Dinsdag 04/10/2022

Jazzpianist Jef Neve zijn moeder Hermine ‘Mijn ouders zijn van hetzelfde bloed, dus ze komen niet slijmen’

Jef Neve is net terug uit China en staat erop het relatiegeschenk dat hij daar gekregen heeft met ons te delen. We staan in de Amerikaanse keuken van zijn appartementje in Gent, en de onwennigheid waarmee hij in kasten en laden naar kopjes en lepeltjes zoekt, verraadt dat hij vaker uithuizig dan thuis is. De jazzpianist haalt een doos boven met daarin “de champagne onder de Chinese thee”. Alleen heeft Neve er geen flauw benul van hoe hij die moet klaarmaken. Samen met zijn moeder probeert hij van alles en nog wat uit, tot de combinatie van warm water en de gedroogde blaadjes - ze zien er als spinazie uit, en smaken gek genoeg ook zo - een resultaat bereikt dat enigszins drinkbaar is. Dat de twee een hechte band hebben merk je meteen. Hermine heeft nog nooit een interview gegeven en noemt zichzelf heel verlegen. Jef is extrovert en lacht vaak en hard. Maar ondanks die verschillen voel je dat de twee veel met elkaar gemeen hebben. “Ik heb ons moeke altijd weten zingen en piano spelen”, stelt Jef. Hermine knikt: “Jef was een jaar of drie toen hij aan mijn rokken kwam trekken met de vraag of hij mee piano mocht spelen. Op dat moment kwam zijn hoofd nauwelijks boven het klavier uit.”

Kortom, jij hebt Jef piano leren spelen.

Hermine: “Ja. Met de foute vingerzetting, en de verkeerde houding. Misschien heeft hij die passie voor piano wel van mij, inderdaad. Al draait mijn man ook altijd muziek thuis. Niet eens zoveel jazz, trouwens. Vooral klassiek, blues en folk. Zelfs vroeger spaarde hij al het brood uit zijn mond om platen te kopen. Het enige wat hij af en toe kocht, was een pakje friet. Voor de rest draaide zijn hele leven rond muziek.”

Jef: “De appel valt niet ver van de boom. Ik ben erfelijk belast. (lacht) Die enorme platencollectie staat nog altijd in de living en ik heb er enorm veel muziek door ontdekt. The Beatles en de Stones, natuurlijk. Maar ook David Bowie, Suzanne Vega, Kraftwerk, Van Morrison en Tom Waits. Noem het en hij heeft het. Het gekke is dat hij momenteel zelfs geen pick-up meer heeft. Vandaag neemt hij cassettes op, die hij tijdens het fietsen beluistert. De dag dat ik hem een iPod cadeau doe zal hij niet weten wat hem overkomt. (schatert) Dan kan hij zijn hele collectie in zo’n klein doosje kwijt.”

Was het meteen duidelijk dat Jef het talent van de familie zou worden?

Hermine: “Het klinkt misschien pretentieus, maar dat gevoel had ik wel. Bij mijn andere kinderen herkende ik eerder mijn eigen gave: die konden net als ik muziek van een blad aflezen en spelen. Maar Jef dacht in muziek. Hij wilde niet gewoon naspelen, maar zelf componeren. En dat klonk ook goed. Ik heb dat nooit hardop durven te zeggen, omdat ik weet hoe onnozel het overkomt als een moeder over haar kind zegt dat het speciaal is. Toen hij later voor de muziek koos, was ik daar ontzettend blij mee, omdat ik wist dat hij dat waar kon maken. Ik ben geen moment bang geweest dat hij op financieel vlak iets tekort zou komen. Veel van zijn leraars waren er tegen, ik heb veel kritiek gehad. Jef had tenslotte Latijn gedaan.”

Jef: “Ze vroegen letterlijk: ‘Hebben we er daarom al ons Latijn in gestoken?’ (schatert)”

Hermine: “Ik was gewoon dat mijn kinderen wisten wat ze graag wilden doen. Dat vond ik veel belangrijker dan een goed diploma. Van mij moeten ze ook niet rijk worden.”

Jef: “Als je jazz speelt, is de kans dat je rijk wordt sowieso miniem. Op dat punt heb ik haar droom alvast waargemaakt.”

Heb je zelf nooit getwijfeld aan een toekomst in de muziek?

Jef: “Nee, maar ik ben wel veel mensen tegengekomen die me wilden ontmoedigen, die ervan overtuigd waren dat het me nooit zou lukken. Een Vlaming - en zeker een Kempenaar - kiest voor zekerheid in het leven. In die context ben ik opgegroeid. Dus ik heb me wel vragen gesteld. Hebben ze toch gelijk? Wil ik dat risico wel nemen? Ik heb zelfs even met het idee gespeeld om geschiedenis, Romaanse of psychologie te studeren. Of filosofie. Ook allemaal dingen waar je geen geld mee verdient. Uiteindelijk ben ik met de hakken over de sloot in het Lemmensinstituut geraakt. Ik had een enorme achterstand. Bijna iedereen die er het ingangsexamen deed, had al jazzstudio gevolgd, of stages en workshops. Ik kende die wereld niet. Voor dat examen moest ik drie jazzstandards spelen. Ik wist niet eens wat dat was, een ‘standard’. Ik heb me daar echt door geluld. Ik maakte de jury wijs dat ik ook saxofoon kon spelen. Dat was een beetje waar, maar ik was zeker geen virtuoos. Had ik toen moeten bewijzen wat ik kon, dan hadden ze me gegarandeerd gebuisd.”

Hermine: “Hij kon het heel goed uitleggen, net als zijn vader. Zelf ben ik heel verlegen, maar soms moet je bluffen om vooruit te geraken.”

Jef: “Zodra ik mocht beginnen, heb ik wel keihard gewerkt om die achterstand in te halen. Omdat ik vond: als dit mijn beroep wordt, mag ik me er niet goedkoop van afmaken.”

Kun je de muziek van Jef nu waarderen omdat hij je zoon is of omdat je ze echt goed vindt?

Hermine: “Ik ben wel kritisch. Het is geen gemakkelijke muziek, hé. Je moet er echt actief naar luisteren. Als achtergrondgeluid werkt het niet. En hij luistert wel naar mijn opmerkingen, maar...”

Jef: “...Ik trek er mij geen kloten van aan. (schatert)”

Hermine: “En dat is goed. Een muzikant moet zijn eigen zin doen, maar ik weet zeker dat er van elke kritiek, ongeacht van wie die komt, toch iets blijft hangen. Vroeger vond ik dat Jef zijn nummers veel te lang uitspon, dat er te veel verschillende thema’s in zaten. Hij hing het een beetje uit, wilde te veel laten zien wat hij allemaal kon. In de loop der jaren is die acrobatie verminderd en daardoor is de muziek veel beter geworden. Hij gaat nu meer naar de kern, vind ik.”

Jef: “Dat willen uitpakken is typisch voor beginnende muzikanten. Kijk naar de eerste pianoconcerten van Beethoven: die zijn ook vergeven van manifestatiedrang. Heel herkenbaar. Ik herkende dat ook toen ik zelf lesgaf. Gek misschien, maar wie veel talent heeft, wil dat ook laten zien. Die heeft last van te veel fantasie en haantjesgedrag. De minder getalenteerden hebben daar geen last van, die zijn al blij met één idee.”

Zijn je ouders je belangrijkste klankbord?

Jef: “Ja. Als ik een nieuwe cd af heb, zijn zij de eersten die hem te horen krijgen. We zijn hetzelfde bloed, kennen elkaar door en door. Dus komen ze niet slijmen. Hun oordeel is altijd eerlijk. Als je lang in de opnamestudio zit, is de sfeer altijd euforisch. Maar op den duur kan ik nauwelijks nog inschatten of het wel waarde heeft wat ik daar doe. Die confrontatie met mijn ouders is een goede realitycheck, een bangelijk moment.”

Valt het soms tegen?

Hermine: “Die laatste cd is echt goed. Zelfs ‘Endless DC’, een nummer dat hij al heel lang speelt. Vroeger trok dat op niets, echt gezaag. Maar Jef heeft daar zolang aan geschaafd, en nu kan ik er echt met plezier naar luisteren. Op al zijn vorige cd’s stonden altijd composities waar ik niks aan vond. In die zin zie ik wel vooruitgang: elke nieuwe plaat is beter dan de vorige. We gaan ook nog vrijwel elke maand naar een optreden kijken. Zo zien we hem ook nog eens, want Jef zit veel in het buitenland.”

Is jullie band daardoor veranderd? Voel je die letterlijke afstand ook figuurlijk?

Hermine: “Nee, wij zijn een heel open familie, echte babbelaars. Ik kan me niet voorstellen dat er onderwerpen zijn die niet besproken kunnen worden.”

Jef: “Wij zeggen altijd ons gedacht, dat is waar. Misschien dat zich dat soms tegen mij keert. Ik heb in een interview wel al eens een keertje te veel uit de biecht geklapt. Maar gezegd is gezegd. En als je geen foute intenties hebt, kun je niks verkeerds zeggen. Zo zit ik ook in elkaar: what you see is what you get.”

Voor iemand die niet op zijn mondje gevallen is, is het wel wat raar dat je muziek tekstloos blijft.

Jef: “Daar is een eenvoudige reden voor: ik kan niet zingen. Voor de rest schrijf ik over zowat alles: mijmeringen over het leven, de politiek, maatschappelijke thema’s...”

Hermine: “Dat deed je vroeger ook al.”

Jef: “Ik heb jarenlang een dagboek bijgehouden, waarin ik dagelijks een paar pagina’s vulde. Ik lees ook veel. Maar de kunst om zelf met woorden te goochelen is iets wat ik mis. Op dat vlak blijft songschrijven toch een aparte discipline. Als ik Joni Mitchell, Tom Waits of Leonard Cohen hoor, weet ik dat ik daar nooit aan zal kunnen tippen. In mijn muziek ga ik meer op zoek naar het spirituele. Het is mijn manier om contact te leggen met hierboven. Als ik mezelf dat zo hoor zeggen, besef ik dat het als een levensgroot cliché klinkt, maar het is wel zo.”

Hermine: “Dat is volgens mij de reden waarom hij een publiek kan raken. Want op technisch vlak is Jef zeker niet de beste muzikant. Maar hij speelt met zijn hart en het publiek voelt dat.”

Er zit levenslust in de muziek, maar ook melancholie en romantiek. Herken je daar het karakter van je zoon in?

Hermine: “Absoluut. Grijs bestaat niet. Dat heeft hij van Rudi, zijn vader. Jef beleeft alles in hoge pieken en diepe dalen. Er zijn momenten geweest waarop hij heel diep zat, maar hij komt er altijd weer bovenop. Jef is een vechter.”

Jef: “Alleen duurt het soms wel even.”

Hermine: “Dat is waar, maar je bent niet manisch-depressief. Je vindt uiteindelijk toch de energie om weer het positieve in het leven te zien. (tot ons) Als het slecht gaat met Jef belast hij ons daar niet mee. Dan horen we het pas achteraf. Hij lost alles zelf op of praat erover met zijn vrienden. Maar als het goed gaat, hangt hij wel meteen aan de lijn.”

Hoe komt dat dan?

Jef: “Ik denk dat ik me nog altijd wil bewijzen tegenover mijn ouders. Dus als het tegenzit durf ik dat niet te laten zien. Het klopt dat ik dan eerder steun zoek bij mijn vrienden. Het klinkt misschien raar, maar ik vind ook veel troost in de muziek. Die sleurt me er altijd weer door. Schrijven helpt ook. De donkerste periodes in mijn leven zijn degene waarin ik ook het meest in mijn dagboek heb geschreven. Door heel diep in mezelf te graven vind ik uiteindelijk toch altijd wel een oplossing.”

Hermine: “Hij heeft een neef gehad die verongelukt is, en dat verlies heeft lange tijd als een zwarte schaduw over de hele familie gehangen. Jef gaat dan wel naar de begrafenis, maar verder laat hij zich niet zien. Hij verwerkt dat op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo. Achteraf heeft hij er dan wel muziek over geschreven. Iedereen heeft zijn methode om met zo’n trauma om te gaan. Ik vind het ook niet erg dat hij me daar niet bij betrekt. Ik ken de meeste van zijn vrienden en dat zijn prachtige mensen. Ik vertrouw er dus op dat, wat er ook gebeurt, het uiteindelijk toch wel goed komt.”

Jef: “Mijn vader zal ook sneller in zijn ziel laten kijken door zijn maten. Of hij maakt er zich met een grapje van af. De realiteit wat karikaturaler voorstellen dan ze is door er de spot mee te drijven is evengoed een manier om een emotionele opdoffer te verteren.”

Is je moeder de eerste aan wie je verteld hebt dat je homoseksueel bent?

Jef: “Nee. (lacht hard) Saartje, een celliste met wie ik goed bevriend was, heeft het eruit gesleurd na een nachtje Kilkenny hijsen in Thomas Stapleton, een Ierse pub in het centrum van Leuven. Ik fakete dat ik verliefd was op haar, maar ze voelde geen elektriciteit tussen ons. Het was een lijn waar geen stroom op zat. Toen, om 8 uur ’s ochtends en met een stuk in mijn voeten, heb ik het voor het eerst hardop gezegd: ik ben homo. Dat ik aan het Lemmensinstituut zat, waar veel muzikanten ook zo waren, maakte het voor mij een stuk makkelijker om erover te praten. In Geel, waar ik opgegroeid ben, kende ik niemand die homo was. En al zeker niemand van mijn leeftijd.”

Waarom deed je voordien alsof je hetero was?

Jef: “Ik denk dat 95 procent van alle homoseksuelen in eerste instantie doet alsof ze op vrouwen vallen. Het duurde toch een tijd alvorens ik mijn geaardheid geaccepteerd had. Als ik daar nu op terugkijk, wist ik eigenlijk al op mijn vijftiende dat ik homo was, al heeft het nadien nog vier jaar geduurd voor ik er echt voor durfde uit te komen. Vandaag gaat de jeugd daar veel makkelijker mee om, en maar goed ook.”

Was het een moeilijke stap om het aan je moeder te vertellen?

Hermine: “Ja, dat wil ik nu eigenlijk ook weleens weten. Eigenlijk hebben we het daar nog nooit met zoveel woorden over gehad.”

Jef: “Ik vond dat niet gemakkelijk, nee. Ik was ook al uren rond de pot aan het draaien voor ik het gezegd kreeg. Ze had al de hele tijd het gevoel dat er iets aan de hand was, dat ik op een eiland zat en zij niet meer tot bij mij geraakte. Ze dacht dat het met liefdesverdriet te maken had, en dat was ook zo. Ik had toen even iets gehad met een jongen, maar dat was op niets uitgedraaid. Ik was daar niet goed van toen.”

Hermine: “Ik stond in de keuken te strijken toen hij ermee over de brug kwam. Een probleem had ik er niet mee, maar het was wel een verrassing. Heel komiek, eigenlijk. Want mijn man is niet honderd, maar driehonderd procent hetero.”

Jef: “Een echte Black & Decker. Grandioos eigenlijk: twee van zijn drie zonen zijn zo mannelijk dat ze ook voor de mannen zijn. (plooit dubbel)”

Hermine: “Ik heb het diezelfde avond nog aan mijn man verteld en die had het er ontzettend moeilijk mee. Die eerste week is er van slapen niet veel in huis gekomen. Altijd maar praten, praten, praten. Hele nachten door, tot het tijd was om weer naar ons werk te vertrekken. Op den duur liepen we er als zombies bij. Zelf vond Rudi het ook erg dat hij het er zo moeilijk mee had. Vooral omdat hij er voordien graag mee uitpakte dat hij ook homoseksuele vrienden had. Maar je mag nog zo breeddenkend zijn, als het om je eigen kind gaat, is dat toch nog iets anders. Het heeft gewoon tijd gekost.”

Voelde je je toen schuldig, Jef?

Jef: “Nee. Die eerste week heeft mijn vader me opgebeld. Hij zat er helemaal door, was er vast van overtuigd dat ik me iets had laten wijsmaken. De ontkenningsfase. Maar dat deed me niks. Kijk, ik heb altijd een zeer goede relatie gehad met mijn vader en we kennen elkaar door en door. Alleen, we willen niet voor elkaar onderdoen. Dus ik dacht heel categoriek: it’s your shit. Het is niet mijn probleem dat je een probleem met me hebt. Tegen iemand die ik doodgraag zie, kan ik echt snoeihard zijn. In die periode ben ik wel een paar weken niet naar huis gegaan. Ik dacht: alles eerst wat laten luwen.”

Nu ga je op een heel open, vanzelfsprekende manier om met je homoseksualiteit. Word je daar vaak op aangesproken?

Jef: “Ja. Dat is normaal, denk ik. Mensen zoeken aanknopingspunten, proberen zich met anderen te identificeren. Toen ik hoorde dat Bart Moeyaert homo was, was dat voor mezelf ook een hart onder de riem. Omdat hij zich niet wezenlijk anders gedroeg.”

Hermine: “Ik ben ook wel blij dat je je nooit al die gangbare homoclichés hebt laten opdringen. Je hebt er nooit mee te koop gelopen.”

Jef: “(plagend) Je hebt mijn jurken nog niet in de kast zien hangen, zeker?”

Toch zie ik hier vooral veel vrouwen in huis. Een poster van Catherine Deneuve, een foto van Lauren Bacall die, als ik het goed heb, zelfs gesigneerd is.

Jef: “Ja, mijn lief is een filmfreak. De dag dat Lauren Bacall het leven laat, zal ik hem wellicht meteen naar intensive care moeten brengen. We delen ook een liefde voor literatuur. Hij is leraar Nederlands.”

In de hoop dat je me niet indiscreet vindt: ik zie al de hele tijd een post-it op het klavier van je piano staan. ‘Jij bent mijn held’, staat erop. Hoezo?

Jef: “Dat staat er nog van eergisteren. Ik heb net een heel zware werkperiode achter de rug en dat zet veel druk op onze relatie. We zien elkaar niet veel, hé. En als ik veel moet optreden, staat mijn hoofd alleen daarnaar. Ik geef grif toe dat ik dan soms te weinig aandacht heb voor Stefaan. Dus toen ik afgelopen weekend na een concert thuiskwam, had hij dat briefje aan de deur gehangen. Om het goed te maken, want we hadden een paar gespannen dagen achter de rug. Niet problematisch, maar we voelden toch dat we dringend weer wat tijd voor elkaar moesten uittrekken. Dat briefje heb ik op mijn piano gezet om hem te tonen dat ik hem geweldig graag zie.

“Ik ben blij dat er tegenwoordig zoiets bestaat als Skype, zodat we kunnen communiceren als ik in het buitenland op tournee ben. Ik bespaar ook niet op mijn telefoonrekeningen. Ik vind deze relatie echt te kostbaar, dus ik wil ze te allen prijze behouden. Tegelijk beschouw ik ons ook als een uitdaging: we zijn geen nine-to-fivekoppel, dus daar moeten we ons ook niet mee identificeren. Elk koppel moet zijn eigen manier vinden, zijn eigen verhaal schrijven. Stefaan waakt daar nog meer over dan ik. Die kan echt zeggen: deze dag is voor ons. De blok erop.”

Zelf doe je dat niet?

Jef: “Nee. Uit mezelf kom ik daar niet toe. Ik zei het al: ik ben een enorme streber als het op muziek aankomt. Ik ben blij dat er iemand is die af en toe eens op mijn rem gaat staan.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234