Donderdag 27/01/2022

Leugenpaleis 'Het Witte Huis'

Serieel waarheidsontkenner Donald Trump is zeker niet de eerste Amerikaanse president die liegt dat het gedrukt staat. Van Watergate tot weapons of mass destruction: de verzinsels van Amerikaanse presidenten hadden altijd loodzware gevolgen. koen vidal

Abraham Lincoln (1861-1865): 'Zwarten zijn minderwaardige wezens'

De leugen: om verkozen te raken en zo weinig mogelijk kiezers af te schrikken, moest Lincoln zijn afkeer voor de slavernij even opzijschuiven.

De feiten: Lincoln wordt beschouwd als een van de grootste Amerikaanse presidenten, onder andere omwille van zijn leiderschap tijdens de Amerikaanse burgeroorlog en de afschaffing van de slavernij.

Toen Lincoln zich in 1860 kandidaat stelde voor de presidentsverkiezingen, besefte hij maar al te goed dat elke stem van tel was en wilde hij niet als een radicale abolitionist overkomen. Daarom bedacht hij een leugentje om bestwil dat nu nog steeds als een van de belangrijkste hersenspinsels uit de Amerikaanse geschiedenis wordt beschouwd: verbaal ontpopte hij zich tot een soort white supremacist.

Meermaals beloofde Lincoln om de slavernij in het Zuiden nooit af te schaffen en op geen enkele manier te ijveren voor gelijkheid tussen blank en zwart. "Denken de mensen van het Zuiden nu echt dat mijn administratie zich direct of indirect zal bemoeien met hun slaven? Ik zou iedereen willen verzekeren dat er geen reden is voor zulke angsten."

Blanken en zwarten waren niet gelijk en zouden dat ook nooit worden, zei Lincoln: "Er is een fysiek verschil tussen blanken en zwarten dat verbiedt dat ze gelijkwaardig worden behandeld."

Toen in 1860 verschillende slavenstaten zich afscheidden en later de Amerikaanse burgeroorlog ontketenden, verhardde Lincoln zijn anti-slavernijstandpunt. In 1862 riep hij de Emancipatieproclamatie uit, die de afschaffing van de slavernij tot oorlogsdoel maakte.

De gevolgen: Nogal wat historici zeggen dat Lincoln pragmatisch moest liegen om een hoger doel te dienen: het blanke wantrouwen wegnemen om verkozen te raken en vervolgens de slavernij te kunnen afschaffen. Anderen zeggen dat Lincoln de slavernij-tegenstelling onhandig aanpakte met een burgeroorlog en een miljoen doden tot gevolg.

Franklin D. Roosevelt (1933-1945): 'Amerika zal nooit deelnemen aan de oorlog'

De leugen: Om herverkozen te raken, beloofde Franklin D. Roosevelt zijn kiezers in 1940 om Amerika uit de Tweede Wereldoorlog te houden. In werkelijkheid was hij al volop bezig met de voorbereiding van de oorlog.

De feiten: In 1940 voerde president Franklin D. Roosevelt (FDR) een electorale strijd om voor de derde maal verkozen te worden. De overgrote meerderheid van de Amerikanen was tegen deelname aan de oorlogen in Europa en Azië, en FDR besefte heel goed dat hij de verkiezingen alleen kon winnen als hij zijn landgenoten beloofde dat Amerika strikt neutraal zou blijven. "Ik heb dit al meermaals gezegd, maar ik zal het blijven herhalen: jullie jongens zullen niet naar een buitenlandse oorlog worden gestuurd. Ik zal vechten om onze mensen uit buitenlandse oorlogen te houden."

In feite was Roosevelt in 1940 al volop bezig met de voorbereiding van de oorlog en was van neutraliteit geen sprake meer. Hij had geheime ontmoetingen met de Britse premier Winston Churchill om manieren te zoeken om Groot-Brittannië van wapens te voorzien. Onmiddellijk na zijn herverkiezing ondertekende Roosevelt de Leen- en Pachtwet, waardoor de VS zwaar oorlogsmaterieel aan Engeland konden leveren.

In 1941 bevroor Roosevelt alle Japanse tegoeden in de VS waardoor Japan bijna 90 procent van zijn olie-import verloor. Vanaf dat moment leefden de VS en Japan de facto op voet van oorlog met elkaar.

De gevolgen: De VS raakten betrokken in de Tweede Wereldoorlog en dat zou vier jaar later tot de capitulatie van nazi-Duitsland en Japan leiden. Het conflict kostte aan 400.000 Amerikaanse militairen het leven.

Lyndon B. Johnson (1963-1969) :

'We zijn aangevallen: een oorlog met Noord-Vietnam kan niet langer uitblijven'

De leugen: In augustus trokken de VS ten oorlog tegen het communistische Noord-Vietnam omdat dat land Amerikaanse marineschepen tot tweemaal toe had aangevallen. In feite werd de eerste aanval fel overdreven en is er nooit een tweede aanval geweest.

De feiten: Op 31 juli 1964 bombardeerde het Zuid-Vietnamese leger met Amerikaanse steun twee Noord-Koreaanse eilandjes in de Golf van Tonkin. Na dit incident zette de Amerikaanse destroyer Maddox koers naar het gebied. Op 2 augustus probeerden drie Noord-Vietnamese torpedoboten de Maddox weg te jagen. Het Amerikaanse schip opende als eerste het vuur, daarna vielen de torpedoboten aan met machinevuur en enkele torpedo's. De Maddox werd door slechts een kogel geraakt, maar slaagde er met de hulp van Amerikaanse luchtsteun wel in om een van de torpedoboten zwaar te beschadigen.

Een dag later wordt een tweede Amerikaanse oorlogsbodem, de Turner Joy, richting Maddox gestuurd. Op 4 augustus, zo ging het oorspronkelijke verhaal, vielen Noord-Vietnamese oorlogsschepen de Amerikanen een tweede maal aan. Later zou blijken dat deze tweede aanval nooit heeft plaatsgevonden.

Maar het was op basis van één enkele kogel en een gefingeerde tweede aanval dat president Johnson het Congres en de Senaat vroeg om hem uitgebreide bevoegdheden te verlenen om wraakacties uit te voeren. Johnson gaf daarop het bevel tot maar liefst 64 luchtaanvallen en dat zorgde voor de escalatie van de Vietnamoorlog.

De gevolgen: De Vietnamoorlog kostte het leven aan 60.000 Amerikaanse militairen en aan 600.000 à 2 miljoen Vietnamese, Cambodjaanse en Laotiaanse burgers.

Johnson werd in 1964 vlot herverkozen en latere presidenten zouden de zogenoemde Tonkin-resolutie regelmatig aanwenden om zonder toestemming van het parlement ten oorlog te trekken.

Richard Nixon (1969-1974): 'Ik ben geen schurk'

De leugen: In 1974 bleef Nixon ontkennen dat hij ook maar iets met de inbraken in het Watergate-gebouw te maken had. "I'm not a crook", zou hij in die tijd verklaren.

De feiten: In 1972 gaf Richard Nixon aan Republikeinse vertrouwelingen de opdracht om via inbraken en het plaatsen van afluisterapparatuur informatie te ontfutselen over de campagnes van zijn Democratische rivalen. Nixon was vooral geïnteresseerd in de strategie van Edmund Muskie, de gematigde Democraat die grote kans maakte om de voorverkiezingen tegen de meer radicale George McGovern te winnen en om daarna als favoriet aan de tweestrijd tegen Nixon te beginnen.

Op 28 mei 1972 pleegden vijf mannen een eerste inbraak in het Watergate-gebouw, het hoofdkwartier van de Democratische partij. Bij een tweede inbraak op 17 juni 1972 werd het vijftal opgepakt.

Omdat het Nixon-kamp over vertrouwelijke informatie beschikte, werd Muskies campagne voortdurend verstoord. McGovern won de Democratische nominatie maar maakte geen schijn van kans tegen Nixon, die aan een tweede ambtstermijn kon beginnen.

Twee jaar later brachten onthullingen van de Washington Post-journalisten Bob Woodward en Carl Bernstein het schandaal aan het licht. Om een afzettingsprocedure te voorkomen, trad Nixon op 9 augustus 1974 af.

De gevolgen: Nixon was de eerste president in de Amerikaanse geschiedenis die vrijwillig ontslag nam. Dat betekende dat ook de positieve aspecten van zijn presidentschap in de vergetelheid raakten: zijn ontspanningspolitiek met de Sovjet-Unie, de nauwere banden met China, de oprichting van het Environmental Protection Agency en de eerste maanlanding.

Ronald Reagan (1981-1989):

'Ik verruilde geen wapens voor Amerikaanse gijzelaars'

De leugen: Reagan hield lange tijd geheim dat hij wapens leverde aan Iran in ruil voor Amerikaanse gijzelaars. Dat de opbrengst van dit wapenverkeer op illegale wijze naar Nicaraguaanse rebellen werd versluisd, werd ook lange tijd in de doofpot gehouden.

De feiten: In november 1986 brak de Iran-Contra-affaire uit. Het schandaal betrof een geheim Amerikaans plan om Iran met raketten te bevoorraden in ruil voor de vrijlating van Amerikaanse gijzelaars. Israël trad op als een soort tussenschakel: Israël verkocht meer dan 2.000 raketten aan Iran, vervolgens vulden de Amerikanen de Israëlische stocks terug aan.

De winst die deze transactie opleverde, werd vervolgens versluisd naar de Nicaraguaanse Contra-rebellen die strijd voerden tegen de socialistische regering, de zogenoemde sandinisten. Nochtans had het Amerikaans congres wapenleveringen aan de Contra's expliciet verboden. De oorlog tussen sandinisten en Contra's zou het leven kosten aan in totaal 70.000 Nicaraguanen.

Reagan hield de deal lange tijd geheim en toen het schandaal uitlekte, gaf hij toe dat de VS wapens aan Iran hadden verkocht, maar hij ontkende dat dit in ruil was voor de vrijlating van Amerikanen. "Wij hebben géén en ik herhaal het géén wapens verruild voor gevangenen en zullen dat ook nooit doen."

Enkele maanden later was er nog meer informatie naar buiten gekomen en moest Reagan achteruitkrabbelen. Hij deed dat met een van de meest vindingrijke en bizarre zinnetjes die een president ooit uitsprak: "Een paar maanden geleden vertelde ik het Amerikaanse volk dat ik geen wapens ruilde voor gijzelaars. Mijn hart en mijn beste intenties zeggen me nog steeds dat dat de waarheid is, maar de feiten en bewijzen zeggen me dat dat niet het geval is."

De gevolgen: Gedurende de laatste twee jaar van zijn ambtstermijn bleef deze affaire een smet op Reagans blazoen. De president was zijn geloofwaardigheid kwijt, maar zijn populariteit zou na een dramatische dip snel weer de hoogte in gaan tot een score van 64 procent.

Belangrijkste gevolg was dat internationale terreurbewegingen nog meer werden aangemoedigd om kidnappingen te ondernemen om vervolgens de gijzelaars te verhandelen voor wapens, geld of politieke eisen.

Bill Clinton (1993-2001): 'Ik had geen seksuele relatie met die vrouw'

De leugen: Om zijn presidentschap, zijn huwelijk en zijn reputatie te redden, ontkende Bill Clinton aanvankelijk dat hij een seksuele relatie had met stagiaire Monica Lewinsky. Dat hij die ontkenning ook tijdens een gerechtelijk onderzoek aflegde, leidde tot een proces over meineed en bijna tot zijn afzetting.

De feiten: Hoewel Bill Clintons presidentschap gekenmerkt werd door economische voorspoed, ging hij de geschiedenis in met het zinnetje: "I did not have sexual relations with that woman, Miss Lewinsky."

De Lewinsky-saga is nog steeds het bekendste seksschandaal aller tijden. Van 1995 tot 1996had Clinton een seksuele relatie met de veel jongere stagiaire Monica Lewinsky. In een lopend onderzoek inzake seksuele intimidatie bij zijn vroegere medewerkster Paula Jones, ontkende Clinton dat hij Jones had lastiggevallen maar ook dat hij een seksuele relatie had met Lewinsky.

Maar toen later bewijzen opdoken van het tegendeel - u weet wel: Lewinsky's befaamde blauwe jurk met presidentieel sperma -, wordt Clinton beschuldigd van meineed en obstructie van het gerecht.

De president zou uiteindelijk toegeven dat hij een "ongeoorloofde fysieke relatie" had met Lewinsky. Dat leidde tot een pijnlijke afzettingsprocedure in het Huis van Afgevaardigden en een gerechtelijke procedure in de Senaat die uiteindelijk tot een vrijspraak zou leiden. De procedure ging gepaard met een absurde semantische discussie over de kwestie of een pijpbeurt onder de juridische definitie van seksueel contact viel.

De gevolgen: Veel waarnemers oordelen dat Lewinsky-gate een impact had op de verkiezingsstrijd tussen Clintons vicepresident Al Gore en George W. Bush. Al Gore vond het geen goed idee dat de gehavende Clinton aan zijn zijde campagne voerde, zelfs niet in diens thuisstaat Arkansas. Bill Clinton zou achteraf verklaren dat Gore te veel met de handrem campagne voerde en onvoldoende de economische successen van de Clinton-Gore-legislatuur in de verf durfde te zetten. Andere waarnemers zeggen dat veel Amerikanen ten gevolge van de Lewinsky-affaire met een totale Clinton-fatigue kampten en daardoor niet op Gore wilden stemmen.

Gezien het heel nipte stemmenverschil tussen Bush en Gore hadden de VS zonder de Lewinsky-affaire mogelijk een andere president gekregen.

George W. Bush (2001-2009):

'

Saddam Hoessein beschikt over massa- vernietigingswapens'

De leugen: George W. Bush moest de wereld voorliegen over massavernietigingswapens en Al Qaida om de ware redenen voor de Irak-interventie te verdoezelen: een grotere Amerikaanse rol in het Midden-Oosten en controle over de olievoorraden.

De feiten: Op 20 maart 2003 vielen Amerikaanse en Britse troepen Irak binnen om Saddam Hoessein van de macht te verdrijven. De invasie kreeg nooit de steun van de VN-veiligheidsraad, maar de Amerikaanse president George W. Bush en de Britse premier Tony Blair legitimeerden hun militaire optreden op twee argumenten: Saddam Hoessein zou in het bezit geweest zijn van massavernietigingswapens en zijn regime zou banden hebben met Al Qaida. Al snel bleek dat beide beweringen berustten op manipulaties en leugens.

De fameuze uiteenzetting die toenmalig Amerikaans Buitenlandminister Colin Powell voor de VN-veiligheidsraad gaf over Iraakse massavernietigingswapens, bleek een gemanipuleerde show te zijn waarvoor Powell zich later zou verontschuldigen.

In een 918 pagina's dik rapport concludeerde de Iraq Survey Group in oktober 2004 dat er geen bewijs was voor de aanwezigheid van massavernietingswapens in Irak. Ook de link met Al Qaida heeft nooit bestaan.

Later raakte bekend dat George W. Bush en zijn medestanders nog voor hun intrede in het Witte Huis vergevorderde plannen hadden om Saddam Hoessein van de macht te verdrijven.

De gevolgen: de Irak-oorlog kostte volgens het Britse medische tijdschrift The Lancet het leven aan 650.000 Irakezen. 4.155 Amerikaanse militairen sneuvelden, 30.324 raakten gewond. Verder zorgde de destabilisering van Irak voor blijvend terreurgeweld en politieke chaos, die uiteindelijk tot het ontstaan van terreurbeweging Islamitische Staat zou leiden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234