Woensdag 05/10/2022

Lezersbrieven

VRT wil taalvariatie

De stuurgroep Taal van de openbare omroep pleitte op de VRT-Taaldag voor een nieuw taalcharter dat meer ruimte laat voor regionale tongval en voor taalvarianten. Dat staat haaks op de nieuwe beheersovereenkomst die onlangs werd gesloten tussen de Vlaamse overheid en de openbare omroep. De regel is dus wat mij betreft standaardtaal. Punt uit.

Wij weten dat het VRT-Taalcharter vandaag dialect en tussentaal in bepaalde programma's niet uitsluit: "In soaps, feuilletons en comedyseries van eigen bodem mag dialect en tussentaal te horen zijn. Als er personages uit een bepaald milieu opgevoerd worden, mogen ze klinken zoals die mensen spreken. Het komt de geloofwaardigheid van de personages alleen maar ten goede."

Dat het gebruik van dialect - erfgoed dat gekoesterd mag worden - wel eens functioneel kan zijn in fictieseries, bewees acteur Stefaan Degand die in De Ronde het West-Vlaamse typetje Dieter De Leus neerzette. Maar de omroep moet hier voorzichtig mee omspringen. De 'tussentaal', door Geert van Istendael 'Verkavelingsvlaams' gedoopt, is een kunstmatig taaltje met vele Antwerps-Brabantse elementen ('oe noemde gij') dat geen enkele reden van bestaan heeft.

Een goed acteur kan zijn rol perfect spelen in de standaardtaal. Hoe zielig dat acteurs in het Goddelijk Monster West-Vlaams moeten leren en dan iets voortbrengen wat bij elke West-Vlaming de tenen doet krullen. Ze moeten bovendien zo'n moeite doen dat het hun acteerprestaties naar beneden haalt.

Duizenden buitenlanders en nieuwkomers bij ons doen hun best om onze standaardtaal te leren. Maar als ze de tv of de radio aanzetten, begrijpen ze sommige dingen vaak niet. Dat is een schande.

Wilfried Vandaele is Vlaams Parlementslid (N-VA) en ondervoorzitter van de Interparlementaire Commissie voor de Nederlandse Taalunie

Instituut Samenleving en Technologie

Iets meer dan tien jaar geleden keurde alle politieke partijen in het Vlaams Parlement de oprichting goed van een onafhankelijk instituut over samenleving en technologie, het IST. Het debat in de jaren negentig over de verbrandingsovens had duidelijk gemaakt dat de besluitvorming over complexe technologische dossiers een zo sterk mogelijke onderbouwing vereist. En dat het ontbreken van een deugdelijk maatschappelijk debat enkel leidt tot wantrouwen bij de burgers ten aanzien van de politici.

Het IST heeft een decennium lang die ondersteunende rol gespeeld bij besluitvorming over wetenschappelijk-technologische innovaties en controverses, door de verschillende aspecten van technologie op haar waarde te schatten (Technology Assessment of TA). Zo baseerde in 2004 het Vlaams Parlement zijn houding over genetisch gewijzigd voedsel op onderzoek van het IST. Ook nanotechnologie werd onder de aandacht van politici en een breed publiek gebracht. Net in tijden waar alles snel-snel moet gaan zorgde het IST voor de nodige diepgang en antwoorden op trage vragen.

Dat TA geen overbodige luxe is, wordt onder meer duidelijk uit een recent internationaal project van de Europese Commissie dat de invoering van TA in alle Europese lidstaten stimuleert. Maar Vlaanderen toont zich nu slimmer dan de rest. Tien jaar na de oprichting beslissen de politieke partijen, uitgezonder Groen!, om het IST doodleuk op te heffen. Het blijft een raadsel waarom. Zijn nu alle technologische controverses, zoals die over genetisch gemanipuleerde planten, helemaal uitgeklaard? De vraag is ook wie hier beter van zal worden. Sommige bedrijven zullen nog steeds het beleid kunnen beïnvloeden, hun lobbymachines vallen niet stil.

De Amerikaanse filosoof Langdon Winner vatte het al in de jaren 80 samen: 'Technologie is wetgeving'. Hiermee verwoordt hij dat technologie het leven van elk van ons, vaak op onzichtbare wijze, structureert en kansen genereert of onmogelijk maakt. Dat wetgevers in Vlaanderen het vanaf nu met veel minder kennis over technologie kunnen stellen, is een raadsel van formaat.

Dirk Holemans, initiatiefnemer tot de oprichting van het IST; Paul Berckmans, voormalig bestuurder IST; Jean-Jacques Cassiman, voormalig bestuurder IST; Lieve Goorden, socioloog, Universiteit Antwerpen; Freddy Mortier, decaan faculteit letteren en wijsbegeerte UGent, voormalig bestuurder IST; Nik van Larebeke, professor UZ Gent, voormalig bestuurder IST; Bernard Mazijn, professor UGent, voormalig bestuurder IST

Levensverhalen

Sarah De Mul signaleert terecht een leemte in de ouderenzorg (DM 25/10). Het levensverhaal is een belangrijk instrument om zowel de thuiszorg als de zorg in het rusthuis meer te personaliseren. Het Ouderenteam van het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg Brussel krijgt van het Riziv de kans om een project uit te voeren rond 'narratieve zorg'.

Dit bicommunautair project loopt al meer dan een jaar. Het Onderzoekscentrum LUCAS ondersteunt het wetenschappelijk. Twee levensverhaalschrijvers gaan bij zorgbehoevende ouderen aan huis om in een vijftiental sessies rond bepaalde levensthema's de persoonlijke levensgeschiedenis te reconstrueren. Er wordt een levensboek opgemaakt waarover de oudere zelf kan beschikken. En ook een 'identiteitsfiche', die de oudere aan zorginstanties kan geven en waarin op een aantal levensdomeinen samengevat wordt wat hij of zij belangrijk vindt. Een mooie en noodzakelijke aanvulling op het medische dossier. Ook bij personen met beginnende dementie wordt het levensverhaal afgenomen.

We hopen dat het Riziv ons project verder laat zetten en dat binnenkort een levensverhaal net zo gewoon kan 'voorgeschreven' worden als een reeks kine. We gaan er alles aan doen om dit te doen slagen want bij de ouderen waar we mee werkten heeft deze interventie zeer gunstig ingewerkt op hun welbevinden en heeft ze hun identiteit versterkt. Opname in een RVT wordt hierdoor uitgesteld. Narratieve zorg is dus ook goedkoper voor de maatschappij. We zullen er dan graag aan meewerken om de methodiek voor narratieve zorg te multipliceren voor België!

Julienne Wyns, directie Centrum Geestelijke Gezondheidszorg Brussel

Occupy Oakland

Op donderdag 27 oktober las ik in De Morgen een klein bericht over de Occupy-beweging in de VS, namelijk dat de Occupy Oakland-mars door de politie zou zijn uiteengedreven om hygiënische en praktische redenen. De Morgen berichtte dat er geen gewonden zijn.

Klopt niet: de activisten waren vreedzaam aan het protesteren, toen de politie plots traangas en flashbang-granaten in de menigte begon af te vuren. Verder werden ook wapenstokken en rubberen kogels gebruikt. Scot Olssen, een veteraan die er twee tours in Irak op heeft zitten nam deel aan de betoging samen met andere veteranen en werd ongelukkig geraakt door een afgevuurde granaat. Resultaat: gebroken schedel en een zwelling in de hersenen. De man ligt in kritieke toestand in het ziekenhuis.

'To serve and protect', het motto van de politie in de VS, lijkt meer en meer een voorvoegsel te worden van '...the rich and powerful 1%' te worden.

Bouke Timbermont, Gentbrugge

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234