Dinsdag 26/10/2021

Onderzoek van De MorgenIslamitische Staat

Jezidi Falah Hassan: ‘Europa kan meer doen voor de slachtoffers van de genocide’

Falah Hassan, coördinator van het onderzoeksteam bij CIGE: ' We hebben tientallen zaken die we aan Europese daders kunnen linken, vaak is er dan sprake van meerdere slachtoffers per dader.' Beeld Bruno Struys
Falah Hassan, coördinator van het onderzoeksteam bij CIGE: ' We hebben tientallen zaken die we aan Europese daders kunnen linken, vaak is er dan sprake van meerdere slachtoffers per dader.'Beeld Bruno Struys

‘Per EU-land hebben we meerdere dossiers tegen daders die betrokken zijn bij de genocide.’ Dat zegt majoor Falah Hassan, coördinator van het onderzoeksteam bij CIGE in Iraaks Koerdistan. Hassan is zelf jezidi en kent als geen ander het belang van vervolging.

“Ik ben hier om mijn zus te ondersteunen”, zegt Wansa in het Duits, terwijl haar zoontje filmpjes op haar gsm bekijkt. Wansa is een jezidi die intussen in Duitsland woont, maar nu naar Duhok, in Iraaks Koerdistan, is afgereisd. “Mijn zus komt vertellen wat ze bij IS heeft meegemaakt.”

Voor de rest hangt er een gewijde stilte in de wachtzaal van CIGE, de Commissie voor Onderzoek en Bewijsvergaring. Aan het hoofd van de onderzoeksgroep van de Koerdische overheid staat Falah Hassan, zelf een jezidi, die voor de genocide door IS bij de politie werkte rond geweld op vrouwen en daarna CIGE mee oprichtte.

“Als een ander volk dit had moeten ondergaan, had ik hetzelfde voor hen gedaan”, zegt de 42-jarige, die hier vooral bekend staat als majoor Falah. “Het verschil is dat het harder aankomt. Tweeënvijftig mensen in mijn familie zijn door de genocide getekend, maar gelukkig konden ze door een onderlinge tweestrijd binnen IS ontkomen.”

Hoe hebt u zelf die genocide meegemaakt?

“Een van mijn neefjes kwam om, hij was een student rechten. Ik ben de bergen ingetrokken om me bij een vrijwillige reddingseenheid van jezidi’s aan te sluiten. Met een helikopter zijn we uiteindelijk moeten ontsnappen en zijn we naar hier gebracht.”

Hoe is het voor u om dan elke dag de verhalen van genocide-overlevers te horen?

“Heel eerlijk? In het begin was het ontzettend moeilijk, zeker als jonge meisjes hun verhaal deden. Je mag geen tranen laten of emotie tonen. Soms, als ik het niet meer kon verbijten, onderbrak ik het gesprek om even naar buiten te lopen.

“Er zijn momenten waarop ik diep in mijn hart kijk en dan denk ik dat IS me beter had gedood dan nu al die verhalen te moeten horen. Maar dan realiseer ik me vrij snel dat het beter is om te leven en die mensen te helpen.”

Hebt u manieren gevonden om daar beter mee om te gaan?

“Ik kan het overleven door de gedachte dat ik mensen een klein zetje in de goede richting geef. Hoe lang het gesprek ook duurt, ik wil dat ze niet met tranen, maar met een beetje opluchting naar buiten gaan. De glimlach is de enige weg vooruit. Na heel dat verhaal vol tranen en Kleenex, moet je toch positief kunnen afsluiten.

“Ik zeg altijd: als je valt, moet je niet enkel wachten tot iemand je opraapt. Ik kan een hand naar je uitsteken, die je kan grijpen, maar met je andere hand moet je ook jezelf recht duwen. Ze moeten leren zelfredzaam te zijn.”

Lukt het om de overlevers te helpen?

“We hebben training gekregen om met overlevers om te gaan. Ik weet dat ik een vriendelijke gelaatsuitdrukking moet aannemen, welke tafelopstelling beter geschikt is en ik bied hen thee aan. Het is belangrijk om geen beloftes te maken, maar duidelijk te maken dat je er wel voor hen bent.

“Als ze het moeilijk krijgen, mogen ze pauzeren. Dan verwijs ik eventueel door naar de eenheid voor de ondersteuning van slachtoffers, een eigen centrum met medische hulp. Sommige vrouwen hebben een hersteloperatie nodig door wat ze hebben meegemaakt en daarbij komen we tussen in de kosten. We hebben ook een cel vermiste personen.

“Jezidi’s komen ook langs bij CIGE omdat de dienst documenten aflevert die ze nodig hebben om bijvoorbeeld te bewijzen dat hun man vermist is, terwijl ze recht hebben op zijn loon of zijn pensioen. Veel kinderen hebben in de handen van IS nooit onderwijs genoten. Als ze intussen misschien te oud zijn om naar school te gaan, kan CIGE een document bezorgen waardoor ze toch recht op onderwijs hebben.”

Falah Hassan, coördinator van het onderzoeksteam bij CIGE in Iraaks Koerdistan Beeld Bruno Struys
Falah Hassan, coördinator van het onderzoeksteam bij CIGE in Iraaks KoerdistanBeeld Bruno Struys

Het Iraakse parlement nam dit jaar een wet aan die voorziet in schadevergoedingen voor de overlevers van de genocide, maar jezidi’s zeggen dat er tot nu toe geen dinar is uitgedeeld. Een ander heikel punt voor de overlevers is de vervolging van de daders.

Het Internationaal Strafhof in Den Haag zou geen optie zijn, omdat Irak het Verdrag van Rome niet heeft ondertekend. Een internationale rechtbank in Irak komt niet van de grond, onder meer omdat het land de doodstraf hanteert.

Nochtans zijn er zeven jaar na de start van de genocide al wel wat bewijzen verzameld. Unitad, een onderzoeksgroep in de schoot van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, publiceerde dit voorjaar een rapport dat stelt dat 1.444 mogelijke daders al zijn geïdentificeerd, van wie er 469 aan de aanval op Sinjar meededen.

En ook bij CIGE hebben ze dossiers over daders. CIGE nam deze zomer zelfs contact op daarover met het Federaal Parket in België. “We verzamelen hier alle feiten, foto’s en video’s van daders en houden lijsten bij”, zegt Falah.

Hoeveel dossiers over daders hebben jullie zo?

“We hebben een drieduizendtal zaken, maar die cijfers veranderen elke week. We hebben tientallen zaken die we aan Europese daders kunnen linken, vaak is er dan sprake van meerdere slachtoffers per dader. Per EU-land hebben we meerdere dossiers tegen daders die bij de genocide betrokken zijn.

“Het gaat niet enkel om zaken waarin jezidi’s slachtoffer zijn, maar ook andere minderheden zoals Kaka’i, Shabakken en christenen. We staan ervoor open om alle bewijzen aan de juiste rechtbank te overhandigen, maar stel dat we iemand volgens Iraaks recht zouden laten vervolgen, dan is het toch een probleem dat die uitspraak niet internationaal geldt.

“Ik denk dat de Europese Unie daar meer kan doen. Als het gaat over CIGE, dan zouden Europese landen bijvoorbeeld training kunnen geven en de samenwerking verbeteren. Het zou goed zijn als we steun krijgen voor de slachtoffers.”

Hoe schat u het belang in van de recente erkenning van de genocide door parlementen in België en Nederland? De Belgische resolutie vraagt de regering expliciet om werk te maken van vervolging.

“We zijn zeer dankbaar voor die erkenning, die een mooi gebaar is van grote menselijkheid, maar in de praktijk verandert het weinig. Daden moeten volgen. Op zich heeft die erkenning geen invloed op de berechting van IS-leden en evenmin op een terugkeer naar een normaal leven voor de overlevers.

“Ik heb het over de vele wezen, en over de hervestiging van de jezidi’s die nog altijd in vluchtelingenkampen wonen. In het Sinjar-district zijn hun woningen tot zand herleid. Sinjar moet opnieuw stromend water krijgen, er moeten scholen komen, en ga zo maar door.”

Een terugkeer naar Sinjar is zeven jaar later nog altijd moeilijk?

“Ik woonde in Sinjar op 3 augustus 2014 toen de genocide begon. Mensen daar wilden enkel hun leven leiden. Dat was hun enige wens. De bevolking was er helemaal niet politiek geëngageerd. Ze hadden een winkeltje, of een boerderij, het was het simpele leven. Jezidi’s zijn geen opstandig volk.

“Door alle bommen, mijnen, en door IS in elkaar geknutselde explosieven is drie vierde van Sinjar na de bevrijding niet meer leefbaar. Sinds 2017 is het gebied vrijgegeven, maar er gebeurt nagenoeg niets, door het conflict tussen Iraakse en Koerdische overheid en andere groepen.”

Dit onderzoek kwam tot stand dankzij de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234