Dinsdag 04/10/2022

In Londen liggen enkel nog

Metrostandhoudster Pat Nastry: 'De mensen denken er zelfs niet meer aan. Ze willen werken, geld verdienen en thuis lekker warm voor de tv kruipen'

moslims wakker van bommen

Vier bommen ontploften, 52 reizigers kwamen om, 700 passagiers geraakten gewond. Maar bijna een half jaar na de aanslagen zitten de metro's van de Londense Underground opnieuw propvol. Niemand kijkt spiedend om zich heen, tenzij om een laat kerstcadeau te vinden. Rugzakken, terroristen, bommen: wie ligt daar nog wakker van? Blijkbaar enkel de Londense moslims: 'Ik blijf maar sorry zeggen in naam van mijn gemeenschap.'

Ayfer Erkul foto's Tim dirven

Pat Nastry heeft 'het' gemist. 'Het' gebeurde 's morgens en zij komt pas 's middags naar haar werk. "Maar ik woon vlak bij Tavistock Square, waar de bus ontplofte", glimlacht de 65-jarige vrouw. "Ik heb het dus toch een beetje kunnen meemaken." Pat Nastry heeft midden in de grote hal van station Liverpool Street een fruit- en bloemenstand. Anjers, rozen, gemengde boeketten naast appelen, peren en bananen. Een kilo druiven voor meneer, een appel voor de jongen. Kerstboeketten met rozen en dennenappels zijn het meest in trek. Pat haast zich van klant naar klant. "Moment, ik ben hier dadelijk klaar", grijnst ze vermoeid naar ons.

Zo druk als vandaag was het ook op 7 juli, de dag dat 'het' gebeurde. Drukker zelfs. Om tien voor negen op een doordeweekse ochtend snelden duizenden mensen door de hal om de metro naar het werk te halen. Metro nummer 204 van de Circle Line richting station Aldgate zat propvol. In het tweede rijtuig staarden tientallen passagiers nietsziend voor zich uit, vielen knikkebollend opzij of waren verdiept in hun krant. Toen de metro station Liverpool Street uitreed, ontplofte achteraan in het rijtuig een bom. Er vielen zeven doden, onder wie de dader, en tientallen gewonden.

Zes maanden later lijkt niets veranderd in de metro tussen Liverpool Street en Aldgate. Een man probeert zich recht te houden in het volle rijtuig en tegelijk zijn verkreukelde Daily Telegraph te lezen. Twee vrouwen roddelen over hun bazin. Enkele zetels verder is een arbeider in slaap gevallen. Zijn mond hangt lichtjes open, zijn kleren zijn besmeurd met cement.

Sinds 7 juli heeft iedere Londenaar minstens een keer de vraag gehoord: waar was u toen de metrobommen ontploften? "Hier", roept de Indiase uitbater van de krantenkiosk onder in het metrostation. "Ik stond hier en verkocht net een krant. The Daily Mail, ik weet het nog goed. De voorpagina was versierd met olympische ringen. Londen had net de Spelen van 2012 binnengehaald." Plots klonk er een knal en de grond daverde, vertelt de man. Niemand wist wat er gebeurde. "Ik dacht dat het van buiten kwam. Tot ik andere mensen naar buiten zag rennen." De Indiër aarzelde geen moment, sprong over zijn kranten en snoepgoed en rende naar buiten. Aan hulp verlenen dacht hij geen seconde, geeft hij toe. "Ik rende gewoon met de groep naar buiten."

Pas na twee dagen mocht hij weer binnen om zijn kiosk af te sluiten. Drie weken later verkocht hij alweer kranten alsof er niets gebeurd was. "Wat moet ik anders? Ik heb geen ander inkomen en ik had al genoeg verloren in die drie weken dat alles hier afgesloten was voor herstellingen. Daarna waren pendelaars te bang voor de metro. Ik had hoogstens twee klanten per dag. Dat verlies heb ik nog steeds niet goedgemaakt."

Ook Pat Nastry zat die eerste weken na de aanslag urenlang werkloos op haar krukje. Pendelaars zag ze amper, klanten nog minder. "Nu is alles weer normaal", zegt de vrouw. Normaal? Terwijl vlak na de aanslagen iedereen zich afvroeg of Londenaars ooit nog op hun gemak in een restaurant zouden kunnen zitten? In een metro durven te stappen? Een rugzak dragen? "Ach wat". Nastry haalt achteloos haar schouders op. "Je ziet zelf de drukte. De mensen denken er zelfs niet meer aan. Ze willen werken, geld verdienen en thuis lekker warm voor de tv kruipen."

De eerste weken zat de angst nog diep en werden jongens met rugzakken argwanend bekeken, zegt Pat Nastry. Nu niet meer? Ze aarzelt. "Ik neem elke dag nog de metro. Maar als ik een jongeman met een rugzak zie, houd ik even mijn adem in. Zeker als hij een donkere huid heeft. Maar bang? Ik leef al mijn hele leven in Londen. (uitdagend) Ik laat me niet wegjagen door enkele moslimterroristen."

Tientallen Londenaars staan al een kwartier te wachten op hun metro van de Circle Line, richting Paddington Station. Ongeduldige blikken houden het aankondigingsbord in het oog. Nerveuze tenen tappen op de grond. Dan wordt omgeroepen dat er vandaag in die richting geen metro meer zal rijden. Ook de rest van de lijnen heeft ernstige vertraging. U kunt maar beter de bus nemen, kraakt de stem door de micro.

Iedereen rept zich de trappen op, naar buiten. Aan de bushaltes is het drummen. "Het lijkt wel of er een bom ontploft is", grinnikt een toerist, met Duits accent en stadsplannetje van Londen. Niemand lacht. Iedereen heeft die dag uit zijn geheugen gewist. Niemand wil herinnerd worden aan zes maanden geleden, toen om tien voor negen een bom ontplofte op metro nummer 216 op het moment dat die Edgware Road uitreed. Door de ontploffing, in het tweede rijtuig, werden de deuren en een stuk dak weggeblazen. Er vielen samen met de dader zes doden en meerdere gewonden.

'Die eerste minuten na de ontploffing waren een nachtmerrie. Overal rook, stof, vuur. En alles was donker", vertelt Jeff Porter. "Ik hoorde iemand om hulp roepen, maar vond hem niet. Pas later zag ik op het nieuws dat die persoon onder mijn metro lag. Hij was door de explosie uit de andere metro gevlogen."

Porter is metrobestuurder en reed op het ogenblik van de ontploffing langzaam Edgware Road binnen. Op het andere spoor reed metro nummer 216 van het station weg. Vlak voordat beide voertuigen elkaar kruisten, zag Porter een helgeel licht opflitsen. Toen de andere metro voorbijreed, vloog zijn voorruit aan diggelen. Porter remde bruusk. "Ik had geen knal gehoord, niets. Ik wist niet wat er was gebeurd. Was de andere metro ontspoord? Ging het om een botsing? Stortte de tunnel in?"

Porter was even de kluts kwijt. Daar zat hij dan, in een donkere tunnel met bijna duizend passagiers in zijn metro, op een eindje van het station. De evacuatietrainingen in de zestien jaar dat hij bestuurder was, hadden hem hier niet op voorbereid. Zijn radio werkte niet meer en achter hem begonnen 'zijn' passagiers te panikeren. "Ik dacht vooral aan hen, zij waren mijn verantwoordelijkheid", vertelt Porter. "Ik ging het eerste rijtuig binnen en vroeg iedereen om te wachten. Ga zitten, ik ben zo terug, zei ik. Daarna rende ik over de sporen naar het station om hulp te halen. Pas op de terugweg zag ik de andere metro. Er was een gat in het tweede rijtuig, mensen strompelden bloedend naar buiten."

Terwijl hij de andere metro aan de hulpverleners overliet, bekommerde Porter zich om de zijne. Rustig leidde hij de honderden passagiers in het duister over de sporen naar station Edgware Road. Daarna ging hij terug om de gewonde passagiers van metro nummer 216 te helpen. Een held, bejubelde de Britse pers Jeff Porter achteraf. Dat vond ook Time Magazine die hem in oktober, samen met 36 mannen en vrouwen, onder wie Bob Geldof, uitriep tot een van de helden van het jaar 2005. Voor het tijdschrift was Jeff Porter iemand die "een inspirerend voorbeeld is van moed en overtuiging".

Jeff Porter is trots op de onderscheiding, maar blijft er bescheiden onder. "Ik deed gewoon mijn job", zegt hij in de cafetaria van Birkbeck College, aan de universiteit van Londen. Hij heeft zijn Undergrounduniform nog aan; zijn werkdag in de metro zit er net op. Voor de rest van de dag gaat hij zich opsluiten in de bibliotheek van het College. Hij studeert hier al twee jaar moderne geschiedenis en politiek. Niet dat hij ooit iets met het diploma wil doen. "Gewoon voor de kennis", zegt de 46-jarige man. "Ik zal altijd metrobestuurder blijven."

De eerste weken na de aanslagen had hij het moeilijk. Hij was onrustig, kon niet tegen lawaai, bleef liever binnen zitten. Maar de psychologische begeleiding van de maatschappij heeft wel geholpen, zegt hij. Acht weken na de explosie kroop Porter weer achter het metrostuur. "Geen trauma, geen angstaanvallen: ik heb nergens last van", vertelt hij op zakelijke toon, alsof hij het over iemand anders heeft. Maar tijdens het gesprek verraden zijn handen hem. Ze pakken het blikje cola light vast, laten het plots weer los, spelen met een sigaar, krabben aan zijn baard, beven soms."Vergeten kan ik het natuurlijk niet", mompelt hij. "Ik rijd nog altijd op hetzelfde traject. Maar de herinnering zal na een tijd wel vervagen."

Porter heeft alle krantenartikels over hem en de aanslagen uitgeknipt en in een schrift geplakt. Af en toe haalt hij het tevoorschijn en bladert er door. "Daar heb ik wel nog behoefte aan", zegt hij zacht.

Pas op voor zakkenrollers. Kom niet te dicht bij de sporen. Laat geen bagage rondslingeren. Waarschuwingsaffiches in de Londense metrostations zijn er altijd al geweest. Na 7 juli werden nieuwe ontworpen: 'Om de metro veilig te houden, kunt u voor fouillering benaderd worden door een agent. Uw medewerking wordt gewaardeerd', schrijven die. Speciaal voor de kerstperiode hangen er sinds kort posters van kerstmannen die ver van hun zak met pakjes staan. 'Please don't leave your Christmas shopping unattended', staat erbij.

Hier, tussen King's Cross en Russell Square, vielen op 7 juli de meeste doden. Zesentwintig, onder wie ook de dader. De bom ontplofte op 200 meter van King's Cross, in de tunnel van de Piccadilly Line. Die ligt bijna 21,5 meter onder de grond en is een van de diepste metrolijnen. Na de aanslag steeg de temperatuur er tot bijna 60 graden. Overal was rook en stof. Omdat de tunnel dreigde in te storten, konden vele lijken pas dagen later geborgen worden.

Sinds die dag is het aantal agenten van de Transport Police zichtbaar opgevoerd. Bomhonden, vaak labradors of spaniels, die vroeger enkel op de luchthaven van Heathrow werden ingezet, snuffelen nu ook het metronetwerk af. "De eerste weken na de aanslagen waren de mensen heel voorzichtig", zegt een agent die met zijn hond Charlie in het station rondloopt. "Ze meldden vaak verdachte pakjes, kwamen ons vragen of het nu echt wel veilig was of bleven in onze buurt rondhangen voordat ze de metro instapten. Dat is nu verminderd. Verdwenen eigenlijk: niemand lijkt nog bezorgd."

Niemand, behalve de moslims misschien. Volgens cijfers van de politie werden tussen 7 juli en november bijna 16.000 verdachten gefouilleerd of aangehouden in metrostations en bussen. In 45 procent van de gevallen ging het om Aziaten. Twaalf procent waren zwarten en 7 procent Arabieren. "Dat zegt toch genoeg", zegt Azad Ali. "In de eerste maand na de aanslagen vervijfvoudigde het aantal islamofobe misdrijven, van 30 per dag tot zo'n 150. Dat ging van fysieke aanvallen, vandalisme van moskeeën en haatmails. De laatste maanden heeft dat aantal zich een beetje gestabiliseerd op gemiddeld 40 per dag. Maar de meeste zijn klachten over een racistische politiebehandeling. Mensen die worden aangehouden en gefouilleerd gewoon omdat ze donker van huid zijn of islamitisch gekleed gaan."

Azad Ali is voorzitter van het Muslim Safety Forum (MSF), een koepel waaronder zich 42 islamitische organisaties hebben verenigd. Het MSF adviseert de Londense Metropolitan Police op het vlak van haar relatie met de moslimgemeenschap. Enkele uren na de aanslagen van afgelopen zomer stonden Ali en zijn mannen al bij politiechef Ian Blair en burgemeester Ken Livingstone. "We raadden de politie aan om het woord moslimterrorisme niet te gebruiken", vertelt Azad Ali. "Nog beter was om de islam er helemaal niet bij betrekken. De daders moesten ze moordenaars noemen en niet moslimextremisten." Ali wist dat zodra de politie de islam erbij zou betrekken, veel moslims boos zouden afhaken. "Ze vinden terecht dat niet de islam en de hele moslimgemeenschap moet worden aangevallen omdat een paar gekken zich opblazen."

Op aanraden van Azad Ali maakte de politie ook de beelden van veiligheidscamera's waarop de daders te zien waren, pas tien weken na de aanslagen publiek. De mannen op de video waren duidelijk Aziatische moslims. Ali vreesde dat als de beelden onmiddellijk werden vertoond, de situatie volledig uit de hand zou lopen. Maar de tijdspanne van tien weken was genoeg om moslims de aanslagen scherp te veroordelen en zo op gelijke voet te komen met de rest van de bevolking.

Toch bleef het schuldgevoel knagen bij veel moslims. Ali: "Ik blijf maar sorry zeggen omdat mijn geloofsgenoten de aanslagen pleegden. Volledig verkeerd, ik weet het. Ik sprak onlangs met de vader van Shahara Islam, een van de moslims die bij de aanslagen werd gedood. De man komt hier vaak bidden. Hij had dat gevoel ook. Weet je, zei hij, mijn dochter is dood, maar waarom wil ik mij voortdurend excuseren?"

Het kantoor van MSF is gevestigd in de gebouwen van de immense East London Mosque, in het oosten van de Britse hoofdstad. In deze buurt leeft de grootste concentratie moslims van Londen. Mannen met baarden en shalwar kameez, een enkellang gewaad, bepalen hier het straatbeeld. Vrouwen hebben een hoofddoek op. Azad Ali wijst naar de poster aan de muur: jongeren met strijdlustige blik en koranverzen op sjaaltjes die ze rond het hoofd hebben gebonden. "Deze buurt telt er zo vijfduizend. Ze zijn nog geen zeventien jaar, kwaad op de wereld en onmiddellijk bereid te strijden. In naam van de islam, roepen ze daarbij."

Die jongeren gaan gebukt onder het grote slachtoffergevoel dat Britse moslims zo eigen is, zegt Azad Ali. "Zij zijn overtuigd dat enkel moslims worden geviseerd, opgesloten, gemarteld. Dat slachtofferschap moeten eruit. Dat is het onkruid van de moslimgemeenschap. (Fel) Daarom moet er ook een openbaar onafhankelijk onderzoek komen naar de gebeurtenissen van 7 juli. Een proces komt er niet, de daders zijn dood. Maar we willen hoe het zover heeft kunnen komen dat vier jonge Britse moslims met een rugzak vol explosieven de metro en bus instapten. Waarom werden ze niet opgemerkt terwijl een van hen door de politie in de gaten werd gehouden? Was de oorlog in Irak echt een motivatie? Hoe kan de moslimgemeenschap vermijden dat jongeren overgaan tot zulke aanslagen? Enkel een openbaar onderzoek kan antwoord geven op die vragen."

Het lot besliste ondertussen anders. Daags na ons gesprek met Azad Ali kondigt de Britse minister van Binnenlandse Zaken Clarke aan dat er geen openbaar onderzoek komt. In september nog had hij benadrukt dat er wel een onafhankelijke commisie zou worden opgericht. Maar dat blijkt nu te tijdrovend en zou ook gevaar opleveren voor lopende onderzoeken naar terreurnetwerken. Azad Ali kan er niet mee lachen. "De minister creëert problemen in plaats van ze te bestrijden", zegt hij aan de telefoon. "Er zullen vragen onbeantwoord blijven. En wij moslims zullen nog steeds niet weten hoe wij terrorisme in ons midden tijdig kunnen opmerken en aanpakken."

De laatste in de reeks zelfmoordaanslagen gebeurde bovengronds, aan een mooi plein met een park in het midden. Tavistock Square was eigenlijk helemaal niet het doelwit van de dader. Hij had op een metro van de Northern Line moeten stappen. Maar die was op 7 juli afgelast, zodat hij de ondergrondse verliet en rond kwart voor tien op bus nummer 30 stapte. De bus, een dubbeldekker die normaal van Marble Arch naar Hackney rijdt, moest een omweg maken omdat door de bomaanslagen een uur eerder verschillende straten waren afgezet. Om dertien minuten voor tien ontplofte de bom. Het dak werd letterlijk van de bus afgeblazen. Het hele voertuig vloog gewoon de lucht in, beschreef een ooggetuige achteraf. Er vielen dertien doden, onder wie de dader.

We gaan even in het bushokje op de hoek zitten, waar reizigers die dag op het nummer 30 wachtten en de bus voor hun ogen zagen ontploffen. Ook hier geen spoor meer van 7/7. Teresa Rodriguez wacht op de bus naar Brixton. "De 59", zegt ze. De Boliviaanse vrouw zou het restaurant waar ze werkt met de metro veel sneller bereiken, maar dat doet ze niet. Niet meer. "Nooit nog stap ik in een metro", zegt ze. "Na die aanslagen was ik in shock omdat ik zelf vaak de Piccadilly Line nam." Maar er is toch ook een bom ontploft op een bus? "Maar dat was nummer 30. Die moet ik toch nooit nemen."

Als ze op de bus stapt, wordt haar plaats in het hokje ingenomen door studente Johanna Walker van de London University, die hier vlakbij ligt. Het meisje zat op de dag van de aanslagen thuis, in Birmingham en moest alles op tv volgen. "Het was vreselijk. Ik zit vaak in King's Cross en in Liverpool Street. Als ik geen zomervakantie had gehad, was ik er misschien bij geweest." Die angst is al lang weggeëbd. "Nu denk ik er zelfs niet meer aan. Ik zou anders geen leven meer hebben. Alleen als vrienden van buiten de stad vragen of het al veilig is in Londen, herinner ik mij plots de aanslagen."

Johanna Walker staat haar plaats af aan een gezette zwarte vrouw. Ze zet twee zakken vol pakjes op de grond en kijkt of haar bus al daar is. "Neen, niet de nummer 30", glimlacht Victoria. "Al zou ik daar gerust op gaan zitten als die moest hebben. Ik denk al maanden niet meer aan de aanslagen. Kijk maar eens om je heen: iedereen wil Kerstmis en nieuwjaar vieren. Cadeautjes uitpakken en van de kalkoen smullen. Vuurwerk zien ontploffen en niet dromen over bommen. Waarom zouden mensen zich zorgen maken? Het gebeurt toch geen tweede keer."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234