Zaterdag 24/09/2022

Japans groen in New York

De Amerikaans-Japanse beeldhouwer Isamu Noguchi is bij ons nauwelijks bekend. Nochtans wordt hij in de internationale vakliteratuur in één adem genoemd met beroemdheden als de Braziliaanse schilder Roberto Burle Marx en de Mexicaanse architect Luis Barragàn, twee iconen van de landschapsarchitectuur uit de 20ste eeuw.

Ook al weet haast niemand bij ons wie Noguchi is, toch hebben de meeste mensen zonder het zelf te weten al werk van hem gezien en misschien hebben ze het zelfs in huis. In de jaren '50 ontwierp hij immers de beroemde Akari-lampen, oosters geïnspireerde lampen van washi-papier (een fijne papiersoort gemaakt van de binnenste schors van de witte moerbei) dat rond een bamboe frame wordt gespannen. In de jaren '60 en '70 waren deze lampen, vooral dan kopies van de bolvormige hanglampen, razend populair op studentenkamers en in de huizen van de post-achtenzestigers. De kopies vindt u nu nog altijd bij Ikea en aanverwanten. Maar Noguchi ontwierp in de loop der jaren minstens 70 van deze Akari-lichtsculpturen, die nu stilaan op beginnen te duiken in de betere designzaak.

Isamu Noguchi werd geboren in 1904. Zijn vader was een Japanse dichter, zijn moeder een Amerikaanse schrijfster. Op zijn dertiende stuurde zijn moeder hem op kostschool in Amerika. Pas in het begin van de jaren '30 keerde hij terug naar Japan. Het werd zijn tweede vaderland en een permanente bron van inspiratie. De eenvoud, de suggestieve kracht, de zachte kleuren en de uiterst gevoelige omgang met de structuur en de kleur van de materialen in die Japanse tuinen zouden hem voor de rest van zijn leven beïnvloeden. "I admire the Japanese garden because it goes beyond geometry into the metaphysics of nature", schreef hij.

In het begin van de jaren '50 kreeg hij de kans om de principes van de Japanse tuinkunst toe te passen in een Europese stedelijke omgeving en een harmonische fusie tussen oud en nieuw te realiseren. Zijn eerste belangrijke opdracht als tuinarchitect was de aanleg van de Jardin Japonais en de Patio des Délégués bij het nieuwe hoofdkwartier van de Unesco in Parijs. Het grondplan van de tuin doet denken aan een abstract schilderij van Miró of Arp. Ook de manier waarop Noguchi de rotsstenen plaatste en de watervlakken aanlegde, bijna als een kubistisch beeldhouwwerk, vormden een breuk met de Japanse traditie. En toch is het onmiskenbaar een Japanse tuin.

Een tweede inspiratiebron voor Noguchi waren de decor- en kostuumontwerpen die hij tussen 1930 en 1950 maakte voor het dansgezelschap van Martha Graham. "Mijn eerste pogingen om een oplossing te vinden voor het probleem van ruimte in relatie tot beeldhouwwerken en het landschap, kon ik realiseren op de scène", schreef Noguchi zelf. "I thought of space as a volume to be treated sculpturally and the void of theater space as an integral part of form and action." De illusies die hij moest oproepen, de symbolen die hij kon gebruiken, de beperkingen eigen aan het theater en het efemere karakter ervan, gaven hem de mogelijkheid om eindeloos te experimenteren.

Noguchi was in de eerste plaats beeldhouwer. Hij wordt samen met figuren als Henry Moore, Ben Nicholson en Barbara Hepworth tot de belangrijkste beeldhouwers uit de tweede helft van de 20ste eeuw gerekend. In zijn meubelontwerpen, zijn Akari-lampen, zijn ontwerpen voor fonteinen, tuinen en pleinen voelt men de hand en het oog van de beeldhouwer. "Ik beschouw tuinen als het beeldhouwen van ruimte: een totaalsculptuur die meer is dan de som van de individuele beelden", schreef hij. "Een man die zo'n ruimte betreedt, moet voelen dat ze op zijn schaal is gemaakt, dat ze echt is. Een lege ruimte heeft geen visuele afmetingen en geen betekenis. Schaal en betekenis ontstaan wanneer een welbepaald object of een lijn in de ruimte worden gebracht. Dat is de reden waarom beeldhouwwerken, of liever sculpturale objecten, ruimte creëren. Hun functie is illusionistisch. De afmetingen en de vorm van elk element afzonderlijk is helemaal afhankelijk van dat van de anderen en van de ruimte. Wat onvolmaakt kan zijn als aparte sculpturale entiteit, krijgt zijn betekenis door het geheel."

Op het einde van de jaren '30 begon Noguchi te experimenteren met de idee om de aarde zelf te beeldhouwen. Hij boetseerde in zijn atelier landschappen in klei met organische vormen. Zijn geliefkoosde onderwerp waren kinderspeelplaatsen. Zo ontwierp hij in 1941 een plan voor een kinderspeelplaats in Central Park, waarbij het landschap zo was vormgegeven dat het de fantasie van de kinderen kon prikkelen en als 'speeltuig' kon dienen. Het plan werd tot grote frustatie van Noguchi echter op sarcasme onthaald door de verantwoordelijke groenambtenaar van New York, die het voorstel afdeed als 'een heuvel met konijnenpijpen'.

In het begin van de jaren '50 diende hij een nieuw plan in voor de aanleg van een speelplein bij het nieuwe Uno-gebouw in New York. Hij kreeg daarbij de volle steun van de Uno en van diverse buurtcomités, die ook geld bijeen brachten om het project te realiseren. Het voorstel werd algemeen toegejuicht als "de belangrijkste vernieuwing sinds decennia op het vlak van speelplaatsen. In plaats van het kind voor te schrijven wat het moet doen - hier zwieren, daar klimmen - nodigt dit plein uit tot eindeloos verkennen en biedt het onuitputtelijke spelmogelijkheden. Bovendien is het a thing of beauty, omdat de artiest erin geslaagd is om schoonheid te ontdekken in de moderne grootstad", schreef een krant. Opnieuw lag de stad dwars en werd het project afgeblazen. Maar het Museum of Modern Art wijdde er bij wijze van protest wel een tentoonstelling aan, waar de maquettes werden getoond.

Uiteindelijk slaagde hij er in het midden van de jaren '70 toch in een kinderspeelplaats te maken in Atlanta. Dat gebeurde wel via een omweg: zijn project paste namelijk in een project 'Art in the Park' van het plaatselijke High Museum of Art. Momenteel wordt in het Japanse Sapporo de laatste hand gelegd aan een groot landschapspark, waarvoor Noguchi het masterplan tekende en waarin hij zijn ideeën over een kinderspeeltuin eindelijk kon doordrukken.

Op Long Island in New York, waar Noguchi zijn atelier had, is vandaag een Garden Museum gevestigd. Zowel het eigenlijke museum als de museumtuin werden door Noguchi ontworpen in de jaren '80. Het ligt in een troosteloze wijk van New York, tussen afgedankte fabrieken en garages van tweedehandse auto's. Maar zodra je door de metalen deur bent binnengestapt, kom je in een totaal andere wereld. In wat ooit een drukkerij was, maar door Noguchi met minimalistische ingrepen veranderd werd in een soort hedendaagse versie van een antieke Japanse tempel, krijgt de bezoeker een adembenemend overzicht van zijn beeldhouwwerken, maar ook van zijn theaterdecors, zijn meubelontwerpen, zijn Akari-lichtsculpturen en van zijn vele ontwerpen voor pleinen en monumenten die nooit werden uitgevoerd. Het is geen koele museum- of galerieruimte, je voelt als het ware nog de hand van de kunstenaar. In kleine details, zoals een hangende vloer die beweegt als je erover loopt, beelden die gewoon los op de vloer zijn geplaatst alsof de kunstenaar ze nog een definitieve plaats moet geven, vaasjes met verse bloemen, ramen en deuren die openstaan...

En dan is er natuurlijk de tuin. Het is een vrij bescheiden maar naar New Yorkse normen toch nog vrij ruime tuin, omsloten door een hoge muur. Binnen en buiten vloeien naadloos in elkaar over, zoals het ook in Japan hoort. Door de grote ramen en deuren die open staan, maar ook door openingen in het dak waardoor berken kunnen groeien. Noguchi die in 1988 overleed, ligt begraven in een hoekje van de tuin, onder een sober bewerkte nauwelijks zichtbare steen tussen klimop.

De tuin is helemaal niet Japans, tenminste niet volgens het stereotiepe beeld dat wij daarvan hebben. Er liggen geen zandtapijten die worden gerakeld, er staan geen Japanse lantaarns, er zwemmen geen kois in kunstvijvertjes waarover roodgeverfde bruggetjes liggen, er is geen theehuis... En toch is het onmiskenbaar een Japanse tuin. In plaats van gerakeld zand ligt er grof grijs grint. De ruwe rotsformaties zijn vervangen door beelden van Noguchi. De traditionele tsukubai, een steen waarin water wordt opgevangen, kreeg een eigentijdse vertaling in een intrigerend zwarte basalten sculptuur, waarover water loopt. De beelden staan niet zomaar lukraak opgesteld zoals in zovele beeldentuinen het geval is, maar ze maken deel uit van de ruimte, ze vormen als het ware de ruimte, zoals het hoort in een Japanse tuin.

Noguchi inspireerde zich ook op de Japanse tuinen op de manier waarop hij de omgeving bij zijn tuin betrok. In plaats van de tuin te isoleren van de onaantrekkelijke buitenwereld, verlaagde hij de muren en opende hij uitzichten op loodsen en elektriciteitskabines, zoals in Japanse tuinen de omringende bergen in de tuin worden geïntegreerd. Ook de plantenkeuze vormt een perfect huwelijk tussen Oost en West. Er groeien berken, Engelse klimop en Amerikaanse wingerd, Amerikaanse ceders en Chinese Ailanthus, Japanse kerselaars, magnolia's en bamboes.

Het Isamu Noguchi Garden Museum bevindt zich in Vernon Boulevard 32-37 op Long Island, New York. Het is geopend van april tot oktober van woensdag tot en met zondag. Elke dag om 14 uur zijn er rondleidingen. Tel: 718/721.2308.

E-mail akari@noguchi.org. Website: www.noguchi.org

Mira Tours organiseert geregeld tuinreizen, o.a. naar New York.

Info: 016/600.600

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234