Donderdag 29/09/2022

GetuigenisIlse Gijsbrechts

Ilse Gijsbrechts is al 7 jaar alleenstaande pleegmoeder: ‘Toen ik hoorde dat de zusjes uit elkaar zouden worden gehaald, heb ik de pleegzorg gebeld’

Ilse Gijsbrechts: ‘Uiteraard doe je dit ook uit naastenliefde. Maar ik doe het ook voor mezelf: omdat het ­verrijkend is en leuk.’
 Beeld Wouter Maeckelberghe
Ilse Gijsbrechts: ‘Uiteraard doe je dit ook uit naastenliefde. Maar ik doe het ook voor mezelf: omdat het ­verrijkend is en leuk.’Beeld Wouter Maeckelberghe

Ze wilde heel graag een kind, maar vond voor haar veertigste niet de juiste partner. Vandaag is Ilse Gijsbrechts (51) uit Brecht al zeven jaar alleenstaande pleegmoeder van twee zusjes.

Eline Bergmans

Als ze met zijn drieën thuis zijn, spelen Annelien (12) en Charlotte (11) het liefst gezelschapsspelletjes met hun pleegmoeder. Voor de foto halen ze een stapel dozen uit de kast die ze uitstallen op hun bureau.

“Wat zijn het er veel”, zegt Ilse Gijsbrechts als er steeds meer dozen worden uitgehaald. “Het ligt aan mij. Ik verwen hen. Ik denk dat dat komt omdat hun moeilijke start vaak onbewust door mijn hoofd spookt.”

Annelien en Charlotte zijn schuilnamen: de identificatie van minderjarigen die onder een maatregel van de jeugdrechtbank vallen, is verboden. De ouders zijn verstandelijk beperkt, maar omwille van hun kwetsbare situatie geven we geen verdere details over het hoe en waarom van de plaatsing van de kinderen.

“Ik leerde de meisjes op school kennen”, vertelt Ilse Gijsbrechts, die als onderwijzeres werkt. “Ze verbleven eerst in een voorziening, maar toen Annelien in de derde kleuterklas zat, vernamen we op school dat de kinderen in een pleeggezin zouden worden geplaatst. Elk apart, omdat een gezin waar ze samen konden worden opgevangen, onvindbaar bleek. Toen ik hoorde dat ze gescheiden zouden worden, brak mijn hart.”

Koudwatervrees

Ilse Gijsbrechts, op dat moment 44 jaar, speelde al een hele tijd met het idee om zich ­kandidaat te stellen als pleegouder, maar had nooit de stap gezet. “Ik heb altijd kinderen gewild”, vertelt Gijsbrechts. “Maar omdat ik niet de juiste partner vond, is het er nooit van gekomen. Als ik voor mijn veertigste geen mama zou zijn, zou ik pleegouder worden. Dat heb ik altijd tegen mezelf gezegd. Maar iets hield me tegen.”

De zusjes brachten haar droom over pleegzorg weer naar de voorgrond. “Ik heb in mijn job altijd een zwak gehad voor kinderen met een rugzakje. De kinderen die alle kansen krijgen, raken er wel. Maar voor kinderen in armoede, voor kinderen met een achterstand of kinderen uit de bijzondere jeugdzorg heb ik altijd dat tikje meer willen doen. Ik vond het zo erg dat de zusjes uit elkaar zouden worden gehaald, dat ik diezelfde avond nog naar pleegzorg heb gebeld om me kandidaat te stellen om hen op te vangen.”

Het was op een vrijdag, de dag voor de krokusvakantie, zeven en een half jaar geleden. Ilse Gijsbrechts zou die week naar Zwitserland gaan, op bezoek bij vrienden. “Onderweg kreeg ik koudwatervrees. Had ik hier wel goed genoeg over nagedacht? Mijn vriendin in Zwitserland was de eerste die ik vertelde dat ik me kandidaat had gesteld om twee meisjes op te vangen. Zij reageerde gelukkig heel enthou­siast.”

Er volgde een maatschappelijk onderzoek, de onderwijzeres ging een paar keer op bezoek bij de meisjes in de voorziening waar ze verbleven, en daarna volgden er bezoekjes bij haar thuis om aan elkaar te wennen. In de zomervakantie zouden de kinderen definitief komen. “Het was superspannend”, vertelt de onderwijzeres. “Ik moest me nog helemaal organiseren: een kinderkamer installeren, kleren voorzien.”

Half juli gingen Annelien en Charlotte nog met de leefgroep op kamp. De bedoeling was dat Gijsbrechts hen na die week zou ophalen en mee naar huis zou nemen. “Maar halverwege het kamp kreeg ik telefoon: Charlotte was ziek. Of ik haar meteen kon komen halen.”

De meisjes, op dat moment vier en bijna zes jaar, herinneren zich nog weinig van dat moment. “Ik vond het kamp niet zo fijn”, zegt Charlotte. “Iemand had in mijn buik gebeten. Ik was blij dat ik naar moeke kon.”

“En ik had een pop bij”, zegt Annelien. “Die staat nog altijd in mijn kamer.”

Ilse Gijsbrechts met Annelien (12) en Charlotte (11). Beeld Wouter Maeckelberghe
Ilse Gijsbrechts met Annelien (12) en Charlotte (11).Beeld Wouter Maeckelberghe

Het eerste jaar dat ze bij Ilse Gijsbrechts woonden, hadden de kinderen regelmatig contact met hun ouders. “We zagen elkaar in een lokaal van pleegzorg om elkaars privacy niet te veel te verstoren”, vertelt Ilse Gijsbrechts. “Maar het werd hoe langer hoe meer een opgave. De kinderen begonnen op te zien tegen die bezoekjes. ’s Ochtends moest ik hen oppeppen om te vertrekken en achteraf moesten ze er soms dagen van bekomen. Op aangeven van de kinderen bij de jeugdconsulent, zijn de bezoeken stopgezet.”

De jeugdrechter stemde in. Maar hoewel het op vraag van de kinderen was, voelde Ilse Gijsbrechts zich niet goed bij de situatie. “Ik had het gevoel dat ik hun ouders van hen afnam. Dat wilde ik niet: wat er ook in het verleden gebeurd is, de band met ouders is onbreekbaar. En ik wilde ook vermijden dat de meisjes mij op een bepaald moment zouden verwijten dat ze geen contact meer hadden met hun ouders.”

In overleg met de jeugdrechter werden de bezoekjes opnieuw opgestart. Vandaag gaan ze maandelijks met zijn vijven uit eten. “Dat is iets waar ik me zelf ook goed bij voel”, zegt de onderwijzeres. “Uiteraard doe je dit uit naastenliefde. Maar ik doe het ook voor mezelf: omdat het verrijkend is en leuk.”

Vandaag is Charlotte 11 jaar oud. Ze gaat naar het dorpsschooltje. Annelien is 12 jaar en heeft het zesde leerjaar in het buitengewoon onderwijs afgerond. In september start ze in het beroepsonderwijs, waar ze verzorging gaat volgen. “Ik heb ervoor gevochten om haar te laten starten in het regulier onderwijs”, zegt hun pleegmoeder. “Ik wil dat de meisjes alle kansen krijgen. Toch kan ik niet alles goedmaken. Als pleegouder heb ik moeten leren om bepaalde ideaalbeelden los te laten. Het is niet omdat ik hun alle liefde van de wereld geef, dat ik het verleden kan uitwissen.”

Bezorgd over puberteit

Eerlijkheid is een van de belangrijkste principes in het gezin. “Als de kinderen vragen hebben, probeer ik die zo eerlijk mogelijk te beantwoorden. Maar ook tegenover de buitenwereld stel ik hen doorgaans eerst voor als pleegkinderen − zo is het, en dat is duidelijk −, waarna ik ze consequent ‘mijn kinderen’ noem. Zo voelt het immers ook.”

Annelien en Charlotte noemen Ilse hun ‘moeke’. Daar ging wat onderhandelen aan vooraf. “De meisjes wilden mij op een bepaald moment ‘mama’ noemen”, vertelt Ilse Gijsbrechts. “Ik vond dat niet kunnen: ik ben hun mama niet. Ik wilde wel mama-Ilse zijn, maar dat zagen zij niet zitten. Het werd moeke, zoals ik mijn moeder noem.”

Vanwege de beperking van de ouders is de kans klein dat de meisjes nog naar hen zullen teruggaan. “Maar je bent daar uiteraard nooit zeker van”, zegt de onderwijzeres. “Ik probeer er niet te veel over na te denken. Laatst vroeg een vriendin me of ik niet bang ben dat ze op hun achttiende de deur zullen dichttrekken. Dat kan, ik ben me daarvan bewust, maar anderzijds geldt dat voor alle kinderen.”

“Ik ben wel wat bezorgd over de puberteit die eraan komt”, vervolgt ze. “Bij pleegkinderen kan dat hevig zijn, dat weet ik van andere pleegouders. Maar we slaan ons er wel door.”

Verlangt ze nog naar een partner in haar leven, die dan eventueel de rol van pleegvader zou kunnen opnemen?

“Ik sta open voor liefde in mijn leven”, zegt Ilse Gijsbrechts. “Ik besef dat ik het moeilijker heb gemaakt nu er twee pleegkinderen bij mij zijn. Maar daar kan ik mee leven: het is met hen of het is niet. Als iemand me graag genoeg ziet, zal hij de kinderen er wel bijnemen.”

(*) Annelien en Charlotte zijn schuilnamen.

Vormen jullie ook een atypisch gezin en willen jullie daarover getuigen? Mail naar eline.bergmans@demorgen.be.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234