Donderdag 27/01/2022

'In Bombay is alles mogelijk'

'Bombay is niet alleen onze economische en industriële hoofdstad, het is ook onze misdaadhoofdstad. En dat heeft alles met Bollywood te maken'

'Bombay is de meest dynamische stad van het land waar de hedendaagse samenlevingsproblemen het scherpst tot uiting komen. De rijkdom is er enorm, maar de armoede is er ook schrijnend'

Vikram Chandra schrijft magistraal misdaadepos

'Het maakt niet uit waar een Indische schrijver woont', zegt hij onomwonden, 'waar je over schrijft, dat is van belang.' Als puntje bij paaltje komt, blijkt Vikram Chandra echter een van de weinige Indische auteurs te zijn die nog stek houden in hun geboorteland. In zijn roman Godenspelen verklaart hij onverbloemd zijn liefde aan de stad Bombay. 'Er is geen tweede plaats in India die onze lokale versie van de American dream zo sterk uitstraalt.'

Door Marnix Verplancke

Vikram Seth woont in Salisbury, Rohinton Mistry heeft in Canada zijn heil gezocht, Salman Rushdie verdeelt zijn tijd tussen Londen en New York, de stad waar ook Amitav Ghosh zijn boeken schrijft. Chandra daarentegen woont in Mumbai - of Bombay zoals hij halsstarrig zegt, de grootste en levendigste stad van India en als we van zijn nieuwe deurstopper van een roman mogen uitgaan, is hij ook niet van plan er ooit weg te gaan. Godenspelen is immers een bijna duizend pagina's dikke liefdesverklaring aan Mumbai, "in sickness and in health, in good times and in bad, in joy as well as in sorrow, till death do us part".

Centraal in dit wereldomvattende epos staat Sartadzj Singh, een politieman die, ook al wil hij best eens een oogje dichtknijpen in ruil voor een dikke envelop, toch het beste voorheeft met zijn stadsgenoten. Hij wil de misdaad binnen de perken houden en beleeft zijn moment de gloire wanneer hij een telefoontje krijgt met de mededeling dat de illustere maffiabaas Ganesj Gaitonde zich in een tot nucleaire bunker versterkt modernistisch huis bevindt. Hij trekt er naartoe met een hele politiemacht en een bulldozer en weet uiteindelijk binnen te raken in wat het zenuwcentrum van Gaitondes criminele imperium schijnt, maar de vogel blijkt gevlogen. Niet letterlijk, zijn lichaam ligt immers op het schakelbord van zijn informatiecentrale, maar hij heeft zelfmoord gepleegd alvorens Singh hem kon arresteren. In alternerende hoofdstukken gaat de detective op zoek naar de reden van Gaitondes schijnbare overgave en vertelt deze gestorven gangster het relaas van zijn leven, en hoe hij van waardeloos straatschoffie opgroeide tot een van de beruchtste en meest meedogenloze misdadigers van India, daarbij een prachtig portret gevend van de interne keuken van zijn land en zijn geboortestad, en dat is natuurlijk Mumbai, de navel van Chandra's wereld. "Bombay is de stad waar ik het grootste deel van mijn leven heb gewoond", verklaart de schrijver zijn fascinatie. "Als zakenman reisde mijn vader samen met zijn familie het hele land rond alvorens er neer te strijken. Ik was toen vijftien en meteen verliefd. Het is de meest dynamische stad van het land waar de hedendaagse samenlevingsproblemen het scherpst tot uiting komen. De rijkdom is er enorm, maar de armoede is er ook schrijnend. Er wonen mensen van over heel het land en ook heel wat migranten uit Bangladesh. Sommige wijken lijken niet meer te zijn dan restanten uit een ver verleden, ruïnes bijna, maar de mensen die er leven geven de moed nooit op. Eens, zo weten ze, zullen ze immers net zo rijk zijn als de man die zich net in zijn Maybach langs liet chaufferen."

De 'Indian dream' dus?

"Er is inderdaad geen tweede plaats in India die onze lokale versie van de American dream zo sterk uitstraalt. In Bombay is alles mogelijk. Het is de ultieme zelfverwerkelijkingsdroom, waar sociale mobiliteit meer is dan een bedwelmende fabel. Dat weet heel het land, en daarom trekt de stad zoveel gelukzoekers aan. Veel heeft daarbij te maken met de filmindustrie. Bombay is niet toevallig de stad waar de Bollywoodfilms vandaan komen. En net zoals Los Angeles teert op de dromen van would-be actrices en scenarioschrijvers, vormen deze in Bombay de benzine waarop de economische motor loopt."

Maar met zijn afschuwwekkende misdaad lijkt het soms ook weleens de 'Indian nightmare'.

"Bombay is niet alleen onze economische en industriële hoofdstad, het is ook onze misdaadhoofdstad. En dat heeft met Bollywood te maken. De maffiabazen gaan ervan uit dat de mensen die betrokken geweest zijn bij het maken van een succesfilm zwemmen in het geld en dus best iets kunnen missen. Dus nemen ze de telefoon, bellen een actrice of een regisseur op en stellen een bedrag voor: betalen of sterven. Het is dan de bedoeling dat je begint af te pingelen en zo tot een compromis komt. Daarna betaal je maandelijks een bepaald bedrag aan de maffia en word je met rust gelaten. Afgezien van mezelf en mijn vader zit mijn hele familie in de Bollywoodbusiness, dus ik weet waarover ik spreek. Mijn neef was een paar jaar geleden bijvoorbeeld zo dom om de telefoon neer te gooien toen hij door maffiosi gebeld werd. Zijn kinderen moeten nog steeds met bodyguards naar school en zijn huis is veranderd in een belegerde vesting. Want ooit zullen ze toeslaan, dat weet hij.

"Ik ben eigenlijk aan mijn roman begonnen omdat er op het einde van de jaren negentig een heuse geweldgolf over de stad spoelde. Een aantal maffiabendes vochten om de hegemonie in de stad en dat ging gepaard met heel wat wilde schietpartijen. Iedere dag stonden de cijfers in de krant: zeven doden in die wijk, negen in die ernaast en ga zo maar door. Het was bijna grotesk, maar na verloop van tijd wenden we eraan. En dat fascineerde me, hoe we al dat doden normaal begonnen te vinden. In een van de verhalen uit mijn vorige boek, Love and Longing in Bombay, had ik de politieman Sartadzj Singh opgevoerd en ik dacht dat ik hem op die maffiacriminaliteit los kon laten. Ik had een boek van een pagina of 250 in mijn hoofd toen ik de straat op ging om onderzoek te doen voor Godenspelen. Ik sprak met journalisten, politiemensen en regelrechte misdadigers en merkte dat het allemaal veel ingewikkelder was dan gedacht. Iedere gesprekspartner verwees me door naar een paar andere mensen. 'Weet je', zeiden ze, 'je zou eens met die of die moeten gaan praten', wat ik dan ook deed, en zo ontdekte ik dat de misdaad in Bombay deel uitmaakt van de algemene cultuur. De amusementsindustrie maakt er deel van uit, net als de godsdienst en de politiek. Er zijn uitlopers naar Pakistan en het lot van de hele wereld zou weleens in de handen van een Bombayse maffiabaas kunnen liggen. De Pakistaanse president Musharraf staat immers oogluikend toe dat een van de grootste Bombayse maffiabonzen vanuit Karachi werkt. Iedereen weet waar hij woont en niemand legt hem een strobreed in de weg wanneer hij zijn bomaanslagen in India plant. Althans zo was het tot in 2001, want ook hier heeft 9/11 verandering in gebracht. Na de Amerikaanse inval in Afghanistan bleek Musharraf de dikste maatjes met Bush te zijn omdat hij zo heel wat geld kon vangen. De Amerikanen vonden de aanwezigheid van de Indiase maffia in Karachi echter een storende factor. Daar moest dus wat aan gedaan worden, waarop Musharraf prompt orders gaf aan die Indiërs om het een stukje kalmer aan te gaan doen. Afpersen en zo mocht natuurlijk nog, maar met de schietpartijen en de aanslagen moest het afgelopen zijn. En zo heeft 9/11 ervoor gezorgd dat het heel wat rustiger en veiliger geworden is in de straten van Bombay."

Uw boek is heel down to earth: u windt geen doekjes om de lelijke realiteit van het leven in Mumbai. Was een authentiek beeld geven van uw stad uw voornaamste bezorgdheid?

"Niet helemaal. Ik wou gewoon een beeld geven van hoe ik Bombay ervaar. Wat is immers authenticiteit? Laat een ander auteur een boek schrijven over Bombay en je krijgt iets heel anders te lezen. Vandaar ook dat ik een detective op papier heb gezet. Niet alleen behoort het politieverhaal tot de brede cultuur in India, met talloze misdaadboeken en -films, ik heb er ook persoonlijk een grote voorkeur voor. Als tiener verslond ik zulke boekjes met tientallen tegelijk en ik ben er nog steeds weg van, ook al vindt men in het Westen dat dit geen literatuur is. Toen ik zeven jaar geleden mijn redacteur vertelde dat ik aan een nieuw boek bezig was waarin een detective de strijd aanbindt met een maffiabaas, begon hij meteen te zuchten. 'O nee', riep hij uit, 'ga je nu genreliteratuur beginnen schrijven? Wat moet ik daar nu mee?' En dit terwijl de misdaadroman volgens mij de enige moderne toevoeging is aan de traditionele canon. Liefdeshistoires, oorlogsverhalen, tragedies of komedies, in de Griekse oudheid waren die er ook al, maar de misdaadroman niet. Die ontstond pas na de verlichting, toen men op een rationele manier op zoek ging naar de dader en zijn drijfveren. En laat het nu net die moderne vorm zijn waar het Westen op neerkijkt. Dat is toch al te gek."

Zijn uw stad en daarmee ook uw land in feite geen fictie? In hoeverre kun je India immers een geheel met een uniforme cultuur noemen?

"Dat is inderdaad de grote vraag waar we al zo lang mee worstelen. Het land is immens groot en herbergt heel wat verschillende volkeren die allemaal hun eigen taal spreken. Er zijn natuurlijk wel een aantal talen die tot dezelfde groep behoren, maar als ik iemand uit het zuiden van het land hoor praten versta ik er niets van, tenzij het woorden zijn die uit het Engels overgenomen zijn, en die worden steeds talrijker. Het Engels verrijkt het Urdu, het Hindi en het Marathi en ook het omgekeerde is waar. In Bombay spreekt men een poespasje van allerhande talen door elkaar. Urdu uitdrukkingen sluipen binnen in het Engels en komen er naast Hindi woorden te staan, met als resultaat een geheel nieuwe, eigen taal, in het Westen half smalend ook weleens Inglish genoemd. En in die taal heb ik mijn roman geschreven, ervan uitgaand dat de betekenis van de meeste Indische termen wel uit de context zou blijken. Ik wou de taal gebruiken waarin ik op café tegen mijn vrienden over mijn nieuwe boek zou vertellen. Engels wordt in India trouwens meer en meer de nationale taal. Ongeveer de helft van de bevolking spreekt nu Engels en zelfs in de kleinste boerendorpen beseft men dat die taal de toekomst is. Ook daar zie je aan scholen bordjes hangen met de mededeling dat er lesgegeven wordt in het Engels."

De Britse kolonisator haalt dus uiteindelijk zijn slag toch thuis: het hele land verenigd onder de voormalige officiële taal.

"Niet helemaal. Na de onafhankelijkheid kreeg India een typisch westerse, centralistische staatsstructuur. Alles werd van bovenaf geregeld en de communisten hadden hier nog een en ander kunnen opsteken. De bureaucratie die op die manier ontstond, ontpopte zich al gauw als een kleptocratie die het land leegzoog en ieder particulier initiatief dwarsboomde. Wou je in India iets gedaan krijgen, dan moest je ongeveer twintig niveaus passeren en op ieder niveau zat wel iemand die een graantje wou meepikken van je mogelijke verdiensten. Dat betekende dokken dus, of er gebeurde niets, en dat schrok veel mensen af. De oplossing is devolutie gebleken, het doorgeven van verantwoordelijkheid naar lokalere niveaus. De deelstaatregeringen worden steeds machtiger en dynamischer, met een grote economische vooruitgang als gevolg."

Maar welke invloed heeft die economische boom op de Indische identiteit?

"Vier maanden per jaar geef ik les in Californië. Wanneer ik na zo'n periode terug in Bombay landt, is de stad duidelijk veranderd. Er rijzen overal nieuwe gebouwen op. De stad wordt zichtbaar rijker, maar of de rest van het land daar mee van profiteert, is nog maar de vraag. Voorlopig zie ik de kloof tussen de rijke steden en het arme platteland alleen maar toenemen. De maoïstische rebellen die ik in mijn roman opvoer zijn meer dan fantasie. Zij bestaan echt. Als je de politieke gezindheid van India op een kaart tekent, zie je dat er in het oosten van het land van noord tot zuid een marxistische sikkel loopt. Daar leven de gedesillusioneerden van vandaag die naar de wapens grijpen omdat de rijkdom aan hen voorbij gaat. De stedelingen die de rijkdom aan den lijve ondervinden, reageren natuurlijk helemaal anders. Zij worden er zelfverzekerder door. Mooi is bijvoorbeeld wat Soumya Bhattacharya schrijft in You Must Like Cricket? Memoirs of an Indian Cricket Fan. Cricket is in India nog populairder dan in Engeland en tekenend voor mijn generatie is dat zij er altijd impliciet van uitgaat dat onze nationale ploeg zal verliezen. Wanneer we dan toch winnen, zijn we dolgelukkig. De jongere generatie is helemaal anders. Die gaat er openlijk van uit dat India iedere 'test match' zal winnen. Dat zegt volgens mij veel over de manier waarop die generatie in de wereld staat."

Alleen wil die wereld nog niet echt mee, denk maar aan de manier waarop er in Europa gereageerd werd op het nieuws dat Mittal Steel Arcelor wou overnemen.

"Het moet inderdaad even schrikken geweest zijn: de voormalige kolonie die de kroonjuwelen kwam inpikken. Ik heb nog een tijdje als computerprogrammeur gewerkt en ik besefte maar al te goed dat ik en mijn collega's het werk inpikten van een aantal Amerikanen. Ik moet bekennen dat ik het er soms moeilijk mee had en dat ik best kon begrijpen dat India er bij mijn Amerikaanse collega's niet populairder door werd, maar zo gaat het nu eenmaal in een geglobaliseerde wereldeconomie. Het werk reist naar waar het het voordeligst uitgevoerd kan worden. Dat is trouwens ook wat de wereldgeschiedenis ons leert: dat niets blijft wat het ooit was. Nu eens zit het ene werelddeel in de lift en daarna weer het andere. De eeuwigdurende hegemonie bestaat immers niet. Tekenend voor die gang van zaken is het akkoord over nucleaire samenwerking dat de Amerikanen midden november met India hebben gesloten. Door veel Indiërs wordt dit geïnterpreteerd als een erkenning van het belang van hun land omdat het akkoord goedgekeurd is ook al weigert India het Nuclear Nonproliferation Treaty te ondertekenen. Dat was een decennium geleden ondenkbaar geweest, menen zij. Eindelijk de erkenning die India verdient."

> Beleefde zijn eerste cultuurschok toen hij in Los Angeles ging studeren en merkte dat ook al sprak hij dezelfde taal hij toch bitter weinig verstond van zijn medestudenten.

> Debuteerde in 1995 met Red Earth and Pouring Rain en won er de Commonwealth Writers Prize for Best First Book mee.

> Twee jaar later volgde de verhalenbundel Love and Longing in Bombay, waarna hij door The New Yorker opgenomen werd op de lijst van de meest veelbelovende schrijvers van zijn land.

> Doceert Creative Writing aan de Berkeley University of California, maar woont het grootste deel van het jaar in Mumbai.

> The Cult of Authenticity, befaamd essay van Chandra over de 'cultural commissars' van India, verschenen in The Boston Review en te lezen op het internet.

> Vikram Seth: A Suitable Boy.

> Amitav Ghosh: The Hungry Tide.

Detective Singh en maffiabaas Gaitonde spelen hun figurantenrol in dit epos dat vooral een ode aan de Indiase Bollywoodstad Mumbai is. Corruptie en misdaad tieren welig en gangster noch politieman krijgen ooit kijk op de ware aard van de zaak, maar zoals het in iedere policier noir het geval is, zal uiteindelijk een kapster de redding brengen.

Vikram Chandra

Godenspelen

Oorspronkelijke titel: Sacred Games

Vertaald door Marijke Emeis, e.a.

Mouria, Amsterdam, 944 p., 24,90 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234