Woensdag 05/10/2022

'It sure does me good, to do you good, let me help'?

Het M.A.S.H. syndroom

Koen Raes

Ethicus en docent aan de universiteit van Gent.

Om de twee weken schrijft Koen Raes op deze pagina over onze samenleving.

Wie geconfronteerd wordt met leed moet afstand kunnen behouden, uit zelfverdediging. Het gevaar cynisch te worden, het 'M.AS.H.-syndroom', is echter reëel. In onze individualistische dienstenmaatschappij lijkt het opgang te maken. Maar de mens is een sociaal dier en moet dus samenwerken.

In zijn onderzoek van het gedrag van artsen en verplegers in enkele spoedafdelingen van Amerikaanse ziekenhuizen, gepubliceerd in Sharing responsibility stelde Larry May vast dat daar een vorm van 'institutional desensitisation' heerste, gekenmerkt door behoorlijk wat slordigheden en dat het personeel bijzonder cynisch reageerde telkens als er weer nieuwe slachtoffers van vooral verkeersongevallen werden aangevoerd. Verplegers giechelden, spotten met patiënten, knoeiden met het aanbrengen van infusen of bleven gewoon doof voor de smeekbeden van gewonden. Ze lieten steken vallen en bleken daar volstrekt niet mee in te zitten. Doodgemoedereerd bleven ze doorgaan en wanneer hen op een fout gewezen werd, haalden ze de schouders op: dat was de taak van een ander. Het raakte hen allemaal niet (meer). Dergelijke nalatigheid kan optreden waar verantwoordelijkheden collectief worden gedragen, zonder dat ieders individuele verantwoordelijkheid duidelijk is afgebakend of zonder dat er een duidelijk zicht is op de relatie tussen die collectieve en die individuele verantwoordelijkheid.

Dat verschijnsel werd het 'M.A.S.H.-syndroom' gedoopt, naar het gelijknamige feuilleton over artsen tijdens de Koreaanse oorlog die de meest morbide grapjes uithalen terwijl ze bezig zijn met het amputeren van benen, het dichtnaaien van wonden, het spalken van gebroken lichaamsdelen. De vrolijke dokters lachen de patiënten in hun gezicht uit en lappen de regels der zorgvuldigheid aan hun laars. Kogels in de buik, meneer soldaat? Heb je je ontbijt dan niet gekauwd. Ha, ha.

Hoe zou het komen dat precies mensen die geconfronteerd worden met groot menselijk leed (of leed van andere dieren) cynisch en onzorgvuldig worden, terwijl toch juist grote zorgbehoevendheid aan de orde is. De verklaring hiervoor is eenvoudig. Wie zich te sterk met al dat menselijk leed zou identificeren, wie zich te empathisch zou inleven in al die schrijnende pijnervaringen, gaat daaraan vroeg of laat ten onder, wordt geparalyseerd. Het is te veel om dragen. Om zich hiertegen te beschermen, is het goed om enige afstand te bewaren. Dat bevordert het efficiënte optreden als hulpverlener en verhindert een snelle 'burn out'.

Zo doet het verplegend personeel in intensive-careafdelingen, oncologie en geriatrie of in afdelingen pediatrie, waar kinderen het geregeld niet halen, er goed aan om na hun job al die problemen aan de kapstok te hangen en in de vrije tijd eens goed uit de bol te gaan. Kunnen ze die afstand niet nemen, dan is de kans groot dat ze binnen de kortste keren lijden onder het posttraumatisch stresssyndroom, dat men ook heeft kunnen vaststellen bij hulpverleners in rampenteams. Al dat menselijke leed, waartegen men het gevoel heeft onvoldoende te hebben kunnen doen, blijft in je hersenen branden tot je er niet meer van kan slapen en er psychisch bij instort. Het worden nachtmerries. Een mens kan dat niet aan en dan blijven de ogen van iemand die je net niet uit de brand hebt kunnen sleuren, iemand die je voor je ogen hebt zien verdrinken, iemand die in je armen is gestorven je achtervolgen, soms je hele leven lang.

Afstand kunnen behouden is dus de boodschap. Dat is in het belang van de hulpverlener maar ook van de patiënt, want zij is een voorwaarde om adequaat te kunnen optreden. Alleen dreigt het gevaar dat men net iets te veel afstand neemt en daardoor ieder inlevingsvermogen verliest. Dan ligt het M.A.S.H.-syndroom op de loer. Men begint dan te lachen bij de gruwelijkste taferelen (dat gebeurt soms ook in bioscopen wanneer de getoonde wreedheden het publiek te machtig worden en het in een lachbui vervalt) en men verliest de controle over het eigen handelen. Men wordt slordig, begaat fouten en voelt daarvoor geen enkele verantwoordelijkheid meer. Men wordt een gevaar voor de hulpbehoevende.

Het M.A.S.H.- syndroom kan men aantreffen bij al wie geregeld met menselijk leed wordt geconfronteerd. Leden van rampenteams, zoals gezegd, maar ook bijvoorbeeld politieagenten, brandweerlui, chirurgen, welzijnswerkers bij justitie of OCMW, hulpverleners aan drugsverslaafden, psychiatrische patiënten of ex-gedetineerden, nonnen, dierenartsen en, uiteraard, begrafenisondernemers. Het zou me niet verwonderen dat ook sommige Vlaamse artsen, zoals blijkt uit een studie gepubliceerd in The Lancet van november 2000, door het M.A.S.H.-syndroom getekend zijn wanneer zij zonder enige vraag of instemming van de patiënt beslissen tot levensbeëindiging.

Je treft het aan bij mensen die met de meest open en humanistische bedoelingen aan de opvang van vluchtelingen begonnen zijn, maar na een tijdje precies andere wezens zijn geworden. Stonden ze vroeger open voor het verhaal van iedere vluchteling, dan geloven ze er nu geen snars meer van en behandelen ze alle kandidaat-vluchtelingen als professionele leugenaars. Waren ze vertrokken van een vermoeden van goede trouw, dan is thans een vermoeden van kwade trouw het uitgangspunt. Je kunt dat ook vaststellen bij mensen die hulp verlenen aan steuntrekkers bij het OCMW. Eerst doen ze nog alle moeite om iemand te helpen zoeken naar werk of naar een huis of hem de regels van het budgetbeheer aanleren. Maar als die persoon voor de zoveelste keer niet op zijn werk verschenen is, zijn huis verlaten heeft en zijn volledige maandelijkse steun bij de hoeren heeft opgeconsumeerd, laat je het maar. Verloren moeite, rot op, ga bij een ander uithuilen, ondankbare profiteur...

Ook vroedvrouwen kunnen het al eens hard spelen en vergeten dat bevallingen pijn doen. Terwijl voor iedere moeder een eerste geboorte een unieke gebeurtenis is, is dat voor hen routine geworden. Bandwerk zonder veel franjes en zonder emoties. Doe niet zo onnozel, mevrouwtje, bijt op je tanden, je bent hier niet de eerste die bevalt. Allez, vooruit, die benen open en persen in plaats van te schreeuwen. Wie moeder wil worden moet lijden; had daar maar eerst aan gedacht.

Je kunt het zelfs opmerken in vluchthuizen, wanneer vrouwen voor de zoveelste maal bont en blauw geslagen door hun echtgenoot komen aankloppen voor onderdak, vanuit de ervaring dat die vrouwen, zodra ze weer helemaal opgekalefaterd zijn, toch weer terugkeren bij hun man. Je wordt er murw van, van al die geslagen honden die toch maar bij hun baasje blijven na de zoveelste training in weerbaarheid, de zoveelste cursus vrouwenrechten.

Eigenlijk hoeft het niet eens om groot menselijk of dierlijk leed te gaan. Het M.A.S.H.-syndroom treedt niet alleen op bij traumatiserende gebeurtenissen, het kan ook de loketbediende bij een bank, de post of het ziekenfonds overkomen wanneer hij voor de zoveelste keer een verkeerd ingevuld formulier voor zijn neus geschoven krijgt. Bleef hij in het begin nog vriendelijk uitleggen dat het niet in potlood mag of dat het in drukletters moet (dat staat in koeien van letters bovenaan het formulier), dan verscheurt hij thans het formulier voor de neus van de verbouwereerde klant en zegt droogjes: 'opnieuw beginnen, maar éérst lézen!'.

Ook politici worden geregeld door het M.A.S.H.-syndroom aangetast. Het publiek of de journalist nog iets uitleggen? Wat denken die wel. Na weer eens een marathonvergadering kunnen ze de pot op, ze mogen al blij zijn dat wij de klus willen klaren, stelletje idioten. Slordige wetgeving? En dan! Doe het dan zelf, verdorie, ik ben boven alle kritiek verheven. Het kan me geen donder schelen wat u ervan denkt. Op kosten van de overheid een stoeipartij gehad in een Parijs hotel? Mag dat dan niet, misschien?

Ja, ik denk zelfs dat het ook professoren kan overkomen tijdens de laatste dagen van een mondelinge examenperiode wanneer ze voor de honderdste keer hetzelfde verkeerde antwoord op dezelfde vraag moeten aanhoren. Hadden ze bij de aanvang van de zittijd misschien nog de neiging om de student te verbeteren en vriendelijk weer op het juiste pad te sturen, ja, misschien zelfs de zaak nog eens uit te leggen, dan zal het hen nu worst wezen, laat het hen ijskoud. Loop naar de duivel, dwazerik, je zit hier niet op een kakschool. Cynisch geworden professoren, wie kent er geen?

Valt er iets te beginnen tegen dergelijk cynisme, dat uiteindelijk toch fundamenteel onrechtvaardig is en nodeloze schade aanricht? Het zal je immers maar overkomen dat uitgerekend jij geconfronteerd wordt met een cynische hulpverlener, een cynische agent, een cynische loketbediende of een cynische prof!

Vooreerst kunnen er natuurlijk maatregelen worden genomen zodat niemand al te lang met traumatiserende of gewoon irriterende situaties geconfronteerd wordt. Door rotatiesystemen te voorzien, bijvoorbeeld zodat niet steeds dezelfde mensen met dezelfde ervaringen geconfronteerd worden. Maar dat is niet altijd mogelijk. In de hulpverlening luidt het devies om zowel het M.A.S.H.-syndroom als het posttraumatisch stresssyndroom te voorkomen: praat erover! Alleen door al die opgekropte emoties van machteloosheid, angst, irritatie, walging of verdriet te uiten kan worden verhinderd dat mensen instorten of uit zelfverdediging de cynische toer opgaan. Alleen door het leed samen te delen, wordt het draaglijk en kan men er de juiste houding tegenover aannemen. En dat praten moet geregeld en systematisch gebeuren, ja, verplicht worden. Voor hulpverlening aan hulpverleners is er in ons land veel te weinig aandacht. En dat merk je aan de hoge absenteïsme-, alcoholisme- en zelfs zelfdodingscijfers bij sommige beroepen.

Bij de politie bijvoorbeeld is hiervoor in ons land veel te weinig aandacht en nochtans doen ook zij geregeld traumatiserende ervaringen op, bij verkeersongevallen, schietpartijen, branden, bedreigingen, doodsvaststellingen. Flikken doen dan maar stoer en praten er niet over. Maar ze kroppen het wel op. Bij de Gentse politie, een korps van zo'n 550 mensen, is er welgeteld één psycholoog voorzien bij wie men te rade kan gaan, maar dat is op vrijwillige basis. Alsof een politieagent vrijwillig zal komen uithuilen! Nee, men zou hier gesprekstherapieën, zoals dat het geval is in sommige sectoren van het welzijnswerk, verplicht moeten stellen en op geregelde basis moeten organiseren. Zouden er wellicht minder cynische agenten rondlopen.

In onze samenlevingen waarin de ideologie van het individualisme hoogtij viert, wordt het al eens vergeten: mensen zijn sociale wezens. Zelfs diegenen die van zichzelf beweren 'individualist' te zijn, bedoelen daar niet mee dat ze zonder de anderen kunnen. Neem nu de motards, toch bij uitstek mensen met een uitgesproken individualistisch zelfbeeld. Welnu, is het dan niet tekenend dat de overgrote meerderheid van die motorrijders... lid zijn van een club. Het is immers niet leuk om helemaal op je eentje de individualist uit te hangen. Dat is pas leuk samen met andere 'individualisten'!

Als de ideologie van het 'je moet je plan maar kunnen trekken' echter verder opgang maakt, voorspel ik in toenemende mate mensen die door het M.A.S.H.-syndroom bevangen zijn, zeker omdat onze samenleving een dienstenmaatschappij geworden is, waarin almaar meer mensen de problemen van andere mensen oplossen moeten en de verantwoordelijkheden diffuser worden en waarin tegelijk de relaties tussen mensen instrumentaliseren. Velen zullen van het kastje naar de muur worden gestuurd door onverschilligen die de verantwoordelijkheid telkens op andere schouders leggen. Dat kan maar worden tegengegaan door teamwork te benadrukken en de teamspirit hoog te houden door de spiegel en het luisterend oor van de ander. Alleen die ander is in staat ons geweten alert te houden. Wie voor alles alleen komt te staan, wordt sneller gewetenlozer.

We kunnen, willen we menselijk én verantwoordelijk blijven, niet zonder de anderen. En dat is geen kwestie van escapisme. Het ligt gewoon in de aard van het menselijk beestje. Om allerlei redenen, maar dus ook om therapeutische redenen hebben we de ander nodig om het leven draaglijk te maken. The other cures, de ander heelt. Spreken is helemaal geen zilver en zwijgen goud. Spreken is goud, en zwijgen dom.

'Voor hulpverlening aan hulpverleners is er in ons land veel te weinig aandacht''In onze samenlevingen waarin de ideologie van het individualisme hoogtij viert, wordt het al eens vergeten: mensen zijn sociale wezens'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234