Zaterdag 02/07/2022

Knieval van een nar

Anne de Graaf / Foto's Filip ClausAan de grenzen van de humor

Hij bedoelde het anders, cabaretier Patrick Timsit. Nooit beweerde hij dat 'mongolen garnalen zijn, waarvan alles deugt behalve de kop'. Dat deed zijn typetje. Pardon, oreerde hij woensdag voor de Parijse rechter. De acteurs van Le huitième jour aanvaardden het excuus, een verzoening op de planken volgt. De nar en het voorwerp van zijn spot verenigd.

Hij heeft iets van een gnoom, de man op de eerste rij in het Tribunal de première instance van Parijs. Een portie Quasimodo, de gebochelde klokkenluider van Notre Dame, en een portie Jean-Baptiste Grenouille, de neuzende dwerg uit Süsskinds Het parfum. Patrick Timsit, de cabaretier met de rug naar de zaal. In een omgekeerde wereld: de nar voor schut gezet door een publiek dat zich zijn slachtoffer noemt. Veertig kinderen met het syndroom van Down, onder wie Gouden Palm-winnaar Pascal Duquenne, met de bus overgekomen uit België.

Nooit stond een clown zo dicht bij het voorwerp van zijn spot. "Het spijt me jullie hier te moeten zien", probeert hij. Te laat is het voor een compromis: de acteurs willen met Timsit de controversiële cassette bekijken, onder het oog van vrouwe Justitia. Hun woede is getemperd: het origineel is uit de handel, maar de Franse zender Antenne 2 heeft de tekst een maand geleden toch nog uitgezonden. Kwade wil? Timsit heeft 's ochtends zijn spijt betoond op de commerciële zender RTL, hij zou het nooit meer doen. Maar in één adem maakte hij reclame voor zijn nieuwe film, waarin hij andermaal mensen ridiculiseert. Niet genoeg, oordelen Pascal Duquenne en de zijnen. Een publiek excuus lijkt de enige uitweg. Timsit kijkt om zich heen, peilt de koorts in de zaal, het narrendom achtervolgt hem. De cabaretier verwelkomt gegniffel om zijn grimassen, vraagt in een zakelijke opwelling zijn raadsman om de cassette uit 1992, zijn bewijs, langer te laten spelen op het televisietoestel. Bewust: de mensen van Le huitième jour moeten zien dat niet hij maar zijn typetje, de garagehouder-chirurg, hen voor garnaal versleet. Hij wil dat ze het begrijpen. Eindelijk.

Een jonge Timsit spreekt op de videocassette, in smoking. Het publiek op het bandje bulderlacht, maar in de gerechtszaal blijft het stil. Geen van de magistraten vertrekt een spier als de cabaretier de gynaecoloog speelt die gordijnen opent.

Schichtig blijft Timsit de toeschouwers bespieden. Ineengebogen aanhoort hij het vernietigend pleidooi van advocaat Gilbert Collard, die hem lafheid verwijt. "In niets is uw humor vergelijkbaar met die van Molière, zelfs Chaplin deed het beter. U verdient dezelfde behandeling als de jongeren in Aix-en-Provence die 'voetbalden met een mongool' door hem te overrijden met een bestelwagen. U verdient een assisenzaak. Uw humor is onterend, verpletterend. Ik dank u voor uw aandacht."

Timsit knarsetandt, maar hij kent de instructies: hij moet zwijgen. Hij gedoogt het pleidooi van zijn eigen advocaat, die de tegenpartij grotendeels gelijk geeft. "Natuurlijk zijn mongolen mensen zoals u en ik. Dat heeft mijn cliënt net willen zeggen, het zijn zijn beste vrienden. Het garnalenconflict berust op een malentendu, een misverstand. Mijn cliënt werd verkeerd begrepen."

Dan veert de clown op. Het volk kijkt, de nar hervindt zijn ego. "Ja, ik vraag pardon." De ogen weerkaatsen spot.

"Niet op die toon", snauwt een moeder. "Oprecht zul je je verontschuldigen."

"Ik ben zoals ik ben, ik spreek zoals ik spreek. Ik ben een cabaretier, ik kan de grenzen van humor niet verleggen, dat zou betekenen dat ik het genre aan banden leg, dat ik de anderen muilkorf. Dat mag u van mij niet verwachten."

"Vergeef me."

Waarvoor?", vraagt de Nederlandse satiricus Wim de Bie zich af. In 1995 beeldde hij een mongool uit die zich met zijn vader, Kees van Kooten, ging aanbieden om zijn handicap te verzilveren. Vreemd: het duo bewoog zich toen niet in de eenzaamheid van een cynisch universum. Sterker nog, Nederland viel het bij. "Er was een mongolenhype. Die mensen werden plots overgecommercialiseerd. Wij sloten daarbij aan. Dat is toch je taak als satireschrijver?"

ça passe, ou ça ne passe pas, het kan ermee door of niet, nuanceert Timsit in zijn mea culpa, refererend aan optredens waarin hij ongehinderd zijn eigen joodse herkomst hekelde.

Bij Koot en Bie passeerde het, bij hem niet. Geluk? Voor een deel, betoogt De Bie, want de code was duidelijk, de kijkers hadden het door. "We speelden de mongool, we lachten hem niet uit. Iedereen doorzag de dubbele bodem. We kregen zelfs bijval uit de hoek die we viseerden, van de mongolen. Ouders gaven toe dat het te ver ging: al die mongolenschilderijtjes, -theatertjes en -gezelschapjes. Het leek wel of de entertainmentbusiness niet meer zonder hen draaide. Er kwam inflatie op. Wij zijn op de rem gaan staan."

Vindt u het nodig dat mensen die dagelijks bespied worden, zich ook nog eens moeten laten uitspuwen?", vraagt de advocaat uit Marseille, Gilbert Collard, in zijn retorisch pleidooi.

"Je lacht met alles, maar niet met om het even wie", fluistert Huguette, moeder van Pascal Duquenne in de zaal. Chantal Thibaut, moeder van de vijfjarige Thomas, treedt haar bij. "Deze kinderen hebben een sentimentele intelligentie waar wij niets van begrijpen. Thomas voelt als geen ander mijn droefheid, hij pakt me vast zoals geen ander. Hij is in mij. Die sensibiliteit maakt hem en de andere trisomiques 21 (lijders van het syndroom van Down) gevoeliger, poreuzer voor de blikken van de buitenwereld. Thomas verdraagt dat ze plezier maken rond hem, om hem, maar de grenzen die hij trekt zijn angstvallig precies. Eén centimeter te ver en hij breekt."

De Bie: "Ik vind dat je met alles en iedereen mag lachen, zolang de dubbele bodem duidelijk is. Ik heb de sketch niet gezien, maar die Franse cabaretier had zijn excuses helemaal niet hoeven aan te bieden. Net zomin als hij die cassette uit de handel hoeft te nemen. Alles kan, zolang het doorzichtig is."

Doorzichtigheid die het publiek blijkbaar parten speelt. Hoewel: Walter Baele, beter bekend als Rosa Vermeulen, ziet in het niet doorgronden van het typetje, de vereenzelviging met het personage, net het grootste compliment. Hij kreeg het toen Rosa fictief ging trouwen met een jonge Italiaan. In Erpe-Mere hadden veel inwoners de ster in tule in de bruidskoets voorbij zien komen. Ondanks spectaculair cameravertoon en aanrukkende schminkploegen kwamen fans op Rosa afgestormd met dure slacentrifuges en porseleinen duifjes. Huwelijksgeschenken voor het typetje dat een eigen leven was gaan lijden, en nu ging trouwen.

"Ik moest me inhouden om niet in lachen uit te barsten. De cadeaus waren bovendien helemaal voor Rosa. Je weet wel, van die aandoenlijke, frêle beestjes die elkaar kussen met versmolten snaveltjes. Nadien ga je wel als Walter Baele naar huis. Met de slacentrifuge. Ontroerend."

Dat het neerzetten van typetjes echt uit de hand kan lopen, ondervond Baele toen hij vorig jaar onbewust het bejaardentehuis in Ardooie op stelten zette. Baele speelde Rosa's vader, Aloïs, die in rusthuis Avondrust in Ardooie met een tweeloopsgeweer oefent op zijn kamer en een schot lost.

Een onvoorzien schoonheidsfoutje: in Ardooie is maar één rusthuis. En daar voelt men zich nog steeds aangesproken. Baele: "De bewoners hebben zich verenigd en zijn echt op zoek gegaan naar de kamer van Aloïs. Aloïs bestond, ze moesten en zouden hem vinden. De directeur is woedend. Een vrouw wil haar moeder niet meer naar het home sturen."

Een doorzichtige, dubbele bodem. Het lijkt het overlevingsmenu voor wie de satirische toer op gaat, los van de vraag of hij of zij kwetst of niet. Op voorwaarde dat die bodem glashelder is; zoals op 1 april er altijd wel individuen blindelings in het zotste verhaal trappen.

Een soortgelijk misverstand overkwam Baele nadat hij in de huid was gekropen van de brandstichter van de Kalmthoutse heide. Tientallen Kalmthoutenaren belden de pompiers. 'Hij is op tv, pak hem, snel', waarschuwden ze. Het was hen ernst.

Frankrijk en Nederland lijken toleranter te zijn. Daagde een Franse vader Timsit voor de rechtbank, dan waren op het proces in Parijs nagenoeg geen Franse ouders aanwezig. Timsit slaagde er zelfs in advocaat Leclerc, de voorzitter van de Franse Liga van de Mensenrechten, aan zijn zijde te krijgen.

"Timsit verfoeit in zijn sketch het soort mensen dat met mongolen lacht", riep de pleiter door de rechtszaal. "Hij maakt een karikatuur, waarin hij de chirurgenstiel hekelt. De arts die op zoek is naar onderdelen zoals een garagehouder, en onderweg komt hij terecht bij de mongolen. Juist het omgekeerde van wat hij zegt is waar.

"Hij staat aan uw zijde. Alleen: u begrijpt het niet. De critici lauwerden hem, hij is de verdediger van de minderheden. Timsit kreeg de felicitaties van Yasser Arafat voor de fijngevoelige manier waarop hij de Arabieren had aangepakt."

"Timsit is mijn copain", vat de Vlaamse cabaretier Geert Hoste samen. "Die heisa rond dat ene zinnetje is uit de context gelicht. Bekijk het zo: wie een vergrootglas op een naakt van Rubens legt, ziet altijd pornografie. Timsit mag nog van geluk spreken dat hij Gaia niet op zijn dak krijgt, als hij beweert dat het hoofd van garnalen niet deugt. Trouwens, die hele film Le huitième jour was om mee te lachen. Dat heb ik zelf gezien in de zaal. Pascal Duquenne was komisch. Verder vind ik dat alles moet kunnen, maar daarom doe ik niet aan alles mee."

Misschien zit de finesse in de confrontatie, in het recht van antwoord van de geviseerde groep. Paul de Leeuw, niet meteen Nederlands subtielste humorist, bracht in zijn programma tientallen mongolen bij elkaar, onder wie zijn eigen nichtje Margrietje. De Leeuw trok bekken en niemand maakte bezwaar, het gebeurde diplomatisch. Het publiek bracht zelfs een ovatie.

"Het zit hem in de benaderingswijze", laat De Leeuw weten. "Ik maak dezelfde grappen als wanneer, pakweg, de minister-president voor me in de stoel zit. Pas als je mensen in hokjes duwt, loopt het mis. Toegankelijk zijn zonder neerbuigend te doen, daar komt het op aan."

Commercieel of niet, als alles meezit bedenken de acteurs van Le huitième jour dezer dagen met hun gewezen vijand een verzoeningsact, op de planken.

"Jullie trekken de krijtlijnen, ik voer uit. Dan weten we precies hoever we kunnen gaan", beloofde de cabaretier in de schijnwerpers van de Europese pers na het proces. De advocaten glunderden. Een conciliation, een proces zonder verliezers, onder zoveel mediabelangstelling, daar konden zij alleen bij winnen. Timsit reikte zijn tegenstrever de hand. "Ik vraag vergiffenis." Alleen de nar weet of hij het speelde. Of niet.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234