Maandag 16/05/2022

EssayJoël De Ceulaer

Joël De Ceulaer blikt terug op alweer een krankzinnig jaar: ‘Is hoop nu geoorloofd?’

null Beeld DM
Beeld DM

Terwijl de omikrongolf op ons afkomt, maakt onze redacteur Joël De Ceulaer, die de hele pandemie op de voet heeft gevolgd, de balans op van twee krankzinnige jaren onder het juk van een virus. Een zeer lastige opdracht, schrijft hij – na véél uitstelgedrag.

Joël De Ceulaer

Het is lang geleden, van toen ik nog maar pas in de journalistiek zat – dik dertig jaar geleden – dat ik nog zó lang heb moeten nadenken over een geschikte eerste zin. Eigenlijk zou ik met dit artikel willen doen wat al bijna twee jaar met dat virus gebeurt. Nog een beetje wachten voor ik iets schrijf. Weten dat de deadline er genadeloos aan komt, maar toch: wachten, wachten, wachten – elke dag weer: wachten. Procrastineren. Tot het te laat is.

En dan naar mijn chef bellen met de vraag of ik niet beter iets ánders kan schrijven voor deze nieuwjaarskrant – want geef toe: wie wil er nu in godsnaam nog een essay over corona lezen? Behalve dan een artikel met de feiten en curves van de dag, maar dat is hier niet de bedoeling. Dit is de krant van de jaarwisseling, waarin we terugblikken en vooruitkijken. In deze Zeno telt niet het urgente en acute nieuws, maar de inzichten die blijven kleven. Maar hoe begin je aan zo’n klus? Wat is er over deze pandemie nog niet geschreven? Wat valt er nog aan toe te voegen? Die vraag heeft mij lang verlamd.

Maar zie, ik ben vertrokken. Deze pandemie heeft mijn persoonlijke en professionele leven de afgelopen twee jaar zo haast fanatiek beheerst dat ik in uw bijzijn, beste lezer, nog eens hardop wil nadenken over wat er gebeurd is, wat er had kunnen gebeuren, en wat er misschien nog zal gebeuren. Ik wil graag nog eens een paar hardnekkige clichés de nek omwringen, de nodige kritiek – jawel, ook zelfkritiek! – formuleren, en een paar frisse ideeën onder uw aandacht brengen. Ik nodig u uit om mij te willen volgen, in wat hopelijk het laatste verhaal is dat ik over deze pandemie moet schrijven.

***

Laat ik ineens maar beginnen met zo’n constructief idee. Het is een idee voor een tv-programma waar het nu véél te laat voor is, maar dat volgens mij wel een verschil had kunnen maken. Ik heb het op 5 oktober 2020 voorgesteld in een mail aan Olivier Goris, toen de netmanager van Eén en Canvas. Het voorstel was eenvoudig: laat Lieven Scheire – wetenschapsnerd, comedian en topentertainer – elke dag of elke week een kort item of programmaatje maken over corona. Iets van tien minuten, vlak voor of na Het journaal van zeven uur.

Scheire zou een breed publiek op een prettige, verrassende en amusante manier hebben kunnen informeren – zo ongeveer de kerntaak van de openbare omroep, zeker in tijden van crisis. Wat is een virus? Hoe vermenigvuldigt het zich? Wat weten we over corona? Wat nog niet? Hoe werken mondmaskers? Welke soorten bestaan er? Hoe moet je ze dragen? Wat is een exponentiële curve? Hij had dat kunnen doen met humor, kennis, inzicht, filmpjes, experimenten – met alles wat hij in zijn mars heeft.

Verbeter mij als ik mij vergis, maar dat was zeker boeiender en leuker en aangenamer geweest dan elke dag die virologen en biostatistici op uw scherm. Die waren er dan óók nog geweest, natuurlijk, in De afspraak of Terzake, maar Scheire had ons elke dag, of elke week, iets nieuws en nuttigs kunnen leren op Eén. Zoals Jeroen Meus ons leert koken, zo had Scheire ons kunnen leren begrijpen wat er aan de hand was en wat we konden doen – uiteraard zonder zich met het beleid te bemoeien.

***

Het programma is er nooit gekomen – er werd wel nagedacht over een soort format in die richting, kreeg ik als antwoord – maar het had een paar hardnekkige misverstanden tijdig uit de weg kunnen ruimen. U herinnert zich dat nog: in het begin van deze crisis waren we allemaal als de dood om iets aan te raken. Ik was zeker niet de enige die alle boodschappen uit de supermarkt 72 uur lang in een hoek van de woonkamer liet staan, alvorens alles uit te pakken en op de juiste plek te zetten – alleen diepvries en koelkast werden uiteraard meteen gevuld.

Ik heb een paar maanden lang gedacht dat het virus zich vooral via de handen en oppervlakten verspreidde. Tegen half april 2020 had ik het vel van mijn handen geschrobd. Ik houd er sowieso een licht overdreven handhygiëne op na, en dat advies om vaak te wassen maakte dat alleen maar erger.

Ondertussen heb ik mijn handhygiëne allang teruggeschroefd naar het pre-pandemische niveau. Regelmatig je handen wassen blijft gezond en aanbevolen, dat spreekt vanzelf, maar wat de overdracht van dit virus betreft heeft het weinig of geen impact. Scherper gesteld: de kans dat u besmet raakt door iets aan te raken, is relatief klein. Toen mij op dinsdag 21 december voor de zoveelste keer werd gevraagd om mijn handen te ontsmetten bij het betreden van een gebouw, heb ik dat met plezier gedaan: ik bevond mij in het vaccinatiecentrum voor mijn boostershot en voelde mij de koning te rijk.

Maar eigenlijk had ik willen zeggen wat ik maandenlang tegen mijn bakker heb gezegd: overdrijf zo niet met die handgel, en doe vooral de ramen open, alstublieft! Dit virus hangt in de lucht. Het zit zit in de adem van iedereen die besmet is. Die handgel, dat lijkt stilaan veiligheidstheater. En toch – zo leert een rondvraag bij mensen die ik de voorbije weken aan de lijn had – denken velen, misschien wel de méésten onder ons, nog altijd dat je handen ontsmetten de beste maatregel is om besmetting te voorkomen. Men kan dat onbelangrijk vinden, ik vind dat tragisch. Want het betekent dat veel mensen nog altijd niet weten wat je vooral wél moet doen om besmetting te voorkomen: opletten dat je niet andermans adem inademt.

Die shift in onze kennis van het virus, en de noodzaak aan een shift in ons gedrag, had Scheire mee kunnen bewerkstelligen. Hij had dat prachtig kunnen uitleggen, met humor en een knipoog, voor het breedste publiek op Eén. Dat had een verschil kunnen maken.

***

Scheire had zelfs de handen in elkaar kunnen slaan met Meus. Ze hadden twee bollen Zwitserse kaas-met-gaatjes tevoorschijn kunnen halen in de studio om uit te leggen hoe we ons moeten beveiligen. Als je één plak Zwitserse kaas neemt, zitten daar dus gaatjes in – een mooie metafoor voor een maatregel die niet perfect is, en die het virus nog kan doorlaten. Als je twéé plakjes Zwitserse kaas op elkaar legt, dan zitten in die twee lagen al wat minder gaatjes – de kaas van de ene laag bedekt enkele gaatjes van de andere, en vice versa. Lees: twee maatregelen zijn beter dan één, enzovoort voor drie en vier en eventueel vijf. Hoe dikker de stapel kaas die je bouwt, hoe minder gaatjes er overblijven en hoe veiliger je bent.

Vandaag, met de kennis waarover we op dit moment beschikken, is het duidelijk welke plakjes kaas je op elkaar moet leggen. Eén: vaccinatie. Twee: ventilatie en luchtreiniging. Drie: afstand, binnen meer dan buiten. Vier: bij de minste twijfel mondmasker op. Het is van essentieel belang te beseffen dat geen enkele van die maatregelen op zich volstaat. Je moet ze allemaal tegelijk toepassen en handhaven. Dat was de grote fout die tot de vierde golf leidde: het idee dat vaccinaties voldoende zouden zijn, en dat de mondmaskers af konden. Nee, dus. Geen énkel coronavaccin beschermt voor 100 procent.

Mondmaskers zijn trouwens dringend aan een upgrade toe. Een tip voor 2022: gooi al uw katoenen maskers in de vuilnisemmer, draag alleen zo’n blauw chirurgisch masker als iederéén er een draagt, en probeer zo veel mogelijk het FFP2-masker te dragen. Een chirurgisch masker is vooral altruïstisch, daarmee beschermen we elkaar. Als anderen dat niet willen doen, moet u egoïstisch zijn en uzelf beschermen met een beter, helaas ook wat duurder masker. In een aantal Europese landen is FFP2 nu al de standaard. Het verschil tussen die verschillende soorten had Scheire ons ook mooi kunnen uitleggen. Ik zal hem nu met rust laten, want de man kan er niets aan doen dat het er niet gekomen is, maar: wát een fantastisch programma had dat kunnen zijn.

***

Het hoeft niet noodzakelijk met Zwitserse kaas. Het kan ook met soldaatjes, wapens, een burcht en middeleeuwse slotgracht, in speelgoedformaat. Deze metafoor werd bedacht door Carl Van Keirs­bilck, een IT-man die de voorbije maanden een cruciale rol heeft gespeeld. Hij vergelijkt het vaccin met een helm. Als de soldaat harnas en helm draagt, dan is hij beter beschermd tegen het zwaard van de vijand – een helm is essentieel als je in je burcht wordt aangevallen.

Maar eigenlijk is het niet slim om te wachten tot de vijand voor je neus staat. Veel beter is het om een brede slotgracht en kloeke omwalling te voorzien, zodat de vijand niet op je terrein geraakt. Vertaald naar de pandemie: de omwalling en die slotgracht zijn ventilatie en luchtreiniging. Als je daarop inzet, haal je het virus uit de lucht – en als er toch eens een schavuit over de muur gekropen komt, heb je nog altijd die helm. Schone lucht is bijna even belangrijk als die prik in je arm. Het mondmasker noemt Van Keirsbilck, voortbouwend op de middeleeuwse metafoor, de maliënkolder: nog een extra beschermlaag.

***

Dat is het grote, nog altijd ónvertelde verhaal van deze crisis. Hoe de overdracht via aerosolen – via de adem, dus – zo lang niet werd erkend of zelfs weggeduwd. Waarom werd de wereld over dat belang van aerosolen veel te lang in het ongewisse gelaten door de Wereldgezondheidsorganisatie? En welke zware consequenties heeft dat gehad, in verschillende landen, al die verkeerde adviezen van haast alle overheden?

Die desinformatie lijkt wel er degelijk te zijn geweest. Wie leest wat Carl Van Keirsbilck, maar ook bioloog Maarten De Cock en de Spaanse ingenieur Jose-Luis Jimenez daarover, onder meer op sociale media, allemaal aan het licht hebben gebracht, begint te sidderen van ongemak. Terwijl wij met z’n allen onze handen aan het kapotwassen waren, en anderhalve meter afstand hielden om de grote druppeltjes – de zogenaamde ‘droplets’ – niet tot bij ons te laten komen, wisten heel wat experts al een hele tijd dat het vooral de kleine druppeltjes – de aerosolen, dus – zijn waarin het virus zich van de ene naar de andere mens begeeft. Nogmaals: we ademen het virus in. Zoals we tweedehandsrook inademen als we een ruimte delen met iemand die een sigaret opsteekt. Dát snapt iedereen, dat van die rook. Helaas is het virus onzichtbaar en ruiken we het niet.

null Beeld Elise Vandeplancke
Beeld Elise Vandeplancke

Het argument van de tweedehandsrook was aanvankelijk ook een argument waarmee liberalen perfect konden pleiten voor een coronapas bij het betreden van een restaurant, bioscoop, theaterzaal of café. Wie moet tonen dat hij gevaccineerd of getest of genezen is, levert een beetje privacy in, en ook een beetje vrijheid – maar de vrijheid van de ene stopt waar de vrijheid van de ander begint. In restaurant, bioscoop, theaterzaal en café geldt ook een rookverbod. Welnu, zo kun je dus ook een virusverbod invoeren. Met nog betere redenen dan een rookverbod, want van één keer passief roken ga je niet dood – van één besmetting kun je wel doodgaan, of toch zeker schade oplopen. Niet iedereen, maar sommigen wel.

Terzijde: nu we weten dat vaccins de verspreiding niet voldoende tegenhouden, is de coronapas misschien nog verdedigbaar, maar die ‘safe’ in Covid Safe Ticket mag weg.

***

Ondertussen gaan steeds minder mensen dood van het virus, dat verschillende mutaties heeft ondergaan. We hebben een bodempje van immuniteit opgebouwd, dankzij vaccins en na miljoenen besmettingen – bij velen een combinatie van de twee. Maar nog altijd staan luchtreiniging en ventilatie niet hoog genoeg op de agenda. Het was grappig toen Steven Van Gucht ons voor de feesten aanraadde om de dampkap – in het Nederlands: afzuigkap – op te zetten. En ik zou hem daarvoor zeker hebben gefeliciteerd, als hij dat anderhalf jaar geleden had gedaan. Nu was het nog altijd een goed advies, maar het kwam rijkelijk laat. Véél te laat.

Nee, doe mij dan maar Bert Blocken, de ingenieur – verbonden aan de universiteiten van Leuven en Eindhoven – die meer dan anderhalf jaar tegen windmolens heeft gevochten, en die nu in een paar Vlaamse scholen en gemeenten een groot onderzoeksproject naar luchtreiniging heeft opgezet. Als onze kinderen straks veilig in de klas zitten, dank dan professor Blocken, niet minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA), die zelfs een verplichte CO2-meter in elke klas lang heeft tegengehouden. En die eerst zei dat scholen perfect veilig waren, om vervolgens prioritaire inenting te eisen voor het lerarenkorps. Het is een moeilijke keuze, maar ik denk dat Ben Weyts in deze crisis de minst verantwoordelijke minister was. Ja, hij hield de scholen lang open – wat niet onwenselijk was. Maar dat had veel veiliger gemoeten, van meet af aan.

***

Dat zou ook een bruikbare invalshoek zijn geweest voor dit eindejaarsessay. Ik had hier kunnen vertellen waarom mijn vertrouwen in drie pijlers van ons maatschappelijk systeem een stevige dreun heeft gekregen. Ik wist al dat je in een democratie niet kunt rekenen op slimme en goede bestuurders. Ze bestaan, maar soms heb je pech. Dat blijkt nu nog erger dan ik al vreesde. Ik wist al dat individuele experts ook maar mensen zijn, maar sinds ze ons in het begin van de pandemie wijsmaakten dat mondmaskers niet werkten – goed wetende dat ze de waarheid een draai gaven – ben ik ook op dat vlak een illusie armer.

En dat de media niet foutloos zijn, wéét ik uiteraard wel na dertig jaar in de stiel. Maar dat het zo erg kan zijn, dat ze zo braaf en volgzaam kunnen zijn – wat vooral in het begin duidelijk werd – heeft mij ook wel zwaar teleurgesteld.

Inzake politici: het is allang mijn overtuiging dat ze aan electorale behaagzucht lijden. Ze durven geen onpopulaire maatregelen te nemen. Terwijl de peilingen bewijzen dat wie dat wel durft, meer vertrouwen krijgt dan wie te laf is. Het verbaast mij niet dat minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) omhoogschiet in de politieke hitparade. Hij is voor mij de meest verantwoordelijke minister in deze crisis. Hij begrijpt de pandemie ook het beste. Ik hoor dat hij curves en modellen zélf durft na te rekenen.

Inzake de media: aanvankelijk was de neiging om aan hetzelfde zeel als het beleid en de experts te trekken zo sterk dat velen blind meegingen in het verhaal dat mondmaskers ‘een vals gevoel van veiligheid’ geven – ja, dat waren tijden! Wie dat toen schreef, was voor mij geen journalist, maar een copywriter van de overheid. Nu is dat probleem niet meer zo groot, alleen hebben media in het algemeen zich voor mij te bipolair getoond: ze juichten te hard bij dalende cijfers en bijbehorende versoepelingen om daarna, en altijd opnieuw veel te laat, weer de barre werkelijkheid onder ogen te moeten zien. In plaats van gewoon altijd een correct geïnformeerde, voorzichtige koers te varen.

Inzake experts: ik ben sinds maart 2020 wetenschappers aan het interviewen over deze kwestie. En ik vermoed dat ik de goed geplaatste experts in eigen land grotendeels heb gehad – al ben ik wellicht de enige die nooit Marc Van Ranst interviewde, wat uiteraard niet persoonlijk bedoeld is. Een algemene opmerking: de Vlaamse pers bleef veel te dicht bij de Vlaamse experts – het kerktorensyndroom. In deze krant las u gelukkig ook vaak interviews met buitenlandse experts. Maar wie daar tijd en energie voor had, werd op sociale media beter geïnformeerd dan in de klassieke media – ja, op sociale media stikt het van de complotdenkers. Maar pakweg Twitter zit ook bomvol topwetenschappers.

***

Tijd voor zelfkritiek, want die mag niet ontbreken. Ik heb een paar maanden geleden een verkeerde inschatting gemaakt, die ik later heb rechtgezet, maar goed: een fout is een fout. Toen de Vlaamse regering aankondigde dat iedereen een derde prik zou krijgen, liet ik weten dat ik dat ‘onnodig’ en ‘onethisch’ vond. Op dat moment waren er nog geen harde bewijzen dat de vaccins echt zwaar zouden verzwakken. Van omikron was nog helemaal geen sprake. Ik had de indruk dat de Vlaamse regering niet wist van welk hout pijlen te maken – Weyts verwaarloosde de veiligheid van de scholen en Jambon (N-VA) wist van meet af aan niet wat hem overkwam – en dus maar ineens een Grote Aankondiging deed: boosters voor iederéén. Twee halen, één betalen. Ik vond het van zwakte getuigen.

Ondertussen weten we, en blijkt, dat de boosters wel degelijk een groot verschil maken. Mijn argument dat ze ‘onnodig’ waren, heb ik dan ook teruggetrokken op Twitter – met bijbehorende bekentenis dat ik mij vergiste. Over de ethische kant van de zaak bestaat nog discussie. Zo vindt de Wereldgezondheidsorganisatie, die hier wel rechtvaardigheid nastreeft, dat de vaccinongelijkheid niet te verantwoorden is. Mocht in elk land 40 procent van de bevolking gevaccineerd zijn, aldus de WHO, zou dat de pandemie sterk beïnvloeden. In de gunstige richting, dat spreekt vanzelf.

Maar dat is nog bijlange niet het geval. Conclusie: terwijl we stonden of staan aan te schuiven voor onze booster, mogen we de illusie dat we echte wereldburgers zijn, die ieder mens even belangrijk vinden, rustig opbergen. De natiestaat is onze vriend, van de rest liggen we niet overdreven hard wakker. Schrijf ik met alle respect voor mensen die ijveren voor meer geld voor Covax, het internationale programma voor vaccinsolidariteit. En met begrip voor wie patenten wil opheffen.

Nog wat zelfkritiek, kom. We zijn nu toch bezig. Er bestaat een krachtige denkfout waar we ons allemaal voortdurend tegen moeten verzetten: de zogenoemde confirmation bias – we omarmen informatie die in ons kraam past en verwerpen wat ons tegenspreekt. Dat bevestigingsvooroordeel vloert bij momenten haast iedereen, het vergt erg rationele koelbloedigheid om je daaraan niet te laten vangen. Daarom is wetenschap bij uitstek een collectieve onderneming. Wie in zijn eentje op een berg gaat zitten, komt niet tot revolutionaire inzichten. Debat met en correctie door vakgenoten is essentieel.

Nadat ik helemaal in het begin, toen het virus hier nog moest arriveren, het doemdenken nogal hooghartig wegwuifde, heb ik gaandeweg altijd voor de veiligheid gekozen. Hoop het beste, verwacht het ergste: better safe than sorry. Ik zal daarbij vast af en toe ten prooi zijn gevallen aan de confirmation bias, maar het hoeft hopelijk geen betoog dat die houding – de risicovermijdende – in dezen de slimste was. We hebben tot vier keer toe nagelaten om tijdig in te grijpen, met als gevolg dat het huis vier keer volledig in brand heeft gestaan.

null Beeld Elise Vandeplancke
Beeld Elise Vandeplancke

Er heerst veel verwarring over de term ‘disproportioneel’. Soms moet je zó vroeg ingrijpen dat het disproportioneel lijkt. Maar is het disproportioneel om een regio te evacueren als je wéét dat er een orkaan zal passeren? Is het disproportioneel om de frietketel te blussen als je weet dat de vlammen straks uit het dak zullen slaan als je dat niet doet? Zo ook in deze pandemie. Bij exponentiële curves wéét dat je de cijfers gaan exploderen – moet je dan wachten op de explosie?

Filosoof Maarten Boudry, met wie ik het genoegen had een boekje over deze crisis te mogen schrijven – Eerste hulp bij pandemie, het ging een jaar geleden naar de drukker – heeft het in dat verband vaak over de preventieparadox: als je in de aanloop naar een mogelijke ramp hard ingrijpt, bestaat de kans dat je de ramp voorkomt, en dat er dus geen ramp plaatsvindt. Je tegenstanders kunnen je dan uitlachen: ‘Waar blijft die ramp nu?’ Maar het is juist door je maatregelen dat ze zich niet heeft voorgedaan.

***

Wat ons bij omikron brengt, en de maatregelen die we vandaag en de komende weken nodig zullen hebben. We weten niet hoe hard omikron hier precies zal toeslaan. Zelfs als deze variant minder ziekmakend zou zijn, is het nog mogelijk dat het zorgsysteem totaal wordt overspoeld – omdat de besmettingscurve niet langzaam omhoog zal klimmen, maar als een muur loodrecht uit de x-as naar boven zal schieten. En een klein percentage van een groot getal kan nog altijd fors genoeg zijn om ziekenhuizen te overspoelen.

Als het helemaal fout gaat, zal een lockdown op een bepaald moment de enige optie zijn. Dat bij ons alleen de cultuursector op slot werd gegooid door het laatste Overlegcomité, leek inderdaad pure willekeur en onrechtvaardig. Een theater met goede luchtkwaliteit, niet te veel bezoekers en een strenge mondmaskerplicht is zonder enige twijfel veiliger dan een restaurant met slechte lucht, waar mensen op elkaar gepakt zitten en uiteraard geen mondmasker dragen, omdat het de voedseltoediening verhindert.

Zoals ingenieur Bert Blocken suggereert, zou het veel beter zijn om certificaten uit te delen aan theaters, restaurants, cafés en fitnesszaken: waar de luchtkwaliteit uitstekend is dankzij ventilatie en luchtreiniging, hoeft het slot er niet meteen op. Het beleid kan selectiever zijn. Maar dan moeten zulke certificaten er wel komen. Oók in het onderwijs, want het staat vast dat een groot deel van onze scholen bij de heropening na de kerstvakantie niet veilig genoeg zal zijn. En wat als omikron dan door de gangen giert?

Een laatste bedenking toch over de cultuursector, die op last van de Raad van State deze week weer open mocht – een stevige dreun voor het Overlegcomité, waar niet altijd het juiste inzicht, maar de sterkste lobby het haalt. Het is al vaak geschreven en het werd in Londen onlangs bevestigd: zonder gepaste maatregelen doet het virus zélf alles op slot. Doordat mensen niet meer naar theater durven of kunnen, omdat ze bang of ziek zijn. Doordat medewerkers en acteurs uitvallen. In Londen moesten al meer dan de helft van de theaters hun voorstellingen afgelasten. Niet omdat de politiek, maar omdat het virus hen sloot. Hetzelfde idee geldt voor de economie, dat is meermaals aangetoond: zonder maatregelen richt het virus schade aan, doordat zaken sluiten en klanten afhaken. Om maar te zeggen: het is nooit een keuze tussen virus en economie geweest.

Over het verschil met oosterse landen die de curves platsloegen, in plaats van ze telkens wat af te vlakken, hoeven we het niet meer te hebben. Dat debat is voorbij. In het beste geval – wat we mogen hopen, maar niet te hard verwachten – is omikron een kantelpunt ten goede, en hebben we er straks een soort seizoensgriep bij.

***

Maar is die hoop geoorloofd? Omikron is op dit moment in vele opzichten nog altijd een raadsel verpakt in een vraagstuk gehuld in een mysterie. Hoe zal deze variant ons juist treffen? Dat weten we niet. Wat we wel weten, is dit: we zijn op dit moment wéér aan het doen wat we al bijna twee jaar doen. Nog een beetje wachten voor we ingrijpen. Weten dat het slecht kan aflopen, maar hopen dat het goedkomt. En wachten, wachten, wachten. Ik moet denken aan wat columnist Noël Slangen in Het Laatste Nieuws schreef toen Nederland in lockdown ging en wij niet. Dat we straks die Hollanders misschien zullen uitlachen. En ja, dat zou kunnen. Of ook niet. Het is een gok. Wat ik mij afvraag: zou Slangen aan de roulettetafel bereid zijn om zijn hele vermogen op rood te zetten?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234