Woensdag 05/10/2022

Jonge honden met een hoog retrogehalte

Om drie uur 's middags, een naar rocknormen onmogelijk moment, mocht Quaver de spits afbijten van Humo's Rock Rally. Niet echt onverdienstelijk koos de groep voor een geluidsuniversum diep geworteld in de jaren '70 en mocht een door de wol geverfde zangeres 'Thorn In My Pride' van The Black Crowes vertolken. Niet meteen wereldschokkend, maar Quaver had de door een loting bepaalde onzalige lot als opener te fungeren, wat natuurlijk nooit echt dankbaar is.

Fence daarentegen lonkte veeleer naar de nozemrock à la Weezer, gekruid met lo-fi-invloeden. Flink wat feedback, een zanger die zijn zenuwen maskeerde onder een flinke portie nonchalance en vooral aandacht voor humor. 'Don't Be A Tree' hurkte zich vervaarlijk dicht bij pakweg een dozijn Pavement-songs, maar zonder ooit echt te storen. De publieksreactie bleek erg matig, ondanks de verdienstelijke afsluiter 'Singapore Airlines'.

Voor het Gents/Brusselse kwartet Rumplestitchkin waren de verwachtingen hooggespannen. Setopener 'Los Gehen' klonk overtuigend en bevestigde 's groeps reputatie: extravagant, eclectisch en intrigerend. Zanger/gitarist Thomas toonde zich tijdens 'Partly Steven' en 'Honey's Doll' als een begenadigd frontman, die - God vergeve ons de vergelijking - ergens het midden hield tussen Mauro van Evil Superstars en een jonge Beck. Lichtelijk schizofreen met een hoge aaibaarheidsfactor en vooral met de nodige overtuiging. Rumplestitchkin zorgde voor het eerste kippenvel.

Walter kende weinig schroom om de invloeden te verbergen met de cover 'Spirit Dich' van Sparklehorse. Ook 'Radio In My Head' hoorde in de rijke traditie van de prima gestructureerde popsong thuis. Zomers, dromerig met een hoog meezinggehalte, waarbij de gitaarpartijen beelden van open ruimten en nostalgisch verlangen naar verloren liefdes oproepen. Walter opteerde echter net te veel voor voorspelbare betrouwbaarheid en verloor daarbij de zin voor avontuur.

De heren van Cunzi bleken enkele jaren te laat geboren. Met een flinke portie zelfvertrouwen trok het trio de geluidskraan open om drie weliswaar aardig in het oorklinkende grungerockers te produceren, maar de vraag is: moet dit nou per se? 'Dead Situation', met prima samenzang en een drummer in hoogste versnelling, klonk als een afgekeurde Soundgarden-song, terwijl 'Stupid Boy' knipoogde naar Kurt Cobain. Opvallend is dat Cunzi hun neogrunge bij momenten lardeerde met dansbare ritmes en de technische vaardigheden van het drietal buiten kijf stonden.

Pink Reflections onderstreepte met verve het retrogevoel van deze finale. Lang uitgesponnen toetsenintro, gevolgd door wild om zich heenslaande psychadelicagitaren. Een zanger die podiumuitstraling gelijkstelt met gecontroleerde spasmen en zelf duidelijk op zoek naar de bakkenbaarden van Supergrass. 'Number One' en 'Rain' klonken als The Beatles gecoverd door Supergrass.

Das Pop, door flink wat insiders getipt als winnaar, had beduidend weinig last van zenuwen. Getooid in schreeuwlijke jaren '60-hemden en -broeken bleek Das Pop zijn imago ook muzikaal in te kleuren. Popsongs als 'A Different Beat' en 'Good Day': ze klinken best aardig, maar mocht Bart Peeters deel uitmaken van Das Pop, zouden we niet eens verbaasd zijn. Beatles-adoratie verpakt in The Radio's, het is een weinig geslaagde cocktail.

Toen we de wanhoop nabij waren en snakten naar een eigentijds geluid, brachten The Nothing Bastards soelaas. 'Feet of Her', 'Stinking Stars' en 'Big Bull', het waren drie mokerslagen, die de Ancienne Belgique uit zijn winterslaap haalden. Een zanger met een androgyn charisma, een mondjesmaat gebruikte sampler en vooral prima songs met ruimte voor exploratie en een sterk visueel karakter. Vinnige gitaarpartijen werden afgewisseld met samba- en flamencotonen. The Nothing Bastards waren verrassend, eigenzinnig en bleken de witte merel te zijn, zonder de last van het verleden.

Chrome Yellow staat voor behoorlijk eendimensionele gitaarrock waarbij finesse, raffinement en variatie uit den boze zijn. 'Do The Strand' van Roxy Music mag misschien verrassend klinken, maar de heren lieten de song vakkundig verzuipen onder een geluidsbrij van snerende gitaren en semtexdrums. Bij 'Smile /Fuck You' merkten we een groepslid helemaal in zijn eentje verbannen in een uithoek van het podium. Zijn taak bestond eruit om dertigmaal 'fuck you' te brullen en voorts woest om zich heen te kijken. Tool en The Smashing Pumpkins kunnen hiermee misschien rijk geworden zijn, maar voor Chrome Yellow voorspellen we een beduidend minder rooskleurige toekomst.

Loamy Soil fungeerde zowat als de Hanson-vertegenwoordiger van deze Rock Rally. Flinke pubers die een mengeling van AC/DC-klooning ('Rockin' Harmony') en ouwesokkenblues ('I don't Care If You're Gone') presenteerden. Die hele buslading jonge meisjes (klasgenootjes?) ten spijt, Loamy Soil werkte niet alleen op de geeuwspieren, maar leek vooral een clowneske rol te moeten spelen. De finale van Humo's Rock Rally toonde tien groepen die technisch behoorlijk uit de voeten kunnen, maar waarvan het gros al te fel kampte met een zwaar retrogehalte. Jammer! Alain Lahaye

(Foto

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234