Vrijdag 30/09/2022

‘I

Wat zie je als je door de rook van de grootste en dikste joint aller tijden naar New York kijkt? Een stad waar het sneeuwt in augustus, waar een tijger in loondienst is bij een projectontwikkelaar en vrouwen op struisvogels lijken. Jonathan Lethems Chronische stad dus, maar ook een plaats om smoorverliefd op te worden.

‘De chronische stad’ van

: ongewoon verrassend én stug

§

New York’

Perkus Tooth is een aan lager wal geraakte Rolling Stone-columnist die zich van het wereldje afkeerde omdat het zijn ziel verkocht aan de commercie. Hij woont in een flat die veel weg heeft van het winterslaaphol van een bruine beer, waar hij urenlang oude films analyseert en joints rolt met marihuana afkomstig uit een blikken doosje met daarop in grote letters CHRONIC. Hij oreert dat het geen naam heeft en klinkt daarbij nogal eens als een hardop voorgelezen essay uit het kunsttijdschrift De Witte Raaf. Slavoj Zizek on steroids dus, al heeft hij ook wel wat weg van Kosters Gustaaf, de Man Bijt Hond-creatie die je zo paranoïde maakt als de pest. Kijk naar Marlon Brando zegt hij bijvoorbeeld, “de levende incarnatie van het onuitgesprokene, een menselijke proclamatie van de resterende verwachtingen van ons mishandelde tijdsgewricht”. Wie de carrière van deze acteur bekijkt, kan er niet omheen dat hij de hoop van vrijheidslievend Amerika is, waardoor Perkus als een volleerde Heidegger uitroept: “Alleen een Brando kan ons redden.”

En van honden gesproken, nadat hij de raad gekregen heeft om met zijn clusterhoofdpijnen te rade te gaan bij Strabo Blandiana, een Roemeense acupuncturist die in zijn praktijkruimte een foto heeft hangen van een vaas, gaat het helemaal de verkeerde kant op met Perkus. Hij heeft een chaldron gezien, beweert hij, een soort hedendaagse heilige graal, en hij wil er koste wat het kost zelf eentje bemachtigen, wat resulteert in een queeste die hem totaal berooid in een hondenappartement doet belanden. Daar deelt hij een kamer met Ava, een pitbull met drie poten waar hij zo goed mee overweg kan dat hij ongemerkt de chronische hik van het beest overneemt en in zijn broek begint te schijten.

Dit is dus nog maar één personage uit Jonathan Lethems De chronische stad, zij het wel het meest opmerkelijke. De verteller van het boek is Chase Insteadman, een vroeger kindsterretje dat van de royalties op de tv-herhalingen van zijn vroegere films leeft en recent weer in het nieuws is gekomen doordat hij de partner is van Janice Trumbull, een astronaute die in het ruimteschip Northern Lights is komen vast te zitten samen met een stel Gogol lezende Russen. De Chinezen hebben een mijnenveld aangelegd tussen het schip en de aarde, waardoor van terugkeren geen sprake kan zijn. Dat deze situatie tot precaire toestanden kan leiden, blijkt wanneer Janice een tumor in haar voet ontwikkelt, waardoor deze ledemaat geamputeerd dient te worden. Haar voet afschieten naar een Chinese mijn ziet ze niet echt zitten, waarna het ding onder een plant in de kas begraven wordt, waar het kan opgaan in de koolstofcyclus van het ruimteschip. “Nu zal een deel van mij nooit meer voet op aarde zetten, Chase”, schrijft Janice in een brief aan haar geliefde, maar die neemt het helemaal niet zo nauw met de trouw. Hij versiert de copywriter Oona Laszlo, die aan de autobiografie van een conceptuele kunstenaar werkt die heuse fjorden en gedenkputten installeert in het stadscentrum.

Oké, denkt u nu wellicht, maar waar gaat dit heen, en in feite is ons dat ook niet helemaal duidelijk geworden. De chronische stad is immers een immens lang en verwarrend boek met het begin van een oude detective, een midden als een zwart gat - een steeds terugkerend gegeven in Lethems romans, wat hij wijt aan het gemis van zijn al te vroeg aan kanker gestorven moeder, en een eind als dat van een ziekenhuismelodrama. Inderdaad, Lethem is een goede vriend van Michael Chabon, de auteur die van genrebending zijn handelsmerk heeft gemaakt, alleen blijkt hij over te weinig zelfdiscipline te beschikken om dat te laten resulteren in een fantastische en meeslepende roman. Meer dan eens gaat De chronische stad op de loop met de auteur en wordt je nieuwsgierigheid naar het einde de enige reden waarom je nog verder leest. En dat zou weleens te maken kunnen hebben met die andere vriend van Lethem, de vorig jaar door zelfmoord om het leven gekomen David Foster Wallace, die als een hedendaagse James Joyce de hele wereld tussen twee kaften wou persen. Chase gaat bij Lethem op zoek naar Ralph Warden Meekers roman Obstinate Dust, een duidelijke verwijzing naar het magnum opus van Wallace, Infinite Jest, dat ook bestaat uit meer dan duizend praktisch onleesbare cursief gedrukte pagina’s. En ook de man die Perkus van CHRONIC voorziet, dealer Foster Watt, lijkt zijn naam aan de illustere schrijver te danken te hebben.

En zo zijn er wel meer gelijkenissen. De New Yorkse burgemeester Arnheim is bijvoorbeeld een mediatycoon met een eigen nieuwszender die alleen maar de literaire pendant van Michael Bloomberg kan zijn. Over het beleid van die Arnheim heeft Chase zijn bedenkingen. Zo heeft hij Richard Abneg, een bekende advocaat die zich verzette tegen de uitdrijving van arme huurders uit Manhattan, op de vlucht is geslagen voor de arenden die hun nest gemaakt hebben op het dak van zijn flat en het aanlegt met een vrouw die op een struisvogel lijkt en Georgina Hawkmanija heet, ertoe verleid voor de stad te gaan werken. En ook de urban legend over de tijger die zo sterk is dat hij hele huizenblokken onbewoonbaar kan maken, zou weleens door de diensten van Arnheim de lucht in gestuurd kunnen zijn. Misschien is de tijger wel een reusachtige boormachine die gebruikt wordt om metrotunnels te boren en die van tijd tot tijd aan de oppervlakte komt. Die huizen zijn nadien alleen nog goed voor de sloop, wat de met de burgemeester bevriende projectontwikkelaars heel goed uitkomt.

Als De chronische stad één ding is naast een verrassende, stugge en daardoor ook ongewone roman, zal het wel een reusachtig dikke ‘I love NY’-sticker zijn. “Aan wie behoort New York toe?” is een van de centrale vragen uit het boek, en dat is alvast niet aan de slopers of aan de corrupte politie of het manke ambtenarenapparaat, maar aan zijn gekke, eigenzinnige bewoners. “In Manhattan wonen is je voortdurend verbazen over de werelden die in elkaar overgaan”, schrijft Lethem, “de chaotische verwardheid waarmee sferen zich verstrengelen, als televisiekabels en waterleidingen en stoomverwarmingsbuizen en rioolbuizen en telefoonsnoeren en wat allemaal nog meer samenhokt in dezelfde intestinale holten die plaveisel slopende arbeiders op gezette tijden aan het daglicht en aan onze voorbijgaande, verstoorde blikken blootstellen”, waarmee u meteen ook een staaltje van de stijl van het boek onder ogen heeft. En hij besluit: “We doen alleen maar alsof we leven volgens iets zo ordelijks als een rooster.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234