Maandag 26/09/2022

Klassenstrijd in de tuin deel 3

Zoals we de voorbije twee weken hebben aangetoond, speelt er zich in en rond de tuin nog altijd een soort klassenstrijd af tussen enerzijds de snobtuiniers en anderzijds de proletarische tuiniers. Met daartussen de verkavelingstuiniers, de twijfelende kleinburgerij van het tuingebeuren. Vandaag besluiten we de reeks en kan u zelf testen tot welk type u behoort.

Paul Geerts

Zelfs voor de kledij die de snobtuinier in de tuin draagt en voor de werktuigen die hij gebruikt gelden bepaalde fatsoensnormen. In tegenstelling tot wat u spontaan zou kunnen denken is het helemaal niet de norm om er erg modieus bij te lopen en de modernste tuinsnufjes te gebruiken. Integendeel. De échte ST herkent u aan de afgedragen kleren - het schilderij van de versleten tuinbotines van Gertrude Jekyll is bijna een cultobject geworden. En een oude spade - "die nog door mijn grootvader werd gebruikt" - is ideaal. "Dit soort materiaal wordt tegenwoordig niet meer gemaakt." Een nieuw exemplaar is waarschijnlijk van roestvrij staal.

In de praktijk zal de ST een soort evenwicht zoeken tussen oud en nieuw, tussen praktisch en exclusief. Voor de ingewijden is dat evenwicht de normaalste zaak van de wereld, maar het aan een buitenstaander uitleggen is even moeilijk als de spelregels van bridge verduidelijken.

Een snoeischaar van het Zwitserse merk Felco is bijvoorbeeld een onmisbaar attribuut, maar dat moet dan wel gecompenseerd worden met een hoogst onpraktische, maar erg mooie metalen gieter. Of met een erg praktische, maar esthetisch totaal onaanvaardbare metselaarskruiwagen.

Een gewone plastic tuinslang, meestal in een felle kleur om goed op te vallen, is niet echt het ideaal, maar in combinatie met koperen aansluitingen (in plaats van die handige, maar banale en vaak oranjekleurige plastic snelsluitingen) kan het nog net. Het geheim ligt hem ergens in het pretentieloze, het opvallend niet-opvallend willen zijn.

Dezelfde regels gelden voor het vestimentaire. De kleren die je in de tuin draagt zijn liefst oud en een beetje versleten. Groene of eenvoudige zwarte laarzen zijn perfect. Zwart is trouwens altijd perfect. Blauwe of gele laarzen zijn ongewenst - die horen bij de zeilboot. Opvallende kleuren zijn overigens in het algemeen ongewenst. Een zonnehoed meegebracht van vakantie in het Zuiden kan evenmin. Tenzij hij helemaal uitgerafeld is.

Wanneer je op tuinbezoek gaat of tuinbezoek ontvangt, kan je er wel iets 'gekleder' bijlopen. Een rijbroek en rubberen laarzen met een lederen biesje, een bruine wollen trui en een groene jagersjas zijn bij die gelegenheden wel aanvaardbaar. Maar gewoon in de tuin horen dit soort attributen veeleer bij de klasse van de nouveaux riches, en daar wil je onder geen beding mee te maken hebben.

Ook op dit punt is de proletarische tuinier op de eerste plaats praktisch ingesteld. In de tuin loopt hij rond in afgedragen werkkledij indien hij een arbeidersverleden heeft. Bij gebrek hieraan trekken de iets oudere PT's gewoon afgedragen doordeweekse kleren aan. Dat de broek misschien iets te kort is en het jasje uitgerafeld, is geen punt. Iets jongere PT's hullen zich in het vrijetijdsuniform bij uitstek: de training. Gekregen van de bakker uit het dorp of van de plaatselijke voetbalploeg.

Alleen de VT heeft een speciale tuinoutfit, zoals hij ook - naargelang van zijn aspiratieniveau - een speciaal tennis- of golfkostuumpje heeft, een hip wielertoeristenpakje of een fitnessuniform. In de zomer kan men de VT nog het best herkennen: hij staat in de tuin in een minuscuul zwembroekje of dito shortje, met ontbloot bovenlijf. De ST is in die outfit alleen te zien aan de rand van het zwembad, terwijl de PT dat reserveert voor zijn jaarlijkse vakantie in Torremolinos of eventueel om te zonnebaden op de plastic tuinstoelen. Maar zeker niet om in de tuin te werken.

Wat tuinmateriaal betreft heeft de PT bepaalde voorkeuren die voor de buitenstaander misschien snobistisch kunnen lijken, maar die veeleer het kenmerk zijn van de echte ambachtsman. Hij zweert b.v. bij zijn oude spade en zijn verweerde hark, die hij dan ook met zorg behandelt en na gebruik altijd oppoetst en voor de winter insmeert met olie. Voor de rest munt hij uit in vindingrijkheid. Zo zal hij b.v. een oude naaimachine ombouwen tot gazonkantmaaier. Verwarmingsbuizen zijn ideaal om bonen te leiden, betonwapening als steun voor de tomaten, stukjes spiegel kunnen dienen als vogelschrik, enz.

De VT herkent men ondermeer aan de spade en de riek die winter en zomer ergens in de tuin rondslingeren, tot grote financiële vreugde van de tuincentra die hem elk jaar een nieuwe spade kunnen verkopen. En verder aan alle mogelijke en onmogelijke gadgets waaraan je nooit zelf zou hebben gedacht, maar die onmisbaar lijken zodra je ze in het tuincentrum hebt gezien. Zoals bijvoorbeeld speciale sandalen met pinnen, die je onder de schoenen moet binden om er het gazon mee te belopen om dit te verluchten. Nadat je bij het eerste gebruik in het gras bent blijven steken, berg je ze veilig op en gebruik je ze nooit meer. Of een draagbaar zitbankje waarin je ook alle tuinmateriaal kan meenemen. En uiteraard aan de zitmaaier waarmee de VT wekelijks de raarste kuren moet uithalen om hem op het gazon gekeerd te krijgen. Heel populair in deze kringen is ook het 'flexibel tuinmateriaal': een steel waaraan men verschillende werktuigen kan vastklikken. Dat is inderdaad handig, maar de helft van dat materiaal gebruik je nooit.

Uiteraard kent de ST zijn klassiekers, hoofdzakelijk afkomstig uit Engeland - Gertrude Jekyll, Vita Sackville-West, Christopher Lloyd, Rosemary Verey en Penelope Hobhouse... Ook figuren als de Hollanders Elisabeth de Lestrieux en Van der Horst en recentelijk Piet Oudolf of de Fransman Gilles Clement behoren - zij het slechts in tweede orde - tot zijn of haar referentiekader. En wie echt mee wil zijn, dweept met Russell Page, Alexandre Chemetov, Roberto Burle Marx, Derek Jarman... Ook al heeft hij/zij daarvan nog nooit iets gezien of gelezen, maar er al wel eens iets over gehoord.

Uiteraard heeft hij/zij de tuinen van Sissinghurst, Hidcote, Villandry, Monet, Les Moutiers, Het Loo, het Parc Citron, enz. bezocht. Uiteraard is hij/zij lid van de Belgian Flower Arrangement Society, de Belgische Dendrologische Vereniging, de Vrienden van de Roos, de Vrienden van het Arboretum van Kalmthout, de vzw Open Tuinen/Jardins Ouverts, enz., en misschien zelfs van de Royal Horticultural Society. Uiteraard bezoekt hij/zij elk jaar de tuindagen van Beervelde, Hex en Celles - "al zijn die niet meer wat ze ooit waren" - en zo mogelijk ook die van Courson in de buurt van Parijs en natuurlijk Chelsea, de jaarlijkse hoogmis voor al wat in Groot-Brittannië en ver daarbuiten naam en faam heeft op tuingebied. Zoals een mohammedaan minstens één keer in zijn leven naar Mekka moet reizen, zo moet de tuinsnob minstens één keer naar Chelsea. En liefst een paar keer.

En uiteraard is hij/zij geabonneerd op bladen als Gardens Illustrated, Tuinen van Eden, World of Interiors, Seasons... Terwijl in de boekenkast of op de leestafel 'Tuinen in België', 'Gardens of the Riviera', 'Les Jardins de Normandie', enz. prominent aanwezig zijn. Misschien zelfs een facsimile van de rozenboeken van Redout. Wellicht ook een paar boeken van de Engelse voorgangers als Jekyll, Sackville-West, Monty Don en consorten. En, wie weet, zelfs 'Buiten de Perken' van Romke van de Kaa "van wie ze al zo veel hebben gehoord".

De PT daarentegen kijkt naar de tuinprogramma's op de TROS en VTM, of op de een of andere regionale omroep. Hij is - als hij in West-Vlaanderen of Limburg woont - wellicht actief lid van het 'Werk van de Akker' en - in de andere provincies - passief lid van de Landelijke Gilden van de Boerenbond. Is hij bediende, ambtenaar of onderwijzer, dan is hij misschien ook lid van Velt, de vereniging van biologische tuiniers.

Tuingoeroes heeft hij niet zo meteen, daarvoor is de PT te nuchter. Maar hij/zij leest wel graag de tuinpagina's in Onze Tijd en Libelle of in De Streekkrant. En misschien is hij/zij zelfs geabonneerd op een tuinblad, genre Groei & Bloei of Bloemen & Planten.

In plaats van Beervelde of Courson bezoekt hij een of meerdere van de tuinbeurzen die vandaag de dag samen met haast elke handelsbeurs in elke grote stad worden gehouden. En als hij al eens een tuin bezoekt, dan is dat ter gelegenheid van het Opentuinenweekend van de Landelijke Gilden eind juni. Ook de Vlaamse Toontuinen in Hoegaarden en het Hollandse Keukenhof zijn populaire bestemmingen voor groepsreizen.

De idee voor deze artikelenreeks en ook heel wat inspiratie vond ik in een schitterend en bijwijlen hilarisch boekje over snobisme in de tuinwereld : 'Yew & Non-Yew, Gardening for Horticultural Climbers' van de Britse journalist James Bartholomew (Uitg. Century Books, London, 1996).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234