Woensdag 05/10/2022

Kooien zijn niet aan mij besteed

Delphine Boël kan niet leven zonder haar kunst. ‘Ik moet mezelf beschermen tegen de werkelijkheid, en dan vooral tegen de onrechtvaardigheid die er integraal deel van uitmaakt.’ Toch werkt ook de fantasiewereld niet altijd met haar mee. ‘Sprookjes over prinsen en prinsessen kan ik niet horen. U begrijpt waarom. Of u begrijpt het niet. Gelukkig heb ik van mijn vader een gezond gevoel voor humor geërfd.’

Haar atelier is een aanhangsel van haar huis. Soms, zoals nu, lijkt het omgekeerd, want de afgelopen weken is haar lichtrijke woning langzaam maar zeker in een aanhangsel van haar atelier veranderd. Die territoriale uitbreiding van de kunst heeft een reden. Op zaterdag 15 augustus zullen vzw Ronde Tafel Deinze 84 en Guy Pieters Gallery in Knokke-Zoute honderd genummerde en gesigneerde zeefdrukken van de kunstenares aanbieden voor het goede doel. En er is ook een tentoonstelling. Het zijn die kunstwerken die elke dag meer leefruimte in beslag nemen. Sommige doeken zijn op een schildersezel bevestigd en wachten nog op the final touch van de artieste, andere staan in de gang op de grond, met hun voorkant naar de muur gekeerd. Tussen de felgekleurde zeefdrukken die voor de tentoonstelling bedoeld zijn, bevindt zich nog veel work in progress. Dat werk kent verschillende vormen, texturen en formaten. Het gaat van klein tot monumentaal. Van beschilderde en met crêpepapier beplakte doeken en collages tot sculpturen allerhande. Van objecten in papier-maché tot een stoel die van poot tot zitvlak is ingepakt met pastelkleurige katoenen slipjes. De kleuren van de Belgische vlag zijn in deze omgeving opvallend aanwezig, net als de im- en expliciete verwijzingen naar het koningschap. Een ingelijst doek met de rode letters FUCK trekt de aandacht.Delphine Boël: “Dit is echt mijn allernieuwste werk, ik ben er nog volop mee bezig. Maar u ziet het: ik heb met FUCK exact hetzelfde gedaan als Robert Indiana, de Amerikaanse popartkunstenaar, in de jaren zestig met het overbekende vierletterwoord LOVE. Kortom: ik gebruik voor mijn vierletterwoord dezelfde letterkast als hij destijds voor het zijne. Net als hij stapel ik mijn eerste twee letters op de daaropvolgende twee. En waar Indiana de letter O naar rechts laat kantelen, helt bij mij de U op identieke wijze over. Slechts vier letters, een totaal andere wereld.“Mijn nieuwe serie rond het woord FUCK is in geen geval pure provocatie. Ik zou nooit met louter en alleen het vloekwoord fuck een kunstwerk maken. Er zitten meerdere lagen achter wat ik doe, zo ook achter deze keuze. De term fuck heeft immers een betekenis die ik, als artieste met mijn achtergrond en mijn specifieke taal, niet kan en kon laten liggen. Het is een vriend, een New Yorkse fotograaf, die me op de wel zeer toepasselijke etymologie van fuck heeft gewezen. En die, door die opmerking, mijn creatieve brein in werking heeft gezet. Een van de hardnekkigste verhalen over de ontstaansgeschiedenis van deze term luidt namelijk dat de letters de afkorting zijn van het begrip Fornicate Under Consent of the King. Ja, lacht u maar, maar het is waar. Toen in de middeleeuwen veel Engelse steden geteisterd werden door de pest probeerden de bewindvoerders de ziekte zoveel mogelijk binnen de perken te houden. Dat kon alleen door het interrelationele verkeer tussen de inwoners onder controle te houden. Het verhaal heeft verscheidene versies. Volgens de ene versie moesten koppels die tijdens deze pestepidemie een kind wilden verwekken daarvoor de toestemming vragen aan de koning. Volgens de andere versie, en die lijkt logischer, wilde de koning de steden weer vruchtbaar en jong doen lijken, en riep hij daarom koppels op om kinderen te maken. In elk geval, hij gaf die stellen officieel de toestemming voor het voltrekken van de daad. Zodra ze die toestemming verkregen, moesten ze het bewijs daarvan aan hun huis afficheren. Dat bewijs bestond uit een plakkaat met daarop de gezegende woorden: Fornicate Under Consent of the King, oftewel FUCK. Met andere woorden: ontucht met toestemming van de koning. Isn’t that funny? Gezien mijn situatie, en mijn voorkeur voor statements?“Afijn. Het zogenaamde F-word - die preutse uitdrukking klinkt vreselijk - heeft vele, al dan niet plausibele, etymologische betekenissen. Het is hoogstonwaarschijnlijk dat de koning ooit echt zijn toestemming voor copulatie heeft gegeven, maar het broodjeaapverhaal houdt wereldwijd stand. Blijkbaar valt de geboorte van het woord niet gemakkelijk en niet eenduidig te traceren.“Toch wil ik een en ander nuanceren. Want alleen de voorgaande etymologische betekenis volstond natuurlijk niet als drijfveer voor mijn werk. Het is dat the king via dat woord in mijn taal is geslopen en mij ook daar achtervolgt. Voor mij is fuck immers geen taboewoord. Integendeel, het is een term die tot mijn vaste vocabularium behoort. Als iets me niet aanstaat, of als ik verontwaardigd ben over het een of het ander - en dat gebeurt nogal vaak -, dan zeg ik toch zeker niet merde. Dan roep ik fuck. Elke dag.“Ik heb het grootste deel van mijn leven, 29 jaar lang, in Londen doorgebracht. Ik denk en droom in het Engels, en dus vloek ik ook in het Engels. Ik ben een Britse artieste. Daarmee bedoel ik dat ik gevormd ben door Britse kunstenaars, en dan vooral die van mijn generatie. Tracey Emin, Damien Hirst, Jake en Dinos Chapman, alias the Chapman Brothers. Die kunstenaarsgroep, hun specifieke, taboedoorbrekende, conceptuele schilderstaal heeft mij sterk beïnvloed. De groep, die pakweg vijftien jaar geleden is doorgebroken en toen door de media de Young British Artists werd genoemd, is niet voor niets spraakmakend. Ze hebben de algemene visie op kunst veranderd en de gevestigde denkpatronen dooreengeschud.“Herinnert u zich de rottende koeienkop van Hirst, omzwermd met vliegen? En de etalagepoppen van het kunstenaarsduo Jake en Dinos Chapman? Hun mannequins uit kunsthars en glasvezel met neuzen in de vorm van een penis en oren als vagina’s? Vooral Tracey Emin bewonder ik zeer. Ze is internationaal doorgebroken met haar werk My Bed, u weet wel, waarvoor ze tien jaar geleden een nominatie voor de prestigieuze Turner Prize kreeg. My Bed bestaat uit een tweepersoonsbed dat bedekt is met vuile lakens, waarin condooms liggen, en volle asbakken, waarin ondergoed te vinden is, ergens tussen de resem lege flessen. In dat bed vrijt Emin openlijk met taboes: ze refereert aan haar abortussen, haar losbandige seksleven, haar ‘aanleg’ voor sterke drank, haar ernstige geflirt met zelfmoord… Allemaal onderwerpen waarover men in de maatschappij niet echt geacht wordt openlijk en in concrete bewoordingen te spreken. Allemaal thema’s die men liever onder de mat veegt.“Mijn FUCK-doeken zien er, ondanks de ernst van de vloek, heel vrolijk uit. De doeken zijn met crêpepapier beplakt. Omdat ik me nog heel goed herinner hoe mijn ouders op het strand van Knokke bloemen van crêpepapier maakten. Voeg het gebruik van dat crêpepapier bij de betekenis van het vierletterwoord, en het werk overstijgt elke vulgariteit. Ik kan niet zonder dat speelse element. Ik moet een kwinkslag kunnen geven aan alles wat ernstig en deprimerend is. De materialen waarmee ik werk, zijn nooit toeval, evenmin als de texturen ervan. Altijd gaat er iets kinderlijks of kitscherigs in mijn kunst schuil. Kijk naar de glitter, het crêpepapier, zelfs mijn handschrift doet kinderlijk aan. Ze hebben me nooit op dyslexie getest, maar ik ben er zeker van dat ik dyslectisch ben. Als ik schrijf en lees, haspel ik alle letters door elkaar. Dus ook dat schrijven heeft, op een onbewuste manier, nog altijd een kinderlijke kant.“Het merkwaardige is dan weer dat ik de laatste jaren meer en meer letters in mijn werk ben gaan betrekken. Zelfs al schrijf ik ze, volgens de regels van de spelling, soms fout neer. Kijk hier, naar deze aan elkaar gevlochten schriftuur in vrolijk neonlicht. Als ik het licht aansteek, lees je het feestelijk ogende, bloedserieuze en oprecht gemeende opschrift ‘This system is corrupt, be happy’. Dat werk, deze neonverlichting, heb ik in een beperkte oplage gemaakt. En weet u wat ik beangstigend vind? Dat alle exemplaren verkocht zijn, en dat ze allemaal, stuk voor stuk, door artsen zijn gekocht. Wat denkt u daarvan? Ik denk daar het mijne over. Ik leid eruit af dat de medische wereld zelf wel bijzonder corrupt moet zijn. Zo denk ik dat de medische wereld, die uiteraard ontzettend veel goed werk verricht, anderzijds ook bewust bepaalde afdoende medicijnen en behandelingen niet op de markt brengt. Omdat zieke mensen voor de geneeskunde nu eenmaal meer geld opleveren dan gezonde.”

Dat is weer een statement dat kan tellen.

“Ik kan niet gewoon doen alsof er niets aan de hand is. Ik kan niet eens naar het journaal kijken, weet u dat? Ik wind me te veel op. Ik kan al die hebzucht in de wereld niet aan, en ik verdraag zoveel ellende niet. O, natuurlijk weet ik dat er mensen zijn die zullen zeggen: ‘Die heeft het gemakkelijk, als kind van adel. Die heeft nooit armoede gekend’. Neen, materiële armoede heb ik niet gekend. Maar mag ik het op andere vlakken misschien doodgewoon moeilijk hebben? Waarom maak ik de kunst die ik maak? Waarom maak ik statements? Omdat ik iets wil en moet doen met de woede, de opstandigheid en de onvrede in mij. Omdat ik een hoogst eigen verhaal te vertellen heb. Omdat ik meen het talent te hebben om daar creatief mee om te gaan. Omdat ik zonder mijn kunst niet zou kunnen leven. Als ik geen artieste zou zijn, was ik misschien psychologe geworden. Al had ik voor dat beroep destijds beter moeten presteren op school. (lacht)”

Waarom psychologe?

“Ik heb het als tiener zwaar te verduren gehad. Ik vocht tegen alles wat zich aandiende. Ik zat helemaal vast en ik besefte dat ik de knopen van mijn leven nooit alleen zou kunnen ontwarren. Op mijn dertiende ben ik naar een psychologe gegaan, en die vrouw ben ik zeer dankbaar. Ze heeft me geholpen om mezelf te leren kennen. Iets wat de kunst me ook heeft bijgebracht, wat de kunst me nog steeds bijbrengt. Dat is wat kunst en psychologie met elkaar gemeen hebben: het afdalen van het ego.“De psychologe heeft me, om maar één voorbeeld te geven, geleerd om ‘neen’ te zeggen. Dat lijkt zeer simpel, maar iedereen die altijd maar ‘ja’ op alles antwoordt, weet hoe moeilijk het is en hoe bepalend die houding voor je leven kan zijn. De psychologe heeft me erop gewezen dat je leven er niet aangenamer op wordt als je altijd iedereen probeert te behagen. Je moet voor jezelf leren kiezen.“Tegelijkertijd voelde ik destijds, en een kind vóélt dat echt, dat er om me heen van alles gebeurde waarvan ik het fijne niet mocht weten. Uiteraard had de hele geschiedenis met mijn vader daarmee te maken. Net als het grote geheim waarin mijn, ons, hele leven was gehuld. Zoals algemeen bekend weet ik pas sinds mijn achttiende dat de huidige koning Albert mijn vader is, terwijl iedereen uit mijn naaste omgeving heel goed wist dat hij dat was. Als kind verdronk ik in de roddels en in de geheimen. Zeker als er bezoek uit België kwam, werd er naar hartenlust gezwetst. Maar hypocrisie werkt vreselijk verstikkend en ontregelend op een kind dat niets kan plaatsen en nergens van afweet. Mijn moeder heeft de psychologe meegedeeld wie mijn vader was. Dus zelfs zij kende de waarheid. Ik, die op haar sofa zat, wist van niets.“Mijn punt is: zelfkennis is het begin van wijsheid en geluk. Bovendien krijgt iemand die zichzelf goed kent beter inzicht in de ander, en ook dat helpt je in je leven alleen maar vooruit.

Uw kunst wordt altijd gerelateerd aan het koningshuis. Vanwege uw thema’s en vanwege uw afkomst.

“Ik ben nu 41. Op mijn tweeëntwintigste verliet ik, met onderscheiding, the Chelsea School of Art in Londen. Sindsdien ben ik dag in, dag uit met kunst bezig. Dat ik nu meen mijn eigen stem, mijn hoogstpersoonlijke manier van uitdrukken, gevonden te hebben is geen cadeau. Het is de oogst van lang en hardnekkig werken. Ik voel dat ik op een punt ben gekomen waarop mijn werken op zichzelf staan. Wie ik ben, doet er niet meer zo toe. Dat was vijf jaar geleden nog compleet anders. Ik ervaar meer en meer waardering. Dat is een overwinning en een opluchting. Niet dat ik naïef ben. Mijn werk en mijn persoonlijkheid zullen inderdaad altijd afgerekend worden op mijn afkomst. Nu ja, op mijn vader, van wie iedereen weet dat hij mijn vader is, hijzelf in de eerste plaats. En dus op diezelfde vader van wie bijna iedereen, hijzelf opnieuw in de eerste plaats, duidelijk stelt dat ze dat liever niet willen weten. Uiteindelijk kan ik ermee lachen. Ik kan ook hartelijk lachen met de cartoons die over deze hele saga gemaakt zijn. It’s a joke. Heel België weet dat dit alles een grap is. Het verbaast me alleen dat al die intelligente mensen daarbuiten gewoon mee lachen. Dat mag me verbazen, vindt u niet?”

Hoezeer is koning Albert II in uw privéleven aanwezig? In hoeverre heeft hij uw persoonlijkheid beïnvloed?

“Ik heb zijn gezond gevoel voor humor en zijn zin voor zelfrelativering geërfd, en daar ben ik blij mee, want het vermogen om de dingen grappig te vinden en als geestig aan te voelen maakt het leven er een stuk amusanter op. Voeg bij zijn gevoel voor humor ook nog de Britse onderdompeling, en het zal met mij wel goed komen. (lacht) Maar vanzelf is alles niet verlopen. Ik heb een flinke weg afgelegd, ook in mijn privéleven. Ik ben lang erg boos geweest. Als kind uitte dat zich vooral in een innerlijke strijd. Ik zei niet veel. Ik presteerde niet goed op school. Altijd kwam ik thuis met rapporten waarop de vermelding stond: ‘Ze kan beter’. Maar ik vond toen dat vooral de leerkrachten beter konden. Ik verveelde me. Ik droomde van hun levens, van wat ze thuis deden en zo. Al dat feitenmateriaal waarmee ze ons tijdens hun lessen opzadelden, kon me niet boeien. Ten onrechte, weet ik nu, maar ja. De school zoals ik die als kind heb ervaren was niet aan me besteed. Daar heb ik nu soms wel spijt van, dat ik geen diepgravendere, intellectuele opleiding heb genoten. Ik heb me een lange tijd onzeker gevoeld door dat gebrek aan verregaande algemene kennis. Een van mijn beste vriendinnen is in Tel Aviv gaan wonen. Net als ik is ze op zoek naar haar roots, zoekt ze naar haar eigen identiteit. Ik denk soms dat ik de internationale politiek van het Midden-Oosten beter zou kunnen begrijpen als ik niet alleen het kunstonderwijs had gevolgd. Ja, je kunt dit soort achterstand inhalen. Maar niet als je bent wie ik ben en je je liever, en uit pure zelfbescherming, in je eigen wereld afsluit. Solitude schurkt tegen soulitude aan. Daar, in de beleving van mijn innerlijke wereld, ligt mijn prioriteit. In mijn atelier voel ik me als een vis in het water.”

Een kind kan zich terugtrekken in het spel. U trekt zich terug in uw kunst. Maar niemand kan helemaal aan het echte leven ontsnappen.

“Ik denk dat ik me zelfs als kind al terugtrok in een vorm van kunst. Pas als ik kon boetseren en met verf bezig kon zijn voelde ik me goed. Maar het is uiteraard waar: je kunt niet je hele leven uitsluitend in je fantasiewereld doorbrengen. Op een dag ontmoet je mensen. Op een dag ontmoet je mannen. En ik bleek bijzonder boos op mannen. Altijd had ik problemen met vriendjes. Ik vertrouwde die kerels niet, ik testte ze uit: kijken hoe ver ik ze kon krijgen voor ze afhaakten. Altijd maar grenzen verleggen, met in mijn achterhoofd de zekerheid dat ze me op een dag zouden verlaten. Zoals mijn vader had gedaan.“Ik ben niet getrouwd met de vader van mijn kinderen, ik woon met hem samen. Mijn kinderen heten Joséphine en Oscar. Oscar naar de estheet Oscar Wilde, van wie ik een grote fan ben. Ik heb ook schoonheid rondom me nodig om te kunnen leven. Joséphine wordt zes jaar, Oscar moet zijn eerste verjaardag nog vieren. De wijze waarop ik met hun vader, Jim (O’Hare, MVDS), samenwoon en samenleef, is organisch gegroeid. We hadden niets gepland. Intussen voelt het wel alsof we man en vrouw zijn, zelfs al hebben we geen officieel papier. We werken hard aan onze relatie. We leven met het oog op de toekomst, we willen heel bewust en duidelijk samen verder. Maar dat is zo gegroeid, dat wist ik aan het begin van onze relatie niet. En het is erg goed zo. Op school vertelden de kindjes onlangs aan Joséphine dat haar papa de koning was. Dat heb ik toch moeten corrigeren. (lacht) Ik heb mijn dochtertje zo goed en zo kwaad als het kon uitgelegd hoe de vork in de steel zit. Maar ook voor haar is dat verwarrend, natuurlijk. Bovendien speelt ze zo graag de prinses in huis. Meisjes willen blijkbaar almaar meer prinsesjes zijn, met roze jurkjes en gelakte teennageltjes. Ik laat Joséphine haar spel, maar ik lees haar nooit sprookjes over koningen en prinsen en prinsessen voor. Ik wil dat niet. Ik kan het ook niet. Als ik aan zo’n sprookje begin, blokkeer ik. Erg is dat niet. Er zijn talrijke andere leuke en minder leugenachtige verhalen. De ‘prince charming’ bestaat niet. Je moet in dit leven in de eerste plaats jezelf weten te charmeren.“Jim heeft het met mij hard te verduren gehad. Ik kan ontzettend egocentrisch zijn. Dat is de dubbele aard van het beestje: ik ben én enig kind én artieste. Ik heb Jim vreselijk uitgedaagd. Vooral met vlijmscherpe woorden heb ik geschermd. Wat ik hem niet allemaal naar het hoofd heb gesmeten! Hij leed daaronder. Zijn pijn heeft me duidelijk gemaakt dat woorden wapens kunnen zijn en dat ik met mijn freedom of speech diepe wonden sloeg. Ik zag dat mijn reacties niet bepaald gezond waren. Maar het heeft me veel moeite gekost om mezelf in te tomen. Je krijgt bepaalde patronen niet zomaar uit je leven. Zelfs al ben je je ervan bewust.“Jim heeft me geleerd om minder egoïstisch door het leven te gaan, om rekening te houden met geliefde anderen. Het is door die persoonlijke evolutie dat ik in mijn artistieke werk meer en meer voor de integratie van het geschreven woord ben gaan opteren. Ik heb de kracht en de verantwoordelijkheid van scherpe woorden begrepen. Die bewustwording zet zich voort in mijn artistieke ontwikkeling. De twee zijn echt onlosmakelijk met elkaar verbonden. Jim, die een echte, superaardige gentleman is, is ook tijdens de zware crisissen altijd achter me blijven staan, tot mijn grote verbazing en ongeloof. En hij zegt het nog altijd: ‘She’s my girl’. Hij gelooft in mij. Dat geloof heeft me dan weer zelfvertrouwen, en vleugels, gegeven. Ach, Jim is een Amerikaan. Amerikanen hebben een haast bovennatuurlijke positieve ingesteldheid. Als zij iets willen, gaan ze ervoor. En Jim wil mij. Nog altijd. (lacht)”

Bent u bang voor het huisje-tuintje-keukensyndroom?

“Ik heb, denk ik, door mijn achtergrond een zwak voor gekwetste zielen aangekweekt. Voor mensen die hors catégorie zijn en van het gewone, voorspelbare pad afwijken. Voor mensen die durven en ook en vooral durven te twijfelen. Altijd voel ik me aangetrokken tot degenen die niets zeker weten. Als ik naar mijn vriendenkring kijk, die erg kosmopolitisch is, moet ik vaststellen dat daar geen ‘gewone’ mensen bij horen. Gewoon, in de zin van mensen die bewust voor huis, tuin en kinderen kiezen. Voor mij zijn deze vrienden geen excentriekelingen. Voor mij zijn zij de meest authentieke mensen die er bestaan.“Weet u, de dood beangstigt me misschien minder dan het leven. Leven jaagt me schrik aan. Ik woon nu al enige jaren in België, en ik mis Londen enorm. Ik kan zelfs niet meer naar Londen, omdat ik het niet kan verdragen dat ik in die stad van mijn hart een hotel zou moeten boeken. Londen voelt als mijn thuis, en thuis slaap je niet in een hotel. Wel, ik ga niet naar Londen omdat ik bang ben dat dat met de kinderen niet lukt. Omdat ik weet dat we daar nooit zoveel ruimte zouden kunnen betalen als hier. Hier hebben we de grote luxe van een tuin, de school is vlakbij, de crèche is fantastisch, ik heb ruimte voor een atelier. Ik kan werken. Ik hecht aan het comfort, aan de levenskwaliteit. Maar is dat het echte leven? In Londen is elke vierkante meter ontzettend duur. Maar als ik echt zou durven, zou ik vertrekken. Met Jim en met de kinderen. Waarom durf ik niet? Ik weet het niet.”

Boudewijn, de voorganger van uw vader, weigerde de abortuswet te ondertekenen. Zijn geweten gebood hem om op te komen voor de rechten van het ongeboren kind. Uw vader, nu Albert II en opvolger van Boudewijn, slaagt er niet in om op te komen voor de rechten van een geboren kind. Welke gevoelens wekt die inconsequentie bij u los?

“Goh, zo heb ik het nog nooit bekeken. Dat is inderdaad een sterke tegenstrijdigheid. Maar wat ik voel voor mijn vader? Ik weet het niet. Ik kan op zo’n vraag niet antwoorden. Ik denk niet dat ik hem haat. ‘Disrespect’ is het woord dat meteen bij me opkomt. Ik vraag me wel af of ik nog respect voor hem kan opbrengen. Maar zelfs op die vraag kan ik niet goed antwoorden. Ik ben geen haatdragende persoon. Ik haat het koningshuis ook niet, ik vind de monarchie een instelling met grote verdiensten. En daarmee verwijs ik niet naar de verdienste dat ze mij op de wereld hebben gezet (lacht). Veel mensen trekken zich op aan het koningschap zoals ze zich aan een religie optrekken. Ik begrijp dat, ik vind de monarchie zelfs cool.“Ik ben ook niet het enige kind op de wereld dat door zijn bekende vader niet wordt erkend. We zijn met velen. Maar ik ben hoogstwaarschijnlijk wel het enige kind dat niet het recht heeft om van haar vader een DNA-test, de zogenaamde papatest, te eisen. Correctie. Ik kan de test wel eisen, maar die eis zou vruchteloos zijn. De koning kan niet voor de rechtbank worden gedaagd. De koning, mijn vader, geniet algehele immuniteit. Ik weet eerlijk gezegd niet goed wat ik zou willen. Ik veronderstel dat ik vooral uitleg wil. Weten waarom. Als een koppel uit elkaar gaat en een van de partners vertrekt, heeft de ander recht op een verklaring. Een uitleg geven voor je drastische gedragsverandering, dat is toch de geringste beleefdheidsvorm onder beschaafde mensen. Of niet? In het geval van mijn vader en ik is het nog schrijnender. Ik ben zijn kind, hij is mijn ouder. Hij is, in mindere of meerdere mate, tweeëndertig jaar lang in mijn leven geweest. Tot hij zich op een dag volledig heeft teruggetrokken en me heeft afgewezen. De verantwoordelijkheid voor die actie ligt ontegensprekelijk bij hem. Als je een kind hebt verwekt kun je de klok niet terugdraaien, zelfs niet als je dat kind in een buitenechtelijke relatie op de wereld zet.“De ernst van mijn vaders afwijzende houding is pas echt tot me doorgedrongen toen ik zelf kinderen kreeg. Het moederschap heeft me nog bozer op hem gemaakt. Plots stond ik zelf oog in oog met schepseltjes die zonder mij niet op de wereld zouden zijn geweest. Plots zag ik de fragiliteit van een kind, een kind dat ik zelf was geweest en nog altijd voor een stuk ben. Al ben ik intussen oud en wijs genoeg om in te zien dat je in dit leven niet op al je vragen een antwoord krijgt. Ik denk dat ik nooit zal weten wat er is gebeurd, dat ik ernaar zal mogen raden wat of wie zo invloedrijk is geweest dat mijn vader het besluit heeft kunnen nemen om het boek met mijn hoofdstukken te sluiten. Zelfs al wil ik diep vanbinnen nog zo graag dat hij me gewoon zegt waarom hij doet wat hij doet, ik denk niet dat mijn wens vervuld zal worden.”

Uw oeuvre belichaamt de monarchie. U pakt, nooit zonder provocatie, met het koningshuis uit. En uw vader komt er niet goed af. Is het sarcasme in uw werk, net als de ode van de koninklijke karikatuur, een vorm van wraak?

“Mijn kunst heeft een sterke autobiografische inslag. De pijn van mijn half geaborteerde identiteit is een rode draad in mijn bestaan, en dus ook in wat ik doe, en dus zeker in wat op artistiek vlak ik doe. Mijn rusteloze, unieke, persoonlijke geschiedenis kenmerkt mij. Maar ik ontketen geen revolutie van de republikeinen. Ik val het koningshuis niet aan. Wie dat zegt, moet mijn werk eens beter onder de loep nemen. Kent u mijn installatie 10,000 Ear-plugs And I Still Can Hear Your Lie? Dat is mijn favoriete werk. In een rode, plexiglazen doos zitten 10.000 oordoppen. Ja, de leugen verwijst naar de koninklijke leugen. Maar uiteraard ga ik met dit werk veel verder en breder dan dat. De oordoppen zijn een metafoor. Ze gaan over de leugens in elk huwelijk, over de leugens in de politiek, in de vriendschap... Ook met alle achterklap probeer ik om te gaan. Ik heb niet voor niets een hele reeks werken over het thema roddel gemaakt. Ik ken de destructieve krachten van het lasterwoord. Ik was - en ben nog steeds - het slachtoffer van eindeloze blablabla. Ik word vaak niet als een persoon beschouwd, maar als een voorwerp van sensatie. De woorden, ‘The Most Powerful Force in The Universe Is Gossip’ heb ik op ludieke, krullige wijze in acrylverf geschilderd. Het lijkt een doek vol vreugde, tot je de boodschap leest. De waarachtige boodschap die niet alleen voor mij geldt, maar voor iedereen die er het slachtoffer van is.“Of neem het werk Truth Can Set You Free, dat heb ik gemaakt toen ik vernam dat mijn vader met chronische rugpijn kampte. Opgekropte gevoelens doen spieren verkrampen, dat weet iedereen. Maar mijn statement overstijgt mijn persoonlijke geschiedenis. Het gaat bijvoorbeeld ook over dat durven leven, wat ik eerder vermeldde. De waarheid, dat is ook je eigen authenticiteit proberen te handhaven. Zeer moeilijk, hoor. Want altijd liggen er compromissen op de loer en altijd knagen er twijfels. Wie ben ik? Los van de bloedband. Ik ben een moeder. Maar wie is die moeder? In elk geval ook een kunstenares. Misschien zelfs nog altijd in de eerste plaats een kunstenares. Supernerveus kan ik worden van mijn verantwoordelijkheid, en van al die blije moeders die ik overal zie. Ik ben zeer gelukkig met mijn twee kinderen, maar het moederschap is niet alleen schoonheid, hé. Het heeft ook minder fraaie kantjes, zeker als je zoals ik een uiterst onafhankelijke persoon bent. Ik wil over dat taboe praten, ik wil me daarover uitdrukken. Ik hoop dat ik die twijfel op een dag tot kunst kan kneden.”

U bent rond de geboorte van uw dochter Joséphine van Londen naar Ukkel verhuisd. De Britse kunst heeft u gevormd. Hoe Belgisch is Delphine Boël nog?

“Toen ik zwanger was, voelde ik de nijpende behoefte om mijn kinderen te laten opgroeien in de wereld van mijn kindertijd. Ik kan die behoefte niet verklaren. Zwangere vrouwen begrijpen waar het om gaat, het is nestdrang, een drijfveer die de ratio overstijgt. Ik wilde dat mijn kinderen mijn moedertaal hoorden, dat ze grootgebracht zouden worden in de omgeving die ik zelf als kind zo heb gekoesterd. Dus ja, ik heb overduidelijk een zekere belgitude in mij. Mijn kwaliteit tot zelfspot en mijn liefde voor het groteske zijn daar slechts twee facetten van. Ik houd van dit land. Ik ben hier ook erg graag, al kan ik niet met zekerheid stellen dat ik hier mijn leven lang zal blijven. Sommige oorden van de Verenigde Staten trekken me aan. New York, dat spreekt! De dynamiek van die stad, de energie. Het feit dat alles kan.“Weet u, het valt me op dat succes en/of ambitie in België zelden of nooit worden beloond of aangemoedigd. Integendeel, ze worden zelfs vaak afgeremd. Dat baart me zorgen. Ik houd van dynamiek, van mensen en prestaties die boven het maaiveld uitsteken. Ambitie, gezonde ambitie, is heus geen vies woord. Het staat voor energie, vrijheid, creativiteit, zelfontplooiing en nog zoveel meer. Ik word in België vaak leedvermaak gewaar. Alsof de dominerende mentaliteit erin bestaat dat mensen meer plezier scheppen in de mislukking van een ander dan in zijn succes. Die houding plaatst me voor een serieus probleem, want in een dergelijk remmend klimaat wil ik mijn kinderen niet opvoeden. Ik zou niet willen dat ze zombies worden. Ik wil dat ze vrije baan krijgen om zich voluit te geven. Maar ach, mijn Belgische vrienden, zowel die van Vlaamse als die van Waalse kant, zijn dan weer de meest liefhebbende en ruimdenkende mensen die je je kunt voorstellen. Zij motiveren me en houden niet op me te steunen. We zullen dus wel zien. Ik plan niet al te veel. Uit onkunde, en omdat het zoveel leuker is om leven en geest niet al te zeer in te kapselen. Kooien zijn niet aan mij besteed.”

Op dat vlak is het misschien maar goed dat u uit het Paleis wegblijft.

“Dat weet ik niet. Over het Paleis kan ik niet meepraten. Ik ben er nooit geweest.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234