Donderdag 06/10/2022

AchtergrondIn het hoofd van kinderdoders

‘In twintig minuten had ze boodschappen gedaan, was ze bevallen in de toiletten én had ze de baby’s opgeruimd’

Lies Van Verre  en Adrienne Verheyden tijdens het assisenproces. Beeld BELGA
Lies Van Verre en Adrienne Verheyden tijdens het assisenproces.Beeld BELGA

‘We gaan hier nog prutsen mee krijgen’, zei de oma tegen de moeder van de drie maanden oude baby Fien, nadat ze samen het kind hadden omgebracht en met het huisvuil hadden meegegeven. Fien werd uren later teruggevonden, in de vuilniskar op weg naar de verbrandingsoven. Bij moorden op kinderen jonger dan één jaar is de dader meestal de moeder. Ze stoppen hun baby in een vuilniszak, laten hem achter in het toilet of leggen het kind in een doos op een droge zolder.

Annemie Bulte en Ayfer Erkul

Verbeten probeert Lies Van Verre de fopspeen in het mondje van Fien te drukken. Twee, drie keer, maar de baby weigert en krijst verder. Lies’ moeder, Adrienne Verheyden, vraagt of ze toch geen flesje moet klaarmaken. Neen, blaft Lies haar toe.

Het is vier uur in de ochtend, 23 maart 2012. Fien is nog maar twee weken thuis uit het ziekenhuis. Ze is een prematuurtje, geboren na zes maanden zwangerschap, en weegt nog geen drie kilo. Doorgaans is ze rustig, maar het is uren na haar etenstijd en ze heeft honger. Terwijl haar dochter de baby hardhandig in haar armen wiegt, verzamelt Adrienne de vuilniszakjes uit de prullenmanden in huis. Die ochtend komt de vuilkar langs in de Heidestraat in Sint-Amands, en ze wil de witte gemeentezak niet te laat buitenzetten. Maar Lies beveelt om de zak te laten staan. ‘Fien moet erin!’ Ze gooit Fien in de wieg en gaat boven enkele grote beige badhanddoeken halen, die ze op de tafel uitspreidt. Ze legt Fien erop, bedekt het hoofdje met een handdoek en begint erop te duwen. Eerst met één hand, dan met beide handen, dan met haar volle gewicht. Het kind spartelt tegen, is daarna stil. Lies plooit het lijfje van de baby dubbel en duwt nog enkele minuten verder op het hoofdje.

Adrienne doet niets. Ze protesteert, zwakjes: “We gaan hier prutsen mee krijgen” en “Doe het niet, Lies”. Heel even dreigt ze ook om naar de buren te stappen. Dan draait Adrienne zich om en zet ze zich op haar hurken, met haar armen om haar hoofd om niet te zien hoe Lies de baby smoort. Later zal ze verklaren dat Lies niet te kalmeren was, dat ze agressief en hysterisch rondliep; ze was bang voor haar eigen dochter. “Ik was buiten zinnen”, zegt ook Lies tijdens haar eerste verhoor.

Fien beweegt niet meer. “Ga een emmer water halen”, roept Lies. Adrienne gehoorzaamt en Lies dompelt het kind ondersteboven in het water. Ze wikkelt Fien in de handdoeken en samen met haar moeder stopt ze de baby in een grijze vuilniszak en daarna in de witte zak voor restafval. Adrienne wil de zak meteen op de stoep zetten, maar ze schrikt. Er piept iets. Zou Fien nog leven? Ze knipt de zakken open, maar de baby verroert zich niet. Voor alle zekerheid dompelt Lies het kind nog een tweede keer in de emmer. Daarna steken moeder en dochter de baby opnieuw in de zak. Om twintig voor zeven zet Adrienne het vuilnis buiten. Tien minuten later spoedt ze zich naar de deur als ze de vuilniskar hoort. Nog net ziet ze hoe een vuilnisman de witte zak met Fien in de vrachtwagen gooit. Daarna gaat ze de hond uitlaten. Lies wast zich en eet een yoghurtje. Enkele uren later bellen ze aan bij de buren. “Iemand heeft Fien meegenomen!”

‘WAT HEB JE GEDAAN?’

De buurvrouw stopt Lies onmiddellijk een gsm in de hand. Ze moet de politie bellen. “Toch vreemd dat Lies daar zelf niet aan had gedacht”, zou de buurvrouw later zeggen. De tweede oproep gaat naar Sadok Jannadi, de vader van Fien en de ex-partner van Lies.

Sadok Jannadi: “‘Ik vind haar niet’, zei ze. ‘Ben jij bij mij in huis geweest deze morgen?’ ‘Hoezo, je vindt haar niet?’ vroeg ik. ‘Iemand heeft haar meegenomen’, zei ze. Ik liep nog rond in boxershort en marcelleke. Ik trok snel een jas aan, sprong in de auto. Het had gesneeuwd en het vroor, en ik ben onderweg enkele keren geslipt en gebotst. Toen ik aan de Heidestraat kwam, stond de straat vol politiewagens. Ik herinner me nog dat ik plots rillingen kreeg en dacht: ‘Wat heb je gedaan, Lies?’ Ik moest meteen naar het politiebureau in Bornem.”

Waarom dacht u meteen dat Lies iets had gedaan?

Jannadi: “Vlak na de geboorte merkten veel mensen dat het niet goed zat, Lies met een baby. Ze was depressief, ze was helemaal veranderd. Voordat ze zwanger werd, nam ze zware antidepressiva, maar die heeft ze in ijltempo moeten afbouwen. We zaten al in een echtscheidingsprocedure, en ik weet nog dat ik tegen mijn advocaat zei dat ik vreesde voor het leven van mijn dochter. Hij wuifde dat weg: ‘Ze gaat haar eigen kind toch niets aandoen.’ Ik voel mij nu nog schuldig omdat ik toen geen verdere hulp heb gezocht.”

Sadok Jannadi was vijf jaar getrouwd met Lies Van Verre. Een vakantieliefde in Tunesië – zij het schuchtere Vlaamse meisje, hij de vlotte Tunesische animator in het hotel – die voor Sadok tot een verhuis naar België leidde. Meer dan tien jaar na de moord heeft hij de gruwelijke feiten achter zich gelaten. Hij heeft een nieuwe job, woont in een nieuwe stad en heeft een nieuwe liefde ontmoet. En sinds kort is er ook een nieuw dochtertje, baby Sara, dat ons het hele gesprek met grote, donkere ogen blijft aankijken. Dit is het eerste echte interview dat hij geeft. Om te zorgen dat Fien, die maar drie maanden leefde, niet wordt vergeten. Niet om Lies en Adrienne aan te vallen, benadrukt hij: “Ik koester geen haatgevoelens. Ze waren tenslotte jarenlang ook mijn familie.”

Lies beschuldigde u even van de ontvoering.

Jannadi: “Die ochtend heeft ze inderdaad verklaard dat ik Fien misschien had meegenomen naar Tunesië. Maar de politie is ook niet dom. Ik kwam zelf aangereden om te zien wat er aan de hand was. De politie vroeg mij of ik een vermoeden had wie het gedaan kon hebben. ‘Lies!’ flapte ik er zonder nadenken uit. Ik zei nog dat Fien ofwel in het water was gegooid, ofwel ergens in een vuilbak was gestopt.”

Enkele uren later staan speurders op het bedrijfsterrein van Indaver tot hun knieën tussen negen ton vuilnis. Ze doorzoeken honderden afvalzakken vol met stinkende luiers, koffiepads, kattenbakvulling en afgekloven kippenbotjes. Niet alleen de opmerking van Sadok Jannadi heeft de politie gealarmeerd, tijdens de huiszoeking vinden inspecteurs ook een volle zak met restafval. Hadden moeder en dochter niet gezegd dat ze die ochtend het vuilnis hadden buitengezet? Net op tijd wordt de chauffeur van de vuilniswagen opgespoord. Even later en zijn lading zou in de verbrandingsoven hebben gezeten.

Rond halfvier wordt Fien gevonden, gewikkeld in de natte badhanddoeken. Ze draagt een rompertje met daarop ‘Just born’ en zit onder de schrammen en verwondingen. Wetsdokter en hoogleraar gerechtelijke geneeskunde Wim Van de Voorde (UZ Leuven), die erbij werd geroepen, herinnert zich nog de bergen walmend afval, en dan die ene zak met de dode Fien.

Wim Van de Voorde: “De baby was zwaar toegetakeld, met breuken aan de ribben en de ledematen, en een geplet hoofd. De vraag was of het kind geplet was door het mechanisme in de vuilniswagen, of door de moeder was toegetakeld.”

null Beeld Photo News
Beeld Photo News

Het autopsieverslag van Wim Van de Voorde vermeldt een bloederig zijwaarts plettrauma van de schedel, gebroken ribben, een gebarsten eerste en tweede borstwervel en drie breuken in het rechterbeen. Op de reconstructie toont Lies hoe ze het hoofdje van de dubbelgevouwen baby met kracht neerdrukt, waardoor ook het beentje op drie plaatsen breekt omdat het op een abnormale manier onder het lichaampje gewrongen zit.

Van de Voorde: “Het hoofdje werd geplet toen de baby nog leefde. Toen de moeder het kind in de emmer water stak, was het stervende, en wellicht al dood. Er is een zekere koelbloedigheid nodig om een baby op die manier te doden. Het was duidelijk dat het kind dood moest omdat het een ballast was, ze wilden ervan af.”

De avond nadat Fien is gevonden in het vuilnis, bekennen Lies en Adrienne de feiten. Maar wat bezielt een moeder en een grootmoeder om een baby van drie maanden om te brengen? Geen van de twee vrouwen geeft duidelijke antwoorden tijdens het onderzoek. “Fien wilde niet stoppen met huilen die nacht, en bij mij sloegen de stoppen door”, verklaart Lies. Adrienne geeft helemaal geen uitleg, ze murmelt enkel zwakjes dat ze Lies niet kon tegenhouden. Professor forensische psychiatrie Lieve Dams, die werd aangesteld door de onderzoeksrechter, beschrijft in haar verslag dat Adrienne Verheyden zo afhankelijk is van haar dochter dat ze letterlijk alles voor haar doet. Oma Adrienne noemt Fien ook nooit bij de voornaam, ze spreekt over ‘de baby’ en ‘dat kindje’. Een beschermingsmechanisme: op die manier neemt ze emotioneel afstand van haar kleinkind. Adrienne heeft een beperkte intellectuele capaciteit en Lies heeft de leiding in huis, stelt Dams. Over Lies Van Verre schrijft ze dat de vrouw hoog scoort op de hysterieschaal: ze overreageert op emotioneel moeilijke situaties. Achteraf probeerde Lies de feiten te verdringen door een ontvoeringsverhaal te verzinnen. “Door Fien bij het vuilnis buiten te zetten, deed ze haar ook letterlijk verdwijnen. Dat zien we vaker bij verdringing”, aldus het rapport van Dams.

'Sommige moeders doden hun kind net om het te beschermen. Ze kunnen er zelf niet meer voor zorgen of willen niet dat hun ex-partner het meeneemt.' Beeld Photo News
'Sommige moeders doden hun kind net om het te beschermen. Ze kunnen er zelf niet meer voor zorgen of willen niet dat hun ex-partner het meeneemt.'Beeld Photo News

Bijna twee jaar na de moord, eind 2014, wordt Lies tot 23 jaar cel veroordeeld. Adrienne krijgt een gevangenisstraf van 20 jaar. Het assisenproces houdt het land acht dagen in de ban: een moeder én een grootmoeder die samen een baby ombrengen? ‘Oma zet kleindochter bij het huisvuil’, kopt een krant. Zowel assisenvoorzitter Dirk Thys als Lieve Dams zullen later in interviews verklaren dat deze rechtszaak de grootste indruk op hen heeft gemaakt.

“Wanneer kinderen om het leven worden gebracht, vervult dat ons met ontzetting, en tegelijk willen we op zoek gaan naar het waarom”, zegt Lieve Dams als we haar spreken in haar praktijk in Heusden-Zolder.

Lieve Dams: “Maar als de dader een ouder is, schokt ons dat nog meer. Zeker als het kind nog geen jaar oud is. Infanticide wordt gezien als het ultieme verraad. Ouders worden verondersteld te zorgen voor hun jonge kind, het te beschermen.”

Wat drijft een jonge ouder tot kindermoord?

Dams: “Daar zijn verschillende oorzaken voor. Het kan gaan om mishandeling die steeds extremer wordt, in andere gevallen wordt het kind net gedood vanuit de gedachte het te beschermen. Bij een familiedrama bijvoorbeeld: een vader of moeder die gaat sterven, wil niet dat het kind alleen en zorgbehoevend achterblijft, en kiest ervoor om de kleine mee te nemen in de dood. Een altruïstische kinderdoding, heet dat dan. Soms gaat het om wraak tegen de andere ouder. En soms is de moord het gevolg van een bepaalde geestestoestand waarin de ouder verkeert. Een depressie, of wanhoop over de uitzichtloosheid van een situatie. Er is bijvoorbeeld de schrik dat de ex-partner het kind zal ontvoeren naar het buitenland. Soms wil een moeder na een echtscheiding het kindje niet delen. Ze gelooft dat zij, en zij alleen, het best kan zorgen voor de kleine, en ziet geen andere oplossing dan het kind te doden.”

De psychiatrische verslagen van Lies en Adrienne beschrijven een lange lijst van depressies en angsten. Lies is al sinds haar 14de in behandeling, en Adrienne neemt al jaren zware antidepressiva. Gelukkig is het gezin Van Verre, dat verder bestaat uit echtgenoot Willy en nog twee zonen, nooit geweest. Al dertig jaar loopt het mis in het huwelijk. Willy werkt bij de NMBS en verdient goed, maar thuis is de verwarming stuk, groeit er schimmel op de muren en zwellen de binnendeuren van het vocht. Jarenlang is er ook geen warm water in huis, Willy weigert de boiler te laten herstellen. Er zijn sterke vermoedens dat er een tweede vrouw in het spel is. “Willy was een gierigaard. Hij zat meer op een ander dan thuis bij zijn gezin”, verklaart Adrienne tijdens het onderzoek.

Adrienne is in die jaren nog een opgewekte vrouw vol levenslust, vertellen haar zonen later. Dat verandert als zij het huis verlaten, en alleen Lies achterblijft. Adrienne wordt apathisch, spreekt soms wartaal. Ze stopt het strijkijzer in de wasmachine, zit soms roerloos met een pop in de zetel. De psychiater die haar in die tijd behandelt, schrijft haar medicatie voor tegen depressie en schizofrenie. Ook met Lies gaat het niet goed: ze is een stil kind, durft niet van zich af te bijten en wordt gepest in het derde middelbaar. Ze heeft zelfmoordneigingen en de kinderpsychiater omschrijft haar als licht paranoïde: ze ziet in iedereen een moordenaar of een inbreker. Zelf zegt ze dat ze in stresssituaties “een andere persoon lijkt te worden”.

De ontmoeting met Sadok Jannadi is een lichtpuntje. Lies is 24 en werkt als bediende na een studie rechtspraktijk. Ook Sadok vindt makkelijk werk. Maar het prille huwelijksgeluk vertoont snel barsten. Lies vertelt haar psychiater dat Sadok bezitterig is, en controlerend. Ze mag amper uitgaan met vriendinnen en moet elk moment bereikbaar zijn voor hem. Sadok Jannadi herinnert zich vooral de gespannen sfeer toen hij inwoonde bij zijn toenmalige schoonfamilie.

Jannadi: “Er was voortdurend ruzie, en we hadden als jong koppel geen privacy. Toen bleek ook plots dat de vader grote schulden had. Ik stelde aan Lies voor om samen iets te huren, maar ze weigerde. Ze wilde haar moeder niet alleen laten. In het voorjaar van 2011 vertrok ik dan zelf.”

Kort daarna moeten Lies en Adrienne het huis verkopen om de schulden van Willy te betalen. Willy heeft hen dan al verlaten, en moeder en dochter verhuizen naar het huis in de Heidestraat. Lies verteert de scheiding slecht en keert nog enkele keren terug naar Sadok. In juni 2011 wordt ze zwanger van hem. Er wordt over abortus gesproken.

Jannadi: “Ik heb toen even geaarzeld. Het ging immers niet goed tussen ons. Zouden we het kind wel houden, vroeg ik haar. Ik was bang, ook omdat ik wist dat Lies depressief was.”

Omdat Lies haar medicatie moet afbouwen, komen de depressieklachten snel terug: huilbuien, niet eten, niet alleen kunnen zijn. ‘Vanaf toen sliep ik bij ma in bed’, vertelt ze aan de gerechtspsychiater.

In november wordt Lies opgenomen in het UZ van Gent, ze heeft een zwangerschapsvergiftiging. De baby moet sneller komen, in december al, bijna drie maanden te vroeg. Na de geboorte van Fien sluit Lies zich op in huis en ziet ze alleen nog haar moeder. Ze doet zelfs niet open als de buren aanbellen met een babycadeautje. Ze wil ook niet dat Sadok zich bekommert om Fien. Op het geboortekaartje van Fien staat de naam van de vader niet vermeld. Op zijn smeekbedes om zijn dochter te mogen bezoeken, reageert ze amper.

Jannadi: “Ik heb Fien maar één keer kunnen zien nadat ze uit het ziekenhuis was ontslagen. Ze zat onder de pap, was niet verschoond. Ze lag aan de monitor, maar haar wiegje stond beneden in de woonkamer terwijl Lies samen met haar moeder boven sliep.”

Op 12 maart 2012 ontvangt Lies een aangetekende brief van Sadok. Die eist via een kortgeding een bezoekregeling voor zijn dochter. Mogelijk was die brief de trigger, schrijft psychiater Lieve Dams in haar rapport, waardoor haar depressieve en angstige gevoelens van uitzichtloosheid nog werden versterkt. Tien dagen later vermoorden Lies en haar moeder baby Fien.

Adrienne is sinds enkele jaren vrij, Lies zit nog in beperkte detentie. Voor Sadok Jannadi zijn de twee vrouwen nog slechts een sombere herinnering aan enkele dramatische jaren. Twee jaar geleden zag hij ze op een zitting over hun voorwaardelijke vrijlating. Lies zat er met gebogen hoofd, maar Adrienne keek hem aan.

Jannadi: “Ze glimlachte en zei vriendelijk goeiendag tegen mij. Alsof er niets was gebeurd. Ik stond perplex. Besefte die vrouw niet wat ze mij had aangedaan?”

De kopieën van het gerechtsdossier heeft Jannadi intussen weggegooid. Alleen de foto’s van Fien – pasgeboren en nog met ziekenhuisbandje – zijn gebleven.

Lieve Dams: ‘Meisjes die hun baby meteen na de bevalling doden, beseffen vaak niet wat ze doen. Later krijgen ze spijt.’
 Beeld Stefaan Temmerman
Lieve Dams: ‘Meisjes die hun baby meteen na de bevalling doden, beseffen vaak niet wat ze doen. Later krijgen ze spijt.’Beeld Stefaan Temmerman

STORTBEVALLINGEN

De meeste kindermoorden, zo blijkt uit internationaal onderzoek, worden niet gepleegd door sadisten als Daniel Immens, de moordenaar van Steve Vissers, of Marc Dutroux, maar door de eigen ouders. Bij kinderen jonger dan één jaar is de dader meestal de moeder. “Soms probeert ze de moord te camoufleren als wiegendood”, zegt wetsdokter Wim Van de Voorde van het UZ Leuven. Hij herinnert zich nog de zaak uit 2007 van baby Jordy, zes maanden oud, die op een ochtend “dood in zijn wiegje lag”.

Van de Voorde: “Dat was althans het verhaal van de moeder toen ze naar de hulpdiensten belde: ‘Gisteren was alles nog normaal, en vanmorgen was hij dood.’ De arts zag meteen dat er iets niet klopte: het wiegje was onbeslapen, uit de neus van de baby liep vocht, en de lijkvlekken waren al zichtbaar. Later bleek dat er in het huis nog een kamertje was, zonder raam en zonder verluchting, met een ander kinderbedje. Toen daar de matras werd omgedraaid, was de bloedige afdruk van het gezicht van de baby nog te zien. De moeder had Jordy verstikt en probeerde het voor te doen als wiegendood. Baby’s worden vaak verstikt, en dat is heel moeilijk vast te stellen. Een baby is zacht, biedt geen weerstand, en een kussen laat ook geen verstikkingssporen na. Als je daar geen rekening mee houdt, kan de diagnose wel verkeerd uitvallen.”

Baby Jordy had zes maanden geleefd, maar het grootste risico lopen baby’s in de eerste uren na de geboorte. Hoeveel moeders hun pasgeborene doden, is niet geweten. De moorden zijn zo simpel uit te voeren en de lijkjes zo makkelijk te verbergen dat neonaticide soms nooit wordt ontdekt.

Van de Voorde: “In Leuven zien we een geval om de één of twee jaar. Vaak gaat het om jonge moeders met weinig ervaring. Ze zijn ongewenst zwanger en willen de zwangerschap verborgen houden. Dikwijls zijn ze zwaarlijvig, waardoor dat ook goed lukt. Ook voor zichzelf ontkennen ze dat ze zwanger zijn. Ze krijgen plots weeën en moeten bevallen. Vaak gebeurt dat in een toilet. Floep, en dat kind ligt dan in de pot. De Duitsers noemen dat een Sturzgeburt.”

De 41-jarige Violetta V. pleitte in 2005 zwangerschapsontkenning: ze verklaarde dat ze niet wist dat ze zwanger was, tot ze dringend naar het toilet moest en de baby met een plons in het water belandde. Het kind werd later in een vuilniszak teruggevonden.

Dams: “Zij was een uitzondering: meestal zijn het heel jonge vrouwen, late tieners soms. Hun lichaam is nog heel rekbaar, alles gaat heel snel. Daarna zien ze geen andere uitweg dan de boreling te doden. Dat zijn impulsieve dodingen, waarbij het brein en het lichaam even van elkaar dissociëren. Die vrouwen komen in een tunnel terecht en doen alles op automatische piloot. Het gaat heel snel. Zodra ze uit die tunnel komen, beseffen ze hun daden.”

Van de Voorde: “Meestal scheppen ze het kind uit het toilet, begraven ze het in de tuin of verbergen ze het in de kelder of op zolder. Er zijn er die hun baby in de diepvries steken, of gewoon ergens achterlaten om te sterven. Soms wordt het lijkje al snel ontdekt, maar in andere gevallen vindt men de baby pas jaren later terug. Babylijkjes ontbinden minder snel omdat ze minder bacteriën hebben, soms mummificeren ze zelfs, als ze bijvoorbeeld in papier gewikkeld bewaard worden op een droge zolder: dan drogen ze helemaal uit. Onlangs ontdekte een nieuwe huiseigenaar in Duitsland verschillende babymummies. Een moeder had er haar kinderen als een vorm van geboortebeperking gedood, zoals in de oudheid. In Rome werden ongewenste baby’s in de Tiber gegooid.”

Sadok Jannadi, de papa van Fien (met dochter Sara): ‘Na de geboorte veranderde Lies. Ik had toen al een voorgevoel.’
 Beeld Marco Mertens
Sadok Jannadi, de papa van Fien (met dochter Sara): ‘Na de geboorte veranderde Lies. Ik had toen al een voorgevoel.’Beeld Marco Mertens

In Oostende deed Myriam M. aan haar eigen vorm van geboorteplanning: zij gaf haar ongewenste kinderen gewoon mee met het huisvuil. De opdienster schokte het land in 1987 toen bleek dat ze op zeven jaar tijd acht van haar pasgeboren baby’s had vermoord, allemaal meisjes. Meestal beviel ze thuis, verstikte ze de baby meteen na de geboorte met een kussen, en propte ze hem onmiddellijk in de grijze zak voor het huisvuil. Maar toen ze hoogzwanger was van een tweeling, beviel ze onverwacht in de toiletten van een Delhaize. En toen liep Myriam M. tegen de lamp.

“Het was een heel heftige zaak”, herinnert haar vroegere advocaat Danny Vandelacluze (75) zich.

Danny Vandelacluze: “De persaandacht was massaal, ook in het buitenland. Journalisten verdrongen elkaar aan het gerechtsgebouw van Brugge. Er zijn zelfs artikels in Brazilië verschenen. En het was een probleemzaak. Geen enkele advocaat wilde de vrouw verdedigen. Uiteindelijk heeft de stafhouder mij aangesteld om de zaak te pleiten, gratis.”

Hoe werden de feiten ontdekt?

Vandelacluze: “Het was een drukke zaterdagvoormiddag in de Delhaize. Rond halfelf vond de schoonmaakploeg de lijkjes van de tweeling, in de toiletten in een pedaalemmer geperst. Er liepen bloedsporen naar de toiletpot en overal zaten bloedspatten. In de mond van de baby’s zat een dikke prop wc-papier, en de lichaampjes waren nog warm, het was pas gebeurd. Achteraf bleek dat Myriam M. op het ogenblik van de ontdekking haar boodschappen nog stond af te rekenen aan de kassa.”

Welke moeder doet zoiets? De politie gaat meteen op zoek en bekijkt de beelden van de bewakingscamera’s aan de ingang. Een struise blonde vrouw in een wijde regenjas met twee kinderen valt hun op. Het duurt niet lang of de speurders komen bij Myriam M. aankloppen. De vrouw, 35 jaar, woont in Mariakerke in een appartement met haar Turkse levensgezel en twee jonge kinderen uit een vorige relatie.

Vandelacluze: “Mijn cliënte ontkende eerst alles, maar de bewijzen waren er. Ze vonden zelfs het kasticket terug bij haar thuis. De kinderen vertelden dat ze hen had achtergelaten op de speelgoedafdeling van de Delhaize. Achteraf bleek dat ze alles bij elkaar twintig minuten in de supermarkt was geweest. In die tijdspanne heeft de vrouw de boodschappen gedaan, is ze bevallen in de toiletten én heeft ze de baby’s opgeruimd. Het was een stortbevalling, ze zei dat ze verrast werd, dat er plots een boreling in het water lag, en dat er toen nóg eentje kwam. Nadien haalde ze haar twee kinderen bij het speelgoed op, rekende ze af en nam ze de tram naar huis. Die vrouw had een ijzeren gestel. Thuis is ze wel even gaan liggen, vertelde ze.”

De ondervragingen van Myriam M. lopen maandenlang erg stroef, maar dan bekent ze plots dat er vóór de tweeling nog een baby is geweest. En nog één. En nog één.

Vandelacluze: “Bij elke ondervraging kwam er een moord bij. Uiteindelijk waren het acht kinderen in totaal, die tussen 1980 en 1987 waren geboren en meteen gedood. De meeste bevallingen gebeurden gewoon thuis in de slaapkamer, zonder al te veel lawaai. Eén keer had ze een kindje nog een uur horen schreien in de vuilniszak. Een andere keer beviel ze in de toiletten van een vakantiepark in Benidorm. Ze beweerde dat haar man van niets wist en dat niemand in haar omgeving had gemerkt dat ze zwanger was. En dat klopte: zelfs de arbeidsgeneesheer die haar een paar keer onderzocht toen ze in de horeca werkte, had het niet in de gaten.”

LIJKJE IN CHIROLOKAAL

Ook bij de 20-jarige Sanne S. uit Kessel-Lo wist niemand dat ze zwanger was, behalve zijzelf. De Chiroleidster bleef negen maanden lang roken, drinken en feesten tijdens haar zwangerschap in 2008. Zelfs nadat haar water was gebroken, ging ze nog vrolijk naar een fuif en een concert. Twee dagen later beviel ze in haar eentje op haar slaapkamer bij haar ouders. Ze verstikte en verstopte de boreling en vertrok de volgende dag gewoon naar school.

Van de Voorde: “Zo’n eerste keer bevallen zonder hulp is niet niks. Ze moet het muisstil gedaan hebben, en ruimde de smurrie en bebloede lakens in haar eentje op: de wilskracht om het verborgen te houden was blijkbaar heel sterk.”

De dode baby werd weken later gevonden in het Chirolokaal, waar al die tijd een vreselijke stank had gehangen. Achter een kist ontdekten andere leidsters twee plastic zakken: uit één zak rolde een dood babylichaampje, in staat van ontbinding. In de andere zak zat de placenta.

Van de Voorde: “Ontbinding maakt het onderzoek voor de wetsdokter altijd moeilijker. De baby had wel heel wat vruchtwater ingeademd, wat wijst op stress voor en tijdens de geboorte. We hebben geen sporen van geweld gevonden.”

Het gaat er soms hardhandig aan toe. De 24-jarige Lieselot D. beviel in 2008 in de kelder van haar flatgebouw in Oostende, plooide het kind dubbel en propte het in een emmer, en legde de placenta erbovenop.

Dams«Ja, omdat de bevalling zo plots gebeurt, moeten ze het doen met het materiaal dat ze rond zich vinden. Een emmer, of een plastic zak om de baby te verstikken en te verstoppen. Op zo’n moment wordt een stukje van hun emoties uitgezet. Pas achteraf beseffen ze wat ze gedaan hebben en hebben ze intens spijt. Ze huilen in de gevangenis, voelen zich schuldig, willen dood zijn. Sommigen dragen zelfs een armbandje met de naam van hun kindje.”

Wim Van de Voorde: ‘Er is een zekere koelbloedigheid nodig om een baby op die manier te doden. Het was duidelijk dat Fien dood moest omdat ze een ballast was, ze wilden van haar af.’ Beeld Marco Mertens/Humo
Wim Van de Voorde: ‘Er is een zekere koelbloedigheid nodig om een baby op die manier te doden. Het was duidelijk dat Fien dood moest omdat ze een ballast was, ze wilden van haar af.’Beeld Marco Mertens/Humo

Volgens Myriam M.’s advocaat Danny Vandelacluze komt neonaticide veel vaker voor dan we denken en blijven babydodingen meestal onontdekt.

Vandelacluze: “Kijk naar mijn cliënte: ze had al zes van haar pasgeborenen verstikt en met het afval meegegeven, en geen haan die ernaar kraaide. Als ze niet was betrapt in de Delhaize, had ze gerust nog een paar jaar kunnen doorgaan.”

Waarom nam ze de pil niet?

Vandelacluze: “Dat mocht ze niet, haar Turkse partner verbood het haar op grond van zijn geloof. Het was een zeer dominante, jaloerse man die haar geen enkele bewegingsvrijheid gunde. Soms volgde hij haar, en hij ging haar ook altijd ophalen op het werk. Ze was zeer afhankelijk van hem, had geen sociale contacten en niet de minste financiële zelfstandigheid. Ze moest elke cent die ze uitgaf verantwoorden met kastickets.”

Een bloeiend seksleven hadden ze blijkbaar wel, aangezien ze om de haverklap zwanger werd.

Vandelacluze: “Ze durfde dat niet te bekennen aan haar man en is nooit naar een dokter geweest. Ze is zeven jaar aan een stuk bijna permanent zwanger geweest, waardoor mensen het verschil niet meer zagen. Ik denk niet dat ze die baby’s als levende wezentjes zag. Ze waren gewoon een spijtig gevolg van haar relatie met die Turk. En blijkbaar kende ze de weg naar sociale instanties niet en zag ze geen andere uitweg dan hen te doden. Voor haar twee levende kinderen stond ze trouwens wel bekend als een uitstekende moeder die al het mogelijke deed voor haar kroost.”

Myriam M. kreeg uiteindelijk een milde straf van de assisenjury in Brugge: twaalf jaar, waarvan ze er vijf uitzat. In de gevangenis trouwde ze met Jos, een boer uit Brasschaat die met haar correspondeerde – blijkbaar kreeg ze talloze brieven van mannen die een relatie met haar wilden. Psychiaters drongen aan op sterilisatie, maar dat weigerde ze, want ze had nog een kinderwens. Met Jos kreeg ze na haar vrijlating vier kinderen. De man kwam begin jaren 90 nog even in het nieuws met een noodkreet, toen bleek dat zijn echtgenote ervandoor was gegaan met hun vier kinderen. Gezien haar verleden was hij bang dat ze de kinderen iets zou aandoen, maar Myriam bleek gewoon genoeg te hebben van de Brasschaatse geitenboer en was terug naar de kust verhuisd. Vandaag poseert ze op Facebook als fiere oma met een baby in haar armen. Ze houdt van borduren en werkt voor Solidariteit voor het Gezin.

© Humo

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234