Maandag 26/09/2022

Konstantin Grcic

'Ik ontwerp niet voor de markt, ik ontwerp voor mensen'

Een vleugje humor, originaliteit, kwaliteit, functies aangepast aan onze leefgewoonten. Voor designer Konstantin Grcic is dat alles minstens even belangrijk als mooie vormen en kleurtjes. Bescheidenheid, precisie, veel aandacht voor de industriële productiemogelijkheden en de betaalbaarheid van een product kenmerken zijn heldere benadering van de ons omringende dingen. Een gesprek in Milaan met de toekomstige eregast van 'Interieur Kortrijk 2000'.

Er heerst een ongelooflijke drukte op Euroluce, de gespecialiseerde verlichtingsbeurs die elke twee jaar met de Salone del Mobile in Milaan samenvalt. We hebben een zitplaatsje gevonden op de stand van de Italiaanse verlichtingsproducent Flos, voor wie Konstantin Grcic zopas een reeks regelbare lichtprojectoren ontwikkeld heeft die op een erg laag voltage werken. Rustig kun je het er niet noemen. Maar Grcic concentreert zich geduldig op elke vraag, en in elk van z'n bedachtzaam geformuleerde antwoorden ligt het bewijs van een betrouwbare, pretentieloze intelligentie. Grcic (34) werd in 1997 door Achille Castiglioni voor het Duitse woonmagazine Architectur & Wohnen tot de interessantste designer van de jonge generatie uitgeroepen. Als de peetvader van het naoorlogse Italiaanse design zoveel hoop in je stelt, mag je terecht blaken van zelfvertrouwen. Maar dat is niet de stijl van Grcic (spreek uit gur-tsjietsj). De innemende Duitser van Joegoslavische afkomst is een en al bescheidenheid. Op het eerste gezicht misschien wat ernstig. Maar af en toe speelt een geamuseerde glimlach om zijn lippen, die het nodige gevoel voor humor, ironie en relativering doet vermoeden. Grcic begon naam te maken in het begin van de jaren '90 en behoort daarmee tot een generatie designers die grondig van haar excentrieke voorgangers uit de jaren '80 verschilt. "Wij moesten nooit vechten om onze ideeën aanvaardbaar te maken. Paradoxaal was het het moeilijkste voor ons om met de grote vrijheid overweg te kunnen. Beperkingen roepen automatisch een sterke reactie op. Maar vrijheid betekent dat je alle keuzen zelf moet maken. Voor ons bestond nooit een eng, vooropgesteld idee van wat design moet zijn."

Grcic wil geen wereldschokkende boodschappen brengen of controverses uitlokken. Hij zet zich ook niet af tegen het verleden. Hij concentreert zich op het ontwerpen zelf, op vernieuwende oplossingen, die meestal even onopvallend als briljant zijn. Soms lijkt design in zijn geval weinig meer in te houden dan een eenvoudige optelsom. Zo koppelde hij voor Cappellini het idee van een kleerhanger aan dat van een kleerborstel en kwam met een schitterende 'kleerhanger+kleerborstel' voor de dag. "Simple comme bonjour", zou Antoine de Saint-Exupéry hebben gezegd. Maar je moet er maar op komen.

De typische Grcic-geest en -logica zijn goed herkenbaar in zijn uitklapbare kapstok 'Hut Ab' voor Moormann. Die bestaat uit drie lange en drie korte houten stokken (een kruising tussen krantenstokken en bezemstelen), die op zo'n manier aan elkaar vastgemaakt zijn dat ze op een abstracte boomstructuur lijken. Je kunt er op de meest gevarieerde manieren hoeden en jassen aan vasthaken. Zijn 'Mayday'-lamp voor Flos is geïnspireerd op een banale looplamp, tot dusver een praktisch werktuig zonder meer, maar door Grcic als het ware heruitgevonden. 'Mayday' wordt geleverd met een kabel van vier meter en komt dus in allerlei noodgevallen goed van pas, maar doet het ook perfect als mooie bureaulamp. Telkens benadert Grcic bestaande functies en typologieën op een onverwachte manier. Hij toont hoe vertrouwde objecten op een volstrekt natuurlijke manier anders en beter kunnen zijn, zonder hun herkenbaarheid te verliezen. Of hij nu een stoffer & blik, een wasteil, een prullenmand (Authentics), een microgolfoven (Whirlpool), stoelen of tafels (Montina) ontwerpt, hij vertrekt nooit van de vorm, altijd van een verhaal. Een gewoonte die hij naar eigen zeggen oppikte bij Jasper Morrison, met wie hij korte tijd samenwerkte in 1989, vlak na zijn studie aan de Royal College of Art in Londen, en voordat hij zijn eigen studio in München oprichtte.

"Als student had ik er geen idee van hoe een ontwerpbureau werkte. Er hing voor mij een groot mysterie rond de figuur van de designer. Het fijne aan Jasper is dat hij zo toegankelijk en normaal is. Zijn bureau was klein, en er waren geen geheimen. Zijn benadering van design is natuurlijk erg verschillend van de mijne, maar toch was hij een belangrijk voorbeeld. Hoewel hij een duidelijk herkenbare, eigen vormentaal hanteert, vloeit die altijd voort uit een conceptueel denkproces. Zijn benadering is dus meer intellectueel dan formalistisch. Van hem heb ik geleerd dat design met een idee begint. Ik bedoel daarmee veeleer een verhaal dan een beeld. De vraag is niet zozeer hoe iets er moet uitzien, maar hoe iets moet voelen, hoe iets moet klinken, hoe comfortabel het moet zijn, hoe zwaar of hoe licht. Het initiële concept moet erg duidelijk zijn. De vorm, de technologie, de materialen komen pas later."

Waar komen die heldere, 'juiste' ideeën vandaan?

"Het zoeken naar een idee is een erg eenzame activiteit, die in alle stilte plaatsvindt. Design is teamwerk. Je werk altijd samen met anderen aan een project. Dat is het aangename eraan. Maar inspiratie vinden gaat aan dat teamwerk vooraf. Dat vergt heel veel concentratie. Je verzamelt allerlei codes en stukjes informatie op straat, in de bioscop, in cafés, en je slaat die ergens op in je geheugen. Maar het is erg moeilijk om die informatie weer op te roepen om ze toe te passen op een probleem dat je wilt oplossen. Ik doe dat altijd in de beslotenheid van mijn studio, omringd door vertrouwde dingen, veilig tussen mijn vier muren. Elke abstract idee is erg kwetsbaar en kan heel gemakkelijk breken. Ik hou er niet van om een idee 'in de groep' te gooien. Er is altijd wel iemand die het opraapt en het op zo'n manier naar je terugslingert dat het breekt. Ik wacht altijd het moment af waarop ik vind dat een idee echt veilig is. Dan bespreek ik het eerst met mijn zus. Vanaf dan kunnen we samenwerken met derden.

"Ik weet niet waar inspiratie precies vandaan komt. Van reizen, boeken, dingen die je ziet, het werk van andere designers, architectuur, kunst...maar al die stukjes als een puzzel in elkaar passen, daar ligt de kunst. Daarin speelt ook persoonlijkheid een rol. De inspiratie zelf is wellicht vaak dezelfde. We leven in een wereld waarin iedereen toegang heeft tot dezelfde informatiebronnen. Maar wat je ermee doet is verschillend. In dat opzicht werk ik heel anders dan Jasper Morrison, of Ron Arad, of Philippe Starck. De 'Mayday'-lamp die ik twee jaar geleden voor Flos ontwikkelde was wellicht mijn meest persoonlijke project voor dat bedrijf. Dit jaar presenteren we technische lampen waarin mijn persoonlijke signatuur veel minder zichtbaar is. Maar de ervaring en het leerproces waren voor mij erg belangrijk. Ik moest nauw samenwerken met ingenieurs om de technische problemen op te lossen. Ik hou van het resultaat, al zijn 'Hertz' en 'Magnum' wellicht geen producten waar de pers veel aandacht aan zal schenken. Het succes van de lampen zal afhangen van de gespecialiseerde markt, die er een goede oplossing in zal zien."

In welke mate bepaalt verkoopsucces of je als designer nieuwe contracten krijgt?

"Een bedrijf als Flos werkt met een heel beperkt aantal designers. De bedoeling is dat de samenwerking jaren duurt. Dat is ideaal. Ik hoef me weinig zorgen te maken, zelfs als deze projecten zouden floppen. In de vier jaar dat we al samenwerken heeft het bedrijf enorm veel kennis in me geïnvesteerd. Het zou dom zijn als ze me nu lieten vallen. Dat is geruststellend en erg belangrijk. Het is iets waar designers het onder elkaar vaak over hebben. In het verleden had ik enkele pijnlijke ervaringen met andere bedrijven die één project met je doen en dan niets meer, zodat je helemaal opnieuw moet beginnen. De beste projecten komen pas tot stand als het echt goed klikt tussen een bedrijf en een ontwerper. Er moet een sterke persoonlijke relatie tot stand komen en dat vraagt wat tijd. Een eerste project is zelden echt goed. Meestal duurt het drie tot zelfs vijf jaar voor je elkaar helemaal begrijpt." Sommige ontwerpers lijken zich tegenwoordig meer te concentreren op marktstrategieën dan op het ontwerpen zelf. Iedereen heeft het over de globalisering. Hoe staat u daar tegenover?

"Ik weet dat Flos bijvoorbeeld lampen verkoopt in Japan en Zuid-Amerika, maar ik zie niet in hoe ik daar een strategie rond zou kunnen ontwikkelen. Ik vind het idioot om een lamp te ontwerpen voor een bepaalde markt. Het lijkt me juister om een lamp te ontwikkelen voor mijn zus. Als zij die lamp nodig heeft, dan zal er ook wel een Japanner zijn die ze nodig heeft. Designers begaan een grote fout als ze het hebben over markten, consumenten of doelgroepen. Ik kan alleen dingen ontwerpen voor echte mensen, mensen die ik ken. Globalisatie heeft te maken met infrastructuren, internet, containers die verscheept worden naar de andere kant van de wereld. Als je in functie daarvan iets probeert te ontwerpen, ben je gedoemd te falen."

U hebt een erg praktische opleiding tot meubelmaker gevolgd, aan de John Makepeace School for Craftsmen, voor u aan de Royal College of Art ging studeren. Hoe beïnvloedt dat uw keuze van materialen?

"De keuze van materialen wordt in 90 procent van mijn projecten bepaald door het industriële productieproces. Bij elk project bestaan een aantal voorwaarden vooraf, die bijvoorbeeld te maken hebben met de prijs. Ik heb geen voorkeur voor een bepaald materiaal. Maar ik vind het wel belangrijk om materialen echt te begrijpen. Ik haat het om een materiaal te forceren, het te dwingen om iets te doen wat het normaal niet doet. Naar mijn gevoel zijn de mooiste dingen gemaakt van één materiaal. Ik hou niet van een mix van te veel materialen in één object. De mooiste stoel is alleen van hout gemaakt, of alleen van metaal."

Welke rol moet design vervullen in het alledaagse leven?

"Een zeer belangrijke rol, durf ik te hopen. Het moet de levenskwaliteit verbeteren. Al wil ik daar zeker niet moralistisch over doen. Ik hoef de mensen niet te vertellen hoe ze hun leven kunnen verbeteren. Ze moeten zelf kiezen. Ik moet er alleen voor zorgen dat alles wat ik produceer inspeelt op een alledaagse situatie. Ik probeer dus alledaagse verhalen te vinden, het verhaal van mijn zuster bijvoorbeeld. Alledaagse behoeften ontdekken en een mogelijke oplossing voorstellen. Dat is design."

Moet een product een bepaalde ethiek hebben?

"Dat is erg persoonlijk. Ik wil daarover niet preken. Ik hou niet van projecten die je overduidelijk de les willen spellen door te zeggen: ik ben het goede product, milieuvriendelijk, politiek correct... Dat is pretentieus. Ik draag uiteraard een verantwoordelijkheid omdat ik op deze planeet leef en omdat het ook voor toekomstige generaties de moeite waard moet zijn om hier te leven. Maar dat wil ik niet opblazen. We gebruiken het woord design nog maar zo'n honderd jaar. Maar design bestaat al veel langer. In de Oudheid ontwierpen de Egyptenaren al stoelen. Ze werden geen designers genoemd, maar ze hielden zich beslist ook aan een bepaalde ethiek over de kwaliteit van de producten die ze wilden maken. Niet dat dat dan werd uitgedrukt in termen van recycleerbaarheid en zo, maar ik wil maar zeggen, iemand die ernstig en intelligent is, is zich vanzelfsprekend bewust van zijn verantwoordelijkheid en streeft kwaliteit na: een kwaliteit van ideeën, van materialen, van het maken, van gebruik..."

Kunt u iets verklappen over de projecten waaraan u momenteel werkt?

"Ik werk aan een heel goedkope pen, bijna een wegwerppen. Het is een heel mooi project omdat iedereen het nodig heeft en het zich ook onmiddellijk kan veroorloven. Je hoeft niet te dromen dat je op een dag voldoende geld zult hebben om het te kopen. Je kunt het onmiddellijk hebben als je er zin in hebt. En uiteraard begin ik ook te werken aan mijn tentoonstelling in Kortrijk in oktober. Omdat ik de eregast ben, krijg ik extra veel ruimte. Die wil ik zeker niet gebruiken om een soort museum van mijn werk voor te stellen. Ik wil een statement maken, de ruimte gebruiken als een speelterrein voor enkele ideeën die ik heb. Misschien gebruik ik een of twee van mijn bestaande ontwerpen, maar ik heb vooral zin om een installatie te ontwerpen, om de tentoonstelling als een project op zich te zien. Het wordt echt leuk!"

Christelle Méplon

designer Konstantin Grcic

1965: geboren in Duitsland '85-'87: John Makepeace School for Craftsmen in Wood '87-'90: Royal College of Art in Londen 1990: werkt in het ontwerpbureau van Jasper Morrison 1991: richt een eigen studio op in Munchen 1997: verkozen door Achille Castiglioni tot 'Young Designer of the Year' voor het Duitse magazine 'Architektur & Wohnen' 1997: 'Design Plus Award' in Frankfurt en 'Industrie Forum Design Award' in Hannover 1999: 'Modernism Young Designer Award' van het Brooklyn Museum of Art in New York 1999: wint wedstrijd uitgeschreven door Canary Wharf in Londen voor het ontwerp van een klok op Nash Court. 2000: eregast Interieur Kortrijk

Ontwerpen voor SCP, Cappellini, Montina, Authentics, Driade, Nils Holger Moormann, ClassiCon, Flos, Wireworks, Carpet Concept, iitala, Zeritalia, Jab Anstoetz, Porzellan-Manufactur, Agape, Nymphenburg, enzovoort.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234