Dinsdag 27/09/2022

‘Ik kende één Belg: Raymond Goethals’

Ja, Zulte Waregem - Anderlecht van vanavond is een speciale afspraak voor de Franse assistkoning van Essevee. “Een mooie herinnering”, dat sowieso. “Vorig seizoen was Anderlecht thuis mijn eerste wedstrijd hier.” Meteen goed voor een klinkende uitslag, en een voorbode voor wat nog allemaal zou komen. “4-0. En een assist voor mij. Iedereen blij.” Zulte Waregem werd later mede dankzij het wandelende altruïsme Berrier een echte giant killer. Net daarom is de timing van dat debuut zo vreemd. Zulte Waregem - Anderlecht werd niet gespeeld op de eerste speeldag. Nee, het was wedstrijd nummer acht. Oktober was al voor de helft gepasseerd. Berrier was nochtans netjes op tijd gearriveerd in Waregem, en hij was ook fit. En toch liet coach Dury hem op de bank. Berrier: “De trainer kende me niet. Er was een aanpassingsperiode nodig. Ik moest iedereen leren kennen, en de trainer mij. Uiteindelijk kreeg ik het vertrouwen, met succes.”Nee, de relatie tussen Dury en Berrier was in die eerste maanden van vorig seizoen niet optimaal. Dat hoef je zelfs niet tussen de lijntjes te lezen. “Er was geen speciale relatie. De eerste maanden waren moeilijk. Het is aan de speler om zich aan te passen. Er zijn veel coaches die op die manier werken. Dury zei niets. Ook een beetje logisch, het seizoen voordien hadden ze het uitstekend gedaan, dus er was geen reden om veel te veranderen.” Anderlecht kwam op tijd, misschien wel net op tijd. Berrier: “Ik gaf mezelf op dat moment zes maanden. Was er niets veranderd voor januari, dan was ik vertrokken. Dat is zeker. Maar voor de wedstrijd tegen Anderlecht zei Dury me dan dat het aan mij was om me te bewijzen. En dat heb ik gedaan.”Ja, er is achteraf nog wat over die eerste maanden gepraat. Uitvoerig zelfs, dat doen Dury en zijn Franse spelmaker nu wel vaker. “De coach heeft een beetje spijt dat hij tijd met me heeft verloren. Vandaag denkt hij misschien een beetje anders over jongens die hier arriveren. Hij praat wat meer met hen. Nu, hij gaat niet alles veranderen. Hij blijft dezelfde coach. Nu, ondertussen hebben we echt een goeie band. Hij geeft me nu meer de rol van leider. Hij praat ook met mij over de tactiek. Hij verwacht veel van mij. Perfect. De resultaten vallen voorlopig nog wat tegen, maar dat komt zeker in orde...” Typische uitspraak. Berrier lijkt niet de man die snel van zijn melk te brengen is. Er is ondertussen al wat gebeurd in zijn leven. Hij komt van ver. Van heel ver eigenlijk.

Te klein, te tenger

Het voetbalverhaal van Berrier begon zoals zo vaak. Als dromende knul. “Mijn vader speelde, ik ging altijd kijken. In mijn jeugdjaren was Marseille de top: ‘90, ‘91. Die ploeg deed me dromen. Ik kende in die tijd één Belg: Raymond Goethals... Mijn eerste cadeau was een bal, mijn hele leven heeft er altijd omheen gedraaid. Ik ging al op mijn vijfde bij een club spelen, in Argentan, mijn dorp. Op mijn dertiende kon ik aan het Centre de Formation van Rennes beginnen. Er waren nog mogelijkheden, maar Rennes was echt wel de beste keuze.” Tot daar het droomverhaal, want zo vlotjes bleef het niet lopen. “Het voetbal was geen probleem, maar op school lukte het maar niet. En de twee moeten samen gaan, of je mag niet blijven. Na twee jaar was het afgelopen.”Slechte leerling, dus. Of niet? Patrick Rampillon, al jaren het hoofd van het Centre in Rennes, had onlangs in Sport/Voetbalmagazine een andere uitleg klaar. Berrier was “te klein, te tenger”. “School was niet echt zijn ding, maar dat zien wij wel eens door de vingers als er op het veld wordt gepresteerd.” Berrier reageert verbaasd. “Dat verhaal heb ik nog niet gehoord. Hij heeft me bij zich geroepen en heeft me verteld dat het aan mijn studies lag. Mogelijk zegt hij nu dat het daar aan lag, tja.” Hoe dan ook, Berrier mocht terug naar huis. “Ik speelde nog een seizoen bij Argentan en vertrok toen naar Caen. Uiteindelijk ben ik daar bijna zes jaar gebleven. Ik kreeg er een profcontract, en speelde in totaal zes wedstrijden in Ligue 1. Maar mijn contract werd niet verlengd. Ik was twintig. Het dieptepunt. Drie maanden lang moest ik gaan doppen. Augustus, september, oktober. Moeilijk.”De Fransman wordt niet echt vrolijk als hij over die periode begint. “Je weet niet wat je de hele dagen moet doen. Ik ging trainen, hele dagen lopen. Je wordt er depressief van. Drie maanden lang ben je op zoek, leef je in chaos. Nu, ik ben een optimist. Ik wist dat ik iets zou vinden, alleen wist ik totaal niet waar of wanneer. Ik kon ook niet naar een interimbureau zoals andere werklozen. Daar vinden ze geen club voor je. Het was een moeilijke periode, maar mislukkingen helpen je vooruit. Die drie maanden hebben me hier gebracht.”Op een dag kwam het telefoontje waar Berrier op zat te wachten. “Hallo, met Bruno Roux hier”, klonk het aan de andere kant van de lijn. De coach die hem nog kende van zijn periode bij Caen, haalde hem naar Beauvais, een club van lager niveau. Hij speelde er twee seizoenen, en verhuisde toen naar Cannes. Een derdeklasser. Hij deed het goed. “Een paar Franse clubs waren geïnteresseerd, maar hij koos voor een andere optie. In januari 2007 had de telefoon van Berrier nog eens gerinkeld. “Hallo, met Eddy Mestdagh hier.” Een Belg, zowaar.

Zulte Waregem, niet Kortrijk

Mestdagh was een scout die op dat moment voor Kortrijk werkte. “Hij vroeg ik interesse had om om naar België te komen, zonder daarbij te zeggen naar welke club. Ik dacht ‘waarom niet?’. We hielden contact en in mei of juni zei hij me dat Zulte Waregem geïnteresseerd was.” Inderdaad, Zulte Waregem en niet Kortrijk. Mestdagh was in de maanden dat hij contact hield met Berrier van werkgever veranderd. En zo liepen ze bij Kortrijk dus de Fransman mis, iets waar je ze daar maar beter niet te vaak aan herinnert. “Ik weet dat daar een flinke rel over is geweest, maar dat heb ik pas twee, drie maanden later gehoord. “Nu, voor mij was het uiteindelijk eender waar ik zou tekenen, bij Kortrijk of bij Zulte Waregem. Ik kende geen van beide. Maar ik heb er uiteindelijk geen spijt van dat ik hier ben terechtgekomen. Dit lijkt me een iets gezondere club, met wat hogere ambities.”Niet dat Berrier van plan is mee te groeien met Essevee. Het mag sneller, maar ook niet te snel. Deze zomer waren Standard, Racing Genk en FC Keulen geïnteresseerd, maar Berrier tekende bij tot 2013. “Standard, dat was om de groep te vervolledigen. Ik zou niet veel spelen, zeker niet in het begin. Kijk maar naar Collet en Mbuyi-Mutombo. Met de andere clubs is het niets geworden omdat er nooit een akkoord is gevonden tussen hen en Zulte Waregem. Racing Genk was heel geïnteresseerd, maar het is niets geworden... Ik heb hier uiteindelijk bijgetekend, maar we hebben een duidelijke afspraak gemaakt. Volgend jaar wil ik vertrekken. Dat is zeker. En wie weet, kom ik wel bij en van die drie clubs terecht die je daarnet vernoemde. Ze zijn geïnteresseerd en volgen mij.”Een terugkeer naar de Franse Ligue 1 is geen optie. “Ik denk niet dat ik me daar kan ontwikkelen zoals hier. In Frankrijk staan de defensies meestal behoorlijk laag. De balletjes die ik graag geef, kan je daar niet versturen. Hier, in Duitsland, in Nederland en in Spanje is er veel meer ruimte om te voetballen. Die vier competities interesseren me enorm.” Open, aanvallend voetbal over de grond, zodat hij af en toe eens een balletje tussen twee verdedigers kan duwen. Daar leeft Berrier duidelijk voor. “Ik zit nu toch al een jaar of zes, zeven seizoen op rij aan 12 à 13 assists per jaar. Meer dan tien goals maak ik normaal niet. Het is een instinct, denk ik. Ik probeer ook altijd mijn aanvallers te begrijpen. Daarom praat ik er ook veel mee. Je hebt altijd wat tijd nodig, maar eens ik doorheb waar ze lopen, waar ze een bal willen, hoe ze precies reageren, dan loopt het vanzelf.”

De stempel van de dop

Het succes van Berrier heeft Zulte Waregem geïnspireerd om nog meer de Franse markt af te schuimen. Met Chevalier lijken ze alvast een nieuw goudhaantje in huis te hebben gehaald. Volgens Berrier is het alvast geen toeval dat hij het zo snel zo goed doet. “Wij Fransen zijn gevormd. Hier heb je geen Centres de Formation. In Frankrijk word je als voetballer op je dertiende bij de hand genomen door mensen die veel van voetbal kennen, en ook van opleiden. Als je 20 à 21 bent, ben je een afgewerkt product. Dat is hier helemaal anders, jullie hebben meer tijd nodig. Aan de jongens die af en toe aansluiten bij het A-elftal zie je dat ze een beetje verloren lopen. Ze voelen het spel niet aan. De individuele techniek is geen probleem, maar ze weten nog niet goed wanneer ze een bepaalde inspanning moeten doen en wanneer niet, hoe ze zwakke punten moeten uitbuiten, ritme. Ze gaan altijd maar voluit, dat gaat niet. Dat hou je geen negentig minuten vol.”Berrier wil voor de jonge gasten van Essevee gerust een voorbeeld zijn. “Het is aan ons, meer ervaren spelers, om hen op het juiste spoor te zetten”, meent de Fransman. En wie dat wil, kan onderweg ook wat levenswijsheid krijgen. “Vroeger was ik nonchalant op training. Ik kwam bijvoorbeeld ook altijd maar net op tijd aan. Die drie maanden aan de dop hebben me doen beseffen wat ik echt wil. Ik ben professioneler geworden. Nu neem in mijn rust, ik kom wat vroeger naar de club, ik vertrek nooit als eerste, en ik ga misschien nog één keer per jaar uit.” De levenswandel langs de lagere regionen van het Franse voetbal, en het stempellokaal, plus de voornaam hebben Berrier alvast een vergelijking met een Franse voetbalgod opgeleverd. Ribéry zat ooit zo diep dat hij eraan dacht om te stoppen. Zover is het bij Berrier nooit gekomen. “Dat nooit!”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234