Vrijdag 01/07/2022

Italiaanse 'postfascisten' van Nationale Alliantie smelten samen met Vrijheidspartij van premier Berlusconi

Mussolini wordt mainstream

De extreem rechtse Italiaanse Alleanza Nazionale heeft ruim zestig jaar de fakkel van dictator Mussolini gedragen. Nu gaat ze samensmelten met de partij van Silvio Berlusconi. Betekent dit het einde van het fascisme in het land? Helemaal niet.

Door Peter Popham

De politieke vlammen doven overal in Italië. Morgen verdwijnt zelfs de vlam die meer dan zestig jaar symbool stond voor het neofascisme onder Mussolini. De Alleanza Nazionale (Nationale Alliantie), het laatste overblijfsel van Mussolini's erfenis, smelt samen met de Popolo della Libertà (Volk van de Vrijheid) van Silvio Berlusconi. Zo krijgen de regerende machten één identiteit en één onbetwiste leider.

De verandering was al langer aangekondigd, meer dan vijftien jaar zelfs. Berlusconi brak het taboe van de naoorlogse politiek na zijn eerste grote overwinning al in 1994. Toen nam hij vier leden van de Alleanza Nazionale op in zijn coalitie.

Vriendschap met fascisten en neofascisten was een taboe om begrijpelijke redenen. Hun naam werd verbannen door een nieuwe grondwet, nadat hun gedachtegoed het land in oorlog en totale vernieling had gestort. Artikel 139 stipuleert dat "de wedersamenstelling van de ontbonden fascistische partij, om welke reden dan ook, strikt verboden is."

Dat veto werd beroemder door het feit dat het genegeerd werd dan door de naleving ervan. In 1946 nam Giorgio Almirante, leider van de Nationale Socialistische Beweging, immers de rol van Mussolini over. Almira zette Mussolini's werk na diens dood verder en gaf de nieuwe partij een plaats in het parlement. Maar de neofascisten bleven zowat in het parlementaire vagevuur hangen en grepen nooit echt de macht. Die beperking maakte Berlusconi op zijn beurt ongedaan.

Postfascisten

Onder de listige leiding van Gianfranco Fini hebben de 'postfascisten' sindsdien enkel terrein gewonnen. De leider van de Alliantie is groot, gaat gekleed in maatpak, draagt een bril en is alles wat Berlusconi niet is. Hij wist de eurocraten te bekoren met democratische credo's en mocht zelfs helpen bij het uittekenen van de nieuwe Europese grondwet.

Hij wist ook de link tussen zijn partij en het antisemitisme ongedaan te maken. Dat deed hij door geregeld of officieel op bezoek te gaan naar Israël, waar hij zich liet fotograferen met een keppel bij de Klaagmuur. Tijdens een bezoek in 2003 veroordeelde hij zelfs openlijk de ideologie van Mussolini en de rassenwetten uit 1938, die joden de toegang tot scholen verboden en ertoe leidden dat duizenden van hen naar concentratiekampen werden afgevoerd.

"Mijn ideeën over Mussolini zijn veranderd", verklaarde hij toen. "Door de rassenwetten te veroordelen neem ik er ook de verantwoordelijkheid voor." Zoals het een staatsman wel eens overkomt, bleven die woorden hem achtervolgen. De harde voorvechters van de partij, zoals Mussolini's gevierde kleindochter Alessandra, waren woest. Ze scheurden zich van Fini af en vormden hun eigen fascistische micropartijen. Maar de aanpak van Fini werkte. Onder toezicht van Berlusconi werd hij minister van Buitenlandse Zaken, vervolgens vicepremier en nu is hij woordvoerder in het Lagerhuis. De job is stukken prestigieuzer dan het Britse equivalent. Omdat Fini de onbetwiste nummer twee van Berlusconi's nieuwe 'gefuseerde' partij is, lijkt hij ook zijn gedoodverfde opvolger te worden.

Verboden ceremonie

De puri e duri, de echte fascisten die de kern van de partij vormen, knarsetanden en spreken over ongehoorzaamheid. Een aantal van hen wou zelfs een ceremonie organiseren omdat de vlam op "het altaar van de natie" is gedoofd. Ironisch genoeg heeft de burgemeester van Rome - zelf een postfascist sinds jaar en dag - de ceremonie verboden.

Maar de puri e duri zullen niet opgeven. Een van de vijf extreem rechtse partijen in Italië heeft intussen een folder verspreid met de boodschap "De Nationale Alliantie sterft, het recht overleeft!". De spreuk wordt omgeven door een grote vlam.

Teodoro Buontempo is een van de extreem rechtse leiders en nationaal voorzitter van de Rechtse Partij. "Door het verraad van onze ideeën, onze erfenis en onze identiteit, moeten we meer dan ooit benadrukken dat onze partij in het leven werd geroepen om deze idealen te doen overleven", verklaarde hij. "Sluit bij ons aan om je verontwaardiging uit te schreeuwen tegen deze bedriegers en nietsnutten."

Dwepen met Hitler

Het boek Black Bands van Paolo Berizzi, die extreem rechts grondig heeft doorgelicht, verschijnt deze week in Italië. Hij stelt dat "ten minste 150.000 Italianen jonger dan 30 leven in een cultus van fascisme en neofascisme. Niet allen, maar de meesten onder hen dwepen met de mythe van Hitler." 95 geregistreerde partijen leveren zo'n 1,8 procent van de nationale stemmen op. Dat zijn 450.000 à 480.000 stemgerechtigden: onthutsende cijfers dus. Maar zelfs als we ze samentellen, volstaan ze niet om de kiesdrempel van 4 procent te halen en een zitje in het parlement te veroveren.

Dat alles maakt dat het fascisme in Italië niet sterker staat dan de British National Party in Groot-Brittannië. Het is gewoon een vervelend fenomeen, dat veel lawaai maakt, geen echte overwinningen behaalt en verder niets betekent.

Hoewel de gestoorde rechtse kern het tegendeel beweert, betekent de uitgedoofde fascistische vlam niet dat fascistische ideeën in Italië niet meer leven op de politieke scène. Integendeel. Vijftien jaar nadat Berlusconi het neofascisme uit de koelkast haalde, is de impact ervan op de politiek nog nooit zo groot en bedreigend geweest.

Christopher Duggan is auteur van Force of Destiny, een populair boek over de geschiedenis van het moderne Italië. Volgens hem betekent de samensmelting van de twee partijen niet dat de fascistische ideeën en praktijken verdwenen zijn. Ze blijven discreet zegevieren.

"Het is een alarmerende toestand, hoe je het ook bekijkt", zegt Duggan. "Het samengaan van de twee partijen betekent dat de ideeën van de postfascisten door Berlusconi's partij zullen worden opgenomen...

Er wordt geen moreel of politiek onderscheid gemaakt tussen zij die het fascisme hebben gesteund, en zij die in het verzet hebben gestreden. Het feit dat het fascisme oorlogszuchtig, racistisch en onliberaal was, wordt vergeten. De publieke opinie stelt voorzichtig dat het fascisme nog zo slecht niet was."

Republiek Salo

Hoezeer de dingen veranderen, zien we aan de manier waarop de veteranen van de republiek Salo worden behandeld. Salo was een soort fascistische marionettenstaat onder Mussolini, op het einde van de oorlog. Het gebied ligt aan de rand van het Gardameer. Onder het bewind van Hitler was Salo verantwoordelijk voor de deportatie van joden naar de concentratiekampen. Na de oorlog beschouwden de Italianen Salo als het donkerste hoofdstuk uit de recente geschiedenis van het land.

Maar stilaan wordt dat verhaal in het Italiaanse collectieve geheugen in ere hersteld. Onlangs werd zelfs een nieuwe militaire rang in het leven geroepen: de Cavaliere di Tricolore. De titel kan worden uitgereikt aan mensen die minstens zes maanden hebben gevochten in de Tweede Wereldoorlog. Het maakt niet uit of ze dat gedaan hebben met de partizanen tegen de nazifascisten, met de strijdkrachten van Salo in naam van de nazi's tegen de partizanen, of met de strijdkrachten in het zuiden onder generaal Badoglio.

"Bijgevolg", stelt Duggan, "wordt de idee van morele 'veranderlijkheid' binnengesmokkeld in het nationale discours. De soldaten die hebben gevochten in naam van de nazistische marionettenstaat krijgen dezelfde politieke en morele status als de partizanen."

Proces van Neurenberg

Duggan plaats het naoorlogse proces in Italië tegenover dat van Duitsland. Daar werden de processen van Neurenberg en de algehele zuivering van het openbare leven gecoördineerd door de geallieerden. Ze creëerden een nieuw politiek landschap. In Italië is dat nooit gebeurd. "Er is nooit echt onderscheid gemaakt tussen de gebeurtenissen onder het fascisme en wat daarna is gebeurd. Dat is gedeeltelijk de schuld van de geallieerden. Na de oorlog waren ze vooral bezig met vermijden dat de communisten de macht zouden grijpen."

"Bijgevolg blijven erg belangrijke militaire machthebbers, de politie en het rechtsstelsel buiten schot. Neem bijvoorbeeld de figuur van Gaetano Azzariti, een van de eerste naoorlogse voorzitters van het Italiaanse Hooggerechtshof. Onder Mussolini moest hij nog de rassenwetten afdwingen. De indruk leeft hier dat de geallieerden Italië nooit onder druk hebben kunnen zetten. En dat de heropleving van het fascisme niet te ernstig moet worden genomen, want Italië is maar een 'lichtgewicht'. Maar als hetzelfde in Duitsland of Oostenrijk was gebeurd, dan zouden de mensen zich wel zorgen maken."

Het wijdverspreide verzet tegen de antifascistische grondwet blijkt nog altijd uit de mate waarin partijen hun inspiratie halen bij Mussolini; uit de duizenden mensen die op 20 oktober naar Mussolini's geboortestad Predapio trekken om zijn mars op Rome te herdenken; uit de winkels en marktkraampjes die nog steeds borstbeelden van Il Duce verkopen. En er zijn nog talloze bedenkelijke memorabilia te vinden.

Maar volgens Duggan schuilt nog meer gevaar in wat er buiten de internationale aandacht gebeurt. De aanhoudende erosie en het groeiende diskrediet bij overheidsinstellingen speelt in het voordeel van de dictatoriale elite, net zoals in de jaren twintig: "Het gaat niet zozeer om het systematische eerherstel van het fascisme, maar om het feit dat elk aspect van de staat in verval raakt. Het huidige gerecht is er een voorbeeld van. Daardoor hebben mensen de neiging om zich in de armen van één man te werpen, van wie ze geloven dat hij de problemen kan oplossen."

"Eigenlijk groeien er erg persoonlijke relaties met de leider. Mussolini ontving destijds 2.000 brieven per dag van mensen die hem wilden helpen bij zijn beleid. Als een staat niet werkt, dan vertrouw je erop dat één man de telefoon neemt en de zaken uitklaart. Op precies dezelfde manier is in de jaren twintig het liberalisme verdwenen. De status van het parlement brokkelde stukje bij beetje af, zodat Mussolini het op het einde zelfs niet meer hoefde af te schaffen. Hij negeerde het gewoon. Vandaag gebeurt in Italië iets gelijkaardigs."

© The Independent

Vijftien jaar nadat Berlusconi het neofascisme uit de koelkast haalde, is de impact ervan op de politiek nog nooit zo groot en bedreigend geweest

n Gianfranco Fini speecht in Rome op de meeting die het samengaan van zijn Alleanza Nazionale met de Vrijheidspartij beklinkt.

Silvio Berlusconi (Vrijheidspartij) en Gianfranco Fini, leider van de Alleanze Nazionale, vallen elkaar in de armen tijdens een verkiezingsmeeting in april 2008. Een jaar later is hun politieke band nog hechter: Fini's extreem rechtse partij gaat op in die van premier Berlusconi.

n Italiaans dictator Benito Mussolini, stichter van het fascisme.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234