Woensdag 05/10/2022

In de klauwen van de biologie

Kletskoek en stereotypen over het verschil tussen mannen en vrouwen

door Griet Vandermassen

Allan en Barbara Pease

Uit het Engels vertaald door L. C. van Twisk, Het Spectrum Utrecht, 299 p., 598 frank.

Stel u voor: een boek over het verschil tussen man en vrouw waarin George Bush opdraaft als autoriteit inzake hersenonderzoek, waarin bloedernstig wordt beweerd dat vrouwen met grote borsten de voorkeur geven aan mannen met een kleine neus en waarin zwangere vrouwen gedragstips krijgen om het risico op een homoseksuele baby te verkleinen. Een persiflage op de lopende onderzoeken naar het geslacht van de hersenen of op de ideologische wending die dergelijke onderzoeken nogal eens geneigd zijn te nemen? Helaas, het zijn ernstig bedoelde uitspraken, geserveerd door Allan en Barbara Pease, leiders van een instituut voor communicatietraining, in hun boek Waarom mannen niet luisteren en vrouwen niet kunnen kaartlezen. Dit is populaire sociobiologie op haar slechtst: ongenuanceerd, oppervlakkig, pretentieus en reactionair, ondanks het luchtige toontje en de grappen die het boek doorspekken. Het echtpaar Pease meent dat het communicatiepatroon van mannen en vrouwen zich bijna volledig in de klauwen van hun biologie bevindt. Alleen door ons bij voorbaat af te stemmen op de manier waarop de andere sekse nu eenmaal in elkaar zit, kunnen we erachter komen hoe we "emotioneel ongeschonden de eenentwintigste eeuw kunnen binnengaan". Die hoogdravende kletskoek leidt gevaarlijke wegen op. Als slaaf van hun nog steeds prehistorische biologie zouden mannen en vrouwen van elkaar verschillen als dag en nacht, een vergelijking die even clichématig uitgewerkt wordt als ze klinkt. De mannelijke hersenen zouden evolutionair zo in elkaar zitten dat de eigenaar ervan nauwelijks in staat is emoties te tonen of te communiceren, hij is immers nog steeds een jager die niet geleerd heeft zich op anderen te richten. Mannen willen maar één ding (seks) en hebben daar op elk moment zin in, ze hebben altijd een orgasme nodig en zijn van nature promiscue. Vrouwen daarentegen willen liefde en verbinden seks daar onlosmakelijk mee, houden niet van porno en zijn van nature monogaam. "Geen van beiden kan er iets aan doen," voegen de auteurs daar gretig aan toe, "zo zijn ze nu eenmaal gemaakt."

De lijst muffe stereotypen is even eindeloos als beledigend voor beide seksen, en dat de auteurs aanvaarding ervan als voorwaarde voor een gelukkig leven poneren, geeft het boek meteen een normatieve dimensie. Doordat de mannelijke hersenen maar één ding tegelijk kunnen moet de vrouw de man helpen bij het organiseren van zijn dagelijks leven. Ze moet hem ook fantastische seks bieden, omdat hij pas daarna in staat is zijn zachtere kant te tonen. Of hoe biologisch determinisme voor conservatieven het ideale excuus vormt om het traditionele rollenpatroon in stand te houden.

Voor alle duidelijkheid: ik ben geen principieel tegenstander van de sociobiologie. Wel heb ik een hekel aan simplistische verklaringen, aan overduidelijke selectiviteit in de bewijsvoering en aan ideologisch misbruik van wetenschappelijke inzichten. Wanneer de auteurs beweren dat de hormonale bepaaldheid van iemands waarden, gedragingen, stijl, oriëntatie en keuzen wetenschappelijk vaststaat, is dat een onvergeeflijke manipulatie van de werkelijke stand van zaken. De meeste onderzoekers benadrukken hoe weinig we nog steeds van de hersenen begrijpen, laat staan dat er een precieze verklaring voor de verschillen tussen het mannelijke en het vrouwelijke brein gevonden zou zijn. Behalve een organische oorzaak zijn zeker ook andere factoren in het spel; de wisselwerking tussen hersenen en omgeving is uiterst complex.

Empirisch waarneembare gedragsverschillen worden in Waarom mannen niet luisteren steeds aangevoerd als bewijs van een organisch verschil, nooit als een mogelijk gevolg van andere factoren. De grootste gotspe in dit verband is het voorbeeld van het grote aantal echtscheidingen als onomstotelijk bewijs van de incongruentie van de geslachten.

De gratuite interpretaties en interne tegenstrijdigheden verdringen elkaar, bovendien gaat het meermaals om dezelfde beweringen - het boek is een festijn voor wie houdt van herhalingen. De auteurs lijken niet te beseffen dat ze hun met veel aplomb geponeerde waarheden voortdurend ondermijnen. Enerzijds geven ze bijvoorbeeld aan dat de biologie van een man hem dwingt tot het voortdurend bewonderen van vrouwelijke welvingen en dat een vrouw geen belangstelling koestert voor de mannelijke vorm, anderzijds blijken vrouwen in het openbaar meer te gluren dan mannen. Zijn vrouwen dan compleet schizofreen?

Nog een leuk voorbeeld: het feit dat het merendeel van de mannen in het huwelijksbootje stapt beschouwen de auteurs als een bewijs van "het opmerkelijke vermogen van de maatschappij om de mannelijke promiscuïteit te beteugelen". De mogelijkheid van een nog sterkere beteugeling van de vrouwelijke promiscuïteit door de veel strengere maatschappelijke inperking van vrouwen komt niet bij hen op. Nee hoor, bij vrouwen is monogamie namelijk de "natuurlijke" neiging.

Sociaal-culturele factoren laten Allan en Barbara Pease alleen meespelen als die in hun kraam passen. Ze gaan voorbij aan de talloze historische manieren om vrouwen in hun ontwikkelingsmogelijkheden te kortwieken, vrouwen waren slechts "zogenaamd" onderdrukt. Over de paradox dat vrouwelijke hersenen opvallend taalgericht, creatief en artistiek blijken, maar dat vrouwelijke kunstenaars in de geschiedenis met een vergrootglas te zoeken zijn, zwijgen ze in alle talen.

Op basis van hormonendosering en hersenbouw verklaren de auteurs zomaar eventjes homoseksualiteit en stellen ze een standaard op voor 'echte' mannen en vrouwen. Volgens hun dualistische denkschema zijn alle tussenvormen aberraties. Het gevaar van biologisch determinisme: het vertroebelt de interpretatie van wetenschappelijke resultaten, zeker indien er nog een verdediging van de vrouw-aan-de-haardideologie achter schuilt. Variatie, flexibiliteit, onvoorspelbaarheid en het vermogen tot zelfsturing zijn onbestaande in deze denkwereld, terwijl die net de evolutionaire sleutels vormen tot een beter begrip van de menselijke soort.

Ons vooruitstekende voorhoofd biedt, aldus de auteurs, onderdak aan veel van onze unieke vermogens, "zoals denken, kaartlezen en de spraak. Dit maakt ons superieur aan alle andere dieren." Een superioriteit die in elk geval niet valt af te leiden uit het bedroevend lage intelligentieniveau van dit boek.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234