Dinsdag 24/05/2022

Klaproos in Brussel

Dinsdag. Ochtend. Op de fiets rijdt ze over de Antwerpsepoort, hartje Brussel. Ze lacht. Haar blonde paardenstaart is versierd met witte oortjes, haar billen zijn zonovergoten en in een rood rokje verpakt. Een klaproos in de woestijn, lijkt ze. Argeloos, maar omsingeld door een meute uitgelaten vierwielers. Die horten en stoten zich een weg richting exit. Een vloekende chauffeur hier, een kapotte spiegel daar. Toeterend tableau.

O zo alledaags, helaas. Arriveer in Maastricht, Salzburg of Kopenhagen en ruime fietspaden lachen je toe. Arriveer in Brussel, en je wordt van de baan gereden. Wijk uit op een met glas bezaaid trottoir, bots tegen een open zwaaiend passagiersportier. Dubbel geparkeerd, dat spreekt.

De roep om meer en betere fietspaden, om fietspaden sowieso, klinkt dan ook steeds luider. En maar goed ook. Aan de toog resulteert de ergernis over de heerschappij van Koning Auto in gevloek, op Facebook in een oproep tot 'protest pic-nic'. Morgenmiddag stappen honderden, wie weet duizenden, te voet richting Anspachlaan. Daar zullen ze neerzijgen, rondkijken, en weer ophoepelen. En hopen dat de boodschap overgebracht wordt. "Met de auto rondrijden in een stadscentrum mag niet langer de regel zijn", luidt die.

En op maandag? Met zijn allen te voet naar het werk? Per fiets om een brood? Met de metro naar de sportclub? Of toch maar vlug de wagen in?

Volgens cijfers uit 2010 gebeurt 20 tot 25 procent van alle hoofdstedelijke verplaatsingen korter dan één kilometer met de auto. Voor een afstand van minder dan vijf kilometer loopt dat cijfer tot 62,5 procent op. Tegelijk steeg het Brusselse fietsverkeer de voorbije jaren van 1 tot 4 procent. In Vlaamse steden bedraagt dat 15 tot 30 procent.

Een schandelijke kloof. Blijkt, elke dag opnieuw uit het straatbeeld. Verzadigd, als betrof het de benen van Thomas De Gendt bovenop de Stelvio. Van Belliard tot Botanique: als een bijtgrage slang kronkelt het autoverkeer uren lang richting eigen staart. Extreem luid en ongelooflijk dichtbij. En toch: nog steeds veeleer virtuele irritatie dan werkelijke actie.

Wat baten helm en bril als de mens niet fietsen wil. Hoelang nog, dus, voor de tanden erin worden gezet? Hoelang nog, dus, op zondag richting Pater- of Alsemberg, en op maandag plots benen van bladerdeeg? Plasticine robotten met een lege batterij. Hoelang nog, dus, file op de kleine ring tussen Hallepoort- en Stefaniatunnel, met wachttijden tot 45 minuten? Hoelang nog, dus, voor het zadel afgestoft, de banden opgepompt en de ketting gesmeerd?

Moge David 'Talking Heads' Byrne alvast de juiste richting wijzen. "Ik weet dat nachtclubbezoek en fietsen niet snel in één adem worden genoemd", schrijft die in zijn boek Op de fiets. "Maar ik ontdekte dat je je op de fiets verbazingwekkend snel en efficiënt van de ene naar de andere plek kunt verplaatsen. En dus bleef ik het doen, ondanks het aura van oubolligheid en het gevaar van fietsen in een stad waar nog maar weinigen dat deden."

Want, zo voegt Byrne eraan toe,

"ik werd er vrolijk van".

Bijgedachte

Lander Deweer is cultuurredacteur

en inwoner

van Brussel

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234