Woensdag 17/08/2022

Lefgozers in dure maatpakken

Een vacature voor een Belgische yup had er als volgt kunnen uitzien. Hij/zij is niet ouder dan 35, in het bezit van een diploma Toegepaste Economische Wetenschappen of gelijkwaardig, runt een eigen zaak of is werkzaam in de financiële sector en verdient veel geld dat hij/zij met gulle hand laat rollen in trendy shopsVele yuppies waren overtuigde foodies, lieden die groot belang hechtten aan de juiste olijfolie en uitsluitend kwaliteitsvoedsel tot zich namen. Koffie zetten werd verheven tot een kunst, zonder Italiaanse espressomachine kon men geen visite ontvangen

Erik Raspoet

'Onthaasting' is een van de buzz-woorden van onze tijd. Succesvolle mannen en vrouwen getuigen in lifestyle-magazines waarom ze uit de professionele mallemolen zijn gestapt. Het tijdperk van de yuppies lijkt voorbij te zijn. Als het ten minste ooit bestaan heeft.

Stress op kantoor, het is de meest gehoorde klacht van het westelijk halfrond. Hoe belangrijker en drukker de baan, hoe radicaler de breuk met het verleden. De sales manager levert zijn geleasde BMW in om zich voltijds aan zijn gezin te wijden, de bedrijfsleider verkoopt zijn zaak en gaat mediteren in een Indische ashram. Ook u kent vast wel een pottenbakker of een vioolbouwer met een MBA op zak. Hoe anders was de sfeer in de jaren tachtig. Het begrip 'onthaasting' bestond niet eens, de trendwatchers richtten hun schijnwerpers op een pas ontdekte bevolkingsgroep: de young urban professionals ofte yuppies. Het letterwoord liegt er niet om, de wieg van de yuppies staat in de Verenigde Staten, in New York om precies te zijn. In 1984 werd het nieuwe specimen voor het eerst wetenschappelijk beschreven. Een inkomen van zes cijfers voor de komma, een woning die in Architectural Digest had kunnen staan, inwonend personeel, automatische herkenning in de betere restaurants van de stad, dat waren volgens The Yuppie Handbook enkele wezenskenmerken.

Zoals vaak is ook deze trend met de nodige vertraging via Londen naar het Oude Continent overgewaaid. Yuppie, het woord sloeg in als een bom, al beseften vele gebruikers niet eens welke lading de nieuwe vlag dekte. Vanwaar die plotse heisa omtrent een melig tienerblad, vroegen minder trendgevoelige Vlamingen zich af. Definiëren is overigens een heikele onderneming, al had een vacature voor een Belgische yup er als volgt kunnen uitzien. Hij/zij is niet ouder dan 35, in het bezit van een diploma Toegepaste Economische Wetenschappen of gelijkwaardig, runt een eigen zaak of is werkzaam in de financiële sector, verdient veel geld dat hij/zij met gulle hand laat rollen in trendy shops, restaurants en bars in het centrum van de bruisende grootstad waar hij/zij een met designmeubelen aangeklede loft betrekt.

Succes is hun grootste gemene deler. Yuppies maakten blitzcarrières bij banken of als beursmakelaar. Of ze ontdekten het gat in de markt en maakten er in no time een goudmijn van. Succes werd uitsluitend bereikt door keihard werken, zo blijkt uit een boek over Nederlandse yuppies uit 1986. Zestig uur in de week was echt een minimum, verzekerden de 'Nederyups', tachtig uur helemaal geen uitzondering. Yups waren dan ook doordrongen van het besef dat ze hun topsalarissen dubbel en dwars verdienden. Rijk en fier het te zijn, luidde het motto.

Zo bekeken zijn yuppies de spirituele erfgenamen van hun ouders, de hippies. Joegen de flower power-adepten hun weldenkende medeburgers met sex, drugs en rock-'n-roll op de kast, yuppies huldigden een andere tactiek om de goegemeente te choqueren. Jasje van Versace over de schouder, Rolex om de pols, Alfa-cabrio onder de kont, nooit had geld zo lekker naar eau de toilette van 4.000 frank per flacon geroken. Yups hadden het breed en lieten het breed hangen. Tot spijt van wie het benijdde, bijstandsmoeders inbegrepen.

Eigenlijk waren ze kinderen van hun tijd. In de jaren tachtig ondergingen de politieke en economische zeden wereldwijd een forse ruk naar rechts. Mei '68 lag ver in het geheugen, alleen overjaarse romantici koesterden nog het ideaal van de egalitaire samenleving. Het Amerika van Ronald Reagan voer een ultraliberale koers, in Groot-Brittannië hakte Margaret Thatcher genadeloos in op de verzorgingsstaat. Overal groeide de kloof tussen arm en rijk, steeds vaker viel het begrip 'duale samenleving'. Yuppies wisten aan welke kant van de inkomenskloof ze stonden, zij waren de winnaars in het spel.

De tijd was rijp voor de nieuwe 'meritocratie'. "De Amerikaanse en Europese economie kende een krachtig herstel", zegt Guy Lerminiaux, analist bij beursmakelaar Petercam. "We kwamen uit de sombere jaren zeventig met hun oliecrisis, hoge inflatie en loodzware belastingen. In de jaren tachtig werden die problemen gecorrigeerd.

"Het klopt dat vooral jonge mensen op de trein sprongen en goed geld verdienden. Dat is normaal bij een groeiende industrie, vooral hoogtechnologische bedrijven in de informatica- en telecommunicatiesector stonden te schreeuwen om jonge krachten. En dan was er natuurlijk de financiële sector. Om echt geld te verdienen moest je in die dagen naar Wall Street of de Londense City. In Groot-Brittannië dreigde zelfs een tekort aan ingenieurs. In plaats van te solliciteren bij een bouwbedrijf of een chemische fabriek trokken ingenieurs massaal naar de City waar de salarissen drie tot vier keer hoger lagen.

"Die piepjonge grootverdieners waren overigens een typisch Angelsaksisch fenomeen. Hoge salarissen en lage belastingen, die combinatie bestond bij ons niet. Er waren nog verschillen. In België ontvangen traders, makelaars en analisten een salaris, aangevuld met een jaarlijkse bonus in functie van hun prestaties. Ze verdienen stevig, maar niet waanzinnig veel. In Amerika en Groot-Brittannië gaat het anders. Effectenhandelaars krijgen een commissie op hun omzet. Als je bedenkt dat in Wall Street en de City met miljarden wordt gegoocheld, dan snap je dat er geld werd verdiend. De financiële sector heeft in die landen iets van een voetbalmarkt. Aan het einde van het seizoen stappen handelaars en makelaars zonder scrupules over naar een concurrent waar ze een grotere omzet en bijgevolg hogere commissie hopen te realiseren."

Zo zag de carrière van een beginnend obligatiehandelaar in Wall Street eruit. "De eerste twee jaar na het trainingsprogramma werd Howie Rubin net als andere stagiairs in een vaste salarisschaal geplaatst. In het eerste jaar kreeg hij negentigduizend dollar betaald, het maximale salaris voor een eerstejaars handelaar. In 1984, zijn tweede jaar, realiseerde Rubin dertig miljoen dollar omzet met de handel. Hij ving toen 175.000 dollar, het maximale salaris voor een tweedejaars handelaar. (...) Begin 1985 ging hij bij Salomon Brothers weg en vertrok hij naar Merril Lynch, waar hij een driejarig contract kreeg aangeboden: minimaal één miljoen dollar per jaar, plus een percentage van de door hem gemaakte winst."

Een citaat uit Blufpoker!, de bestseller van financieel journalist Michael Lewis die zelf bij het effectenhuis Salomon Brothers van het manna heeft geproefd. Er verscheen in die periode wel meer boeiende lectuur over de wilde zeden van Wall Street, toch wel de broeikas van de yuppiegeneratie. Conny Bruck beschreef in The Predators' Ball de handel en wandel van Mike Milken, de propagandist van de omstreden junk bonds, obligaties met hoog risico en dito rendement. Het is geen toeval dat de flamboyante Milke model stond voor Gordon Gekko, de cynische beursgoeroe uit de film Wall Street van Oliver Stone.

"Junk bonds pasten in het klimaat van de jaren tachtig", zegt Guy Lerminiaux. "Het was de periode van de agressieve corporate mergers en take-overs. Junk bonds moesten dienen om die operaties te financieren. Bedrijven die zelf al diep in de schulden staken gaven toch opnieuw obligaties uit om de overname van een concurrent te bekostigen. Een riskante belegging, maar niettemin waren junk bonds erg gegeerd omdat ze veel hogere interesten opleverden dan veilige staatsobligaties. Het gebeurde ook vaak dat bedrijven louter en alleen werden overgenomen om ze in stukken op te breken en met recordwinsten door te verkopen. Het waren bewogen tijden, de beurs van Wall Street leek wel een roetsjbaan met al die geruchten over fusies en overnames. Het sterkste staaltje was ongetwijfeld de overname van de Amerikaanse voedingsgigant RGR Nabisco. Fascinerend om te zien hoe een handvol traders erin slaagde een bedrijf van meer dan honderdduizend werknemers over te nemen en op te doeken. Vergeleken met zulke toestanden was de beurshausse in België een saaie boel."

Meesters van het universum, noemt Tom Wolfe de whizzkids van Wall Street. In zijn magistrale roman Het vreugdevuur der ijdelheden beschrijft hij de onafwendbare ondergang van Sherman McCoy, een succesrijk effectenhandelaar die zich ongenaakbaar waant in zijn appartement van 2,6 miljoen dollar aan Park Avenue. En passant maakt Wolfe zich vrolijk over het snobisme van zijn protagonisten. Schoenen die in Londen op maat worden gemaakt, attachékoffers waarvan de aanschaf een gemiddeld maandloon kost, de hele cataloog van Singapore Airlines passeert de revue. Wolfe als chroniqueur van het neo-snobisme: "Die vrouwen met wie ze tegenwoordig zo graag omgaat ... die ... die ... op dat moment schiet hem het juiste woord te binnen: Society Schimmen... Ze zorgen ervoor dat ze zo dun blijven dat ze eruit zien als röntgenfoto's ... Door hun beenderen heen kun je een lamp zien schijnen ... terwijl ze babbelen over binnenhuis- en tuinarchitectuur ... en hun broodmagere benen in strakke metallic Lycra maillots hijsen als ze hun fitness-training hebben ..."

Fitness was maar een aspect van de way of life die het yuppiedom belichaamde. Succes straalt af van je uiterlijk, echte yups waren dan ook zuinig op lijf en leden. Hun schaarse vrije tijd spendeerden ze bij voorkeur in de powerclub, op het tenniscourt of - nog zo'n uitvinding van de jaren tachtig - in de squashcabine. Vele yuppies waren overigens overtuigde foodies, lieden die groot belang hechtten aan de juiste olijfolie en uitsluitend kwaliteitsvoedsel tot zich namen. Koffie zetten werd verheven tot een kunst, zonder Italiaanse espressomachine kon men geen visite ontvangen. Er waren wel meer hebbedingetjes die de status moesten onderstepen. De GSM bestond nog niet, maar wie zichzelf ernstig nam ging nooit zonder filofax op stap. Hoe dikker de personal organiser, hoe belangrijker de drager ervan. Uiteraard weerspiegelde de mode de geest van de tijd. Couturiers als Armani, Versace, Yamamoto, Comme des Garçons werden als profeten op de schouders gehesen, een privilege dat in de jaren negentig aan supermodellen te beurt zou vallen. Kleren, auto's, over de kleur kon geen discussie bestaan. Zwart was in die dagen een must. Zwart, zoals de onderbroeken van Mickey Rourke in Nine and a half weeks, nog zo'n yuppiefilm.

Tel bovenstaande eigenschappen samen en het resultaat is een robotfoto van de yup in de jaren tachtig. Maar zijn er wel mensen die aan zo'n signalement beantwoorden? Guy Lerminiaux was zelf een starter in de Belgische beurswereld van de jaren tachtig. Heeft hij ze gekend, de lefgozers met hun dure maatpakken, zwarte BMW's, filofaxen en designbrillen? "Echte yuppies uit de boekjes?", vraagt hij. "In de Londese City heb ik er wel een paar zien lopen. Wellicht vond je ze ook in Nederland en Scandinavië, die landen leunen veel dichter aan bij de Angelsaksische mentaliteit. Maar in België? Nee, ik denk dat die hele yuppie-rage hier op een erg laag pitje heeft gebrand. Much ado about nothing, als je 't mij vraagt."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234