Dinsdag 27/09/2022

In het zwaar getroffen Bagh komt het leven moeizaam weer op gang

Mohammad: 'Dit is erger dan onze oorlog. Nu was niemand voorbereid, was er geen oorzaak, geen doel. God heeft ons gestraft en we weten niet waarom'Rashid: 'Mijn huis ligt in puin maar ik heb mijn winkel nog, mijn zoon en vrouw zijn ongedeerd. Veel meer mag je nu niet wensen'

Bang voor de winter, krakende huizen en God

Vier dagen hebben ze moeten wachten op hulp, vier lange dagen. De inwoners van Bagh blijven het herhalen. Twee maanden later is de provinciestad in het zuiden van Pakistaans Kasjmir een kolonie van hulpverleners. Langzaam komt het leven weer op gang, maar tussen de puinhopen en in de tentenkampen is echte hoop nog ver te zoeken. 'Ons paradijs is verwoest en niemand weet of hij de winter zal overleven.'

Overwinteren in Kasjmir deel drie

Bagh

Van onze verslaggeefster

Barbara Debusschere

Ze zijn na twee maanden nog alomtegenwoordig in Bagh, de brokstukken, het gruis, de puinhopen. Zoals in het volledige rampgebied is het ook hier alsof er een reus door het landschap is gelopen. Straat na straat vertoont open wonden. Sommige gebouwen zijn duidelijk neergeploft, op de brokstukken ligt het dak nog recht en intact. Een bord met daarop 'Welcome to my bookshop' steekt uit een hoop stenen. Als bij toeval is de tekst nog volledig, de rest, de boekenwinkel zelf, is verleden tijd. Op de stenen plakt geronnen bloed. Tussen een ingevallen muur steekt een schoen.

Niemand lijkt haast te hebben die verwijzingen naar 'de hel van 8 oktober' weg te nemen. Alleen de wegen zijn door het leger hersteld. Ook op het gemoed van de overlevenden weegt een zware steen. "Wat er allemaal verdwenen is? Alles", zeggen mensen in de straat. "Het politiekantoor, het militair hospitaal, meer dan tien scholen, honderden winkels en huizen, regeringsgebouwen, banken, bazaars, echt alles." De hele administratie en gezondheidszorg liggen plat en sommige scholen gaan wellicht nooit meer open omdat veel kinderen zijn omgekomen.

Net als Muzaffarabad, de hoofdstad van Pakistaans Kasjmir, is Bagh op 8 oktober met de grond gelijk gemaakt. Het stadje is voor 80 procent vernield. De 230 dorpen die zich rond de vallei tegen de bergflanken aanvlijen, zijn eveneens zwaar getroffen. In totaal zijn 8.157 van de ruim 300.000 inwoners van het hele district omgekomen en minstens evenveel mensen zijn gewond.

Zo goed als iedereen hier treurt. Wie niet aankijkt tegen het verlies van zijn huis en bezittingen heeft familieleden verloren. De natuur huilt echter niet mee. Bagh ligt in een fabelachtige vallei van Kasjmirs bergen, aan het begin van de Himalaya en wordt in tweeën gedeeld door een riviertak. Het is in een van de mooiste plekken ter wereld dat de natuur zo veel schade heeft aangericht. Maar de zonsondergangen, de bergtoppen en sterrenhemels blijven even prachtig.

De brug over de rivier, die beide delen van de stad met elkaar verbindt, heeft de aardschokken wonderlijk genoeg overleefd. "Gebouwd door Duitsers", weet een taxichauffeur. De rivierbedding zelf is een verzameling van dikke stenen, waar de flauwe waterloop zich langsheen kronkelt.

Vandaag is het daar beneden aan de waterkant geen liefelijk gezicht meer. Overal staan tentenkampen. Van bovenaf lijkt het wel een overmaats circus. Maar wie dichterbij gaat kijken ziet de wanhoop van mensen die niet alleen bezittingen en familieleden maar ook hun menselijkheid zijn kwijt geraakt.

Deze vluchtelingen proberen in de stad aan hulp te raken. De rivier is hun bad, wc, afvalhoop en drinkwaterbron. Wanneer de zon achter de bergen verdwijnt en de temperatuur tot het vriespunt zakt, stijgt overal rook op omdat mensen hun afval verbranden. Het is voor de meesten de enige warmtebron tijdens de nacht.

Ieder kamp valt wel onder een andere hulporganisatie. De vlaggen van Unicef, Save the Children en UNHCR wapperen hier samen met die van instanthulporganisaties waar vroeger nooit iemand van gehoord had. Ook islamitische ngo's als Jamaat Islamiya, Islamic Relief en Moslim Hands zijn present. En de vluchtelingen blijven toestromen uit de bergen.

Aanvankelijk waren de mensen in Bagh vooral woedend op het leger omdat de hulp erg traag op gang kwam. "We voelden ons geen Pakistanen meer", klinkt het. Nu de hulp er is, klagen velen aan dat "de mensen van de stad" alle hulp krijgen en de mensen uit de bergen niets. "Onrechtvaardig!", roepen de vluchtelingen.

Ook in de drukke straatjes van de stad is en blijft de onrechtvaardigheid van God, aan wie velen de natuurramp toeschrijven, overduidelijk. Het ene winkeltje is nog intact en er worden al weer groenten, fruit of potten en pannen verkocht tegen prijzen die een pak hoger liggen dan voor de aardbeving. Bij de buren is het dan weer doffe ellende. Een hoop stenen is alles wat hen nog rest. Uit noodzaak bivakkeren eigenaars dan maar op de puinhoop van het huis of de winkel waar ze zo veel geld, tijd en energie in staken. Ze brengen de dag door met afbraakwerken.

Tariq Mahmood, een veertiger, is zo iemand. Hij had in een van de hoofdstraten die zich naar de bergen slingeren, een studentenhuis en twee winkels. Hij balanceert gevaarlijk op de resten van zijn zaak. "Nu pas ben ik hierheen gekomen", zegt de imposante man. Tariq woont in een van de vele dorpen op de bergflanken. Ook van zijn woning en bezittingen blijft geen splinter meer over. Zes van zijn familieleden, onder wie een van zijn kinderen, zijn omgekomen.

Tariq heeft het duidelijk moeilijk om er iets over te vertellen. Zijn blik dwaalt af naar de overburen, die hun te dure groenten aanprijzen, en dan weer naar de enorme berg stenen waar hij met de moed der wanhoop orde in wil scheppen. "Het werd me te veel, in onze tent. We proberen een hutje te bouwen tegen de winterkoude, maar er is geen materiaal. Ik ben naar hier gekomen omdat ik bezig moet blijven. Veel kan ik niet doen behalve opruimen. Tijdens dat werk moet ik tenminste niet voordurend aan de aardbeving en aan de toekomst denken." Dan neemt Tariq afscheid en gaat verder met stenen versjouwen.

"Dit is erger dan de oorlog", zegt Mohammad Anwar Shah, een kranige zeventiger die nu ook in een tent moet wonen. De man is hier opgegroeid en maakte de oorlog in 1947 nog mee, toen Pakistan onafhankelijk werd van India. "Het leven was altijd goed hier. Bagh is beroemd om twee dingen: prachtige natuur en moedige strijders. De natuur is er nog. Bagh betekent 'tuin' en ondanks de vernieling kan ik gelukkig nog altijd genieten van al die bomen en vogels, de bergen. Bagh was in de oorlog ook het basiskamp. Onze strijdlust is nu echter verdwenen. De oorlog was wreed, maar dit is wreder. In een oorlog weet je dat er bommen zullen vallen, je kunt je voorbereiden en schuilen, vrouwen en kinderen kunnen op tijd in veiligheid gebracht worden, en je weet ook waarom er al dat geweld is. De aardbeving was erger. In een paar seconden werden totaal onverwachts duizenden levens weggemaaid. Niemand was voorbereid en veel mensen zullen nog lang worstelen met de vraag waarom dit hier gebeurd is. Bovendien zullen er talloze winterdoden vallen. God heeft ons gestraft, denken we. Maar waarom precies weet niemand."

Net daarom misschien is de nood om de shock weg te praten groot. Sommigen klampen buitenlanders aan. Je denkt dat ze je alleen maar willen overtuigen van de miserabele omstandigheden waarin ze nu moeten leven, van hun angst voor de sneeuw en vrieskou. Toch niet. Ze willen eerst en vooral dat je eet en drinkt. Gastvriendelijkheid gaat hier boven alles, zelfs als je huis in puin ligt en je familieleden verloren hebt. In tenten of hutjes van golfplaten laten ze lekkernijen aanrukken en terwijl ze je aansporen om vooral te eten en te drinken, vertellen ze steeds opnieuw en opnieuw hun verhaal.

"Ik ben net kunnen ontsnappen maar ik zag mijn broer sterven onder het puin." "Ik lag uren in paniek onder de stenen, tot een hond me vond." 'Ik ben twee zussen en een oom kwijt." Ze zeggen het gelaten, terwijl ze verder gaan met timmeren, thee drinken of potten verkopen. Er is in deze stad niemand te vinden die helemaal niets of niemand kwijt is.

"Wij zijn de gelukzakken", vindt Rashid Majeed. Hij leidt ons langs de zoveelste straat die getroffen lijkt door een clusterbom. Majeed is een zeldzame optimist hier. "Ik heb mijn levensmiddelenwinkel nog, mijn zoon en vrouw zijn ongedeerd. Veel meer mag je nu niet wensen." Dan wijst hij naar een berg stenen waar een stalen gebinte uit steekt. "Dat was ons huis", klinkt het. Majeed zucht. "Zie jij iets dat nog overblijft? Alles was in een paar seconden weg." Hij schudt met zijn hoofd en troont ons dan maar mee naar zijn nieuwe 'huis', een tent.

In de tent zit Majeeds familie. Aan een kant hangt een poster van een voetballer, aan de ingang ligt een namaak oosters tapijt. Majeed moeder zit er naar een minitelevisie te kijken, zijn zoontje Moiz (1) kruipt rond, morst thee. De rest van de tent wordt volledig ingenomen door twee bedden. "Het is een slechte tent, de regen sijpelt door. Ik kan me niet voorstellen hoe de kleintjes de winter hier zullen overleven", zegt Majeed.

Het huis van Majeeds broer staat wel nog overeind. Toch schuilen ze met zijn allen in tenten. Zoals alle overlevenden betrouwen ze muren en daken niet meer. Majeed: "We zijn doodsbang. We hebben eens een nacht in het huis geslapen, maar er zitten scheuren in de muren. Tijdens een van de naschokken sliepen we binnen omdat het te koud was, maar we zijn toen buiten zinnen van angst naar buiten gevlucht. Nu riskeren we het niet meer, we zijn bang van huizen. Mijn kleine nichtje Alishba doet het geluid van de aardbeving nog altijd na. Van nog eens zoveel angst worden we gek."

Ondanks de ellende gaat het trouwfeest van Majeeds jongste broer, Jasr, toch door, in een tent van het leger. Majeed: "Ach, je zou het moeten meemaken zoals we dat hier doen. Bagh was een vrolijke stad. Mensen zaten op straat te kletsen, er werd gebarbecued, geroddeld, plezier gemaakt. Dat is nu allemaal weg. Het is al veel dat je nu weer mensen kunt zien lachen, maar echt overtuigd is het niet, hoor. We waren een uitbundig volk. Op een trouwfeest dansen en zingen we, de vrouwen toveren zich om in prinsessen en het feest gaat drie dagen door. Nu zullen we het erg simpel houden, omdat we rouwen. Maar we hadden het gepland, alles was geregeld, de jurken, de imam. En we willen onze kop niet laten hagen, het leven moet doorgaan."

Vandaag, de dag voor de trouwerij, zit de bruid er maar sipjes bij. Een van haar vele nichtjes die komt helpen met de voorbereidingen, kan ook nauwelijks lachen. "Ik ben in Muzaffarabad getrouwd net nadat mijn zus gestorven was aan haar verwondingen", zegt ze. Het fotoalbum van die belangrijke dag in haar leven gaat rond. Zelfs de lagen schmink en felgekleurde garderobe kunnen haar verdriet niet verbergen. Op geen enkele trouwfoto lacht ze. En het lijkt er niet op dat haar nicht morgen wel een blij gezicht zal kunnen opzetten. Jasr: "Ja, mijn bruid is echt aangeslagen omdat we in deze trieste tijd trouwen. Ook haar huis is met de grond gelijk gemaakt. Ik zal haar proberen troosten. Maar we beseffen dat we wellicht nog jaren zullen moeten wachten op de feeststemming van vroeger."

Deel 1 Kampen met een dodelijke winter Zaterdag 17 december (in Reporter)

Deel 2 Getraumatiseerden krijgen les in tenten Maandag 19 december

Deel 4 Hulp aan geïsoleerde bergbewoners Vrijdag 23 december

Deel 5 De psychologische impact Zaterdag 24 december

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234