Vrijdag 19/08/2022

Jan & Jan Het winnende koppel van het jarige Sportpaleis (75)

Jan Van Esbroeck:

Sinjoren zullen ze nooit worden, maar Jan Van Esbroeck en Jan Vereecke hebben hun plaats in de annalen van 't Stad verdiend. Redders van het Sportpaleis, volgende week 75 jaar oud, het zal later niet misstaan op hun gedenksteen in Deurne. Van Esbroeck: 'Na een concert van Clouseau meng ik me wel eens onder het publiek. De gelukzalige lach op die gezichten, daar kan geen enkele recensie tegen op.' Vereecke: 'Inderdaad, mensen entertainen en gelukkig maken, dat is het mooiste wat er bestaat.'

door Erik Raspoet / Foto Bob Van Mol

Jan Van Esbroeck is niet gespeend van profetische gaven. Eén enkele ster op een waardeschaal van vijf, zoveel noteerde het concert van Queen in onze donderdagkrant. Had hij het dinsdagmiddag al niet voorspeld? "Jullie zullen het weer niks vinden", sprak de baas van het Antwerpse Sportpaleis wat sikkeneurig. Buiten, voor de poorten van de immense evenementenhal, verzamelden zich intussen de eerste van de 13.000 verwachte Queenfans. Veertigers in spannende jeansbroeken, jekkers met het geborduurde profiel van wijlen Freddy Mercury, wiens geest en nagedachtenis springlevend blijven. Helaas, de fysieke afwezigheid van de legendarische zanger was onze wakkere recensent niet ontgaan. 'Queen zonder koning is kip zonder kop', luidde de titel boven een waarlijk vernietigend stuk. Dat zijn collega van De Standaard al even negatief uit de hoek zou komen, ook daar durfde Van Esbroeck dinsdag vergif op in te nemen. "Altijd hetzelfde liedje", zuchtte hij. "Het publiek mag nog zo enthousiast zijn als maar kan, de zogenaamd elitaire kranten breken onze concerten altijd af."

Niet dat de frustratie diep zit. Afgezien van een enkele zure recensie hebben Jan Van Esbroeck en zijn zakenpartner Jan Vereecke weinig redenen tot klagen. Volgende week viert het Antwerpse Sportpaleis zijn 75ste verjaardag in blakende gezondheid. Beste bewijs van de uitstekende conditie is wellicht de hypermoderne Lotto Arena, een druk gebruikte aanwas met een capaciteit tot 7.500 toeschouwers. Het verjaardagspartijtje, met huisvrienden als Clouseau, Milk Inc, de Kreuners en Natalia, mag gerust als een eerbetoon aan Jan & Jan worden opgevat.

Ere wie ere toekomt: het onafscheidelijke duo speelde een glansrol in de wonderbaarlijke verrijzenis van het Antwerps Sportpaleis, met 16.000 plaatsen nog altijd een van de grootste evenementenhallen in Europa. Hard labeur, geen risico's schuwen, neus voor zaken, allemaal kwaliteiten die hen in dit stichtende verhaal worden toegeschreven. Van Esbroeck (45) komt uit Aarschot, Vereecke (44) uit Sleidinge. Sinjoren zullen ze nooit worden, maar ze mogen zich wel de redders noemen van een bij uitstek Antwerps icoon. De plek van de Zesdaagse, de piste waar Stan Ockers in 1956 zijn doodsmak maakte, het theater van legendarische bokskampen en schitterende ijsrevues, het podium waar de Stones optraden en Roy Orbison onbewust zijn zwanenzang zong. Behalve aan monumentenzorg deden Jan & Jan vooral aan empire building. Exploitant van twee megazalen, organisator van onder meer de Proms en de Clouseauconcerten, evenementen die jaar na jaar volksverhuizingen en files op de Antwerpse ring veroorzaken. Met zo'n cv horen ze in België bij de machtigste spelers van de industrie genaamd entertainment. Respect, en tijd voor een interview in een zogenaamd elitaire krant.

Gefeliciteerd met de verjaardag. Prima aanleiding overigens om oude legendes af te stoffen. Hoe ging ook weer het verhaal van die twee TEW-studenten die dringend op zoek waren naar een concertzaal?

Van Esbroeck: "Jan en ik zaten samen in Unifac, zeg maar de officiële studentenvereniging van de Ufsia. Onze missie was hooggestemd. Anders dan gewone studentenclubs organiseerden wij geen cantussen of drinkgelagen. Nee, onze taak was een cultureel verantwoord programma uit te werken."

Vereecke: "En zo ontstond het idee om studenten kennis te laten maken met klassieke muziek. We spiegelden ons aan The Last Night of the Proms, een traditie die in Engeland al meer dan honderd jaar meegaat. Het begint met een klassiek concert, maar na de pauze is het feest. Op het podium brengt een bekende voorzanger nationale hymnen. 'Brittania Rules the Waves', 'God Save the Queen', 'Land of Hope and Glory', de hele canon. Het publiek zingt als één man mee, de sfeer is fantastisch. Niet het concept maar de ambiance wilden we in Antwerpen kopiëren. Eerst dachten we aan de Stadsschouwburg, maar toen bleek dat die veel te duur uitviel, is de studentenclub afgehaakt."

Dat had het einde van het verhaal kunnen zijn. Maar nee, jullie beslisten de Proms in eigen beheer te organiseren. Niet in de Stadsfeestzaal, maar meteen in het immense Sportpaleis. Jeugdige roekeloosheid?

Vereecke: "Als veertiger was ik er wellicht nooit aan begonnen. Maar in die tijd lagen we niet wakker van de risico's. In het slechtste geval, zo redeneerden we, moeten we een paar jaar werken om de put te delgen."

Van Esbroeck: "We hadden een vzw opgericht. Of liever, laten oprichten, want zelf waren we daar nog te jong voor. Ik zie ons daar nog zitten op ons kantoor, eigenlijk een studentenkot in de Dambruggestraat. De voorverkoop kwam traag op gang. Ik herinner me de euforie toen we op één dag tachtig kaartjes hadden verkocht. Die euforie verdween op slag toen ik de rekening maakte. Aan tachtig kaartjes per dag zouden we hoop en al 4.000 toeschouwers lokken, met een financiële kater en een sfeerloos Sportpaleis als gevolg. Maar ineens begon het te lopen, en het is niet meer gestopt. 13.500 toeschouwers voor de allereerste Proms in 1985, dat was een gigantisch succes."

Wie stond er die eerste keer op de affiche?

Van Esbroeck: "François Glorieux, Toots Thielemans, Thijs van Leer, namen van eigen bodem. Kwaliteit, maar al een tikje belegen. Als enige internationale vedette hadden we John Miles geboekt. Niet dat hij zo hot was. Miles lag overhoop met zijn platenmaatschappij, zozeer dat er deurwaarders aan zijn bel hingen om een miljoen pond op te eisen. Hij was compleet gedegouteerd en wilde uit de muziekscène stappen, we hebben hem slechts met veel moeite kunnen overtuigen. Uiteindelijk hapte hij toe, voor de ronde som van 1.500 pond. Vooraf te betalen, zijn vrouw heeft de gage briefje per briefje op de tafel uitgeteld. Welbesteed geld, want zijn optreden werd een groot succes. 'Music was my first love' is zowat de hymne van de Proms geworden. John is ieder jaar teruggekeerd, hij is intussen een echte vriend geworden."

Vereecke: "Ook Robert Groslot was er vanaf de eerste keer bij, net zoals Carl Huybrechts, die we zelf op de Reyerslaan zijn gaan halen. Dat op zich was al een hele onderneming. Carl was in die periode een super-BV, op het toppunt van zijn roem. En ineens komen twee snotneuzen aan zijn mouw trekken om een show in het Sportpaleis te presenteren. Blijkbaar vond hij ons sympathiek, want hij heeft onmiddellijk ja gezegd."

De wereld is aan de durvers. Vonden jullie ouders dat ook toen jullie na die eerste editie besloten om voltijds concertorganisator te worden?

Van Esbroeck: "Mijn ouders hadden een meubelzaak, ik was de gedoodverfde opvolger. Ze waren allesbehalve enthousiast over mijn verlengd verblijf in het verre Antwerpen. Concerten organiseren, dat klonk als seks, drugs en rock-'n-roll. Pas na drie jaar heb ik het durven zeggen. Dit is geen bevlieging, op mij moet je niet meer te rekenen om de zaak over te nemen."

Vereecke: "Bij mij was het nog erger. Ik kom helemaal niet uit een geslacht van zelfstandigen of ondernemers. Vader was vroeg gestorven, voor moeder was een vaste baan het hoogst bereikbare in een mensenleven. Welnu, ik had zo'n baan, ik mocht van de universiteit recht naar Procter & Gamble. Goed betaald, en ze waren zo vriendelijk mij een paar weken respijt te geven om dat concert in het Sportpaleis af te handelen. Na de Proms ben ik een tijdje in Brussel gaan werken, maar ik had er snel genoeg van. Wat zit ik me hier druk te maken over de omzet van Pampers, vroeg ik me af, concerten organiseren is veel spannender. Ik heb dus mijn ontslag gegeven, tot afgrijzen van mijn moeder. Het waren de jaren tachtig, werkloosheid was troef. Terwijl mijn neef en mijn buurmeisje met hun diploma's noodgedwongen gingen stempelen, gaf ik zomaar een lucratieve baan op. Moeder is daar jarenlang niet goed van geweest."

Hoe zag het Sportpaleis eruit toen jullie hier in 1985 arriveerden?

Van Esbroeck: "City 7, de organisator van ECC-tennistoernooi, had het Sportpaleis drie jaar eerder van de familie De Winter overgenomen. Ze hadden al een paar dringende werken uitgevoerd. Backstage, dat waren vroeger de houten kleedkamers van de wielrenners. Dat heeft City 7 vernieuwd, net zoals het dak, de tribunes en de elektriciteit. Maar evengoed bood het Sportpaleis die eerste keer een troosteloze aanblik. Smerige pissijnen, versleten biertenten op onmogelijke locaties, het comfort dateerde letterlijk van voor de oorlog. De hele lichtinstallatie bestond uit veredelde straatlantaarns. Om ze te verstellen moest je op het balkon op een ladder klimmen en aan een hendel draaien tot je arm er afviel."

En dat voor een gebouw dat bij de opening in 1933 als een half wereldwonder werd bejubeld. Een dak van 11.600 m2, de grootste overspanning zonder ondersteuning ooit. Hoe verklaar je het pijnlijke verval?

Van Esbroeck: "Het Sportpaleis heeft nooit goed gedraaid. Bij de bouw zijn drie aannemers failliet gegaan, een teken aan de wand. De opdrachtgevers, geldschieters uit het Antwerpse, hebben de werf in regie laten afwerken. Bouwvakkers werden per uur betaald, een waanzinnig dure grap. Na de oorlog braken de gloriejaren aan, niet toevallig ook de hoogdagen van het wielrennen op de baan. Er werd niet alleen op de piste gereden, er werd gebokst, de Harlem Globetrotters traden op. In het Sportpaleis lag een schaatsbaan waar grote ijsrevues werden gehouden. Ik kom nog vaak Antwerpenaars tegen die vertellen hoe ze hier aan de hand van hun vader hebben leren schaatsen. Maar in de jaren zestig was het elan voorbij. De populariteit van de Zesdaagse kelderde, en het Sportpaleis ging mee de dieperik in. Ze hebben nog geprobeerd de boel te redden door concerten te organiseren. Pink Floyd is hier als een van de eerste bands opgetreden in 1972, een ticket kostte 250 frank. Ik ben zelf naar de Nekka-Nacht '76 komen kijken. Raymond was top of the bill, het was de tijd van 'Vlaanderen Boven'. 'Breek de boel maar af', riep Raymond op een bepaald moment naar de zaal, 'dat kot wordt hier binnenkort toch platgegooid.' Het klonk niet eens als een grap. Het Sportpaleis leek inderdaad rijp voor de sloop."

Van het roemrijke sportverleden schiet anders niet veel over. Kan er nog wel een zesdaagse worden gereden in Antwerpen?

Van Esbroeck: "Zeker, als je maar genoeg geld op tafel legt. De piste ligt er nog altijd, al kunnen we bezwaarlijk beweren dat ze intensief wordt gebruikt. Het WK van 2001 is ons laatste grote wielerfeit. Soms denken we erover ze af te breken, maar dat ligt politiek nogal gevoelig."

Hoezo?

Van Esbroeck: "De laatste Zesdaagse van Antwerpen werd meer dan twintig jaar geleden gereden, maar de nostalgie leeft nog. Toen we in 1996 de exploitatie van het Sportpaleis overnamen, heeft de provincie als nieuwe eigenaar ons min of meer verplicht in het wielrennen te investeren. Dat hebben we ook gedaan. Zestig miljoen frank (anderhalf miljoen euro), met als enig resultaat een verlies van 20 miljoen (500.000 euro). Het probleem ligt ook bij de piste die veel te lang is. Om een goede bezetting en spannende races te garanderen, moeten we extra veel renners aantrekken die handenvol startgeld kosten. Pas op, we hebben het geprobeerd. In de winter organiseerden we een zestiendaagse van de piste, met grote kanonnen als Museeuw, Zabel, Steels en Cipollini. Dat waren baanrenners, maar in de winter hadden ze toch niks om handen. Er kwam best wel volk op af: vijfduizend man, genoeg om het Gentse Kuipke anderhalve keer te vullen. Maar dat is het nadeel van het Sportpaleis, vijfduizend man zie je in zo'n zaal amper zitten."

Baas zijn van zo'n zaal, krijg je daar een kick van?

Vereecke: "Hoe langer je hier rondloopt, hoe kleiner de zaal lijkt. Het is pas als ik bezoekers rondleid en hun mond zie openvallen dat ik me weer realiseer hoe reusachtig het Sportpaleis is. Toegegeven, het heeft wel iets als je dan op de bovenste rij van de tribune staat. En dan achteloos zeggen, voilà, dit is waar ik werk. Ook de Lotto Arena is best indrukwekkend, maar als ik recht uit het Sportpaleis kom, lijkt die zaak haast klein en intiem. Zestienduizend toeschouwers, het cijfer spreek voor zichzelf. Er zijn in heel Europa geen tien zalen van dit formaat."

Groot is geen synoniem voor goed. Gaat de omvang niet ten koste van sfeer en geluidskwaliteit?

Vereecke: "Akoestiek was vroeger een probleem, maar met de huidige technologie kun je het geluid tot op de achterste rijen haarfijn regelen. Als de man aan de knoppen tenminste het concert niet naar de knoppen helpt. Achtenzeventig meter van de laatste rij tot het podium is wel op het randje. In Keulen hebben ze ook een zaal van 16.000 man. Veel moderner, maar zonder balkon waardoor de achterste rijen meer dan honderd meter van het podium staan. Met alle middelen van de wereld krijg je daar geen sfeer. We hebben de voorbije jaren zwaar geïnvesteerd in het publiekscomfort. Vroeger kwamen de mensen naar de Proms ondanks het Sportpaleis, tegenwoordig is de zaal een troef om mensen te lokken. Het Sportpaleis, dat staat garant voor ambiance."

In 1996 zijn jullie van huurder tot exploitant gepromoveerd. Hoe is dat gegaan?

Van Esbroeck: "Een rechtstreeks gevolg van het faillissement van City 7. Daar kan ik boeken over schrijven. Mocht er een Nobelprijs voor wanbeheer bestaan, dan had City 7 die op één been gewonnen. Oké, met het ECC-tennistoernooi hadden ze een nieuw en uniek concept. Lendl, McEnroe, Wilander, de hele tennistop kwam af op de gigantische prijzenpot en het diamanten racket. En dan de vip-tenten, dat was nog nooit vertoond, daar kwamen ze van ver naar kijken. Ze waren zo exclusief, dat wij ze voor de Proms niet eens mochten gebruiken. Tot we onze eigen vip-tenten bouwden, nog mooier, en met twee verdiepingen. Van dan af mochten we die van City 7 wel huren. Die anekdote typeert hun hele houding als exploitant.

"Wij plooien ons dubbel om het organisatoren naar de zin te maken, bij City 7 was het precies andersom. We kunnen ervan meespreken, want als organisator van de Proms en andere concerten waren we veruit de belangrijkste klant van City 7. Klanten, nu ja, gijzelaars had ook gekund. Service was nul, dwars liggen konden ze als de beste, en voor iedere fotokopie stuurden ze een factuur. Hun tarieven waren bespottelijk. Weet je dat we voor de eerste Proms 1,35 miljoen frank (34.000 euro) huur moesten betalen plus 15 procent van de inkomsten? We wisten toen niet beter, we hadden trouwens geen alternatief. Geen wonder dat er in de periode van City 7 zo weinig gebeurde in het Sportpaleis, ze joegen alle organisatoren weg. Toch was dat niet de voornaamste oorzaak van het faillissement."

Wat dan wel?

Van Esbroeck: "Grootheidswaanzin. Voor City 7 kon het nooit spectaculair en duur genoeg zijn. Ze pakten uit met hard cross, indoormotorcross met spectaculaire hindernissen. Waanzinnig populair in Amerika, maar Vlaanderen is daar veel te klein voor. Maar het meeste geld hebben ze verloren in allerlei nevenprojecten. City 7, een clubje van Franstalige zakenlui, voelde zich geroepen om noodlijdende bedrijven op te kopen en gezond te maken, zoals hun grote voorbeeld Bernard Tapie. Vooral de overname van tennisracketproducent Snauwaert heeft fortuinen gekost, en niet alleen aan City 7. Omob, de voorloper van Ethias, had 400 miljoen (10 miljoen euro) in het Sportpaleis gepompt, maar vier vijfde van dat bedrag is verloren gegaan in allerlei projecten die niks met het Sportpaleis te maken hadden. Normaal gesproken was City 7 al veel eerder op de fles gegaan, maar ze werden telkens door de politiek gered. Zie je, zowel de stad als de provincie hadden zich voor vele miljoenen borg gesteld, iedere maand vloeide er alleen aan rentesubsidies een miljoen (25.000 euro) naar City 7. Dat heeft geduurd tot het aantreden van Frank Geudens (sp.a) als provinciaal deputé voor Economie. Hij heeft de geldkraan dichtgedraaid en even later was City 7 failliet."

En zo is het Sportpaleis jullie als een rijpe vrucht in de schoot gevallen...

Vereecke: "Als een rotte appel, zul je bedoelen, want het Sportpaleis leek meer dan ooit rijp voor de sloop. De curator stond voor een moeilijke keuze. De hele zaak verkopen leek de logische beslissing, maar dan zou hij alleen de waarde van de grond min de kosten van de afbraak realiseren. Hij besliste het anders aan te pakken: saneren en als actieve evenementenhal verkopen. Dat hij ons als voorlopige exploitanten heeft gevraagd, lag voor de hand. Niemand kende het gebouw en zijn potentieel beter dan wij. De maanden na het faillissement waren de spannendste uit ons carrière. De curator ontdekte dat de zaal over geen geldige vergunning meer beschikte. Er moest dringend worden geïnvesteerd in veiligheidsvoorzieningen, zoals een peperdure evacuatietunnel naar het binnenplein. We hebben met man en macht gewerkt om de aanpassingen rond te krijgen voor de volgende Proms, dat was letterlijk een zaak van leven of dood.

"Het is ons gelukt, en na een jaar kunst- en vliegwerk werd het Sportpaleis verkocht. Wij brachten het beste bod uit, met als voornaamste partner de provincie Antwerpen, die dankzij een stel wakkere boekhouders een gouden zaak heeft gedaan. Als schuldeiser mochten ze hun volledige schuld in hun bieding inbrengen. Drie miljoen euro, zonder een centje pijn. Nu zijn de rollen netjes verdeeld: de provincie is eigenaar van de gebouwen, wij hebben het exploitatierecht tot 2039."

Iets heel anders: klopt het dat jullie de buurt geregeld zonder stroom zetten?

Van Esbroeck: (geïrriteerd) "Zijn we daar weer met dat indianenverhaal. Het klopt dat er stroompannes zijn geweest, maar dat ligt niet aan ons. Het succes van het Sportpaleis en de Lotto Arena heeft uiteraard een aanzuigeffect op de horeca in de buurt. Pizzeria's, kebabs, nachtwinkels, iedere week gaat er wel ergens een nieuwe zaak open. Als er een concert is, dan steken die allemaal tegelijk hun licht en oven aan, en daar is het net blijkbaar niet op berekend. En ja, het is één keer voorgevallen dat een jonge moeder daardoor de fles van haar baby niet kon opwarmen in de microgolfoven. Jullie collega's van een populaire krant zijn er toen in geslaagd die vrouw en baby op te snorren. 's Anderdaags stond ze in de krant onder een vette kop. 'Clouseau zet buurt Sportpaleis zonder stroom.' Belachelijk, alsof Koen Wauters hoogstpersoonlijk de stekker had uitgetrokken."

Over vervelende persmuskieten gesproken: recensenten zijn niet altijd mals voor de massabijeenkomsten in het Sportpaleis. Steekt het als er neerbuigend wordt gedaan over de Proms of de Clouseauconcerten?

Van Esbroeck: "Pff, ik probeer mij daar niet meer over op te winden. Milk Inc speelt nu zes keer voor een uitverkocht Sportpaleis, meer dan honderdduizend fans. Is dat kunst? Zal Milk Inc de tand des tijds doorstaan? Niet als ik het aan jullie recensenten vraag. Maar ik geef het op een briefje: binnen vijftig jaar luistert ook niemand meer naar het soort muziek dat jullie week na week ophemelen."

Het zit je duidelijk hoog...

Van Esbroeck: "Ik erger me aan het snobisme in de zogenaamd intellectuele milieus. Alles van dEUS is per definitie goed, op publieksfavorieten als Clouseau of Milk Inc wordt neergekeken. Datzelfde snobisme leeft overigens ook binnen de muziekwereld. Koen Wauters mocht op 01/10 meedoen omdat hij door Tom Barman werd gevraagd. Ik betwijfel sterk of Barman hetzelfde zou gedaan hebben mocht de vraag van Koen Wauters zijn gekomen. Maar ach, waarom zich druk maken? Na een concert van Clouseau meng ik me wel eens onder het naar buiten stromend publiek, dat is een van mijn schaarse hobby's. De gelukzalige lach op het gezicht van al die mensen, de opgetogen commentaren, daar kan geen enkele recensie tegen op. Op zo'n moment besef ik dat we goed bezig zijn. Value for money, dat is waar het Sportpaleis voor staat."

Vereecke: "Inderdaad, laten we vooral niet negatief doen. We zijn nu 23 jaar bezig, maar ik doe dit nog altijd met evenveel goesting. Om mensenlevens te redden zijn we niet slim genoeg. Maar wat wij doen, is bijna even belangrijk. Mensen entertainen en gelukkig maken, dat is toch het mooiste wat er bestaat."

Drieëntwintig jaar backstage met de groten uit de pop- en rockwereld, daar moeten sterke verhalen aan vastzitten. Wie is jullie het meest bijgebleven?

Vereecke: "James Brown op de Night of the Proms in 2004. John Miles had ons voor hem gewaarschuwd. Weten jullie wel waar jullie aan beginnen? James Brown, die komt uit een ruig milieu waar geregeld pistolen knallen. Ik was dan ook erg benieuwd toen ik hem in Zaventem ging ophalen. Brown was klein van stuk, hij zakte haast helemaal weg in de achterbank. Tijdens de rit op de E19 bleek hij de vriendelijkheid zelve. Maar hij had wel een duidelijke eis: hij wilde twee haardrogers, één in de hotelkamer en één in de kleedkamer. En het was niet om het even, het moesten van die antieke droogkappen zijn. Ik zie hem daar nog onder die kap zitten, in zijn bloot bovenlijf en met krulspelden in zijn haar. Hij was moeilijk te verstaan, ik denk dat zijn kunstgebit een maat te groot was. Maar ik begreep wel dat hij de Proms fantastisch vond, het beste concert dat hij in jaren had gespeeld."

Welke artiest willen jullie absoluut nog zien optreden in het Sportpaleis?

Van Esbroeck: "Madonna, die mag op onze erelijst niet ontbreken."

Moet lukken, jullie hebben tenslotte nog tijd tot in 2039.

Ik erger me aan het snobisme in de zogenaamd intellectuele milieus. Alles van dEUS is per definitie goed, op publieksfavorieten als Clouseau of Milk Inc wordt neergekeken

Jan Vereecke:

We zijn nu 23 jaar bezig, maar ik doe dit nog altijd met evenveel goesting. Om mensenlevens te redden zijn we niet slim genoeg. Maar wat wij doen, is bijna even belangrijk

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234