijn hele oeuvre ontstaan was uit één creatieve oerknal.

Hij schilderde snel, ongeduldig en meesterlijk. Dat bleek eind 2004 in het overzicht Woordenloos in galerie De Zwarte Panter in Antwerpen, waar 250 werken op papier te zien waren. En september 2005 in het retrospectief Souvenir, dat het Cobra Museum in Amstelveen met tweehonderd werken opzette.

De meester begon te schilderen in de context van Cobra. "In de Cobrastijl zat weinig belemmering en dat vooral moet Claus hebben aangesproken", zei curator en criticus Rudi Fuchs in 2005 in De Morgen. Aan Cobra en zijn verblijf in Parijs begin jaren vijftig hield Claus vriendschappen over met onder anderen Pierre Alechinsky, Corneille, Karel Appel en Jan Cox. "Claus liet als beeldend kunstenaar een grilligheid toe in zijn verbeelding die een 'echte' schilder nooit zou toestaan", zei Fuchs nog. "Als hij schildert, denkt hij niet aan Velázquez. In zijn poëzie daarentegen denkt hij aan tweeduizend jaar dichtkunst, aan Vergilius en Dante - dat zijn zijn collega's."

Toch leest het beeldende oeuvre van Hugo Claus als een wandeling door de kunstgeschiedenis. Ook als schilder kende hij zijn klassieken: Rembrandt en Munch, Jawlensky en Sisley, Raveel en Cox. Zijn werk getuigt van een caleidoscopische creativiteit. Een stijl, één stijl, streefde hij niet na: "Ik ben tweehonderd schilders", zei hij in september 2005 bij een ontmoeting in het Cobra Museum. "Elk schilderij is door een andere schilder gemaakt. Het zoeken naar een eigen stijl is armoedig. Ik kopieer niet. Ik gebruik."

Claus schilderde op de verrassendste plekken. Zo maakte hij kleine aquarellen terwijl hij in 1989 bezig was met de filmopnames van Sacrament. "Ik had mijn schildersdoosje bij me", aldus de meester. "Als je goed kijkt, zul je acteurs herkennen zoals Jan Decleir. Ja, ik liet ze poseren."

Als schilderende schrijver bevond Claus zich in het selecte gezelschap van andere dubbeltalenten als Strindberg, Lucebert, Günter Grass en natuurlijk William Blake. "Al die kunstenaars zijn beroemder als dichter dan als tekenaar of schilder", zei Rudi Fuchs. "Hun eerste verbeelding is literair, poëtisch. Claus heeft eigenlijk van het begin af gelijktijdig geschreven, getekend en geplakt - hij maakte ook veel collages. Hij heeft behoefte aan kleur, ook in zijn gedichten."

Volgens Fuchs zitten de grote thema's bij Claus in zijn poëzie. "De poëzie is de kern van zijn verbeelding. Tekeningen zijn aantekeningen. En aanvullingen. Zijn beeldende werk is heel los - net zoals Claus zijn sjaal drapeert - het is grillig en wispelturig. Zijn echte oeuvre zijn de gedichten, de tekeningen zijn guirlandes die daartussen slingeren."

De dichter en de beeldenmaker waren hoe dan ook onlosmakelijk met elkaar verbonden. "De tekeningen van Claus worden door zijn poëzie gedragen", zei Fuchs daarover. "Door de kieren van de poëzie persen de beelden zich naar buiten." Toch relativeerde Hugo Claus dat zelf enigszins: "Wat ik schilder, sluit niet aan bij wat ik op dat moment schrijf. Het moet iets anders zijn."

Hugo Claus moet een enorme productie hebben gehad. Toen galeriehouder Adriaan Raemdonck in 2004 de tentoonstelling in De Zwarte Panter voorbereidde, ging hij Claus opzoeken in Frankrijk. "Ik was platgeslagen door de hoeveelheid. Wat die man allemaal gedaan heeft in zijn leven! Zo'n kwaliteit! Ook voor Claus zelf was de expositie een verrassing. Hij was zelf onder de indruk van wat hij in al die tijd gemaakt heeft." Nochtans is Claus altijd zeer kritisch voor zichzelf gebleven: van de tien gemaakte schilderijen hield hij er, naar eigen zeggen, jaren later hooguit twee over.

Nog in december 2005 stond Hugo Claus in diezelfde ZwartePanter aan de schilderstafel samen met Jan Decleir en Fred Bervoets. De drie bevriende kunstenaars maakten samen twintig schilderijen op papier voor de tentoonstelling Driekleur. Het waren drie speelse honden, elk werk was een samenspel van drie handen en drie stemmen, een samenzwering. De ene hand sloot aan op een lijn, een beweging, een kleur van de vorige hand en gaf er een eigenzinnige draai aan. "In de aanwezigheid van Fred en Hugo heb ik me vaak een keukenhulpje gevoeld", zei Jan Decleir toen in deze krant. "Een erg bevoorrecht hulpje. Het was een enorm plezier voor mij en tegelijk een enorme les in nederigheid. Als ik hen beiden bezig zag en hoorde praten over schilderkunst, techniek en de meesters die zij bewonderen, dan kon ik alleen erg bescheiden zijn."

Hugo Claus:

Het zoeken naar een eigen stijl is armoedig. Ik kopieer niet. Ik gebruik

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234