Dinsdag 28/06/2022

'Ik wist niet dat de Kwaremont zo mooi was'

"Niet op letten, ik zwans nogal graag", voegde Eddy Planckaert er na zijn zoveelste grol enigszins overbodig aan toe. Tussen het gezwans door was hij echter wel de perfecte gids doorheen de Vlaamse Ardennen. Eddy Planckaert, winnaar van de Ronde van Vlaanderen in 1988, wees op kasseien en greppels en betonnen verlichtingspalen, herontdekte plekjes zoals hij ze nooit had gezien, "zonder twintig motards voor u en een camera op uw kloten", en legde ons uit hoe en waar een renner de tweede mooiste klassieker ter wereld wint. "De mooiste, dat blijft Parijs-Roubaix. Op die stenen geraakte ik steeds weer in trance, niks meer voelen of horen, niet meer nadenken, mediteren op de fiets eigenlijk. Dan kom je aan in Roubaix en ligt je gat open en doen je handen vreselijk pijn en heb je minstens twee dagen nodig om te recupereren. Maar die geestestoestand die ik op de kasseien had, die is niet te beschrijven."

De Ronde komt op de twee plaats, zegt Planckaert, maar de Litouwse houthandelaar is er niet minder lyrisch en kleurrijk over wanneer hij zijn heldendaden van weleer beschrijft in café De Palet, terwijl we een serieuze boterham met hesp en paté voorgeschoteld krijgen.

De Palet ligt op de top van de Oude Kwaremont, tussen de eigenlijke klim en het zware stuk vals plat. Planckaert ontdekt het café, ontdekt het bergje, ontdekt het kerkplein. "Ik wist niet dat de Oude Kwaremont zou mooi was", zegt hij. Planckaert kwam er namelijk nooit trainen. "En toch was dit mijn berg. De Bosberg is van Van Hooydonck, Tenbosse is van Museeuw, deze hier is van mij. Er waren er geen vijf ter wereld die hier rapper op geraakten dan ik. Wat Vandenbroucke deed in de E3-Prijs, dat deed ik vroeger ook. Ze moesten er allemaal af."

"Op weg naar de Kwaremont zijn we echte zotten", lacht hij. "Die spurt voor de beste plaatsen is echt gekkenwerk. Sommigen wringen zich beneden op de hoek tussen een verlichtingspaal en een huis. Maar in de honderden meters dat je op dat smal baantje voor de klim zit, kan je wel even recupereren, daar kan niemand je nog passeren."

Planckaert leidt ons naar de Patersberg, de Taaienberg, Tenbosse, de Muur... Vooral over de Muur kan hij niet zwijgen. "Een foltering is dat, daar zijn geen woorden voor. Je hebt al zo'n eind gereden, en dan moet je die Muur op. Eerst de Kloosterstraat (eigenlijk Abdijstraat, maar in wielerjargon nog steeds Kloosterstraat, red). Je moet een haakse bocht naar links nemen, en dan sta je echt voor een muur. Verschrikkelijk is dat. Wanneer je naar die bocht raast, voel je je echt niet goed. Je weet namelijk dat op de Muur iedereen alles geeft, iedereen koerst daar alsof de streep boven ligt. Je wil er niet tonen dat je slecht zit, maar je kan net zo goed denken dat je goed zit, en er toch afgereden worden." Zoals Planckaert zelf overkwam in '86, toen de Canadees Bauer hem loste. "Terwijl het net andersom had moeten zijn."

De laatste bocht van de eigenlijke Muur is de zwaarste. "Daar moet je goed doorheen, en daar kan je meteen twintig meter pakken. Maar dan kom je boven, en in plaats van rechtdoor te rijden zoals in al die andere wedstrijden, sturen die smeerlappen je nog eens rond de kapel. Wel, daarboven ben je dood." Planckaert gaat erbij liggen, languit op de stenen. "Dat heb ik nu altijd al eens willen doen, zie."

Uit de kapel komt een groep bejaarde bedevaarders. Een fan: "Ik 'n è hier nog Magni zien bovenkomen. Moar gij woart hier uuk altijd bij d'ieste." Een andere fan: "Est gij Eddy? Joat, 't es Eddy. Loat mij ne kier goe kijken. Ge ziet er schuunder uit in 't echt dan op den televisie." Planckaert de volksheld, zoals wielrenners in het algemeen wel zijn, zeker in vergelijking met voetballers. "Ach, bij madammekes van vijftigplus heb ik altijd veel succes gehad", lacht Planckaert.

Hier op de Muur wordt de wedstrijd beslist, zegt Planckaert, hoewel de schifting al eerder is gebeurd. "Vanaf de Kwaremont rust je nog nauwelijks. En er mag ook niets gebeuren, want tot in Brakel kan er op die smalle baantjes geen sportbestuurder bij. Je moet tussen al die hellingetjes, met al dat draaien en keren en remmen en optrekken, en het ontwijken van al die kak op de weg, ook nog kunnen eten, terwijl je eigenlijk geen tijd hebt. Zo was Jalabert een paar jaar geleden de beste van het hele nest, maar kreeg hij plots een patat van de honger. Ook dat is de Ronde: geconcentreerd rijden, veel meer dan in Dwars door België of Harelbeke of al die andere wedstrijden die hier gereden worden."

Planckaert, die nog nauwelijks in het wielermilieu zegt te komen, gokt op Museeuw voor zondag. Of misschien ook niet. Misschien was het allemaal wel gezwans. Jo Planckaert zei in een interview in de recentste Humo dat hij graag een kaarsje mag branden in de grot van Bachte-Maria-Leerne, "een ritueel dat ik van nonkel Eddy heb overgenomen". Dinsdag, boven op de Muur van Geraardsbergen, op drie meter van de kapel, vroegen we nonkel Eddy of er zo van die typische rennerskapelletjes zijn, waar coureurs voor een grote koers een kaars gaan branden. Eddy Planckaert: "Ik weet het niet. Misschien dat er renners zijn die bijgelovig zijn, maar ik heb het nooit gedaan."

Hij heeft in elk geval wel de Ronde van Vlaanderen gewonnen, én Parijs-Roubaix, twee van de zwaarste klassiekers, terwijl hij toch ook als spurter door het leven ging. "Elke spurter kan de Ronde winnen. Het is een wedstrijd voor kwakkers, mensen die geen schrik hebben van wringen en duwen en trekken." En van kloppen als 't moet. "Op Tenbosse heb ik eens een renner een tand uit geslagen. Hij had me doen vallen. Niet opzettelijk wellicht, maar in de koers mag je je niet laten doen. Toen ik weer bij de groep was, ben ik naast hem gaan rijden en heb ik hem een klop op zijn kop gegeven. Zijn tand zat door zijn onderlip. Ik heb dat maar één keer gedaan. (grijns) Of toch maar één keer op die dag..."

taaienberg, km 221. 'Vroeger was die veel spectaculairder. Nu ligt alles mooi effen, maar toen vormden de kasseien een rug in het midden, en dan moest je daarop rijden, zeker als het regende. Je mag dan niet riskeren in de greppel te rijden, waar het nat ligt, want zodra je dan op een kassei komt, kan je wegglijden.'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234