Woensdag 17/08/2022

GetuigenissenSpermadonoren

In het spoor van de handel in zaad: ‘In veel landen zijn internetdonoren de belangrijkste leveranciers geworden’

sperma Beeld Getty Images
spermaBeeld Getty Images

Belgische vruchtbaarheidsklinieken smeken mannen om spermastalen af te staan, want ze hebben te weinig zaad om alle wensouders te kunnen helpen. Vorig jaar gaven amper 939 mannen het beste van zichzelf, daarom moeten de zaadbanken sperma in het buitenland halen. Met een plastic potje en vrouwvriendelijke sites bij de hand gingen we op zoek naar die enkele landgenoten die bereidwillig te hulp schieten, en vogelen we uit waar wanhopige vrouwen wel het begeerde vocht kunnen vinden.

Sam Ooghe

Op spermadonatie rust nog altijd een groot taboe. Bert* uit Blankenberge heeft jaren geleden zaad gedoneerd in het UZ in Gent, en wil dat binnenkort nog eens doen.

Bert: “Sperma doneren blijft voor veel mensen iets raars, iets waar je beter over zwijgt, omdat je in zekere zin je lichaam verkoopt. Toen ik voor het eerst doneerde, deden mijn vrienden er lacherig over, terwijl ik er toch mensen mee hielp. Dat de spermabanken droog staan, heeft daar ongetwijfeld mee te maken. Ik loop er zelf ook niet meer mee te koop. Mijn echtgenote heeft er wel vrede mee, omdat ik mijn sperma heb gedoneerd vóór ik haar leerde kennen. Mijn twee kinderen heb ik het niet verteld. Misschien hebben ze wel halfbroers of halfzussen. Ik weet niet of ze het zullen begrijpen, dus ik laat het maar zo.”

Waarom heb je sperma gedoneerd?

Bert: “Ik hoorde van een andere spermadonor dat je er een kleine vergoeding voor kreeg. In die tijd zat ik in zware geldnood, en ik dacht: ik kan mijn zaad beter weggeven dan het thuis verloren te laten gaan. (lachje) Nu ben ik wat ouder en wil ik opnieuw doneren, deze keer om mensen te helpen. Ik heb onlangs online enkele verhalen gelezen van vrouwen die zwanger zijn geraakt dankzij een donor en dolgelukkig zijn met hun kind. Ik kan met één kleine moeite de levensdroom van twee mensen doen uitkomen: dat is toch fantastisch?”

Hoe verloopt de procedure?

Bert: “Je belt naar de fertiliteitskliniek en geeft je gegevens door. Daarna moet je een eerste staal produceren, zodat de dokters kunnen bestuderen of je sperma wel goed genoeg is. Is dat het geval, dan mag je om de zoveel weken in een kamertje in het ziekenhuis een potje vullen. Er zijn voldoende erotische boekjes en pornovideo’s voorhanden om je op te warmen. De dagen vooraf moet je je wel onthouden.

“Je wordt per staal betaald, en als het maximale aantal vrouwen bevrucht is met jouw zaad, krijg je een telefoontje dat je niet meer hoeft te komen.”

De kans bestaat dat u de biologische vader bent van mensen die u nooit zult ontmoeten, want in België is zaaddonatie vooralsnog anoniem.

Bert: “Dat blijft een rare gedachte, ja. Misschien heb ik nog kinderen, misschien ook niet. Soms vraag ik me af: wie zouden ze zijn? Zijn ze me aan het zoeken? Mochten ze me ooit vinden, dan zou ik graag samen een koffie drinken. Ze zouden zich ongetwijfeld ook afvragen wie ik ben. Toen ik jonger was, was ik wel tevreden met die anonimiteit, maar nu hoeft het niet meer voor mij.”

SUPERHELD

Er zijn steeds minder donoren zoals Bert te vinden, terwijl de vraag naar kwalitatief zaad jaar na jaar stijgt.

Herman Tournaye, diensthoofd Centrum Reproductieve Geneeskunde UZ Brussel: “Er is een grote groep vrouwelijke singles die een gezin willen stichten, en we krijgen elk jaar meer aanvragen van lesbische koppels. Daarom moeten we in het buitenland op zoek naar sperma. In ons ziekenhuis komt 75 procent van het sperma uit andere landen, en in sommige ziekenhuizen is dat zelfs 100 procent.”

Hoe komt dat?

Tournaye: “Veel Belgische mannen vinden het te ver gaan om hun eigen materiaal door te geven. De meesten weten bovendien niet dat er een tekort is, omdat de spermabanken in ons land geen reclame mogen maken. Toen we kleine affiches aanbrachten in de gangen van het ziekenhuis, dreigde het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG) met een sluiting. We hebben ook eens een mascotte gemaakt, Sperman, een soort superheld met twee potjes aan zijn broeksriem. Dat mocht ook niet van het FAGG, want door die potjes kon je de indruk krijgen dat het Sperman om het geld te doen was. In het buitenland is reclame geen enkel probleem: je ziet ze zelfs op metrostellen in Barcelona of Londen. En in Kopenhagen rijden reclamebrommertjes rond in de vorm van een spermacel.

“Met geld kunnen we evenmin volk lokken, want een donor krijgt 75 tot 100 euro per donatie. Dat is niets meer dan een onkostenvergoeding, en lang niet voldoende om mensen over de streep te trekken. Dertig jaar geleden waren het vooral studenten die een centje wilden bijverdienen, nu zien we bijna altijd vaders die uit altruïsme doneren: ze kennen een lesbisch koppel of iemand met vruchtbaarheidsproblemen en willen hun duit in het zakje doen.”

Weigeren jullie donaties?

Tournaye: “Tot 90 procent moeten we afkeuren. We screenen elk staal op genetische afwijkingen en soa’s, maar het grootste probleem is de slechte kwaliteit van de zaadcellen. Het sperma moet sterk genoeg zijn om na de bevriezing en de ontdooiing nog een eicel te kunnen bevruchten. Vaders van vier kinderen schrikken soms als ik vertel dat hun zaad niet goed genoeg is.”

Hoeveel kinderen mag één enkele donor maken?

Tournaye: “Dat is overal in Europa beperkt, anders is de kans te groot dat twee kinderen van dezelfde donor op hun beurt samen een kind krijgen, en dat zou ernstige risico’s inhouden voor die baby. In België mag een donor volgens de wet zes gezinnen helpen, maar er is geen uniform registratiesysteem. Van de bevoegde federale kabinetten kreeg ik te horen dat ze zes gezinnen eigenlijk te weinig vinden, en door de manke registratie zullen het er vast iets meer zijn. Maar een donor heeft niets te zeggen over het aantal kinderen dat hij wil helpen maken: hij levert alleen de stalen af, en daarna is het onze verantwoordelijkheid.

“In Nederland mag het zaad van één donor gebruikt worden om tot 25 kinderen te maken, en dat plafond zou nog verhoogd worden.”

Hebben ouders soms eisen over het uiterlijk of de diploma’s van hun donor?

Tournaye: “Ja, maar wij mogen daar wettelijk gezien niet op ingaan. Twee blanke ouders willen soms een zwarte donor, maar wat zou het kind zelf vinden? Wij gaan altijd op zoek naar een donor met ongeveer dezelfde fysieke kenmerken als de ouders. Vroeger konden we hen wel verwijzen naar de website van de Deense spermabanken: daar stond tot enkele jaren geleden een foto en een korte infofiche van de donor met zijn hobby’s, zijn interesses, enzovoort. Dan bestelden we een staal van hun favoriete donor. Toen het FAGG daar lucht van kreeg, zijn we op de vingers getikt. Iemand die naar AC/DC luistert, cello speelt en op zijn rechterarm een tattoo van een vis heeft, kun je na enig zoekwerk wellicht terugvinden via sociale media, oordeelde het agentschap.”

In ons land is de anonimiteit van de donor gegarandeerd, anders dan in Nederland of het Verenigd Koninkrijk. Dat moet de drempel om te doneren toch verlagen?

Tournaye: “Absoluut, want in Nederland en Groot-Brittannië zijn de tekorten nog veel groter. Uit Gents onderzoek is gebleken dat driekwart van de Belgische spermadonoren niet meer zou meewerken als de anonimiteit wegvalt. Dat er nog altijd over wordt gediscussieerd om de anonimiteit af te schaffen, is volgens mij één van de belangrijkste redenen waarom veel mannen twijfelen. Drukkingsgroepen willen zelfs geregeld krijgen dat de donor met terugwerkende kracht geïdentificeerd kan worden. Maar als de anonimiteit wegvalt, zullen er niet plots twintig jaar later een stel kinderen voor je deur staan: ‘Dag papa!’ In veel landen kan de donor kiezen hoever het contact mag gaan.”

DNA-databank

Niet elke donor wil per se in de schaduw blijven. Davy*, een veertiger uit Limburg, was kandidaat-spermadonor in Genk, maar heeft om een ongewone reden afgehaakt.

Davy: “Ik wilde mensen helpen om hun kinderwens in vervulling te laten gaan, dus heb ik me ingeschreven. Maar na de eerste tests van de kwaliteit van mijn zaad kreeg ik tot mijn verrassing te horen dat ik alleen anoniem kon doneren. Ik dacht meteen aan de donorkinderen: het moet vreselijk zijn om zo door het leven te gaan. In het Kinderrechtenverdrag staat duidelijk dat elk kind het recht heeft om zijn biologische ouders te kennen. Daarom heb ik me uitgeschreven.

“Later hebben mijn vrouw en ik een kindje gekregen via in-vitrofertilisatie. Er waren nog vijf embryo’s over en die hebben we wel gedoneerd, al voelden we ons daar niet goed bij.”

Vindt u het jammer dat u niet weet of daar nog kinderen uit geboren zijn?

Davy: “Ja. Maar het gaat niet om mij, ik zou nooit zelf contact zoeken. Ik kan me wel inbeelden dat het kind contact met ons zou willen. Wie zijn wij? Wat is ons verhaal?”

Slechts een kwart van de spermadonoren wil nog helpen als de anonimiteit wegvalt.

Davy: “Alleen in België en Denemarken bestaat die gegarandeerde anonimiteit nog, maar dat is niet meer van deze tijd. Een embryo is slechts een klompje cellen in een diepvriezer, het leven na de geboorte is véél belangrijker. Door de verplichte anonimiteit krijgt het donorverhaal te veel gewicht. Het wordt soms jarenlang verzwegen of het komt pas naar buiten tijdens ruzies met familieleden, want het donorkind is toch niet helemáál deel van het gezin. Dat veroorzaakt een gevoel van ontworteling.

“Ik heb daar altijd al zo over gedacht, maar vorig jaar vertelde mijn vader me dat ik zelf een donorkind ben. Mijn ouders hadden blijkbaar problemen om mij te verwekken, en ze deden als één van de eerste koppels in ons land een beroep op een spermabank. Plots was ik zelf ontworteld.

“Tijdens de zoektocht naar mijn biologische vader besefte ik dat de anonimiteit van donoren vandaag niet alleen onwenselijk is, maar ook een illusie. Via DNA-databanken kunnen veel donorkinderen alsnog ontdekken wie hun biologische ouders zijn. De Vlaamse overheid heeft in 2020 trouwens een eigen databank opgericht.

“Ik nam speekselstalen bij mezelf af en stuurde die op naar gespecialiseerde DNA-databanken. Ik kreeg al snel de resultaten: ik had een match van 25 procent met een halfbroer en één van 50 procent met een Belgische man. Andere donorkinderen moeten lang puzzelen, maar blijkbaar had mijn biologische vader zelf ooit zijn DNA laten analyseren. Ik was wel even van mijn melk.

“Ik heb via sociale media contact met hem gezocht, maar hij heeft nooit geantwoord. Hij heeft me niet eens laten weten dat hij geen contact wenste. Maar ik wil geen band met mijn biologische vader, ik wil gewoon zijn verhaal kennen en weten of ik rekening moet houden met erfelijke ziektes. Voorstanders van anonieme donatie vrezen dat veel donorkinderen een hechte relatie willen met hun biologische vader, maar dat gebeurt zelden.”

Je kwam pas na je veertigste te weten dat je een donorkind bent. Neem je je ouders iets kwalijk?

Davy: “Nee. Zij zijn ook maar kinderen van hun tijd. De dokters hadden hun geadviseerd om mijn achtergrond geheim te houden, want dat zou alleen maar problemen opleveren. Die geheimhouding heeft veel kinderen met frustraties opgezadeld.

“Vandaag is de mentaliteit anders. Er bestaan fantastische kinderboekjes over het thema. Donorkinderen weten dat hun biologische vader ergens rondloopt, en ze maken er geen probleem van.”

Puur natuur

Volgens het FAGG doneerden vorig jaar 77 Belgische mannen sperma aan een wensouder die ze al kenden. Andere wensouders zoeken zelf in besloten groepen op sociale media naar kandidaat-donoren, en een aantal van die donoren is wel héél actief. ‘Ik doneer onbeperkt’, schrijft één van hen. Een andere man antwoordt onder een oproep van een wensmoeder: ‘Goede middag, ik heb nog sperma.’

Een donor uit het Nederlandse Drachten beheert meerdere Facebook-groepen in de Benelux. ‘Hallo, wie mag ik zwanger maken?’ vraagt hij om de zoveel weken. ‘Ik ben een blanke man van 47 jaar, ik ben 1 meter 88 groot, heb kort donkerblond haar en blauwe ogen. Geen financiële bijbedoelingen. Ik heb er geen problemen mee dat het kind later wil kennismaken met mij. Een verdere rol, emotioneel of financieel, zie ik niet zitten. Interesse? Stuur me dan een privébericht.’ Het lijkt een daad van altruïsme, tot de man uitlegt hoe hij de transactie in de praktijk ziet: ‘Ik wil wel duidelijk maken dat ik via de natuurlijke weg doneer.’ Vrij vertaald: de man wil wensouders helpen om een kind te krijgen, maar alleen in ruil voor seks. Op onze vragen over zijn werkwijze verwijderde hij ons uit de Facebook-groepen, maar een ander lid van de groep, Ruwan* (38), wil wel praten. Hij blijkt erg gewild bij wensouders wegens de beleefde indruk die hij maakt, en zijn donkere huidskleur.

Ruwan: “Enkele jaren geleden las ik in de wachtkamer van mijn huisarts dat er in Europa een groot tekort aan spermadonoren is. Omdat ik zelf een adoptiekind ben – mijn ouders hebben me in Sri Lanka geadopteerd – was ik meteen enthousiast om koppels te helpen. Maar in Nederland betalen wensouders duizenden euro’s om een kind te krijgen, terwijl ik op de parkeerplaatsen van de dokters aan de spermabanken altijd Porsches zag staan. Dat vond ik oneerlijk. In België is er de verplichte anonimiteit, terwijl ik het belangrijk vind dat kinderen later weten wie hun biologische vader is – ik heb tot mijn grote geluk zelf mijn biologische ouders kunnen ontmoeten. Daarom stelde ik me in onlinegroepen kandidaat om sperma te doneren. Die groepen zijn soms erg groot: veel mensen gaan niet akkoord met de manier van werken van de spermabanken in de Benelux.”

Doneert u uw zaad op natuurlijke wijze?

Ruwan: “Soms wel, ja. Veel vrouwen vragen er zelf om, want dan heb je de grootste kans op slagen. Het voelt ook niet raar aan. Zelfs met vrouwen in een lesbische relatie lukt het vlot. Niet lang geleden had ik een afspraak met een alleenstaande vrouw die met mijn zaad een kind wilde maken. We aten ’s avonds wat, we maakten het gezellig en ik bleef slapen. Dat is voor mij de normaalste zaak ter wereld, zolang alles met wederzijdse instemming gebeurt. We zijn toch volwassen mensen?”

Doet u het voor de seks?

Ruwan: “Nee. Sommige mannen is het daar wel om te doen: ze halen een kick uit het seksuele contact, of ze willen zich zoveel mogelijk voortplanten, zoals de Nederlandse arts Jan Karbaat (die met zijn eigen zaad minstens tachtig donorkinderen heeft verwekt bij patiëntes, red.). Nog anderen doen het voor het geld: ze vragen tot duizenden euro’s omdat ze naar eigen zeggen intelligent, gezond en gespierd zijn. Ik wil vooral vrouwen helpen, al doe ik het ook wel uit eigenbelang. Ik ben een eind in de 30 en single: wie weet kom ik niet meer op tijd de juiste vrouw tegen om mijn eigen kinderwens te kunnen vervullen. Als donor kan ik dan toch kinderen ter wereld brengen. Ik weet natuurlijk niet wat mijn toekomstige partner daarvan zal vinden, maar nu houdt niemand me tegen.

“Soms zeg ik zelf nee na het eerste contact. Ik heb ooit afgesproken met een jonge vrouw die zwanger wilde worden, maar ze verkeerde in financiële problemen, was werkloos en had geen contact met haar ouders. Ze leek me niet in staat om een kind op te voeden, dus besloot ik haar niet te helpen. Andere mannen uit de onlinegroepen zou het niets kunnen schelen.”

Hoeveel kinderen van u lopen er al rond?

Ruwan: “Twee, bij hetzelfde lesbische koppel. Ik heb wel meer wensouders proberen te helpen, maar alleen bij dat stel zijn er kinderen gekomen.”

Had u seks met één van die lesbische vrouwen?

Ruwan: “Nee. Ze hadden geen zin om het op de natuurlijke wijze te doen, en dat respecteerde ik. Als het een half jaar later niet gelukt zou zijn, zouden we seks overwogen hebben. We kozen voor inseminatie en brachten het sperma met een spuitje in. Ik kon om de vier weken een potje binnenbrengen, maar we wilden het persoonlijker aanpakken. Ik ging op hotel in de buurt wanneer de vrouw ovuleerde. Twee à drie dagen lang aten we samen, keken we tv en dronken we een glaasje. Daarna zonderde ik me af in de badkamer en produceerde ik mijn staal in een potje. Ik koester warme herinneringen aan die dagen.

“De huisarts zei dat we zeker een jaar geduld zouden moeten oefenen, maar na drie weekends was het al raak. Hun zoontje werd gezond en wel geboren. Ik hield via WhatsApp contact met het stel om te horen hoe het hun verging, en om de zoveel maanden spraken we af. Enkele jaren later wilden ze een broertje of een zusje, dus deden ze opnieuw een beroep op mij. En alweer waren ze snel zwanger van een jongetje.”

Wat vindt u van zulke verhalen, dokter Tournaye?

Tournaye: “Ik schrik er niet van dat allerlei rare vogels online seks willen met wensmoeders. Soms klopt een lesbisch koppel bij ons aan dat al een kind heeft. Als we vragen naar welk ziekenhuis ze de vorige keer zijn gegaan, is het antwoord niet zelden: ‘Ik had er wel een onenightstand voor over.’ Als wensouders horen welke administratieve rompslomp en torenhoge facturen hun te wachten staan – tot 1.000 euro per poging – zeggen ze al snel: ‘We vinden wel iemand op het internet die het gratis wil doen.’ In veel landen zijn internetdonoren volgens mij de belangrijkste leveranciers geworden. Maar wat zullen de kinderen daar over achttien jaar van vinden, als ze ontdekken dat hun donorvader meer dan honderd kinderen heeft verwekt, of dat het hem alleen om de seks te doen was?

“Als ik politici vertel dat het spermatekort tot schimmige toestanden zal leiden, krijg ik vaak te horen dat dat niet hun probleem is. Maar zij laten wel veel lesbische en alleenstaande vrouwen in de kou staan, zeker nu de anonimiteit weer ter discussie staat. Ook Petra De Sutter (gynaecologe en sinds 2020 vicepremier van Groen in de federale regering, red.), die vroeger tegen de afschaffing van de anonimiteit was, is van mening veranderd. Het welzijn van het kind staat nu centraal, niet dat van de wensouders. Ik ben daar niet tegen, maar ik zie meer in de Deense aanpak, waar donoren en ouders ofwel voor anonimiteit, ofwel voor identificeerbaarheid kunnen kiezen. Anders wordt het spermatekort nog véél groter.

“Trouwens: niet alle vrouwen willen een bevruchting door een man die ze op sociale media hebben gevonden. Het stoot hen fysiek af, ze willen geen soa riskeren of ze vrezen dat hun kind een genetische aandoening zal hebben. Een internetdonor kan ook altijd het vaderschap en bezoekrecht opeisen. In het Verenigd Koninkrijk hebben biologische vaders om die reden al rechtszaken aangespannen.”

Ruwan, is dat geen probleem? Wat als zo’n donorkind later voor de deur staat? Wat met de erfenisrechten en uw ouderlijke verantwoordelijkheid?

Ruwan: “Het koppel van de twee kinderen deed op eigen kosten een beroep op een notaris. Door het contract dat we bij hem hebben getekend, ben ik de kinderen niets verschuldigd, en omgekeerd evenmin. Ik ben blij dat het zo is geregeld, want mensen met minder middelen maken vaak gebruik van kant-en-klare contracten die online circuleren. Die zijn juridisch niet waterdicht, waardoor sommige kinderen of donoren over twintig jaar voor onaangename verrassingen kunnen komen te staan.

“De keerzijde is dat ik niets te zeggen heb. Sinds kort is het contact met het koppel en de kinderen verwaterd, tot mijn grote spijt. Toen we vroeger afspraken, was dat op plekken waar ze nooit een bekende tegen het lijf zouden lopen, want ze waren er als de dood voor dat iemand zou ontdekken wie ik was. Nu is het echt voorbij. Dat heeft me wel pijn gedaan.”

Hoeveel kinderen wilt u nog op deze manier verwekken?

Ruwan: “Maximaal tien. Als je ziet dat donoren in Nederland zonder problemen meer dan twintig kinderen kunnen maken, dan valt dat nog mee, toch? Onlangs heb ik een nieuwe oproep gelanceerd in enkele onlinegroepen, er hebben al een tiental koppels gereageerd. Wie weet kan ik binnenkort opnieuw wensouders zielsgelukkig maken.”

* Bert en Davy zijn schuilnamen, Ruwan wilde alleen met zijn voornaam in de media verschijnen. De volledige namen van de donoren zijn bekend bij de redactie.

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234