Dinsdag 05/07/2022

ReportageBordeaux

In Bordeaux stikt het van de oud-Parijzenaars, tot afgrijzen van de oorspronkelijke bewoners

Place de la Comédie en het National Opéra Theater. Beeld Jumping Rocks/Universal Images G
Place de la Comédie en het National Opéra Theater.Beeld Jumping Rocks/Universal Images G

Bordeaux is een aantrekkelijk alternatief voor Parijzenaars die genoeg hebben van de hoofdstad. Maar de oorspronkelijke bewoners van de wijnstad zijn minder blij met de nieuwkomers.

Kleis Jager

De lockdown heeft ze aan het denken gezet. Waarom zouden ze eigenlijk niet de stad uitgaan? Francis Boursin (47) en Anna De Pindray (39) hadden nog niet zo lang een eigen restaurant, Bonjour Bonsoir, in het hippe negende arrondissement van Parijs. Iets minder dan een jaar na de opening brak de coronacrisis uit. “Francis heeft sinds zijn achttiende in de horeca gewerkt”, vertelt Anna. “Hij was er ’s middags en ’s avonds en in het weekend vaak niet.” Opeens bracht hij veel tijd door met hun zoon Joseph (9), en dat beviel erg goed.

Alice Garnier en Rémy Gassiat met hun kinderen Margot (4) en Lou (2). Beeld Thibaud Moritz
Alice Garnier en Rémy Gassiat met hun kinderen Margot (4) en Lou (2).Beeld Thibaud Moritz

Door de steunmaatregelen kwam hun bistro nooit in gevaar. Maar de heropening en alle regels die daarmee gepaard gingen, stuitten Francis – die rugklachten heeft vanwege jarenlang gesleep met biervaten – tegen de borst. Voor hem hoefde het niet meer zo nodig. “En juist op dat moment hoorden we dat onze beste vrienden zouden vertrekken”, vult Anna aan.

Sfeer van hyperconsumptie

Sinds vorig jaar zomer bewonen ze een prachtig negentiende-eeuws herenhuis in een kalme en chique buurt van Bordeaux. Hun Parijse appartement – 100 m2 zonder buiten – ging van de hand voor 1,4 miljoen euro. Het nieuwe huis, van 130 m2, kostte 800.000 euro.

Ze zijn nog niet aan het werk. Francis denkt na over zijn toekomst en Anna volgt een cursus faceliftmassage. Voorlopig genieten ze vooral van Bordeaux, dat zij omschrijven als ‘Parijs zonder de nadelen’. “We leefden in een klein kringetje, we woonden en werkten in dezelfde buurt”, vertelt Anna op het dakterras. “Wat mij ook tegenstond is de sfeer van hyperconsumptie, je wordt er voortdurend toe aangezet om iets te kopen. Bij ons om de hoek had je winkels met alleen confituur, of alleen producten met truffel. Er was zelfs een zaak met alleen maar madeleinecakejes, te zot voor woorden.”

Hun straat zit trouwens vol Parijzenaars. Ze tellen zeker vier stellen, onder wie de buren aan beide kanten. Met de spaarzame Bordelais die zij tot nu toe hebben ontmoet liep het contact niet echt gesmeerd. “Het eerste wat een andere ouder op de school van Joseph zei: ah, dus door jullie zijn de huizenprijzen zo hoog.”

Het was een grapje. “Maar ze wilden het wel even gezegd hebben.” Francis vindt het een raar verwijt. “Ze zijn maar wat blij als ze hun huizen aan Parijzenaars kunnen verkopen.”

Anna De Pindray en Francis Boursin in hun huis in Bordeaux.  Beeld Thibaud Moritz
Anna De Pindray en Francis Boursin in hun huis in Bordeaux.Beeld Thibaud Moritz

Slapen op kantoor

Het eerste wat Alice Garnier (34) deed toen ze aankwam in Bordeaux, was een sticker met het getal 33 naast haar kentekenplaat plakken, het nummer van het departement Gironde waarvan Bordeaux de hoofdstad is. “Ik had natuurlijk wel gehoord van weerstanden, en op deze manier ben je niet herkenbaar als Parijzenaar.”

Niet veel later maakte ze toch kennis met het anti-Parijse sentiment in haar nieuwe woonplaats, tijdens een opleiding webdesign. Toen haar medecursisten in de gaten hadden waar ze vandaan kwam, namen ze haar van verschillende kanten onder vuur. “Een meisje was in tranen: door mij kon ze niet in de stad wonen waar ze was opgegroeid.”

Alice was verbaasd over de hevigheid van de aanval. “Het is moeilijk om je daartegen te verdedigen. Ik heb gezegd dat wij ook niet in Parijs konden blijven wonen, en dat wij het recht hebben om onze positie te verbeteren. In Parijs woonden we op 55 vierkante meter. We wilden meer ruimte en meer groen.”

Haar partner Rémy Gassiat (34) heeft familie in Bordeaux en kent de gevoeligheden. “Maar uiteindelijk”, roept hij vanuit de keuken waar hij het eten voor Lou (2) en Margot (4) klaarmaakt, “is het ook gewoon een kwestie van vraag en aanbod. Daar kunnen wij niet zoveel aan doen.”

Zij hebben er in ieder geval geen spijt van. “Wij zijn vrijwel elk weekend weg. Je kunt hier naar zee of de Pyreneeën, wij wandelen veel in de bossen. En Bordeaux is een heerlijke stad met veel goede restaurants.”

Alice werkt thuis, Rémy – organisator van kamermuziekfestivals en directeur van een muzieklabel – gaat twee à drie dagen per week naar Parijs waar hij overnacht in zijn kantoor. Voor de tgv – die de 600 kilometer in iets meer dan twee uur aflegt – heeft hij een jaarkaart die 4.500 euro per jaar kost. Naar schatting telt Bordeaux 10.000 ex-Parijzenaars die het op deze manier oplossen.

Het gezin woont in een gezellig huis met tuin en meer dan genoeg ruimte om hun bakfiets veilig te parkeren. Voor 160 m2 betalen zij dezelfde huurprijs als in Parijs: 1.500 euro per maand. “We hebben wel heel hard moeten zoeken, en in de omliggende gemeenten betaal je vaak niet minder.”

Metropolisering

De huizen in Bordeaux zijn de laatste vijftien jaar drie keer zo duur geworden. De gentrificatie lijkt onstuitbaar. De Chartrons, het oude hart van de wijnhandel aan de rivier de Garonne, was als eerste aan de beurt. Wijnbars, biologische superettes, trendy Italiaanse restaurants en conceptstores bepalen er nu de sfeer.

Meer recent volgde de voormalige arbeiderswijk Bacalan, dat grenst aan de Chartrons. Hier verrezen de laatste jaren appartementencomplexen voor zo’n 10.000 nieuwe bewoners. Gewone Bordelais, zoals de inwoners worden genoemd, zijn er eigenlijk niet meer, constateert historicus en sinds twintig jaar import-Bordelais Pierre Vermeren. “Je hoort nergens nog het accent, doorspekt met Spaanse en Occitaanse woorden. Het is helemaal weg.”

Vermeren is gespecialiseerd in Noord-Afrika, maar de laatste jaren richt hij de blik ook op zijn eigen land. Hij schreef een boek over de zogenoemde metropolisering van Franse steden. “Dat is een geografisch, sociaal en politiek fenomeen waarbij de hogere sociale klassen en de productiefste activiteiten worden geconcentreerd in een aantal steden”, legt hij uit.

Metropolisering gaat altijd gepaard met het vertrek van de oorspronkelijke bevolking. “Op zoek naar betaalbare woonruimte vertrokken eerst de arbeiders, daarna de middenklasse. Ze wonen nu soms tot 40 kilometer verderop. Want ook de randgemeenten zijn voor veel mensen al een tijd niet meer te betalen.”

De uittocht had grote gevolgen voor het landschap van de Gironde. “Want de verdrevenen kochten massaal grond om daar cataloguswoningen op te laten bouwen, de goedkoopste oplossing voor een huis met een tuin.”

Rijker en mooier, maar niet duurzaam

Vermeren doceert aan de Sorbonne in Parijs en hoort zelf ook bij de club van tgv-forensen. Hij woont in een erg gewilde karakteristieke échoppe, een vooroorlogse arbeiderswoning van kalksteen en hout waarvan er in Bordeaux nog duizenden rond het historische centrum staan. Metropolisering is geen spontaan proces waarbij de markt zijn gang gaat, benadrukt Vermeren. “Het wordt aangejaagd door de autoriteiten, het is een heel bewuste keuze.”

In Bordeaux kreeg de metropolisering pas echt vaart vanaf 1995, toen oud-premier en oud-minister Alain Juppé er gekozen werd tot burgemeester. De agglomeratie, die Bordeaux-Métropole ging heten, moest groeien tot een miljoen inwoners. Hij liet het centrum – Unesco werelderfgoed sinds 2007 – flink opknappen, verklaarde de oorlog aan de auto en haalde grote bedrijven binnen. Die zorgden voor 30.000 banen voor hogeropgeleiden.

De voordelen zijn duidelijk, beaamt Vermeren. Bordeaux is nu veel rijker en mooier. “Het probleem is dat het model sociaal gesproken niet duurzaam is omdat het mensen uitsluit. Immigranten zijn de uitzondering op de regel, want die heeft de stad onder andere nodig om schoon te maken en pakjes en maaltijden te bezorgen. Voor hen is er de sociale woningbouw.”

De politieke gevolgen van de metropolisering zijn in de Gironde op een spectaculaire manier zichtbaar geworden. De stad had altijd een conservatief bestuur en de rest van het departement stemde vooral links. “De partij van de familie Le Pen stelde hier nooit iets voor. Maar in vijftien jaar tijd is die stem op het Front National, tegenwoordig het Rassemblement National, in de periferie van Bordeaux van vrijwel niets naar 45 procent gegaan. En omgekeerd werd in Bordeaux een groene burgemeester gekozen.”

Tot grote verbazing van de Franse media werd Bordeaux – het stralende voorbeeld van geslaagde metropolisering – vanaf november 2018 een van de landelijke brandpunten van de opstand van de gele hesjes. Week na week trok elke zaterdag een stoet van duizenden demonstranten uit de Gironde door de binnenstad. De demonstraties eindigden steevast met geweld.

Voor Vermeren is dat geen toeval. “De rangen van de gele hesjes werden gevuld door het voetvolk uit de periferie, door ziekenhuismedewerkers, ambtenaren in lagere functies, kappers, winkelmedewerkers enzovoorts die uit de agglomeratie zijn verjaagd. Die hebben vaak moeite om rond te komen en ergeren zich kapot aan de benzineprijs en de parkeertarieven.”

Luis Diez (71) is Bordeaux altijd trouw gebleven, maar voelt zich vaak als een kat in een vreemd pakhuis.  Beeld Thibaud Moritz
Luis Diez (71) is Bordeaux altijd trouw gebleven, maar voelt zich vaak als een kat in een vreemd pakhuis.Beeld Thibaud Moritz

Gangsters en communisten

Luis Diez (71) is zijn stad altijd trouw gebleven, maar voelt zich in zijn wijk Bacalan vaak als een kat in een vreemd pakhuis. De grote moderne blokkendozen tussen het futuristische wijnmuseum Cité du Vin en de havenbassins waar hij vroeger altijd op glasaal viste, bevallen hem niet. “Het zijn fremdkörper, het is vreselijk uit verhouding. Bordeaux stond er altijd om bekend dat je niet veel gebouwen ziet die hoger zijn dan enkele etages.”

Maar de vooruitgang hou je niet tegen, zegt Diez. “En de financiële belangen van die bouwbedrijven en de speculatie al helemaal niet.”

Diez, die een aannemersbedrijf had, praat veel en gedreven over zijn vader. Diez senior vluchtte na de Spaanse burgeroorlog in 1939 naar Frankrijk. Door het collaborerende Vichy-bewind werd hij aan de Duitsers overgedragen. Zo belandde hij met een paar duizend landgenoten in Bordeaux, waar hij als dwangarbeider een duikbotenbasis bouwde. De sinistere kolos doet nu dienst als expositieruimte.

“Mijn vader zei altijd: doe precies als de Fransen en als het kan nog beter.” De nieuwkomers van tegenwoordig denken daar heel anders over, vindt hij. Niet dat het vroeger altijd pais en vree was. “Bacalan had een slechte naam. Wie daar niet werkt is een gangster en wie daar wel werkt is een communist, zeiden ze.”

Dat werken gebeurde in fabrieken en in de haven, allemaal op loopafstand. “Als iedereen weer thuis was, werden de stoelen buitengezet en werd er gepraat, in het weekend was er muziek, ontzettend gezellig. Nu leeft iedereen op zichzelf. Ik kan het niet helpen dat ik het vroeger leuker vond.”

Parijs krimpt

Parijs is het zwaartepunt van Frankrijk in economisch, politiek cultureel, politiek en demografisch opzicht. De stad telt 2,16 miljoen inwoners en in de regio Parijs (het Île-de-France) wonen – inclusief Parijs – 12,2 miljoen mensen. Maar de laatste tien jaar vertrekken er volgens het Insee (het Franse CBS) meer Parijzenaars dan erbij komen. Tussen 2013 en 2019 kromp de hoofdstad met 65.000 inwoners.

De meeste vertrekkers (6 op de 10 huishoudens) blijven in de omgeving van Parijs. Een minderheid gaat naar provinciesteden die goed bereikbaar zijn met de hogesnelheidstrein. De coronacrisis en de ruimere mogelijkheden voor thuiswerken heeft deze trend waarschijnlijk versterkt. Cijfers die dit bevestigen zijn er nog niet, wel aanwijzingen. De basisscholen in het Île-de-France verloren tussen 2020 en 2021 20.000 leerlingen, beduidend meer dan andere regio’s.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234