Donderdag 06/10/2022

Los van de aarde

Bijna een leven lang ging het Willem Scherpenhuijsen Rom (64), voormalig bestuursvoorzitter van ING, voor de wind - totdat De Nederlandsche Bank in 1992 vaststelde dat vijf mensen van zijn bank verdacht konden worden van aandelenhandel met voorkennis. Een aantal moest weg. Kort daarna maakte de Volkskrant bekend dat Scherpenhuijsen Rom in zijn jonge jaren geld had gestoken in een bedrijf dat door zijn eigen bank werd gefinancierd. Toen nam hij zelf ook ontslag. In diezelfde tijd bleek dat zijn tweede vrouw, de zangeres Arleen Auger, aan een dodelijke ziekte leed.

Jannetje Koelewijn

Mag ik het plat zeggen? Azijnpissers waren het. Mijn pr-mensen waarschuwden me: dat loopt nog eens verkeerd af. Maar ik heb een sterk gevoel voor rechtvaardigheid en daar handel ik naar.

Het gaat over de Volkskrant, begin jaren tachtig.

"We waren in een recessie, veel kleine en middelgrote bedrijven gingen failliet. Die zaten vaak bij de Nederlandse Middenstandsbank (NMB), dus dan was het dat wij te hard waren geweest. Werd er op vrijdagmiddag om kwart voor vijf zo'n verhaal bezorgd over wat de bank nu weer allemaal fout had gedaan en of we maar meteen wilden reageren, want het kwam zaterdagochtend in de krant. En dan ging het over een dossier dat allang was afgesloten en de man die we ervoor moesten hebben was natuurlijk al naar huis, dus het enige wat je nog kon zeggen was: geen commentaar. Na drie keer had ik er zo genoeg van dat ik meneer Lockefeer heb opgebeld en uitgenodigd voor de lunch en toen heb ik het hem voorgelegd."

Harry Lockefeer was in die tijd de hoofdredacteur van de Volkskrant.

"Ik zei: ik vind dit unfair, ik krijg geen kans en ik zou het buitengewoon op prijs stellen als u... Hij zei: jaja, journalisten zijn vrij. Ik vroeg: wie is dan de baas? Nou ja, hij. Maar hij kon niet ingrijpen, dat zou die vrijheid aantasten. Het was het slapste verhaal dat ik in tijden gehoord had. Ze gingen gewoon door en toen heb ik weer gebeld en gezegd: u moet het zelf weten, maar ik adverteer niet meer bij u, het is zonde van mijn geld als ik op de ene pagina kom bij ons laat zetten en u op de andere schrijft dat wij kapitalisten zijn die winst maken en dat soort vieze dingen. Mijn pr-mensen zeiden dat ik op het onderscheid tussen bedrijf en redactie moest letten. Maar ik vond dat ik daar niets mee te maken had. Het is de Volkskrant die het doet, zei ik. De interne organisatie daar is hun zaak. Niet de mijne."

"Ik was zeven toen de oorlog begon. Mijn vader was beroepsofficier. Hij zat drie jaar in krijgsgevangenschap en mijn broer ook. Ik ben opgevoed door mijn moeder en mijn twee oudere zusters. Ik ging naar de Vrije School en dat was in die tijd heel bijzonder. Daar stuurden ouders hun kinderen eigenlijk alleen heen als ze op een gewone school niet konden meekomen. In mijn geval was het een bewuste keuze, mijn moeder was antroposoof. De Vrije School heeft een ontwikkelingsdoelstelling, geen leerdoelstelling. Niet alleen het intellect telt, maar het hele kind, met al zijn eigenschappen. Achteraf ben ik daar heel blij mee. Mijn eigen kinderen zijn ook alle vier op de Vrije School geweest."

"Op mijn twaalfde ben ik naar het Barlaeus gymnasium gegaan en in 1952, ik was negentien, ging ik naar de Koninklijke Militaire Academie (KMA). Daar is mij gevoel voor verantwoordelijkheid bijgebracht. Orde, netheid, discipline. Ik heb er geleerd om initiatief te nemen en onder druk te handelen, alleen en met anderen. Zoals de wereld tóen was dacht ik: sommige dingen zijn alleen recht te breien met militaire inzet. Ik was zeer gemotiveerd. Maar in het leger is het net als bij de brandweer: je bent permanent beschikbaar, er gebeurt alleen zo weinig. In mijn KMA-tijd was ik ook opgeleid tot registeraccountant en toen ik vierendertig was dacht ik: nu moet ik kiezen."

"Mijn eerste vrouw was violiste, mijn tweede vrouw was zangeres. Ik heb zelf piano leren spelen, maar ik ben er in de zesde klas van het Barlaeus mee gestopt. Daar heb ik gigantische spijt van gekregen. In dat opzicht ben ik niet gedisciplineerd geweest."

"Toen in 1992 de problemen begonnen dacht ik: ik heb een leven achter de rug zonder grote moeilijkheden en Onze-Lieve-Heer wil nu wel eens weten hoe ik me gedraag als het me niet goed gaat. Zo heb ik het ervaren. Je vraagt je af of je in een eerder leven iets hebt gedaan of gelaten waarvan je nu de consequenties moet dragen. Maar ik ben niet zover dat ik dat kan terugkijken op een eerder leven en begrijpen waarom je nu bepaalde dingen meemaakt. Ik fantaseer daar ook niet over, dat heeft geen zin. Het zou in mijn geval niet tot betrouwbare resultaten leiden. Er zijn mensen die zo'n staat van inzicht wel hebben bereikt. Ik hoop dat het mij in een volgend leven lukt. Je kunt het proberen te ontwikkelen door te oefenen, bijvoorbeeld door iedere avond voordat je gaat slapen terug te kijken op de dag en daar dan de essentie uit te halen. Dat kan een ontmoeting zijn geweest met iemand van wie je iets hebt geleerd. Een belangrijke ervaring die je hebt opgedaan. In wezen is het een voorbereiding op wat je doet in de eerste fase na de dood. Je gaat dan je hele leven nog een keer door, in omgekeerde volgorde, dus van het eind naar het begin. De essentie van je ervaringen transformeer je in de tweede fase na je dood naar iets dat je meeneemt in je nieuwe leven. Een boodschap, een opdracht."

"Pas op mijn dertigste ben ik me echt met de antroposofie gaan bezighouden. Voor die tijd accepteerde ik de wereld zoals die was. Maar toen begon ik me vragen te stellen. Waarom is de maatschappij zoals ze is? Waarom zijn sommige mensen rijk en andere mensen arm? Waarom zit de één levenslang in de ellende en gaat het de ander goed? Ik heb naar antwoorden gezocht in de gereformeerde kerk, in de hervormde kerk, in de katholieke kerk. Ze boden mij geen sluitend wereldbeeld. Het gaat niet verder dan dat we zondig zijn en schuldig en dat het ons daarom slecht gaat. Geen achtergronden en geen verklaringen. Het is een wereldbeeld zonder logica en orde. De antroposofie geeft wel verklaringen, al moet je er wel naar op zoek gaan. Het is een legpuzzel met duizend stukjes. Hoe meer je er op zijn plaats hebt gelegd, hoe meer samenhang je ziet. Voor wat mijzelf betreft: de structuur van de puzzel ken ik, de precieze invulling nog niet."

"Ik had vijf aanbiedingen toen ik het leger verliet en een daarvan was bij de accountantsdienst van de NMB. Ik wist niet wat ik moest doen, het was de eerste keer in mijn leven dat ik een hele nacht heb wakker gelegen. Ik ben er uitgekomen door te analyseren. Dit zijn mijn criteria, zo pas ik ze toe. Naar een accountantskantoor wilde ik niet en ik wilde ook geen directeur worden van een ijzerwarengroothandel. Bleven over: IBM en de bank. Het werd de bank omdat ik de man die daar mijn baas zou worden goed kende."

"Hij kreeg al snel een andere functie en ik ben hem opgevolgd. Daarna werd ik controller en na acht jaar werd ik gevraagd om in de Raad van Bestuur te komen. Ik was toen 42. Ik had er nooit op gerekend, maar ik vond het fantastisch dat het gebeurde. Ik herinner me nog goed dat ik om kwart over negen in de ochtendvergadering werd verwacht, het was februari 1975. Ik dacht: ze zullen wel willen weten hoe de cijfers van het afgelopen jaar er uitzien. De hele middag ervoor was ik bezig geweest om te verzamelen wat we al hadden. Pas na een paar minuten had ik door dat ze het over iets heel anders wilden hebben."

"Twee jaar later werd ik voorzitter. De enige officiële rol van de voorzitter is vergaderingen leiden. De werkelijkheid is dat je moet zorgen dat de juiste beslissingen worden genomen. In het begin vond ik dat niet gemakkelijk, ik was de jongste. Je moet gezag opbouwen en dat doe je door beter te analyseren dan de anderen, je beter voor te bereiden. Je moet met de beste oplossingen komen."

"Na twee of drie jaar bij de bank begon ik te zien hoe lastig de positie van de NMB was. We hoorden bij de eerste vier in Nederland, maar de ABN, de Amro Bank en de Rabobank waren allemaal groter. Zij hadden veel meer geld aan de creditzijde door het grote aantal zichtrekeningen en de spaarsaldi. Wij hadden altijd problemen om de funding te verzorgen. We deden een hoop kredietverlening, maar we moesten het geld aantrekken in de depositomarkt en dat is duur. Het was een uphill fight. In september 1987, bij een vergadering van het IMF in Washington, zeiden meneer Van der Lugt van de Postbank en ik tegen elkaar: wij zouden eens moeten praten. De Postbank was toen net verzelfstandigd, maar alle aandelen waren nog in handen van de staat. Wij konden hen een buitenlandbedrijf, een kredietenbedrijf, een effectenbedrijf en een assurantiebedrijf bieden. Zij hadden 60 miljard gulden aan spaartegoeden en andere creditgelden. We vulden elkaar prachtig aan."

Het duurde anderhalf jaar voordat Onno Ruding, minister van Financiën in het tweede kabinet-Lubbers, daarvan was overtuigd.

"We werden een bank met 6,5 miljoen klanten en vervolgens zagen de grote verzekeringsmaatschappijen in ons een prachtig verkoopkanaal. Ze zijn allemaal bij ons langs geweest. Voor mij was er een doorslaggevende reden om ook in hen geïnteresseerd te zijn: de euro. Als er in Europa één markt wordt gecreëerd, is het logische gevolg dat er ook één munt komt. Daar was ik in die tijd al van overtuigd. En ik dacht: het gebeurt voor het eind van deze eeuw. Het lijkt erop dat ik de weddenschappen die ik daarover heb afgesloten ga winnen. Na de fusie met de Postbank waren we groot in Nederland, niet in Europa. En ons eigen vermogen was onvoldoende om omvangrijke acquisities te doen. In 1991 fuseerden we met de Nationale Nederlanden en de deal was: jullie mogen via ons jullie verzekeringsproducten afzetten en wij krijgen voor investeringen in andere banken de beschikking over jullie miljarden."

"Het gevoel dat sommige dingen in je leven zijn voorbestemd had ik bij Arleen heel sterk. Het moest gebeuren. Maar dát het gebeurde was wonderlijk. Een Nederlandse bankier en een Amerikaanse sopraan - wat zal Onze-Lieve-Heer een moeite hebben moeten doen om die bij elkaar te brengen."

Arleen Auger zong de grote componisten, met de grote dirigenten.

"Ik was vice-voorzitter van de stichting Steun het Concertgebouw en er was afgesproken dat ik kort voor Pasen uit handen van Nikolaus Harnoncourt namens de dirigenten en de solisten een bedrag in ontvangst zou nemen voor de restauratie. Eigenlijk zou Gerrit Wagner het doen, die was de voorzitter. Maar hij moest onverwacht voor Shell naar Londen."

Harnoncourt dirigeerde de Matthäus Passion, met het Concertgebouworkest, maart 1985.

"Ik had zelf die avond een concert in de Kleine Zaal. Na afloop ging ik vast aan een tafeltje zitten in de foyer en na een halfuur kwam niet Harnoncourt binnen, want die was ziek naar zijn hotel gegaan, maar mevrouw Auger. Zij nam de honneurs waar. Ze overhandigde mij het geld, daarna sprak ik een dankwoord tot haar. De volgende morgen heb ik haar gevraagd waar ze die week heen ging. Eerst naar Italië en daarna naar Japan, vertelde ze. Ik zei: toevallig, ik moet ook naar Japan. Lubbers opende voor ons een nieuw kantoor in Tokio."

"Toen ik daar twee dagen was dacht ik: hoe zou het met mevrouw Auger zijn? Ik belde haar impressario in Londen. Het verbaasde me dat ik meteen het telefoonnummer van haar hotel kreeg. Ze bleek op haar kamer te zijn. Ik zei: met Scherpenhuijsen Rom, herinnert u zich dat we met elkaar gesproken hebben in Amsterdam? Dat wist ze nog heel goed. Ik zei: ik heb één vrije dag, aanstaande vrijdag, zullen we samen iets doen? Zij zei: toevallig, de enige vrije dag die ik in zes weken heb is ook aanstaande vrijdag."

"We zijn naar Kyoto gegaan. Ik wist niets van haar. Niet of ze getrouwd was, niet of ze een vriend had. Ze had net zo goed tegen me kunnen zeggen: u bent een aardige meneer, maar eh... Zelf had ik al besloten dat ik zou gaan scheiden. Mijn jongste dochter was achttien, daar heb ik op gewacht. Arleen bleek alleen te zijn. Ze was een mooie, aantrekkelijke vrouw. Ik merkte dat we soortgelijke opvattingen hadden, soortgelijke interesses. 's Avonds hebben we met elkaar gegeten. Daarna heb ik haar naar de repetitie gebracht. Dat was onze eerste kennismaking. Een maand later zagen we elkaar weer in haar flat in München."

"Mijn jongste zoon was zes toen hij heel geïnteresseerd raakte in sterren. Ik kocht een kijker voor hem, elke avond was hij ermee bezig, jarenlang. En opeens, op zijn dertiende, was het voorbij. Blijkbaar was dat iets uit een vorig leven dat hij nog moest inhalen. Het is niet erg als dingen eindigen. Ik denk dat mijn relatie met Arleen in een vorig leven ook bestaan heeft, maar dan vóór haar zevenenveertigste of ná haar drieënvijftigste. Er ontbrak een stuk. Elke ochtend als ik wakker word, lees ik antroposofische teksten voor haar, om haar te helpen te begrijpen wat er met je gebeurt als je overleden bent. Soms heb ik het gevoel dat ze heel dichtbij is. Ik heb geen contact met haar. Ook daartoe ben ik nog niet in staat."

"Het was februari 1991, we wandelden hierachter in het bos. Er waaide een felle oostenwind, de zon scheen. Opeens kreeg ze een spiersamentrekking in haar gezicht, dat duurde een minuut. Ze schrok enorm en ik ook. Je denkt: het is de kou. Maar je weet dat het niet zo is. We zijn naar huis gelopen, alles leek weer normaal. De volgende dag is ze gewoon naar München gegaan. Ze moest een cd-opname doen van Ein Deutsches Requiem, met Colin Davis en het orkest van de Bayerische Rundfunk. 's Avonds werd ze gebeld door de sound-engineer. Die zei: mevrouw, we hebben geluisterd, maar het lijkt er helemaal niet op. Kunt u misschien zelf even naar de studio komen? De volgende dag is ze naar de arts gegaan en die heeft haar onderzocht. Hij vond een hersentumor."

"Natuurlijk vond ik het teleurstellend dat mensen op het hoogste niveau bij de bank beleggingen bleken te hebben gedaan die niet verstandig waren en die ze niet aan mij hadden gemeld. Ik werd ermee geconfronteerd."

Begin 1992 stelde De Nederlandsche Bank vast dat vijf mensen van de NMB de schijn op zich hadden geladen van aandelenhandel met voorkennis. Een aantal moest vertrekken. Een paar weken later meldde de Volkskrant dat Scherpenhuijsen Rom in 1977 privé had geïnvesteerd in een bedrijf dat werd gefinancierd door zijn bank.

"Het ging volgens de methode-Lockefeer, met als enige verschil dat ik de tekst van het artikel deze keer al op donderdag kreeg. Ik vond het zó eenzijdig. Het ging om iets dat lang geleden was gebeurd. Het was een beleidsfout van mij geweest. Maar juridisch en fiscaal was er ook naar de normen van die tijd niets aan de hand."

"Het verhaal in de Volkskrant ging er volstrekt aan voorbij dat ik me intussen had ontwikkeld. Ik handelde niet in aandelen, mijn geld stond allang op een spaarrekening. Dat ik achttien jaar voorzitter was geweest, dat ik de bank had opgebouwd, een nieuw kantoor had neergezet, fusies tot stand gebracht, ervoor gezorgd had dat we niet door Japanners waren overgenomen - niets daarover."

"Dit was het enige. En het is nog steeds het enige dat ik over mezelf moet lezen. Jacobs wordt opgevolgd door Van der Lugt en tussendoor staat een zinnetje over Scherpenhuijsen Rom die zo smadelijk de aftocht moest blazen. ING neemt Bank Bruxelles Lambert over en daar wordt weer geschreven hoe de vorige voorzitter... De vorige voorzitter heeft wél de eerste contacten met die bank gelegd en anderhalf jaar onderhandeld! Ik héb niet smadelijk de aftocht geblazen."

"Ik had twee keer vierentwintig uur om na te denken wat ik zou doen. Het was de tweede keer in mijn leven dat ik een hele nacht heb wakker gelegen. Ik had nog anderhalf jaar te gaan en ik wist dat mijn positie verzwakt was. Ik zou veel tijd kwijt zijn met telkens weer uitleg geven, verklaringen afleggen. En Arleen werd steeds zieker. 's Zaterdags was er een vergadering met de commissarissen. Sommigen vonden dat ik moest blijven, anderen zeiden dat ik beter kon weggaan. Voor mij was het geen punt van discussie meer. Ik had mijn besluit genomen. Het pijnlijkste vond ik dat je mensen met je meesleept. Je secretaresse, je chauffeur. Die maandag ben ik nog wel naar kantoor gegaan, de weken daarna steeds minder. Aan het bestuur van het Concertgebouworkest, waarvan ik toen al een paar jaar voorzitter was, heb ik gevraagd of ze wilden dat ik ook daar wegging. Maar ik heb geen andere functies moeten opgeven. Het koor van mensen die mij nawezen is zeer klein gebleven."

"In maart 1992 heb ik nog met Arleen in De Hoefslag gegeten. In juni overleed ze. Ze lag al een paar weken in coma. Toen kreeg ze longontsteking. Een vriendin zat naast haar bed en speelde reine kwinten op de lier. Ze zei: het is een akkoord waardoor je losraakt van de aarde. Het maakte dat Arleen heel rustig overleden is."

"Het duurde ongeveer anderhalf jaar voordat ik weer voor dingen werd gevraagd. Er zijn nu zes ministeries waarvoor ik wat doe."

Voor De Grave is hij voorzitter van het College van Toezicht Sociale Verzekeringen. Voor Jorritsma voorzitter van de Raad voor Verkeer en Waterstaat. Voor Kohnstamm president-commissaris van Roccade en de SDU. Voor Wijers commissaris bij De Schelde. Voor Pronk vertegenwoordigt hij Nederland bij het Investeringsfonds voor Suriname. Voor Nuis is hij lid van de Raad van Beheer van Nozema.

"In 1992 waren er mensen die tegen me zeiden: het is een wraakactie. Iemand zou de Volkskrant hebben getipt. Ik moest ook ten val worden gebracht. Nu zijn er mensen die suggereren dat iemand in Den Haag op zeker moment heeft besloten dat het tijd was voor mijn rehabilitatie. Er zijn zelfs mensen die zeggen dat het Wim Kok zelf is geweest. Ik heb er allemaal geen bewijzen voor. Het doet er ook niet toe. Ik heb het nooit uitgezocht, er nooit naar gevraagd."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234