Zaterdag 01/10/2022

'Ik ken niets van mode'

Anna Wintour, Suzy Menkes, Anna Dello Russo: het kruim van de modejournalistiek zat weer op de eerste rij bij de show van Dries Van Noten tijdens de afgelopen Fashion Week in Parijs. Zijn de Antwerpse modeontwerpers nu wereldberoemd, dan moesten ze ooit geld vinden om hun eerste collecties te financieren. En dan klopten ze steevast aan bij Erik Van Den Eynden, BBL-kantoordirecteur. 'Dries Van Noten was voor mij gewoon een klant die een kmo wilde beginnen.'

Het succesverhaal begon vrij banaal: een klant die zijn bank binnenstapt en vraagt om een lening. Op een dag, begin jaren negentig, trok Dries Van Noten naar zijn bank met een voorstel om zijn volgende collectie te financieren. Van Noten had al enkele collecties achter de rug, maar wilde zijn eerste show in Parijs organiseren. Het kantoor dat hij binnenging, was een filiaal van de toenmalige BBL, waar Erik Van Den Eynden directeur was. Of ze hem konden helpen met zijn toekomstplannen, vroeg hij. Van Den Eynden kende niets van mode, zou een Van Beirendonck niet hebben kunnen onderscheiden van een Yamamoto, maar wist wel iets af van geld en financiering. "Voor mij was Dries Van Noten gewoon een klant die een kmo wilde beginnen."

Die dag werd de basis gelegd van een relatie die jaren zou duren. Als Van Noten bij Van Den Eynden zat, werd er niet gesproken over de zachtheid van stoffen of de kleuren van een print. Daar had Van Den Eynden niets aan. De gesprekken waren misschien minder artistiek, maar niet minder creatief: er moesten businessmodellen komen en de mogelijkheid om die te financieren. Van Den Eynden: "Natuurlijk konden we niet zomaar een krediet geven aan een ontwerper. We moesten zien of we een structuur konden opzetten die aan hun behoeften voldeed en die tegelijk banktechnisch aanvaardbaar was. Er moest een bedrijfslogica achter zitten. We moesten immers een collectie voorfinancieren, tot en met de show in Parijs. Het was het moment dat het succes van Van Noten echt begon. Dan moet je aan groeifinanciering doen. En dat is vaak moeilijk. Je moet weten dat zijn eerste collecties vooral een zaak waren vanfriends, family and fools: naasten die hem financieel hielpen. Maar eens dat alles een hogere vlucht neemt, moet je het hele bedrijf laten meegroeien."

Aanvaardbaar risico

Begin jaren negentig stond Dries Van Noten al bekend als lid van de Antwerp Six, met ook nog Ann Demeulemeester, Marina Yee, Dirk Van Saene, Dirk Bikkembergs en Walter Van Beirendonck. Ze hadden enige internationale bekendheid na shows in Groot-Brittannië en voor modekenners was al duidelijk dat hen een grote toekomst te wachten stond. Als bankier had hij iets meer houvast nodig, zegt Van Den Eynden. "Ik zou nooit hebben kunnen voorspellen of een modeontwerp goed zou verkopen of niet. Ik wilde mij eerst wat inwerken in die wereld."

Van Den Eynden trok met Dries Van Noten mee naar Parijs. Om te zien wat dat zo allemaal inhield, die modescene. Om te leren hoe een ontwerper een show gaf en achteraf een collectie probeerde te verkopen. Het was, zo geeft hij toe, een heel andere wereld. Bloedmooie mannequins die overal rondliepen, vreemde vogels uitgedost in nog vreemdere kleren, modejournalisten die als goden werden bejegend. "Ik zag Suzy Menkes daar dan zitten en begreep al snel dat als zij iets goed vond, iedereen het goed vond", lacht Van Den Eynden. "En dat er dan ook veel volk naar de showroom in Parijs kwam. Pas in de showroom kon je zien wat de voorverkoop zou opleveren. We spreken over stukken die misschien wel besteld werden, maar pas een jaar later in de winkels zouden komen. En voor de ontwerpers hun geld kregen, was je dan al snel een jaar verder."

De showroom stroomde vol, er heerste opwinding over het nieuwe talent en zelfs het luxewarenhuis Barneys was geïnteresseerd. Van Den Eynden was overtuigd, zelfs al was het klimaat niet helemaal gunstig. De textielsector in België klauterde nog maar pas uit een dieptepunt, geholpen door het textielplan van de Belgische overheid. Investeren in Belgische mode was niet zonder risico, ook al was er intussen het Instituut voor Textiel en Confectie (ITCB) opgericht en de slogan 'Mode, Dit is Belgisch' gelanceerd. "Het was een aanvaardbaar risico", stelt Van Den Eynden. "Zolang de ontwerpers maar konden uitleggen hoe zij dachten hun businessmodel te doen draaien en zolang wij dat konden inpassen binnen onze kredietpolitiek. Ik zag potentieel."

Mondreclame zorgde ervoor dat Van Den Eynden tot zijn grote verbazing langzaam maar zeker bankier werd van de Antwerpse modewereld. En hij zag ook hoe al die talenten Parijs veroverden. Suzy Menkes pende epistels vol lof neer, de bestellingen stroomden binnen. Na Van Noten druppelden ook anderen van de Antwerpse modescene binnen in het BBL-kantoor. Walter Van Beirendonck, bijvoorbeeld. En generatiegenoot Martin Margiela. Ook de volgende generaties volgden snel, met onder meer Veronique Branquinho. Van Den Eyden: "Linda Loppa, destijds directrice van de Antwerpse modeacademie, belde mij dan en zei: Erik, ik heb hier nog een toptalent voor jou. En dat was dan Raf Simons (nu creatief directeur bij Dior, AE)."

Creatievelingen houden zich zelden graag bezig met de zakelijke kant van hun bedrijf. De ontwerpers omringden zich vaak wel met de juiste mensen, maar zelf konden ze best ook wat les in zaken gebruiken, vond Van Den Eynden. "We nodigden hen dan uit om bij ons op de bank, op het departement internationale handel, te leren welke betalingssystemen ze konden vragen aan klanten en hoe ze dat in een contract moesten documenteren. We hebben hen moeten begeleiden en leren dat het na de modeshow niet mocht blijven bij een vage belofte van iemand die riep dat hij iets zou kopen zonder dat er getekende documenten aan te pas kwamen. Aan- en verkopen moesten gebeuren met creditnota's. Die discipline hebben wij hen toch wel aangeleerd, ja."

Mooie herinneringen

Het waren de gouden jaren, vertelt de bankier. Een unieke beweging die vanuit Antwerpen de wereld veroverde. "Ik ben blij dat ik dat heb meegemaakt. Voor die mensen was het belangrijk om een bankier te hebben waarmee ze snel konden terugschakelen. Ze waren heel dankbaar ook voor wat wij deden. Daaraan terugdenken doet deugd in deze tijden (lacht)."

Vijf jaar lang volgde Van Den Eynden de Antwerpse Zes en de volgende generatie van nabij. Daarna hield hij ze nog vanop afstand in de gaten, als lid van het kredietcomité van de bank. Eind jaren negentig werd BBL opgekocht door ING en verhuisde hij naar het hoofdkantoor in Brussel, waar hij intussen Head of Midcorporates & Institutionals is.

Met mode heeft hij tegenwoordig niet veel te maken, zegt hij. En een modefanaat is hij ook nooit geworden. "Ik zou niet eens weten te zeggen welke kleren ik mooi vond en welke ontwerper ik de beste achtte. Ik ben maar een gewone bankier, hè. Een klassieke ook, geef mij maar gewone kleren. Destijds kwamen ze wel eens vriendelijk zeggen: kijk, dit zou u fantastisch staan. En dan zag ik het kledingstuk in kwestie hangen en dacht ik bij mezelf: tsss, toch maar niet doen. Een gewoon kostuum, dat volstaat."

Of hij trots is dat hij grotendeels zorgde voor het succes van de modeontwerpers uit Antwerpen? Misschien was er wel geen succes geweest als het BBL-kantoor een andere directeur had gehad? "Ach, dat zijn zo van die conditionele vragen. We hebben samen alleszins mooie dingen kunnen doen (lacht). Later, aan mijn kleinkinderen, zal ik natuurlijk zonder schroom vertellen dat ik de man was die die modeontwerpers heeft groot gemaakt."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234