Donderdag 30/06/2022

In vijfde versnelling tegen de derde wereld

Wie op een wereldkampioenschap speelt, heeft rendez-vous met de geschiedenis van het voetbal. Overal ter wereld schatten pers en publiek de prestaties van de vedetten van Japan-Korea 2002 in en vergelijken ze hen met de helden van Italië 1990 of Engeland 1966. De huidige lichting Rode Duivels speelt niet alleen tegen Rusland, zij bokst ook op tegen de schaduw van Jan Ceulemans en Guy Thys. Vandaar dat De Morgen dat roemrijke WK-verleden weer in herinnering brengt. Iedere dag een eigenzinnige focus op de beste spelers, de hardste schoten, de vuilste overtredingen en de bitterste ontgoochelingen. Nieuw licht op voorbije glorie en verval, vijftig dagen lang. Walter Pauli

Joegoslavië-Zaïre 9-0

Gelsenkirchen, 18 juni 1974

Wie Duitsland zaterdag Saoedie-Arabië met 8-0 zag inblikken, kon maar twee conclusies trekken. Eén: dat was dan wel een zeer on-Duitse prestatie. Twee: als de Duitsers één voorbeeld hebben gevolgd, dan toch het Joegoslavische model. In een tijd dat geen enkele ploeg goed wist hoe met Derde-Wereldlandjes om te gaan, toonden zij de weg. Het was de eerste helft van de jaren zeventig, een tijd dat tiers-mondisme hoogtij vierde. Het land dat het voortouw nam in de ontvoogding van de derde wereld, was het Joegoslavië van Tito. Tito richtte zelfs een eigen 'politieke weg' op, de 'beweging van niet-gebonden landen', en driekwart van de derde wereld sloot zich daarbij aan. Jarenlang wees Joegoslavië Afrika, Azië en Zuid-Amerika de weg. Behalve als het op voetbal aankwam. Dan was er geen genadelozer tegenstander voor zo'n Afrikaanse nieuwkomer, dan Tito's eigen brigade. Die speelde niet zomaar tegen een Afrikaans land. Die deed het veel brutaler. Joegoslavië nekte negers in de tijd van Tito.

Nooit werd een Derde-Wereldland erger vernederd dan Zaïre in 1974. Ze hadden hun eerste partij tegen Schotland verloren, met 2-0. De Schotten hadden een team met Billy Bremner en Dennis Law, stervoetballers van respectievelijk Leeds en Manchester United, en met op de reservebank nog eens Jimmy Johnstone, de vedette van Celtic Glasgow. Oudere spelers, dat wel, maar grote namen uit wereldploegen. Een 2-0-verlies was dus geen resultaat om het schaamrood op je wangen te krijgen, voor zover deze beeldspraak relevant is voor een Centraal-Afrikaans team.

De Joegoslavische coach had het Schotse spel met aandacht bekeken, en met verwondering gezien hoe rustig zij speelden, waardoor Zaïre in de wedstrijd kon blijven. Tempo, tempo, zo luidde zijn devies. Het was een zeer on-Joegoslavisch bevel. Traditioneel hebben Joegoslavische ploegen spelers met een fluwelen techniek, maar ook te weinig wilskracht, en zeker geen tempo. Het geeft het Slavische voetbal iets weemoedigs: prachtig voetbal, maar in slow-motion. Dragen Djazic, ook de vedette van Rode Ster Belgadro, belichaamde al het goede en het mindere van zijn land: een wonderlijke dribbellaar, nog grilliger dan de ergste linksbuitens, een zeer onberekenbaar exemplaar van de Gilles De Bilde-variant, dus een absolute kwelgeest voor alle rechtsbacks ter wereld, maar te weinig doelgericht, letterlijk en figuurlijk. In tientallen Europacup-matchen schitterde Djazic, in talloze interlands scoorde hij, en toch won hij nooit een internationaal toernooi.

Maar in een eerste ronde, zo ongeveer tot de kwart- of halve finale, konden Djazic en co. vlammen als geen ander. De Zaïrezen hebben het geweten. Goed, ze zouden dan maar eens, per uitzondering, tempo maken. Na een dik kwartier stond Joegoslavië al 3-0 voor. Ze stopten niet en denderden door, net zoals die talloze locomotieven die Tito naar Afrika stuurde. De stand bij rust was 6-0. Na de pauze deed Joegoslavië het een ietsje rustiger. Dat wil in de gegeven omstandigheden zeggen, dat Zaïre 'maar' drie ballen uit de netten mocht vissen. Voor definitief afgefloten werd met 9-0, deed zich nog een veelzeggend incident voor. Bij het vierde Joegoslavische doelpunt - de wedstrijd is 'al' 28 minuten ver - vindt de Zaïrees N'daye dat er sprake is van buitenspel. In een mum van tijd belegeren elf Afrikanen scheidsrechter Delgado, die ineens een trap langs achter krijgt op een plaats waar een scheidsrechter dat niet pikt. Delgado draait zich om (maar heeft dus niet gezien welke Zaïrees hem trof) en pakt dan maar de man aan die met het protest begon, de ongelukkige N'daye. Een foutje, zo bleek, want het was teamgenoot Mwebu die zich niet kon bedwingen. 'Al die zwarten lijken toch zo op elkaar', zo mompelde de ref achteraf ter verontschuldiging.

De Joegoslaven maakten school. De Polen hadden gezien dat Italië tegen Haïti, ook een derdewereldland dat eens van het 'echte' voetbal mocht proeven, verzuimden het tempo op te trekken, dat daardoor de Azzurri nog de grootste moeite hadden om met 3-1 te winnen. 'Maar' 3-1, want voor het doelpuntensaldo is zo'n 'plus twee' natuurlijk niet onoverkomelijk. De Polen, met de aartsgevaarlijke voorlinie Lato-Szarmach-Gadocha (klein-groot-klein, ook wel: snel-kopbal-snel), kopieerden het Joegoslavische model tot in de details. Na een goed half uur stonden ze 5-0 voor. Daarna deden ze het toch wat rustiger, en voor de toeschouwers was het een ware teleurstelling dat tijdens het laatste uur amper tweemaal werd gescoord en Haïti het met 7-0 mocht stellen. De Polen, zo vonden ze, hadden hen toch op hun honger laten zitten. Maar het resultaat was dat zowel Polen als Joegoslavië zich kwalificeerden. Niet omdat ze meer punten hadden, wel wegens dat mooie doelsaldo

Kortom, het Joegoslavische voorbeeld was voldoende duidelijk voor ploegen die ogen in hun hoofd hadden. De Duitsers hoorden daar niet bij. Wat hadden zij, in een hooghartige traditie die af en toe opsteekt in hun land, eigenlijk te leren van Oost-Europeanen? Dus deden de Duitsers het liever op hun eigen manier. Heel hautain maakten ze het zichzelf moeilijker dan nodig, vaak tegen Noord-Afrikaanse ploegen. Het was een tijd dat Günther Walraff furore maakte met 'Ik, Ali', en Tunesiërs en Algerijnen gaven op het veld graag een lesje aan een volk waartegen zoveel landgenoten buiten dat veld al te beleefd moesten blijven. In 1978 speelde Duitsland in de eerste ronde tegen Tunesië. Op papier een hopeloze zaak voor de Tunesiërs. De ster van derde wereld stond toen lager dan vandaag, die van de Duitsers schitterde nog als zelden voorheen. In 1978 wist je het wel: Duitsland, dat was de vice-Europees kampioen van 1976, wereldkampioen van 1974, Europees kampioen van 1972, bronzen medaille op het WK 1970. Toch kreeg Duitsland het knap lastig tegen Tunesië, dat kansen produceerde en het Argentijnse publiek op de hand kreeg. In plaats van tempo te maken, maakten de Duitsers vooral veel misbaar. Tot ineens, via transistorradiootjes, de Duitse bank begreep dat Duitsland met een gelijkspel niet alleen gekwalificeerd zou zijn, maar ook in een 'betere' groep zou terechtkomen (namelijk niet tegen thuisland Argentinië). Schaamteloos speelden de Duitsers nog trager, haalden ze àlle tempo uit het spel. Tijd winnen, speculeren op 0-0. Geen spel op het veld, gelijkspel op het bord: Duitsland verder.

En nog hadden ze niets geleerd, want vier jaar later was het weer van dattum. In 1982 was Algerije het meelopertje van dienst, Duitsland weer superfavoriet, door aan zijn erelijst nog eens het Europees kampioenschap 1980 toe te voegen. Op de wereldbeker waar wéér een Oost-Europees land (Hongarije) toonde dat je met hoog tempo een Derde-Wereldland (El Salvador) zowat executeert (10-1), deden de Duitsers weerom het tegengestelde. Traag spel tegen Algerije, een nederlaag (1-2) op het scorebord. De Duitsers hebben het nog op een vuil akkoordje moeten gooien met Oostenrijk, om samen Algerije te kunnen uitschakelen en zelf door te gaan. Die dag moet heel Afrika het definitief begrepen hebben: of ze winnen voortaan hun matchen zelf, of ze schikken zich ook in het voetbal in de vreselijke bijrol van niggers of the world.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234