Zondag 02/10/2022

kunst u The Barnes Foundation zoekt toplocatie in het centrum van Philadelphia

Alles bleef zoals Barnes het gewild en gestipuleerd had in zijn testament

's Werelds meest mythische museum gaat verhuizen

Het rommelt al geruime tijd in The Barnes Foundation, een van 's werelds bijzonderste musea. Door de aanhoudende financiële problemen willen de beheerders het museum verhuizen uit Merion, een buitenwijk van Philadelphia, naar een aantrekkelijker en 'toeristischer' locatie in het centrum van de stad. Maar daarvoor moeten ze de dwingende wilsbeschikking van oprichter Albert C. Barnes naast zich neer kunnen leggen. Na een juridisch steekspel dat twee jaar duurde, heeft een rechter in Philadelphia hen gelijk gegeven. The Barnes Foundation mag verhuizen. Maar wat zijn de gevolgen?

Brussel / Philadelphia

Van onze verslaggever

Eric Rinckhout

The Barnes Foundation is niet zomaar een museum. In de eerste plaats bezit 'de Barnes' een ronduit fenomenale kunstcollectie, waar Franse impressionisten en postimpressionisten het leeuwendeel van uitmaken. Barnes kocht niet alleen zeer veel, hij had ook oog voor kwaliteit. De verzameling heeft een overvloed aan prachtige schilderijen van Cézanne (69 stuks), Matisse (60), Picasso (44), Soutine (21), Degas (11) en Modigliani (4). Barnes had een ware passie voor Renoir: van die schilder bezit het museum niet minder dan 181(!) werken. Barnes slaagde er zelfs in Henri Matisse naar Merion te halen om er in de jaren 1932-'33 ter plekke een muurschildering voor de grote zaal te maken: La Danse, ingewerkt in drie bogen boven de tuindeuren, is het indrukwekkende resultaat.

Maar daar houdt het niet op. Barnes bezit ook topwerk van Klee, De Chirico, Van Gogh, Manet, Seurat, Toulouse Lautrec, Rousseau, Courbet, Lipschitz, Gauguin, Goya, en zo verder, enzovoort. In totaal bevat de collectie 9.000 stuks zeer uiteenlopende kunst van over de hele wereld. In de archieven zitten nog eens meer dan een half miljoen documenten, waaronder de uitgebreide correspondentie van Barnes met onder anderen Einstein, Bertrand Russell, Matisse, Picasso en Georgia O'Keeffe.

Albert C. Barnes (1872-1951) was een arts die fortuin had gemaakt met de ontwikkeling van Argyrol, een oogzalf op basis van zilvernitraat die lange tijd over de hele wereld gebruikt werd om de oogjes van pasgeborenen te ontsmetten. Voor zijn immer uitdijende kunstcollectie liet Barnes in 1925 een museumvilla bouwen in Merion, een rustige buitenwijk van Philadelphia. De enigszins excentrieke Barnes presenteerde zijn collectie niet 'zomaar' in die galerie; hij had in de loop der jaren een hoogstpersoonlijke theorie over psychologie, filosofie, onderwijs en kunst ontwikkeld en paste die toe in elke zaal van zijn museum.

Aanvankelijk hing hij zijn pas verworven schilderijen op in zijn fabriek en spoorde zijn werknemers aan die te bekijken en erover te discussiëren. Voor de presentatie van kunst in zijn museum hanteerde hij een strikt eigenzinnige logica: geen chronologie, geen nationale scholen, geen stromingen. Alles hing en stond - hangt en staat nog altijd - door elkaar, zonder naamplaatjes of bijkomende informatie: oude en nieuwe meesters, beeldhouwwerk, sieraden, Amerikaanse meubels, keramiek, primitieve Afrikaanse en indiaanse beelden.

Het merkwaardigste is dat Barnes in de 23 zalen van zijn neoclassicistische villa schilderijen combineert met vreemdsoortig ijzersmeedwerk. Maar wie goed kijkt, ontdekt in elke kamer een of ander stramien: een overheersende kleur in schilderijen en keramiek, eenzelfde vorm die in schilderijen en smeedwerk opduikt, een gemeenschappelijke aanpak of stijl, figuren die in schilderijen van verschillende meesters vergelijkbare gebaren maken... De huidige directeur Kimberly Camp verwoordt het zo in een gesprek met De Morgen: "Het ging Barnes om contrasten en overeenkomsten in licht, lijn, kleur of ruimte."

Barnes wou dat iedereen goed keek - naar schilderijen, niet naar naamplaatjes - en van dat kijken een beter mens werd. "Goede kunst moet je manier van kijken veranderen en de wereld verbeteren", aldus Camp. "Barnes was ervan overtuigd dat er door kunst een betere democratie zou ontstaan." Hij heeft dan ook altijd gewild dat jong en oud, arm en rijk, blank en zwart toegang hadden tot kunst en onderwijs. Die opvatting bracht hem tot de oprichting van The Barnes Foundation in 1922.

Als je de museumvilla in Merion bezoekt, val je van de ene verbazing in de andere. In elke kamer zie je vier, vijf meesterwerken te midden van de schilderijen die in drie, soms vier rijen boven elkaar hangen. Eén muur met zes Matisses, twee Picasso's en één Soutine, een zaaltje met portretten van Soutine, Picasso en Modigliani. El Greco naast twee Renoirs, Cézanne die met Jeroen Bosch geconfronteerd wordt, en Goya die een dialoog met Manet aangaat. Elke nieuwe kamer is een verrassing, alsof een meesterkok met elke volgende gang zijn vorige wil overtreffen. Het vreemde is dat je van zoveel topkwaliteit geen indigestie krijgt, maar stilaan wordt meegezogen in dit merkwaardige universum, deze kleurrijke caleidoscoop van een verlicht verzamelaar.

Aan die weergaloze schatkamer voor kunst is de laatste decennia nauwelijks wat veranderd. De villa ademt de sfeer van de jaren dertig. Alles bleef zoals Barnes het gewild én gestipuleerd had in zijn testament. Zo werd er niets gewijzigd aan de opstelling, bleven alle zalen intact en werd er nooit iets uitgeleend. Dat laatste heeft natuurlijk bijgedragen tot de mythische status van de collectie. Zeer uitzonderlijk was dan ook de tournee die tachtig Franse schilderijen uit The Barnes Foundation tussen 1993 en 1995 maakten langs onder meer het Metropolitan Museum (New York), het Musée d'Orsay (Parijs) en het National Museum of Western Art (Tokio). Die reizende expo diende vooral om de groeiende financiële nood te lenigen. Want doordat Barnes zijn Foundation na zijn dood zoveel restricties had opgelegd, was er weinig manoeuvreerruimte en werd de financiële put steeds groter.

Om het nog wat excentrieker en ingewikkelder te maken: The Barnes Foundation is eigenlijk in de eerste plaats een onderwijsinstelling voor kunst. "Barnes beschouwde het schilderij als schoolbord", zegt Kimberly Camp. Er worden dus in de museumzalen zelf cursussen kunst en esthetica gegeven voor kinderen en volwassenen. Daardoor is de museumvilla in de week niet toegankelijk voor de gewone bezoeker. Die kan er alleen terecht op vrijdag, zaterdag en zondag, en ná reservering. Bovendien mogen er per dag maximaal 400 mensen naar binnen.

Tegelijk wou Barnes dat de entreeprijzen laag zouden blijven (5 dollar), zodat zijn kunstcollectie toegankelijk was voor iedereen. Veel inkomsten brengt dat echter niet op.

Lees verder op pagina 21

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234