Vrijdag 12/08/2022

'Ik wil het gezicht van de oorlog tonen'

Irak is en blijft de hel, relativeert Rudi Vranckx de optimistische berichten uit de VS eerder deze week. Het is er niet veiliger op geworden en zeker niet voor journalisten. Sinds het begin van de oorlog zijn er al meer dan tweehonderd journalisten en mediamedewerkers omgekomen. In deze getuigenis vertelt de Kuifje van de VRT-nieuwsdienst over de risico's van het vak, zijn angsten en ervaringen met de dood. Een voorpublicatie uit het boek Grote jongens huilen niet van journalist Peter-Jan Bogaert.

Door Peter-Jan Bogaert / Foto Stephan Vanfleteren

'Ik heb nog geen testament opgemaakt, nee. Dat is het lot te veel tarten, zo luidt mijn naïeve excuus. Als ik mijn laatste wil op papier zou zetten, dan móét er wel iets gebeuren met mij. Maar wellicht doe ik het niet omdat mijn eigen dood zo uit mijn blikveld blijft.

"Ik heb al veel geluk gehad, dat besef ik. In Roemenië, mijn eerste grote buitenlandse opdracht, had het al afgelopen kunnen zijn. Ik was er om de val van Ceausescu te verslaan in 1989. Het was geen bevrijdingsfeest zoals voorspeld, maar wel een en al chaos. Mijn VTM-collega Danny Huwé was op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Het had mij evengoed kunnen overkomen. Ik hoorde plots het geluid van een kogel die naast me zoefde. Tsjik. Zodra je dat geluid hoort, kun je niet veel meer doen. Je hebt dan geluk. Of net niet.

"Later in Kosovo was er ook zo'n moment. Het was het einde van de oorlog, de Serviërs waren aan het verliezen en trokken zich terug. Plots stootten we op een groepje dronken en verbaal agressieve Servische militairen. Mijn tolk werd lijkbleek, want hij verstond wat ze bazelden. Ik eerst niet. Een van hen hield een handgranaat in zijn hand en zei dat hij zichzelf en ons zou opblazen. Hij was zelf doodsbang. We begonnen op hem in te praten, te smeken zelfs, tot andere militairen hem overmeesterden. Later hoorden we dat Duitse journalisten een paar kilometer verderop hetzelfde hadden meegemaakt. Met dat verschil dat zij het niet meer konden navertellen. Hebben wij meer gesmeekt dan zij? Waren de militairen minder dronken? Of net te dronken? We zullen het nooit weten. In Congo ben ik ooit in handen gevallen van een groep kindsoldaten. Ik was na de avondklok toch nog de straat opgegaan. Stom, natuurlijk. Maar ook hier was het geluk aan mijn zijde en ze lieten me ongedeerd gaan.

"Het is geluk, zeker? Maar ook wel ervaring en het leren inschatten van risico's. Een mengeling van die factoren zorgt ervoor dat ik altijd veilig en wel thuiskom. Alles wat je zelf onder controle kunt houden, moet je maximaal beheersen. Ik zeg altijd: als je Russische roulette speelt, doe het dan met één kogel op honderd, en niet met één kogel op zeven.

"In Irak weet ik vooraf altijd goed met wie ik praat, waar ik dat doe en hoelang dat zal duren. We blijven nooit langer dan twintig minuten op dezelfde plaats. We filmen enkel in gemengde sjiitisch-soennitische wijken. Dat ze nog gemengd zijn, wil zeggen dat er geen doodseskaders opereren die uit zijn op etnische zuivering. Anders waren delen van de wijk al uitgemoord of zouden de mensen er op de vlucht zijn geslagen. Ik regel ook altijd zelf mijn vervoer via tussenpersonen die ik vertrouw, tenzij het niet anders kan. Als je in de luchthaven van Bagdad aankomt met een ploeg van drie mensen en honderd kilogram aan bagage en materiaal, moet je daar wel zien weg te geraken. En dan neem ik een taxi, zoals iedereen dat zou doen. En als je dan pech hebt...

"Maar als het gebeurt, dan gebeurt het. Insjallah. Je kunt altijd wel getroffen worden door een raketinslag, een zelfmoordaanslag of een verloren kogel. Wat kun je daaraan doen? Ik trek me dat echt niet aan. Dat is ook de reden waarom ik nooit naar een schuilkelder vlucht als het luchtalarm afgaat in Israël. Dan kun je wel vier keer per nacht uit je bed kruipen. En hoe groot is de kans dat die raket net op je hotel valt? Tja, één keer is er een bom gevallen op het restaurant van de kibboets waar we verbleven. Aan de overkant van de straat. Niets aan de hand, want wij waren ongedeerd en de kans dat het nog eens zou gebeuren, was heel klein.

"Natuurlijk ervaar ik angst in dergelijke situaties. Wie dat niet heeft, liegt of is helemaal zotgedraaid. Angst werkt wel niet verlammend voor me. Ik ben dan heel geconcentreerd, heel gefocust. Ik ervaar dan dat alles rondom mij trager verloopt, terwijl ik zelf mijn snelheid van handelen en denken behoud.

"Ik hoor wel eens verhalen van collega's die het soms moeilijk hebben, ook al hangen ze 's avonds de cynische macho uit aan de bar van het hotel. Sommigen kampen achteraf met posttraumatische stress of hebben drank en drugs nodig om zich recht te kunnen houden in het gewone leven. Met mij gaat alles nog goed, dank u, maar de menselijke gevolgen van het werken in oorlogsgebied worden inderdaad wel eens onderschat.

"Of het nu net de oorzaak is van mijn werk of het gevolg ervan, weet ik niet, maar in ieder geval is een klassiek gezinsleven niets voor mij. Getrouwd zijn, kinderen en een job van negen tot vijf: nee, dat zou bij mij niet werken. Ik wil mijn werk intensief en volledig kunnen beleven. Aan een bureautje zitten en er af en toe eens op uit mogen trekken, dat wil ik niet. Het is alles of niets. Ik heb geen zittend gat. Ik kan niet stilzitten. Dat zeiden mijn moeder en mijn grootmoeder altijd. Maar het is meer dan dat. Ik heb ook geen zittende ziel. Ik kan het moreel niet altijd verdedigen, maar ik ben als journalist vaak opgewonden bij nieuwe ontwikkelingen of plotse gebeurtenissen. De kick van het nieuwe trekt me aan. Als het te lang stil blijft, voel ik me onrustig worden en moet ik weg. Of bereid ik nieuwe grote projecten voor. Momenteel probeer ik bijvoorbeeld om in de beruchte kerncentrales van Iran te geraken.

"Kuifje is een van mijn helden. De journalist die vrij en ongebonden van het ene avontuur naar het andere stapt. Hoewel, Kuifje lijkt me zo'n seksloos universeel wezen. Ik ben veel menselijker (lacht). Kuifje speelde ook altijd zelf mee, koos partij. Dat kan een journalist zich niet permitteren, ik waak er altijd heel erg over dat ik niet op partijdigheid betrapt kan worden. In de verhalen van Kuifje was het ook altijd duidelijk wie nu de slechteriken waren en waarom. In een oorlog is dat zeker niet altijd gemakkelijk te achterhalen.

"Ik wil het gezicht van de oorlog tonen. Dat is mijn journalistieke drijfveer. Vaak zijn onschuldige burgers die niets met het initiële conflict te maken hebben, de grootste slachtoffers. Mijn reportages zullen de wereld niet veranderen, ik ben niet zo'n dromer dat ik dat geloof. Maar misschien heb ik hier en daar wat impact op de publieke opinie, bijvoorbeeld over de oorlog in Irak. De grondstroom in Vlaanderen was al kritisch en ik vermoed dat door mijn berichtgeving die houding nog versterkt is. Maar dat blijft allemaal heel bescheiden en het is niet mijn primaire opdracht. Die is en blijft journalistiek bedrijven.

"Je kunt de waanzin van de oorlog tonen, de verschillende kanten van het verhaal belichten en vertellen over de woede en de pijn van slachtoffers zonder meteen in partijdigheid te vervallen. Ik schuw geen emoties in mijn werk. Ik vertaal wat gebeurt in woord en beeld en empathie is daarbij heel belangrijk.

"Ik kan heel goed het kantelmoment voor mijzelf duiden op dat vlak. Het was augustus 1999 en een enorme aardbeving had Turkije getroffen. Overal lagen er huizen in puin, de balans was heel zwaar: zeker vijftienduizend doden. In diezelfde periode lag mijn grootmoeder op sterven in een Leuvens ziekenhuis. Ik holde van Turkije naar Leuven, en terug. Ik kan me niet meer precies herinneren waar ik wanneer was, die twee verhalen zijn voor mij zo in elkaar verstrengeld. Ik heb toen ook een nacht bij haar sterfbed gewaakt. Het was heel vreemd, ik koesterde mijn grootmoeder heel erg. Zij heeft me voor een groot stuk opgevoed. De dood was toen heel concreet en heel dicht bij mij. Na dat persoonlijk heel moeilijke moment ben ik meer emoties in mijn werk gaan steken. Het was alsof er een filter weggevallen was. Ik toon nu meer boosheid en opstandigheid en zeg al eens dat het een echte schande is.

"Ik heb dus geen eelt op mijn ziel, geen cynisme. Integendeel, nog meer dan vroeger ben ik gedreven. En zoek ik ook de schoonheid op. De rust. Ik kan niet meer tegen lawaai, tegen mensen die ruzie maken. Niet toevallig heb ik na die periode ook een vakantiehuisje gekocht in Umbrië. Totaal verlaten, in totale rust. Pure schoonheid. Wellicht om al het donkere dat ik in mijn werk tegenkom, te compenseren.

"De dood is een essentieel onderdeel van een oorlog en ik heb ze al in veel variaties gezien. Van een man in Roemenië die hoog in een bouwkraan doodgeschoten werd tot massagraven in Rwanda. Het kan misschien cru klinken, maar lijken op zich doen me niet veel. Alsof de ziel er echt uit is. Ik word meer getroffen door het leed dat de dood veroorzaakt bij wie verweesd achterblijft.

"Hét beeld van de dood is voor mij de stroom Koerdische vluchtelingen die over de bergen trokken, opgejaagd door de troepen van Saddam Hoessein. We schrijven 1991, na de eerste Golfoorlog. De Koerden gingen in het verzet nadat de Amerikanen de Irakezen uit Koeweit hadden verdreven, maar het Iraakse regime sloeg keihard terug. De vervolging kostte heel veel mensenlevens. Het was bitter koud - en ik kan echt niet tegen koude - en elke nacht opnieuw stierven er mensen van koude en ontbering. Niet door kogels of door aanslagen, dat klopt. Maar dat noem ik ook een direct gevolg van een oorlog: mensen die de dood worden ingejaagd. Toen ik de stroom vluchtelingen aanschouwde, zij schamel gekleed, ik met mijn dikke winterjas aan, voelde ik dat het aantal doden niet langer zomaar een statistisch gegeven was, maar dat het een concreet gezicht kreeg.

"Een journalist die geconfronteerd wordt met mensen in problemen staat altijd voor een moreel dilemma. Moet je zelf helpen of moet je je beperken tot je eigenlijke opdracht: verslag uitbrengen? Je kunt je geweten sussen door je werk goed te doen, je neemt je verantwoordelijkheid door de wereld - of bescheidener: Vlaanderen - op de hoogte te brengen van wat er gebeurt. En als je dan toch helpt, heeft het dan zin om er één iemand uit te kiezen, terwijl er zoveel anderen in de shit zitten?

"Die vraag is voor mij onlangs plots heel concreet geworden. Jassim, mijn fikser in Irak, die voor me vertaalde, contacten legde en veel andere dingen voor me regelde, vroeg me om hulp. Hij voelde zich bedreigd. Niet persoonlijk, maar hij voelde zich als sjiiet en als medewerker van een buitenlands tv-station niet veilig in een Bagdad waar angst, terreur en wraak heersten. Hij wou weg, maar ik kon hem niet direct helpen. Ik deel geen visa uit, zo simpel is het niet. We hebben er samen over gepraat. Vluchten via mensensmokkelaars was een optie, maar dat kostte veel geld: zo'n 12.000 euro per persoon. Dat betekende 60.000 euro voor zijn gezin. Dat geld had ik niet en bovendien heb ik principiële bezwaren tegen geld voor de maffia. Houd het nog even vol, heb ik hem gezegd. En ondertussen steunde ik zijn gezin financieel. Wij betaalden hem goed en privé schreef ik zelf geld over voor het onderwijs van zijn kinderen. Een klein duiveltje in mij fluisterde achteraf dat die situatie ook voor mij het beste was: zo kon ik in Bagdad in de beste omstandigheden blijven werken.

"Maar het heeft niet mogen zijn. Plots kreeg ik het bericht dat Jassim vermoord was. Ik was er kapot van. Zestig kogels werden op hem afgevuurd. Een bewuste afrekening? Was hij op de verkeerde plaats op het verkeerde moment? Ik vraag het me nog altijd af. Had ik meer moeten doen? Heb ik zelf verkeerd gehandeld? Heb ik mijn verantwoordelijkheid niet genomen? Het zijn vragen die lang door mijn hoofd zijn blijven spoken.

"Ja, ik had schuldgevoelens. Toen mijn andere fikser Ibrahim persoonlijk bedreigd werd, heb ik niet lang getwijfeld. Ik moest en zou hem helpen. Voor hem en zijn familie, en zeker ook voor Jassim. Na lang aandringen konden we in Syrië een visum voor hem bemachtigen. Hij is Bagdad kunnen ontvluchten met zijn gezin en leeft nu in België, waar hij politiek asiel heeft aangevraagd. Zijn kinderen lopen hier school en door een persoonlijke actie heb ik in totaal 20.000 euro opgehaald. Geld dat naar zijn familie gaat en naar de familie van Jassim, die in Irak is gebleven.

"Zijn vlucht heb ik deels gefilmd, dat is journalistiek relevant als voorbeeld van hoe het verder moet met Iraakse vluchtelingen. Ik heb de vraag gekregen om zijn nieuwe leven in België nu ook te filmen, maar dat ga ik niet doen. Dan wordt de belangenvermenging te groot. Als journalist moet ik nu weer afstand nemen. Ik heb de vraag gekregen om ook voor andere vluchtelingen acties op touw te zetten, maar ook dat doe ik niet. Ik ben geen ngo. Ik ben een journalist. Als mens blijf ik staan achter wat ik gedaan heb en ik zou hetzelfde opnieuw doen. Ik schaam me niet voor mijn emoties. Dat is de reden waarom ik absoluut terug wou naar Irak. Omdat de dood te dicht op mijn huid zat, maar ook omdat ik wou bewijzen dat ik na de emotionele periode met Jassim en Ibrahim nog in staat was om mijn journalistieke werk te doen. Noem het koppigheid, noem het gedrevenheid, noem het een vlucht. In ieder geval zijn er genoeg journalistieke verhalen te vertellen uit die regio. En het risico neem ik erbij. Onderschat ik het? Overschat mijn omgeving het? Ik weet het niet.

"Maar als het dan toch zover moet komen, dan liever plots en in één keer. Ik gruw van fysieke pijn of van marteling. Nee, dan liever: boenk, pats en gedaan. Mijn journalistieke erfenis dan? Dat ik op een keerpunt van de geschiedenis toch geprobeerd heb om het gezicht van de oorlog te tonen. Voor mij moeten ze geen Fonds Rudi Vranckx oprichten. Als ze dan toch iets willen doen: dat ze mij dan al die flessen champagne geven die mijn bazen mij ooit hebben beloofd voor mijn werk. Liever nu, nu ik nog leef, dan mij achteraf te bejubelen. Dan heb ik er zelf ook iets aan (lacht)."

Het boek Grote jongens huilen niet - diepgaande gesprekken met mannen over de grote thema's van het leven - ligt vanaf vandaag in de winkel. 173 pagina's. Uitgeverij Van Halewyck. 17,50 euro.

Ik heb geen eelt op mijn ziel, geen cynisme. Nog meer dan vroeger ben ik gedreven. En zoek ik ook de schoonheid op. De rust. Ik kan niet meer tegen lawaai, tegen mensen die ruzie maken.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234