Donderdag 18/08/2022

Liederen die zonder leed niet kunnen

Het was waarschijnlijk heel anders gelopen als ze een gelukkig kind was geweest, als ze was geknuffeld in plaats van geslagen en niet in tehuizen was afgebeuld. 'Deze liederen kan je niet zingen als je niet hebt geleden', meent de Turkse zangeres Sükriye Tutkun. In de liederen weerklinken melancholie en nostalgie. 'Muziek voor boeren', beschimpten ze haar enkele jaren geleden nog in Turkije. Tot de volksmuziek plots populair werd en de zangeres het ook hier wilde proberen. Haar eerste cd werd onlangs in België uitgebracht.

Brussel.

Eigen berichtgeving

Ayfer Erkul

Ah annecim ah annecim yaktin ya beni / Bu genc yasta denizlere attin ya beni Ah moeder, ah moeder, je hebt mij gekwetst / Op deze jonge leeftijd heb je mij in de zeeën gegooid

(Uit 'Arda Boylari')

Net als bij dit lied over twee geliefden die zich verdrinken in de rivier Arda, staat bij veel volksliederen die Sükriye Tutkun (34) zingt naast auteur het woordje 'anonim'. Niemand weet door wie ze tientallen jaren geleden werden geschreven, maar iedereen in Turkije neuriet ze mee. "Het zijn de liederen van onze grootouders", vertelt Sükriye Tutkun. "De meeste teksten zijn heel simpel, maar raken de kern van onze cultuur. In de liederen zit ook mijn leven. Nu ben ik gelukkig, maar het verdriet van vroeger blijft in mij opgeslagen."

Sükriye is twee jaar wanneer haar moeder haar in een tehuis achterlaat. "Ze was gescheiden van mijn vader en kon niet of wilde niet meer voor mij zorgen", zegt ze vaag glimlachend. "Dat was niet zo'n prettige tijd. Ik heb veel klappen gekregen. Soms werden we in bad met de tuinslang geslagen. De leerkrachten op school keken neer op de kinderen van de tehuizen. Een juf schreef ooit: 'Die van het tehuis zijn allemaal lomp.'"

Jullie zullen nog wel eens zien, dacht Sükriye. Die houding hielp haar erdoor. "En mijn liefde voor muziek natuurlijk. Ik zong heel graag en veel. Zo zong ik eens Istiklal Marsi (het Turkse volkslied) in sopraan. Kreeg ik natuurlijk weer slaag. Maar als je in zo'n grijze massa leeft, doe je alles om je te onderscheiden van de rest."

Wanneer ze vijftien is, besluit haar moeder haar terug in huis te halen. Het gezin - want moeder was ondertussen hertrouwd - was arm, heel arm. "Het huis waarin wij woonden, was één kamer groot. Daar sliepen zowel mijn moeder, stiefvader als de kinderen. Ik herinner mij dat mijn moeder onze haren waste met regenwater. Dat maakt ze zacht, zei ze. Maar we wisten wel dat dat was omdat we geen stromend water hadden thuis. Elektriciteit was er evenmin. We leefden in een gecekondu (een huis dat 'op een nacht' wordt gebouwd aan de stadsrand) in Istanbul."

Toch was niet zozeer de armoede ondraaglijk. "In het tehuis waren we helemaal op onszelf aangewezen. Thuis kwam ik weer onder ouderlijk gezag. Ik moest plots luisteren naar mijn moeder. Waar was je? Met wie was je daar? Twee keer sleurde ze mij mee voor een maagdelijkheidsonderzoek. Ik was zeker op het slechte pad geraakt, meende ze. Want alle tehuizen, zei ze, waren oorden van verderf waar de grootste zonden werden begaan. En ze had me er nota bene zelf in gestopt."

Pas na haar middelbare studies kan ze thuis weg. Ze trouwt; de enige mogelijkheid om haar moeder te verlaten. Van alleen wonen is geen sprake. Een meisje in Turkije verlaat het ouderlijk huis niet om alleen te gaan wonen. Ze wil muziek studeren, maar de scholen zijn te duur. Na drie jaar huwelijk gaat het koppel al uit elkaar. "Pas toen was ik echt onafhankelijk. De volgende twee jaar heb ik allerlei werk gedaan om mijn huur te kunnen betalen. Journalist, verkoopster, muzieklerares in een kleuterschool."

Terwijl ze werkt, begint Sükriye operastudies aan het conservatorium. Ze komt als eerste uit de toelatingsexamens. Ze wil sopraan worden, maar merkt op school dat ze het juiste gevoel in haar liederen pas kan leggen als ze volksmuziek zingt. "Dat gevoel van melancholie en nostalgie zit in mij. Ik werd geboren op de dag dat mijn tante stierf. Ik kreeg haar naam. Hoe kan ik dan een vrolijk mens zijn?"

Na haar studies gaat ze popmuziek zingen in bars. Het is niet meteen haar genre, maar wel een goede leerschool voor live-optredens. Haar volksmuziek aan de man brengen is iets moeilijker. "Ik moest opboksen tegen de boom van de Turkse popmuziek. Niemand was geïnteresseerd in volksmuziek, oude brol noemden ze dat. Enkel Kiro en köylü, boeren, hielden daarvan."

Maar het tij keert wanneer EMI haar in 1996 een contract aanbiedt. "Het was niet makkelijk om hen ervan te overtuigen dat er een leegte was in Turkije. Maar ik kreeg gelijk. Nu is mijn muziek populairder dan pop. Er is een terugkeer naar de echte Turkse waarden in Turkije. Terug naar de natuur, naar het kweken van eigen tomaten in de tuin. Volksliederen zijn een deel van die trend."

Velen hebben het geprobeerd in Europa, weinig Turkse artiesten is het gelukt. Tarkan kon het dankzij de mengeling van westerse pop, oriëntaalse klanken en zijn uiterlijk. Maar de queen van de Turkse pop, Sezen Aksu, die een aantal van Tarkans songs schreef, kreeg niet hetzelfde succes toebedeeld. Onlangs bracht EMI een eerste cd van Sükriye Tutkun op de Belgische markt. "Ik oog niet op popsucces", zegt de zangeres. "Ik hoor meer thuis in het rijtje van Nusrat Fateh Ali Khan. Ik wil een aandeel in de wereldmuziek."

Sükriye Tutkun: 'Ik wil een aandeel in de wereldmuziek'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234