Maandag 26/09/2022

Ja,ik geloof

Rik De Nolf

Gedelegeerd bestuurder Roularta

'Een zondag zonder mis is een banale dag'

"Geloven uit zich in vele dingen, maar het geloof belijden via een eucharistie is voor mij toch heel belangrijk. Het is dat wekelijkse antwoord op een diepere vraag, vanuit een traditie én vanuit de behoefte aan reflectie. Gelovig reflecteren kan niet zomaar, ik wil daar de gepaste ruimte voor opzoeken en de gepaste tijd voor scheppen. Op zondag, want zonder mis zou dat anders maar een banale dag zijn.

"In ons huis zie je niet te veel uiterlijke tekenen van ons geloof. Bon, we hebben één kruisbeeld hangen. Geloven is een constante gebleven in de generaties en geslachten waaruit wij voortkomen. Mijn vrouw en ik hebben dat ook zo aan onze vier kinderen doorgegeven. (pauzeert) Ach, weet u, wij zijn gewoon een traditionele West-Vlaamse katholieke familie. Of dat een pleonasme is? (luide lach)

"Grote momenten in ons leven zien wij graag verrijkt via een viering die best in de kerk ondersteuning krijgt: geboorte, huwelijk, enzovoort. Ik zie pas hoe nodig het is, als ik het mis. Als ik bijvoorbeeld afscheid moet nemen van iemand, zonder dat het met een paar mensen samen gebeurde. Het hoeft misschien niet per se in een kerk te zijn, er zijn ook andere overtuigingen, maar het feit dat een groep mensen dat draagt en dat in een ritus plaatst, maakt het vertrek van een dierbare een stuk draaglijker. Een doopsel bijvoorbeeld, vind ik een hele goede start voor een mens, dat is de onderlijning van het feit dat iemand geboren is. Het gebed echter hoeft niet zo strikt gebonden te zijn aan opgelegde woorden. Ook bezinnen is bidden. Ik stel wel vast dat ik daar te weinig tijd voor maak. De drukte, de job, verplichtingen, weet u wel, maken dat die stiltemomenten niet altijd de plaats krijgen die ze verdienen.

"Geloof is niet exclusief in de zin van: iets wat buiten het wezen staat. Geloof is voor mij iets vanzelfsprekends. Ik heb er grote interesse voor, niet in de mate dat ik er debatten over zou gaan voeren. Wel zal ik bij debatten meteen positie kiezen, vanuit mijn geloof, omdat dat een wezenlijk stuk is van mij."

Jan Hoet

Museumdirecteur

'Ik hou geweldig veel van de nieuwe paus'

"Michelangelo dacht dat hij God was. Hij schiep zijn David en was tevreden. Pas aan het einde van zijn leven zag hij zijn overmoed. En toen maakte hij zijn beste werken: zijn Pieta, zijn afgebrokkelde slavenbeelden. Een mens is op zijn best in al zijn kwetsbaarheid. Zo is het ook gegaan met Titiaan en Rembrandt. Een mens komt tot inkeer bij het ouder worden. Ik ook. Vier keer heb ik ondertussen in het aanschijn van de dood gestaan. De eerste keer met nierkanker. De dokters waren ervan overtuigd dat ik het niet zou halen, dat ik mijn Documenta niet zou kunnen realiseren. Had ik toen niet geloofd, ik was er niet door geraakt. Twee weken geleden kreeg ik een hersenbloeding. Drie dagen lang heb ik tussen leven en dood gehangen. 'Hoe is het mogelijk', zeiden de dokters, 'dat hij er zich elke keer weer doorspartelt en verder gaat met eenzelfde energie als voorheen?' Ik moet een goede engelbewaarder hebben. Wat kan het anders zijn?

"Ik bid regelmatig. Bidden is zichzelf bevragen. Voortdurend zoeken naar wat je van de natuur hebt gekregen met de bedoeling het te kunnen doorgeven. Stel je voor dat je bent geboren met de gave om te zien wat een goed kunstwerk is en dat je die kennis niet deelt met je medemens. Hoe verkeerd zou dat zijn. Wat je hebt gekregen, moet je aan de gemeenschap teruggeven. En waarschijnlijk ben ik daar nog niet mee klaar.

"Geloven is een antwoord zoeken op de vraag naar het onbekende. Er is nog zoveel dat we niet weten. Als we ons enkel zouden bezighouden met wat is, dan zou het leven niet meer spannend zijn. God is eenheid en in die eenheid verzoenen zich alle tegenstellingen: goed en kwaad, zijn en niet-zijn, man en vrouw. Geloven is dus zoeken naar een evenwicht, een balans in ons leven.

"Ik hou geweldig veel van de nieuwe paus. Hij is een perfect model. Zoals Ensor een model was voor de kunstenaarsgeneraties na hem. Of Picasso, of Duchamps. Modellen zijn belangrijk. Ze bieden duidelijkheid. Je mag ze volgen, maar het hoeft niet. Persoonlijk zou ik de paus niet kunnen volgen. Hij is veel te juist, te streng ook. Hij legt de lat ongelooflijk hoog. Er is een groot contrast tussen zijn dogma's en de permissiviteit van de maatschappij. De context is er niet naar om zo streng te zijn. Maar mensen als de paus zijn nodig. Je kunt je eraan toetsen en zo toezien dat je zelf niet te ver afdwaalt.

"De kerk als centrum van kunst, het is niet meer wat het geweest is. En dat vind ik verschrikkelijk. Vroeger was de kerk een toonbeeld van goede smaak. Pausen en bisschoppen lieten zich omringen door kenners, geleerden, ook niet-gelovigen. Vandaag zit de kerk in een incestueuze relatie. Het is goed dat deze paus oproept tot oecumene. Al wie met het spirituele begaan is, moet zich verzamelen. Als dat niet gebeurt, blijft iedereen maar wat op zijn eiland zitten op het gevaar af een virtuele wereld om zich heen te creëren."

Cathy Berx

Ondervoorzitter CD&V

'Een mens moet weten waar hij vandaan komt'

"Geloven confronteert de mens met zijn beperktheid en spoort aan tot nederigheid. Het beeld van de godmens, waarbij de mens zichzelf als enige maatstaf ziet en ontkent dat iets hem overstijgt, getuigt van een zekere hoogmoed.

"De genade van het geloof is als de genade van een goede familie. Ik put er kracht uit, en een grote dankbaarheid. Onze parochie, die van de Sint-Norbertuskerk op Zurenborg, een multiculturele wijk, doet heel wat inspanningen om een familie, een gemeenschap te vormen. Ik ben er zelf ook actief en vind er een grote warmte. Vorig jaar ben ik mijn jongste zoontje verloren. De bekommernis die ik toen heb ervaren, gaf me troost en steun.

"Ik bid wel eens, maar niet hardop. Behalve als de pastoor komt eten (lacht) en dat gebeurt niet zo vaak. Af en toe de mis bijwonen, is belangrijk. Het lukt me niet elke week. Vooral in januari laat ik al eens verstek gaan. Dan zijn er te veel recepties. Maar misvieringen geven structuur aan een week en een jaar en dat is prettig. Kerstmis, Pasen, het herinnert je aan de kwetsbaarheid van de mens. De parochie heeft een uitstekende pastoor, sociaal bijzonder geëngageerd en dan voelen mensen zich welkom. Het gaat trouwens niet alleen om de viering. Na de mis wordt er al eens een pint gedronken. Dat is ook het moment waarop mensen spontaan op mij af komen met hun vragen, waarover ik mij als politica kan ontfermen.

"Onze hele cultuur is doordesemd van sporen uit het christendom. Een mens moet weten waar hij vandaan komt en dus krijgt mijn zoontje van zes een christelijke opvoeding. Ik neem hem mee naar de kerk en lees voor uit de kinderbijbel. Vaak uit het Oude Testament. Die verhalen vindt hij geweldig. Maar uiteraard maakt hij later zelf de keuze of hij praktiserend gelovig is of niet.

"Dat ik als jonge vrouw gelovig ben, is niet zo vreemd als u denkt. Velen beschouwen de kerk als een oerconservatief, traditioneel bolwerk. Een visie die te maken heeft met een grote onwetendheid. Het is namelijk ook een huis waaruit je inspiratie kunt putten, waar de klemtoon ligt op vrijheid en verantwoordelijkheid. Ook aan openheid naar anders- of niet-gelovigen hecht ik veel belang. Bekeringsdrang is mij vreemd. En gelukkig is niet alleen de figuur van de paus bepalend voor de concrete invulling van het geloof. Uiteraard heb ik mijn bedenkingen bij enkele dogma's die hij onderschrijft. Het verbod op condoomgebruik heeft rampzalige gevolgen in landen waar aids mensen de dood in jaagt. Dus dat is niet verstandig, maar te verklaren vanuit de visie van de kerk op relaties en trouw. Dat ik het er niet mee eens ben, hoeft nog niet te betekenen dat ik binnen de kerk geen zinvolle invulling van mijn geloof kan vinden."

Luc De Vos

Zanger

'Ik heb het nogal voor die mummelende pastoor'

"Vroeger probeerde ik naar de mis te gaan, maar omdat ik in het weekend werkte als zanger, ging dat niet meer. Heel uitzonderlijk betrad ik dan maar de kerk op het Sint-Annaplein, waar het op zondag mis was om vijf uur. Dan ging ik eerst naar het café om licht beneveld de kerk te kunnen betreden. Ik zweer je, dat hééft iets, een half uur eucharistie met het hoofd in de wolken. Naar de mis ga je voor die figuur van Jezus, maar ook gewoon om erbij te horen, samen te zijn, in de zelfde set. Al ben ik natuurlijk ook een ongelooflijke twijfelaar. Ik zou zelfs durven zeggen dat ik aan de rand van het ongeloof sta. Ik luister niet naar wat gezegd wordt, ik heb bijvoorbeeld nog nooit een preek gehoord. De priester moet maar 'waarde gelovigen' zeggen en ik verlies meteen alle aandacht. Je kent dat liedje van Raymond over die mummelende pastoor en dat hij liever zo'n zwarte had vooraan... Nu, eerlijk gezegd, ik ben het daar niet mee eens. Ik haat gospel, ik prefereer de mummelende pastoor omdat die mij de ruimte geeft te kunnen wegdromen of diep na te denken.

"Maar goed, wat zit ik hier allemaal te zeggen: eigenlijk ga ik al lang niet meer naar de mis. Bidden daarentegen doe ik overal. Niet die voorgekauwde woorden. Als ik naar mijn optredens word gevoerd, zit ik constant naar buiten te kijken. Dan neem ik de natuur maar ook de huizen in mij op. Ik probeer me voor te stellen wie daar woont en met welk verdriet of welke ontgoocheling ze daar 's avonds of 's nachts in hun zetel hangen. Af en toe komt dan die gedachte naar boven: 'wat moet met hen gebeuren', en 'zullen zij zonder reflectie of naamloos in het graf verdwijnen'. Dat vind ik een doorgedreven manier van denken, beschouwen, dus van gebed. Verdwijnen, sterven, graf, dood... ligt daar trouwens niet de essentie van het katholieke geloof? Daar gaat het toch de hele tijd over? Over de vergankelijkheid en vooral over de liefde die niet kan sterven. Kijk, zo'n gedachten houden mij gevangen. Dat iemand, Jezus genaamd, die ideeën had en die woorden uitvond: 'liefde over de dood heen'. Dat is ronduit fe-no-me-naal. Katholicisme is daarom niet alleen een prachtige godsdienst, het is ook een sprookje. En je moet moed hebben om driehonderd jaar na de Verlichting nog in dat sprookje te willen geloven. In weerwil van alle bewijzen die men ons gedurig aanreikt, verklaringen voor het ontstaan van het leven, het heelal, de aarde, noem maar op. Het is niet onnozel, maar het getuigt van durf om los van die wetenschappelijke bewijsvoering in iets ronduit absurds te geloven. Het geloof is in wezen absurd, net zoals negentig procent van wat we op aarde doen absurd is. We zijn niet alleen actieve maar vooral dromerige mensen. Geloven is dromen, en daarom ook zo relatief, zoals de mens relatief is, want in staat tot dromen, tot liefde en tot grote fantasie. In die zin zijn ook die rituelen belangrijk, de grote gebaren. Die proberen het niet-uitlegbare naar buiten te brengen. Mijn zoon Bruno is gedoopt, daarover bestond geen twijfel. Ik wou dat al toen hij nog in de buik zat. We wilden met hem dat oersymbool stellen. Maar het ging verder. Mijn zoon zit ook op een katholieke school. Nooit over gedacht dat hij ergens anders les zou volgen. We hebben het hier tenslotte ook over tweeduizend jaar cultuurgeschiedenis. Het kan geen kwaad om hem daarin onder te dompelen. En wat het verder wordt, communies, huwen voor de kerk, al die dingen.. laat maar komen, hoe meer hoe liever. Mij zal je niet horen klagen."

Jan Becaus

Journalist en nieuwsanker

'Mijn God woont in mijn hoofd'

"Geloven betekent erkennen dat de kans bestaat dat er meer is tussen hemel en aarde dan het zintuiglijk waarneembare, dat niet alles door de natuurwetten kan worden uitgelegd. Met andere woorden: dat de mens niet de maat is van de dingen en niet de ultieme zingever. Dat is een spannende gedachte. Aangezien 'het hogere' boven de fysische wetmatigheden staat, is het bestaan ervan nooit bewezen. Maar de toekomst sluit niets uit.

"Christenen geloven in een god, die de oorsprong is van alles en die in de loop van de geschiedenis aanwijsbare daden heeft gesteld. De belangrijkste daarvan is het mens worden, in de persoon van Jezus Christus. Deze god heeft dus op een bepaald ogenblik ingegrepen in de loop van de geschiedenis. Daar heb ik het wat moeilijk mee. Door het credo te onderschrijven, erken je niet alleen het bestaan van een historische god, je moet er ook de hele santenkraam bij nemen. Voor een denkend mens die de verworvenheden van de Verlichting tot de zijne rekent, is dat een zo goed als onmogelijke opdracht. Eigenlijk blijft van de twaalf geloofspunten alleen het eerste overeind: ik geloof in één god. Wie dat onderschrijft, moet het godsbeeld wel nog inkleuren. Voor sommigen is dat een levenswerk. Ik ken monniken die er na 60 jaar nog niet mee klaar zijn.

"Mijn god is een amalgaam van alle goede eigenschappen die ikzelf, en bij uitbreiding de menselijke soort, niet bezit: onsterfelijkheid, alwetendheid, alomtegenwoordigheid. Een super alter ego, dat dient als spiegel voor mijn denken en handelen en dat belet dat ik stommiteiten bega. Mijn god woont niet in de hemel, maar bij mij, in mijn hoofd. Hij is mijn hoogstpersoonlijke god. En aangezien god bij mij inwoont, heb ik hem altijd bij de hand. Hij zet me aan het goede te doen en het kwade te laten, volgens de morele regels die ik als kind heb geleerd.

"Bidden is een religieus synoniem voor interne dialoog, een vorm van nadenken die bijzonder rustgevend kan zijn. De meeste gebeden zijn smeekbeden, omdat mensen van nature nogal hebberig zijn. In tijden van nood heb ik ook wel eens hogere machten ingeroepen om het lot in een andere richting te sturen. Maar ook als een smeekbede niet meteen resultaat oplevert, wat helaas nogal eens wil voorvallen, heeft de daad zelf toch enig soelaas gebracht, omdat de vrager zich in zijn moment van ellende niet alleen heeft gevoeld.

"De meeste kerken zijn veel te groot, te lelijk en te luidruchtig om aantrekkelijk te zijn als bezinningsruimte. Nochtans heeft deze wereld een grote behoefte aan rust en contemplatie. De gestreste westerling is wanhopig op zoek naar wegen om zijn inwendig evenwicht te herstellen. Vroeger gebeurde dat collectief en onder dwang. Zodra de sociale druk om te praktiseren wegviel, liepen de kerken dan ook meteen leeg. Maar de behoefte aan plekken om tot zichzelf te komen, is blijven bestaan en wordt almaar nijpender. Mocht de kerk zich wat inventief opstellen, dan ligt hier een kans voor het grijpen. Ze zou haar in onbruik geraakte cultusplaatsen kunnen ombouwen tot oorden van inkeer en reflectie, in nauwe samenspraak met kunstenaars van alle slag, want kunst zet aan tot inkeer. Ooit was de kerk de grootste mecenas. Artiesten van haar tijd kregen opdrachten die eeuwen later nog altijd met verstomming slaan."

Pascale Platel

Theatermaakster, actrice, schrijfster

'Mijn geloof is zelf gefabriceerd'

"Ik geloof in het geloof. Ik stam uit een katholieke familie, met gelovige ouders, grootouders en tantes. Vooral die laatsten brachten dat geloof over alsof het een cadeau was of een geheime liefde. Mijn geloof is niet strikt, meer zelf gefabriceerd, een soort Ikea-pakket dat ik eigenhandig ineen zet. Afzweren heb ik het nooit willen en moeten doen. Aangezien mijn ouders de grootste reserves hadden tegenover dat instituut kerk, en ook hun kritiek uitdrukten, waren zij mee de uitlaatklep voor mijn twijfels. Geloof heeft veel te maken met de overdracht ervan. Ik herinner me nog een leraar uit het tweede studiejaar die onze klas enorm kon boeien met zijn verhalen over de bijbel. Mijn zoon Cameron heeft nu ook zo'n leerkracht. Die jongen komt soms echt in vervoering thuis, het hoofd vol wonderlijke verhalen. Hij wou dan ook per se zijn eerste communie doen. Zondag (morgen, ML) gebeurt het. En ik moet voorlezen. Ik kom nochtans niet meer veel in de kerk, zeker niet voor de mis. Toch maakt een kerk me goedgezind, ik word er een beetje licht van in het hoofd. Ik vind er die vertrouwde vorm van gezelligheid en eenmaal buiten heeft die weldaad het effect van een goede massage. Vroeger had de kerk minder betekenis voor mij. Ik ging náár de kerk, niet steeds erin. Meestal eindigde mijn tocht in het park ernaast waar gewandeld werd, ijsjes gegeten en jongens gezoend. Wij gingen op zaterdag en de ouders op zondag. Dat vond ik wel een mooi beeld, hoe mijn ouders daar naartoe stapten: opgetogen, opgekleed, hand in hand, intiem. Een prachtige herinnering.

"Ik zie graag heiligenbeelden, ik ben een beetje gulzig op dat vlak. Ik heb ook één hoofdheilige: Sint Antonius. Je mag het gerust een verering noemen. Ik heb op mijn kast trouwens een soort altaartje gemaakt, met een heiligenbeeld, met foto's van mijn dierbaren, bijvoorbeeld van mijn tante die gestorven is, én een klavertjevier. Elke ochtend steek ik bewust een kaars aan. En gelukkig kan ik mij inhouden, anders zou ik daarvoor op mijn knieën gaan zitten, zo belangrijk vind ik dat ritueel.

"Maar het allermooiste kerkelijke ritueel vond ik mijn heilig vormsel. Ik kan nog veel naar de foto ervan kijken. Ik herinner me dan hoe we in een rij aanschoven, ogen naar de grond gericht, dan iets kusten en iets zegden en vooral hoe verontwaardigd ik was geweest in de misviering die aan het vormsel voorafging. Ze waren toen net overgeschakeld van witte naar bruine hosties. Bah, zo vies van uitzicht en smaak. Ik kreeg er een gepresenteerd en mijn reactie was 'ik zou liever een witte hebben'. Jawel, ik durfde vragen te stellen. In de biechtstoel vroeg ik ooit waarom de meeste nonnen zo lelijk waren. De pastoor antwoordde: de heer heeft zijn bruiden niet zelf mogen kiezen. Schattig toch? Typisch aan het katholicisme is dat het één groot theater is. Zo'n mis lijkt ongelooflijk op een voorstelling. Het komt wat traag op gang, nadien volgt een portie afzien, maar voorbij het midden bouwt zich een spanning op, ineens is er een versnelling en voor je het goed en wel beseft ben je bij het hoogtepunt aanbeland: het onzevader.

"Ik bid niet meer. De klassieke weesgegroeten en onzevaders worden enkel nog opgezegd als ik niet kan slapen. Als mantra's komen die er dan uit gerold en dat verdooft me. Het kruisteken maak ik niet meer, wat ik wel doe, is mijn zoon 's avonds bij het slapengaan een 'godzegentu' geven op zijn voorhoofd. Het heeft geen waarde op zich, het is een wens voor ik hem verlaat.

"Ik denk niet dat ik zo'n goed christen ben. Ik wil dat wel zijn, maar ik heb het wel lastig met de paus en zo. Neem die laatste, die lijkt me heel hard. Ook de vorige mocht ik niet, al heb ik zijn cd nog gekocht. Pure kerkhouse, écht waar. Ik was meer een aanhanger van zijn voorganger, Johannes Paulus de eerste. Die heb ik nog een brief geschreven. Lieve Johannes, schreef ik, de rest ben ik vergeten."

Platel mag zondag voorlezen, had ze vroeger ooit aspiraties binnen die kerk? "Nee", zucht ze, "maar wel een vurige wens: ooit een verschijning van Maria te mogen meemaken. Helaas."

Joël Smets

Motorcrosser

'Iedereen doet het op zijn manier'

"Geloven heeft niets te maken met naar de kerk gaan. Als kind ging ik tweemaal per week, tegenwoordig kom ik er nog zelden. En toch ben ik niet minder gelovig dan toen, integendeel. In de bijbel lees ik wel eens iets waar ik niet mee akkoord ben, maar er is ook veel waar ik wel achter sta. Dat we moeten vergeven en vergeten, bijvoorbeeld. Dat leer ik mijn zoon van negen ook. Als hij klaagt over ruzie op school, zal ik hem aanmoedigen om zijn andere wang aan te bieden, veeleer dan terug te slaan. Zelf ben ik heel slecht in ruzie maken. Eigenlijk heb ik dat nooit gedaan, ook niet als kind.

"Geloven heeft ook weinig te maken met bidden. Een weesgegroet opzeggen is geen sterker teken van geloof dan aan tafel zitten met de familie, praten en luisteren naar wat de ander bezighoudt.

"Voor de wedstrijd is er altijd een moment dat ik de ogen ten hemel sla en in stilte zeg: 'Ik zal mijn best doen, doet gij dat dan ook'. Is dat bidden? Het is alleszins een moment van concentratie. En het geeft me een gevoel van samen sterk. Als ik na afloop op het podium sta - of het nu als eerste, tweede of derde is - en het volkslied speelt, dan beleef ik telkens een heel intens moment. Ik overzie wat is gebeurd en voel een grote dankbaarheid voor de mensen zonder wie ik daar niet had gestaan. Dankbaarheid is belangrijk in het leven.

"Geloven is persoonlijk. Iedereen doet het op zijn manier. Wat de pastoor verkondigt, is vaak achterhaald. En in die truut van Mozes die over het water loopt en Jezus die geboren is uit de maagd Maria, geloof ik niet. De mening van de paus respecteer ik, maar ik volg ze niet. Iedereen haalt uit de bijbel wat hem waardevol lijkt en handelt naar eigen goeddunken."

Lieven Vandenhaute

Presentator

'Elke normale, gezonde mens is religieus'

"Het is een misverstand dat geloven met overtuiging te maken heeft. De overtuiging dat God bestaat, bijvoorbeeld, als een wezen dat aan touwtjes trekt. Geloven is ervaring, emotie. Jezus heeft geleefd, was tastbaar, maar God is poëzie. Je gaat er niet met een meetlat langs. Net als bij een gedicht. Niemand heeft het over het waarheidsgehalte en toch zit er veel waarheid in.

"Het christelijke geloof zoals het mij is ingelepeld, heb ik afgezworen. Naar de mis ga ik niet meer. Nochtans zou ik dat wel willen. Een mooie paasviering bijvoorbeeld, dat kan deugd doen. Alleen, ik ken geen goed adres. Het is bedroevend wat er tegenwoordig nog achter het altaar staat. Als kind kon ik diep ontroerd raken door het theater van de kerk. Want theater, dat is het toch? Theater - en kunst in het algemeen - dienen om het leven aanvaardbaarder te maken. Religie ook. Daarom is het zo jammer dat de kerk vandaag vierkant draait.

"Karin Armstrong, succesauteur en voormalige kloosternon, zei me ooit dat wat je gelooft, niet uitmaakt. Het gaat om de houding, de ervaring van het opgaan in iets groters. Is dat een opperwezen, prima. Is dat iets anders, ook goed. Ik was meteen gerustgesteld. Ik geloof in niet zoveel. Maar wel in de liefde, God als liefde, dat grote mysterie. En dus ben ik religieus. Elke normale, gezonde mens is dat trouwens. Fundamentalisten en extremisten zijn dat niet. Volgens diezelfde Karin Armstrong is er enkel sprake van religie 'if it makes you kind'. Wie God gebruikt als kruiwagen voor zijn oorlog of machtsdrift, is niet religieus bezig.

"Dat gevoel van opgaan in iets groter, van verbondenheid met de kosmos, overvalt me op de gekste momenten. In de auto, als ik luister naar de goddelijke stem van Kathleen Ferrier. Vooral als ze 'Have mercy Lord on me' zingt, de vertaling van Erbarme dich, die onsterfelijke aria uit de Matthäus-Passion van Bach. De zeven minuten die die aria duurt, ben ik diepgelovig. Al denk ik nooit dat God een vent met een baard is die ergens voorbij Jupiter leeft.

"Natuurlijk voel ik me niet thuis in die kneusjeskerk van vandaag. Ze is verzand in regeltjes. Niet eens zo lang geleden schreven theologen hele traktaten over wanneer een hostie in de maag precies ophoudt Jezus te zijn en moes wordt. Dat soort flauwekul. En sommige standpunten van het Vaticaan zijn ronduit onverantwoord en onverdedigbaar. Met religie heeft dat nog weinig te maken. Maar ach, die aversie tegenover homo's komt voort uit het burgerlijke vooroordeel dat homo's seks banaliseren en 'het' doen in de donkere krochten van de onderwereld. Het machtsmisbruik van de kerk is onmiskenbaar, maar is dat niet eigen aan elke grote organisatie? Daarom heb ik nog geen wijwatercomplex. Ik behoor al tot de generatie die de katholieke terreur niet meer heeft gekend. Voor mij mag de paus gerust 'tegen alles' zijn. Een paus moet conservatief zijn, dat is zijn rol. Maar het mag iets minder benepen, toch?"

Stijn Coninx

Filmregisseur

'Het leven is eenvoudiger als je gelooft'

"Het geloof zoals de katholieke kerk dat aanbiedt, is helaas niet meer voor mij. Door de jaren heen ben ik erachter gekomen dat daar niet het enige mogelijke antwoord ligt op de vraag hoe het allemaal in elkaar zit. Ook andere godsdiensten houden zich daarmee bezig en zoeken een verklaring. Onlangs heb ik de koran gekocht om eindelijk eens te weten te komen waarover het eigenlijk gaat. Door mijn filmprojecten heb ik ook verschillende religies leren kennen en heel wat overeenkomsten ontdekt. Daarom fascineert het geloof me zo.

"Kardinaal Danneels heeft me ooit uitgenodigd voor een gesprek. Dat was een bijzonder aangename ontmoeting. Het religieuze vraagstuk boeit me en ik geloof in de zin van kerk en godsdienst, maar zelf ben ik niet religieus. Het is niet dat ik niet wil, maar ik vind de bestaande scenario's niet geloofwaardig genoeg. Ik zie zoveel hypocrisie binnen de kerk. Bemin uw naaste zoals uzelf, betekent toch dat het Vlaams Belang in het katholieke geloof niets te zoeken heeft? Condooms verbieden op plaatsen waar het zo nodig is, is toch misdadig? De miskenning van de vrouw en de uitsluiting van homo's, toch niet fraai allemaal? Met de kerk als machtscentrum heb ik het lastig. Net als priester Daens, wiens leven ik heb verfilmd. Net als pater Damiaan, wiens leven ik bijna had verfilmd. Net als Soeur Sourire, waar ik mee bezig ben. Allemaal figuren die de essentiële waarden in praktijk brachten, maar in conflict kwamen met de kerk als instelling. Ooit wil ik Tijl Uilenspiegel verfilmen, want ook daar gaat het over dat gigantische misbruik van de kerk in naam van God.

"Toch is het belangrijk dat de kerk leeft. In alle gejaagdheid van vandaag staan we nog zelden stil bij wat waardevol is. De kerk nodigt uit om dat wel te doen. Ze zorgt voor de organisatie en dat is positief. De beleving van religie is bovendien belangrijk om het leven draaglijk te maken. Als er iets gebeurt dat het begrip overstijgt, is alle hulp welkom. Het is goed dat mensen geloven. Ik benijd hen soms. Het leven is zoveel eenvoudiger als je gelooft en je bij de dingen kunt neerleggen. Voor mij is de essentie van het leven de liefde. En als ze zeggen dat God liefde is, dan heb ik geen paus nodig om dat te begrijpen."

Mieke Van Hecke

Hoofd katholiek onderwijs

'Bewust geloven is zoals bewust getrouwd zijn'

"Ik ben een meer dan regelmatige kerkganger. Elke week vier ik de eucharistie, met mijn echtgenoot. Ik heb zin in en tegelijk ook behoefte aan die verplichting. Het is nodig dat ik mijn geloof in aanwezigheid van andere mensen uit. Wij katholieken noemen dat het gemeenschapsgevoel dat aan de kerkgang verbonden is. Tegelijk heb ik ook een taak, ik ben lector. Een zelfde nood aan kerk voel ik als er feesten zijn. Bijvoorbeeld bij een gouden huwelijk. Rouwen wordt middels de begrafenis ook draaglijk, dankzij de herkenbare teksten én vooral weer omdat je samen bent en samen rouwt. Kortom, ik probeer die vieringen heel bewust te volgen, maar heel soms betrap ik mezelf op afwezigheid, dan zit ik in plaats van alles in mij op te nemen, te denken dat ik nog naar een vergadering moet en nog een speech moet schrijven.

"Een kerkgebouw is niet alleen een ruimte waar je de vieringen beleeft, het is er voor mij ook ten allen tijde. Als ik bijvoorbeeld eens een halfuur springtijd heb, ga ik er graag binnen, niet om op de knieën te bidden, maar om er even in rond te hangen, om de eerbied waarmee en waarvoor het gebouwd is op mij te laten inwerken en om de stilte te voelen. Stilte is een gelovig moment.

"Bewust gelovig, wat ik vermoed te zijn, vergelijk ik graag met bewust getrouwd zijn. Dat betekent niet dat je overal en op alle momenten van de dag intens dat huwelijk beleeft. Nee, dat doe je dan bijvoorbeeld als je 's avonds op de bank naar een mooi muziekstuk luistert en ineens begeesterd bent samen, elkaar echt voelt. Je voelt dat niet en denkt dat niet als je met de wagen rondrijdt of een vergadering leidt. Mentale verbinding maak je met jouw geloof en jouw schepper ook niet op elk moment van de dag. Het is er, ergens, latent en soms komt het hevig naar boven. Daarbij helpen sacrale momenten of rituelen. En er zijn de rituele woorden, het gebed. Gebed is voor mij meer dan dat naprevelen, het is telkens opnieuw elke zin van dat weesgegroet begrijpen en op mij laten inwerken. Soms is bij een gebed ook dat repetitieve belangrijk en dan wordt het een soort mantra, waarbij in de herhalingen een rust besloten ligt. Vooral als je leven even in chaos is, als je jezelf in confuse omstandigheden bevindt, kan zo'n repetitief gebed helpen. Tenslotte is praten met de Schepper, niet noodzakelijk in woorden, idiomen of vaststaande regels te bevatten. Soms helpt een gedachte, een stilte, een mooie gestreepte lucht, een vleugje Bach. Natuurervaring of een esthetisch genoegen, weidsheid of harmonie, geeft me een gevoel van religiositeit. Ik heb dan ook zin om dat te interpreteren naar die godsgedachte. Ik zal ook geneigd zijn God te danken als ik vind dat ik me gelukkig mag prijzen, dat ik geen gijzelaar ben in Irak, of geen slachtoffer van de tsoenami, dat ik mocht geboren worden, in dit nest, met die talenten, daar heb ik zelf geen verdienste aan. Wel denk ik: ik kreeg iets en ik wil dat ook ten dienste stellen."

Ilse Van Hoecke

Presentatrice

'Ik kreeg de laatste zegen van de vorige paus'

"Het geloven begint bij een herinnering, bij nostalgie, bij kerkbezoek tot je dertiende, bij die geladen sfeer van spanning en stilzitten. Ik heb de mis nooit erg gevonden, het geloof is dan ook geen trauma. Uiteraard vind ik de kerk van nu verouderd en verzuurd. Er zou veel moeten veranderen voor ik er opnieuw in mee zou willen. Andere mensen zouden er taken moeten kunnen vervullen, jonge mannen en vrouwen met kinderen, jonge gezinnen met een échte dynamiek, écht mensen uit de basis. Dat is wat anders dan die klazen in Rome."

Ilse spreekt met een groot vuur over het geloof, verraadt dit geen nood, gemis? "Mmm... Ik kan wel jaloers zijn op mensen die eerlijk en open voor hun inspiratie uitkomen. Ik ben naar Thailand geweest en kwam thuis drie dagen voor de tsoenami. Ginds was ik zeer onder de indruk van de houding die de mensen aannemen tegenover het leven, tegenover geluk en ongeluk. Veel vertrekt vanuit hun omgang met het goddelijke. Dan durf ik inderdaad te denken: wat een kracht bezitten zij en wat ontbeer ik. Het klopt dat ik mijn engagement toon door vurig over het onderwerp te praten. Neem die situatie met de nieuwe paus, ergens windt me dat op, vind ik dat een geweldig gemiste kans, stéékt het mij, terwijl ik er eigenlijk niets mee te maken heb want ik kom niet meer in die kerk.

"Alhoewel, op Palmzondag stond ik op het grote plein van het Vaticaan. Ik durf het hier bijna niet te zeggen, maar ik heb er nog de laatste zegen van Johannes Paulus de tweede ontvangen. Ik was gewoon in Rome, voor een citytrip, maar vond dat ik op zondag naar het plein moest. Alleen al de weg ernaartoe, die brede straat die uitloopt op een massa mensen. Die aanwezige mensen trokken op zich ook aan. Dat was een rituele bijeenkomst, maar ook een grote voorstelling, net een concert of theaterstuk. Eerst eucharistie, waarin de spanning werd opgebouwd, met de priester vooraan die constant naar dat raam keek, zo van 'komt hij of komt hij niet'. Raam bleef dicht, of toch niet. Dat gordijn dat plotseling openging, je kon de scène zien, nog steeds met niemand erin, tot... ze hem naar het raam rolden, de paus, die enkel gebaarde en bevend zegende. Het was een eruptie op het plein, een apotheose, duizenden mensen die stonden te roepen, te huilen, te wuiven, palmtakje in de hand. Ik zweer het, er liep een siddering door mijn lijf, ik werd meegezogen in die vreemde maar ook aanstekelijke atmosfeer. Noem het gerust sacrale hysterie. En je weet uiteraard welke charade dat is, met in het middelpunt kardinalen in het wit en het rood, met hoedjes op en kleedjes aan, maar je staart er met open mond naar."

Ilse heeft, alhoewel weg van de kerk, geen zin om zich ongelovig te noemen. "Ik zou het erg vinden om niets te geloven. Het niets maakt me bang. Maar tegelijk mis ik het geloof niet. Als het minder goed gaat, grijp ik naar de mensen rondom mij die er echt toe doen, niet naar kruisbeelden, ex voto's of godsdienstige teksten. Enkel mensen dus, goede mensen. Voor de rest zijn er natuurlijk reminiscenties aan mijn verleden waarin geloof zijn plaats opeist. Ik betreed kerken al eens buiten de erediensten, omdat ik ze esthetisch mooi vind, maar ik ga er niet buiten zonder een kaarsje aan te steken. Ik word dan even heel stil, denk aan mensen die ik graag zie, zeg iets in mezelf, iets van mij. Soms schaam ik me voor deze gedachten, voor dat zweven tussen ontkenning en twijfel. Ik schaam me ook omdat ik in moeilijke omstandigheden al eens een daad stel waar ik zelf van schrik. Wanneer ik na een moeilijke tijd rechtkrabbel of onheil afwend, durf ik al eens schuin naar boven te kijken en te knipogen. Iets van 'dankjewel', wie dat ook moge zijn. Ik ken veel jonge mensen die dat doen."

Lieven Debrauwer

Filmregisseur

'Zoals bij Ingmar Bergman: het geloof in de liefde'

"Ik ben misdienaar geweest, tot ik uit het kleed groeide en bleek dat het goedkoper was een nieuwe misdienaar op te leiden dan een nieuw gewaad te kopen. Ik werd ophaler van het stoelgeld, maar kapte er meteen mee omdat ik geen deel meer was van het ritueel. Tot daar de nostalgie. Ik ben het geloof op een bepaalde manier wél blijven belijden, niet dat van de dogma's, de zonde, niet zoals de katholieke mensen het bedenken. Ik vind het belangrijker wat verkondigd wordt in de praktijk om te zetten en een beetje een goed mens te zijn.

"Wat is God? Ik zag 'm nooit als de vader op de troon met lange baard en wit kleed. Het beste vind ik de godsgedachte verwoord in de film als in een donkere spiegel van Ingmar Bergman. Op een gegeven ogenblik vraagt de zoon daarin uitdagend aan de vader: 'bestaat er een God en kun je dat bewijzen?'. De vader vindt niet meteen een sluitend antwoord, maar zegt 'ik geloof in de liefde, in al haar vormen, zowel de pure als de dwangmatige, maar ik weet niet of de liefde Gods bestaan bewijst, dan wel of de liefde God zelf is".

Dat zegt voor mij alles. Ik geloof absoluut in de liefde. Als je wat je doet met liefde, ben je oprecht en juist bezig. God zelf is voor mij geen persoon, niets concreets, meer een energie, een soort kern waar wij deel van uitmaken. Een soort bewijsvoering daarvan, concrete tekenen van geloof heb ik niet nodig. Het kruis echter vind ik wel een mooi symbool. Door het kruis is duidelijk gemaakt dat het leven niet zonder lijden kan maar dat het lijden tegelijk niet het einde betekent. Het is goed het leven te proeven, te worstelen met die dualiteit tussen goed en kwaad, maar lijden zal er steeds een onderdeel van vormen." In Debrauwers huis val je echter over de heiligenbeelden, het halfverheven beeldhouwwerk met staties uit de kruisweg, over de Maria's en de Heilige Harten. Wat betekent dit?

"Mijn geloof weerspiegelt zich niet in die beelden. Die maken maar een heel klein deel uit van mijn geloof, het is dat stukje volksdevotie, religieuze folklore. Ik ben met beeld bezig en ook met beelden, letterlijk en figuurlijk. Al van toen ik nog een kind was. Ik verzamelde heiligenbeelden en zette die in een context bijeen, op tafels, in een symmetrie, spotje erop gericht. Eigenlijk was ik daar al bezig filmisch te werken, sets op te bouwen, decors te verzinnen. Ik was toen ook gek op de kerststal, dé filmset bij uitstek waar de plaatsing van os en ezel en kribbe met bijbehorende lichtschakering belangrijk was.

"Ik volg geen kerkelijke rituelen, maar ik ga wel consequent naar begrafenissen. Dat is de belangrijkste gezamenlijke viering: afscheid nemen, samen lijden onder het verlies en elkaar steunen. Rituelen op zich zijn niet essentieel, ze zijn wél nodig voor mensen die herinnerd willen worden aan hun geloof. Waar ik het wel bijzonder lastig mee heb, is de term 'godsvrezend'. Die begreep ik pas toen ik in de Sint-Pieterskerk in Rome stond, bij pilaren, onder hoge heiligenbeelden en toen ik ineens begon te duizelen. Die kolossale dingen wilden iets uitdrukken als 'wij kerk zijn overweldigend, zo veel groter en kolossaler dan jij, mens, want jij bent maar niets'. Dat is vreselijk achterhaald. De grote kathedraal die neerkijkt, is gelukkig al vervangen door de kapel, het is intiemer geworden, het altaar staat bij de mensen, maar de structuur is niet gevolgd. In Rome dwalen nog gezagsdragers rond: pausen, kardinalen en priesters, die zich van geen mensen bewust zijn. Die zich zelfs niet bewust zijn van het feit dat de mensen van nu zich op een manier gelovig willen noemen, maar hun eigen spirituele manier hebben gevonden. Ook ik zoek dat, bijvoorbeeld in die reflectie die niets meer met het ouderwetse bidden heeft te maken. Ik hou een gedachte vast, zeg een woord of aan tafel in mezelf, vlak voor een prachtige maaltijd: 'dank u'. Tot niemand speciaal, het kan tot God zijn, maar ook tot de kok, de gast die het voor mij bereidde of mijn eigen portefeuille die het kan betalen. Het feit alleen dat je iets krijgt en daarvoor dankbaar bent, is van belang."

Koen Buyse

Oprichter en zanger van rockgroep Zornik

'Iedereen kan een beetje God zijn'

"Een verhaal over geloof begin je het best met een publieke biecht. Ik beken... ik ben tot mijn zestiende elke zondag naar de mis geweest en tot mijn elfde was ik misdienaar. Niet ikzelf maar mijn ouders hebben uiteindelijk afgehaakt. Ze vonden het geloof ongeloofwaardig geworden. Ik stopte dus mee met hen, terwijl, ach ik had de beste herinneringen aan die kerk. Toffe kapelaan, goede sfeer onder de misdienaars, af en toe een omhaling speciaal voor ons en met dat geld gingen we dan jaarlijks naar een pretpark. Heel belangrijk vond ik ook de liedjes, de hymnen en psalmen. Dat heeft geen invloed gehad op mijn muziek bij Zornik, maar ik leerde wel graag zingen in de kerk. En ik leerde tijdens vieringen omgaan met timing en ritme, want als misdienaar mocht ik op de gepaste momenten op de gong slaan.

"Later is het geloof uiteraard weggevallen, toch in de strikte zin van 'kerkelijk geloof'. Bij mij thuis zul je ook geen uiterlijke kenmerken van de katholieke leer vinden. Ik ben pas verhuisd en stelde vast dat in elke kamer van die nieuwe woonst een kruisbeeld hing. Ik heb ze allemaal weggenomen. Alleen op zolder liet ik het kruis hangen. Ik dacht, je weet maar nooit dat het ergens voor dient. Misschien helpt het wel tegen een blikseminslag.

"Ik geloof erin dat iedereen een beetje God kan zijn. Ik heb het dan over normen en waarden en respect hebben voor elkaar. Ikzelf zal dat niet meteen in mijn werk stoppen, in teksten of zo. Ik ben niet zo'n boodschapper. Mijn teksten gaan over liefde, relaties en ander gedoe. Aan rituelen doe ik passief mee. Mijn zus liet na wat discussie en gekrakeel haar kindje dopen en ik vond dat ritueel mooi. Als ik ooit een kind heb, doe ik het ook. Zeker weten. Kerkelijk trouwen is een andere zaak, dat vind ik minder vanzelfsprekend. Helemaal weg uit mijn leven is het klassieke gebed, het opzeggen van een tekst zonder de boodschap te ontleden. Toen mijn ouders de kerk verlieten, hebben ze tegen ons gezegd: 'we gaan niet meer in de kerk bidden, maar we kunnen het wel voor onszelf stil maken'. Ik doe dat natuurlijk nu niet meer bewust. Alhoewel. (twijfelt) Ik maak het wel stil rondom mij als ik muziek of teksten schrijf, als ik naar iets ongrijpbaars hengel, dat tracht ik te vatten. Zijn muzikanten niet sowieso bezig met het niet-verwoordbare, met de niet te grijpen en niet-tastbare dingen? En creëren we tussen noten en teksten ook niet betekenisvolle stiltes? Misschien moet ik hier even over nadenken."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234