Maandag 04/07/2022

J. DE WITTE LEEST

Wat zijn ze goed, die nieuwe Vlaamse schrijvers. Prijzen dat ze winnen! De 'onbevangen' J. de Witte overschouwt vanuit Nederland de polonaise en denkt er het zijne van. Comfortabel natuurlijk, zo aan de zijlijn... Vandaag: kom hier dat ik u kus, Griet Op de Beeck!

Ik las dat een Vlaams cineast de debuutroman van Griet Op de Beeck, Vele hemels boven de zevende, wil verfilmen. Dat moet een dapper man zijn, want zelden las ik een boek waarin er zo weinig gebeurt, en er integendeel zo ongebreideld wordt gejeremieerd.

Een half dozijn personages vertelt het verhaal, als je al van een verhaal spreken kan, elk vanuit een eigen standpunt, waarbij zij allemaal, zonder uitzondering, klinken als de veertigjarige vrouw die aan de toetsen zat; een oude man, een tienerkind, een meid van vierentwintig: allen lijken zij in de verte al de menopauze te ontwaren - de lezer wordt onophoudelijk uit zijn concentratie gehaald door het gerammel en gefluit van een voortplantingsgestel dat de vervaldatum nadert. Je mag er niet aan denken dat je straks in de bioscoop nog eens anderhalf uur naar deze droogte zou moeten gaan kijken.

Van het boek werden niettemin vele duizenden exemplaren verkocht - veelal aan vrouwen die verrukt uitriepen dat het werk hun visie op het leven had veranderd. Hierbij wenste je je niets voor te stellen: veel meer dan wat belegen slogans als 'Wees jezelf!', 'Grijp je kans!' en 'Durf te Zijn!' vielen er uit Vele Hemels... niet te distilleren, en een vrouw die daar in 2014 plots haar bestaan door ziet sprankelen, heeft onderweg ergens een niet onbelangrijke trein gemist.

Op de Beecks nieuwste boek heet Kom hier dat ik u kus. Het gaat over 'Waarom we worden wie we zijn'. Ja, daar gaan we weer! Drie voor een stuiver! Vul de zeepbellenmachine! Je bent niet wie je bent, je wordt wie je altijd al geweest had kunnen zijn, en misschien wás je al wel wie je zo nodig worden moest - op voorwaarde dat je niet dacht dat je iemand anders was: jahaa, dametjes, dat fluistert die aardige psycholoog waar jullie halfwekelijks naartoe gaan jullie vast ook in de openstaande oorschelpjes!

Kom hier dat ik u kus gaat voorts ook over 'de gevaren van sterk zijn', over 'kapotte mensen en hoe zij ongewild ook anderen kapot maken', en over 'jezelf durven redden': nog vóór de eerste letter gelezen is, hebben al die zoekende lezeresjes al een heel erg nat broekje! En we zijn nog maar op bladzijde 3, en daar krijgen we nog meer elfenpraat: 'Misschien is datgene waar we bang voor zijn in zijn blootste essentie iets hulpeloos wat onze liefde zoekt'.

De hel! denk je dan. Geurend naar Lactacyd Vanille, maar toch: de hel.

En dan moet het boek nog beginnen.

Eerst leren wij Mona kennen als zij negen jaar oud is. Nu ja, 'leren kennen': wij moeten door een eindeloze zee van kinderpraat waden, want het boek is in de eerste persoon geschreven, en dus gaat het van: 'Ik ben niet bang want ik ben al negen jaar en dat is groot en grote meisjes hebben geen schrik'. Eén keertje stoort dat niet eens zo erg, zo'n probeertaaltje waar jonge moeders het vast warmpjes van krijgen, maar honderd bladzijden lang? Mona die de tandartspraktijk van papa beschrijft: 'Het ruikt er naar rare dingen om de tanden van mensen te genezen'. 'Papa zegt dat (de doden) een sterretje worden, aan de hemel. Zoals mijn opa en mijn poes Mitsy, die is nu een ster'. Wat probeert de auteur hier aan te richten? Wie houdt dat uit, honderd bladzijden lang, zonder inzinking of zenuwschade?

Tot overmaat van ramp staat het leventje van dat kind ook nog eens stijf van de tranerige clichés: mama sterft, en mama was al niet zo aardig want ze had van Mona een bang en onderdanig kind gemaakt, en klein broertje heeft kuren ('Ik steek mijn arm in de lucht om te laten zien wat mijn inslechte broer heeft aangericht': je zou er om lachen, mocht het niet zo inslecht zijn), en papa doet raar, en o ja, heel snel is daar een nieuwe mama, wat oma boos maakt, en dus komt het tot allerlei breuken in dat treurige gezin, maar dan komt er nog een nieuw baby'tje ook zeg! Dat Mona mag vasthouden en verzorgen!

'Ik ben er nu! Ik let wel op haar!' kraait onze heldin dapper tegen haar stiefmoe, die op dat moment al niet meer zo zeker is van haar tandarts, en onze Mona voelt dat natuurlijk allemaal aan met haar kleine kinderantennes, ze voelt zich schuldig en bang! Hier rijpt, onder onze zorgelijke blikken, de onvolkomen en weifelende vrouw die het voortouw zal nemen in deel twee en deel drie, want dan zijn wij respectievelijk vijftien en vijfentwintig jaar door de tijd geploeterd, zodat wij met eigen ogen kunnen vaststellen wat al dit geknoei met mensenvlees heeft teweeggebracht.

Weinig boeiends, zo blijkt als wij Mona als 25-jarige ontmoeten. Balorig broertje is geneeskunde gaan studeren, natuurlijk onbewust om papa een plezier te doen (in dit soort boeken zegt er niemand ooit zomaar eens: 'Dáár heb ik nou 'ns een verrekte zin in, helemaal uit mezelf!'), dus hij is er weer mee gestopt, en o kijk, daar komt er toch alweer opnieuw een baby'tje aan dat we mogen vasthouden en verzorgen!

Mona zelf begeeft zich op glibberige liefdespaden, en strooit hierbij met waarschuwingen voor de Moderne Vrouw: 'één keer de indruk wekken dat je het niet erg vindt dat hij jou niet likt, en hij zal zich daarin nestelen', bazelt het nu al aardig kromgegroeide hoofdpersonage - je hoort her en der al het gedrein opklinken uit de vaderlandse slaapkamers, je kunt al de hopeloze blik zien van Hij Die Een Keertje Niet Wenste Te Likken.

Deel drie is haast volledig opgehangen aan het langzaam wegteren van de inmiddels oude vader-tandarts, die een fikse kanker heeft opgelopen die hij natuurlijk veel te lang heeft genegeerd, waardoor we bladzijden lang het gejammer moeten doorstaan van de zorgelijken op de ziekenhuisgang: 'Hádden we maar! Hij zag er al zo moe uit! En die keer, toen! Ik heb het nog gezegd!' - het is geen feest, maar een galabal, een Indiase trouwpartij van Herkenning, waarbij je vooral zaken herkent waar je in het dagelijkse leven in een zo wijd mogelijke boog omheen loopt; het is een tv-soap te boek gesteld. Geürm tussen twee kaften.

Terwijl stiefmoe toch nog moedig een trui breit voor haar zieltogende echtgenoot, leren we dat Mona's private leven maar weinig voorstelt (sleutelscène: man wordt op masturberen betrapt), wat tot steeds meer richtingloos en hol gezucht leidt ('Ik kijk naar Louis en ik vraag mij af waarom er eigenlijk andere woorden bestaan voor eenzaamheid, verdriet en angst, want dat voelt zo vaak hetzelfde. Misschien ligt dat aan mij.' Ja, Mona, dat ligt aan jou). Onderweg wordt er nog een map met geheimen van de ouwe gevonden, en dan is dit Schatteneiland voor de vrouw tot middelbare leeftijd helemaal klaar.

Neen, Griet Op de Beeck, die is het niet.

Volgende week: Lara Taveirne

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234