Dinsdag 05/07/2022

Luc Huyse / Oorlog 2000

Geef me één treffelijke reden om Genève te bezoeken, zucht mijn collega als hij hoort dat ik daar pas geweest ben. Het museum van het Internationale Rode Kruis, zeg ik. Wat je er te zien en te horen krijgt, vaccineert je voor jaren tegen de illusie dat de wereld er deze eeuw vrediger op geworden is. Je wandelt er tussen de twee miljoen steekkaarten waarin de krijgsgevangenen uit de Eerste Wereldoorlog tot leven komen. Of je gaat met zeventien andere bezoekers even zitten, neen even staan, in de 6 vierkante meter van een Cambodjaanse cel.

Het museum toont met beeld en geluid wat Michael Ignatieff in zijn jongste boek, The Warrior's Honor. Ethnic War and the Modern Conscience (Londen, 1998), in woorden giet: oorlog is een monster dat voortdurend van gedaante verandert en in die metamorfose verliezen ethische principes keer op keer hun kracht en betekenis. Het is geen toeval, schrijft hij, dat juist de veldslag bij Solferino (24 juni 1859) Henri Dunant tot het bedenken van het Rode Kruis aanzette. Een paar eeuwen lang had oorlogsvoering gehoorzaamd aan een min of meer vaste etiquette, the warrior's honor. Bijvoorbeeld, dat men toch best spaarzaam omging met soldaten en de gewonden beter een goede verzorging gaf. Huurlingen waren immers duur en vrijwilligers schaars. Met de democratisering van de legers, halverwege de negentiende eeuw, geraakte die erecode in verval. De dienstplicht bleek een bijna onuitputtelijke leverancier van kanonnenvlees te zijn. De technologie, onder meer de introductie van het machinegeweer, deed de rest. De slag bij Solferino produceerde niet alleen zo'n veertigduizend doden, maar liet even zo vele gekwetsten verkommeren. Dunant wist wat nodig was: spelregels die de oorlog in zijn nieuwe gestalte iets beschaafder dienden te maken. Hij schreef de eerste lijnen van wat de bijbel van het humanitair recht zou worden, met in het hart van dat boek de Conventies van Genève. Sluitend is de bescherming van soldaten en burgers nooit geweest. Dat tonen Passendale, Coventry, Dresden en de vele andere killing fields maar al te goed. Maar toch kon de vlag met het rode kruis (of de halve maan) nu en dan een beetje beschaving redden.

Er zit nu al enkele jaren sleet op die bijbel. Oorlog kruipt sluipend in een weer andere gedaante. Ignatieff zwierf door Bosnië, Rwanda, Somalië, Irak en Afghanistan. Hij zag er de oorlog in zijn meest recente versie: de Servische militia in Mirkovci, de mannen met hun machetes in Kigali, de kindsoldaten en hun kalasjnikovs in Mogadishu, de krijgsheren van de Taliban. In die regio's vervagen grenzen: tussen soldaten en burgers, tussen daders en slachtoffers, tussen ideologie en de strijd om drugroutes. Oorlog, zegt Ignatieff, was voorheen het werk van militairen, nu van irregulars met namen als majoor Rambo, kapitein Double Trouble en generaal Snake. In zo'n context werken de Conventies van Genève niet. Daarom is oorlog vandaag zo onvoorspelbaar en zo wreed. De bevolking is vogelvrijer dan ooit. En zelfs de medewerkers van het Internationale Rode Kruis en van de VN worden uit de lucht geschoten.

Op dat punt in zijn betoog weeft Ignatieff een tweede rode draad door het verhaal. De ontsporing van de oorlogsvoering is niet alleen dodelijk voor wie er in verstrikt geraakt. Die ontwikkeling beschadigt ook het morele draagvlak waarop het engagement van het rijke Westen rust. De VN-operaties in Somalië, Liberia, Rwanda en Bosnië zijn ontworpen in het besef dat de strijdende partijen daar het humanitair recht kennen en er zullen naar leven. Dat de oorlog in die landen nog langs de lijnen van enige redelijkheid loopt. Maar dat is niet zo, helemaal niet. Die misvatting verwekt het ene fiasco na het andere. Het gevolg is dat wij nu de neiging hebben om met z'n allen af te haken. De bereidheid om te helpen slaat om in wat Ignatieff moral disgust noemt, de halve weerzin die ons doet zeggen: "Als die gasten ginder elkaar willen uitmoorden, voor ons niet gelaten".

We staan weer even ver als op die 24ste juni van 1859, ginder in Solferino.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234