Woensdag 19/01/2022

Maja moet de nieuwe Mickey worden

Het Thalystraject Brussel - Parijs heeft voor Hans Bourlon en zijn team allang geen geheimen meer. Elke maand pendelt een Studio 100-delegatie een paar keer richting de Franse hoofdstad. Niet om daar het Louvre, de Eiffeltoren of de Galeries Lafayette te bezoeken, wel om de toekomst van Studio 100 letterlijk en figuurlijk vorm te geven. Dat gebeurt op de tweede verdieping van een herenhuis op enkele minuten wandelen van het Gare du Nord. In dat pand is sinds tweeënhalf jaar Studio 100 Animation gevestigd, het zenuwcentrum van de animatie-activiteiten van het bedrijf.

Het animatieverhaal van Studio 100 ging ruim vijf jaar geleden van start. Toen begonnen Gert Verhulst en Hans Bourlon, de oprichters van het bedrijf dat het tot dan toe vooral van live-actionseries als Samson, Kabouter Plop en Bumba moest hebben, voor het eerst echt na te denken over het maken van tekenfilms. De reden daarvoor was simpel. “Negentig procent van de jongeren- en kindermarkt bestaat tegenwoordig uit animatie”, legt Bourlon uit. “Logisch dus dat wij onze activiteiten in die richting wilden uitbreiden.”

Belgische overheid zegt neen

En wanneer Studio 100 plannen maakt, ontbreekt het meestal niet aan ambitie. Het bedrijf stelde een investeringsplan op waarmee het op behoorlijk korte termijn ook in het animatiewereldje een ‘naam’ zou moeten worden. Met die plannen onder de arm gingen Bourlon en Verhulst aankloppen bij de verschillende overheden van ons land om te bekijken wat beide partijen voor elkaar konden betekenen.

Heel weinig, zo bleek al snel. Noch op Vlaams noch op federaal niveau was de bevoegde minister bereid mee op de kar te springen. Net over de grens, in het Franse Rijsel, was er meer interesse. “In Frankrijk investeert de overheid al jaren in ondersteuningsmaatregelen voor de animatie-industrie”, vertelt Bourlon. “Daarom was het voor ons veel voordeliger om een studio op te starten net over de grens in Rijsel, dan om hetzelfde te doen in eigen land.”

Die boodschap werd ook met zoveel woorden overgebracht aan de bevoegde instanties in eigen land. Opnieuw zonder resultaat. En dus kozen Bourlon en co. voor la douce France. Al werd de nieuwe studio, die de naam Studio 100 Animation meekreeg, uiteindelijk niet in Rijsel maar wel in Parijs neergepoot. En daar is een heel goede praktische reden voor. Parijs is nu eenmaal het centrum van de Franse en zelfs Europese animatie-industrie. Dankzij de overheidssubsidies vind je er een hele reeks studio’s, maar ook voor de beste animatieopleidingen moet je in Parijs zijn. Ondertussen zijn er in en rond de lichtstad naar schatting zo’n 4.000 mensen actief in de animatie-industrie. Wil je de juiste, de béste mensen vinden, dan moet je in Parijs zijn. Het enige probleem met Parijzenaars is dat ze moeilijk te verplanten zijn. En dat is vooral de schuld van de huizenmarkt. Geen enkele Parijzenaar wil zijn huurappartement opgeven voor een tijdelijke verhuis naar een andere stad. Het gevaar dat ze bij terugkeer naar Parijs met een veel kleiner appartement genoegen moeten nemen is te groot.”

En dus opende Studio 100 tweeënhalf jaar geleden een Parijs filiaal. Sindsdien pendelen medewerkers uit Schelle verschillende keren per maand naar de lichtstad. “Vooral in de opstartfase was hier heel veel werk”, vertelt Bourlon. “We moesten echt een nieuw bedrijf op poten zetten. Toen we begonnen, werkten hier twee mensen, nu zijn het er dertig. Zo’n groeiproces is niet te onderschatten.” Die groei is trouwens nog niet ten einde. Nu is de Parijse studio volop bezig met de 3D-remake van de tekenfilmklassieker Maja de Bij. Binnen een paar weken start een tweede team aan een gelijkaardige remake van Wickie de Viking en nog iets later begint team drie met de tweede reeks van Maja de Bij.

Al die projecten worden creatief in goede banen geleid door de Belg Jan Van Rijssel- berge. Hij werkt al twintig jaar in Parijs, is daar een legende in het vak maar is in eigen land een nobele onbekende. Toch was hij de eerste bij wie Studio 100 ging aankloppen toen ze op zoek waren naar een man om hun animatiedromen waar te maken.

Creatieve eieren

Van Rijsselberge had weinig bedenktijd nodig. “Ik vind het heel belangrijk om steeds nieuwe dingen te leren. Wat pure animatie betreft werd dat steeds moeilijker, na twintig jaar. Ik wist dat een overstap naar Studio 100, dat veel meer dan enkel animatie doet, me nieuwe kansen zou geven.”

Dat hij zich in eerste instantie vooral zou moeten toeleggen op het herwerken van bestaande tekenfilmreeksen, was geen probleem. “Ik heb veertien animatiereeksen achter mijn naam staan. Mijn creatieve eieren zijn gelegd. Bovendien heb je bij het herwerken van een 2D naar een 3D-reeks nogal wat creatieve vrijheid. Het is ook niet zo dat we de originele filmpjes van Maja en Wickie klakkeloos kopiëren. We hertekenen niet alleen de figuurtjes, we schrijven ook nieuwe scenario’s, om het sneller en snediger te maken. In de originele versie duurt één aflevering dertig minuten. Dat is veel te lang naar de huidige normen, daarom brengen we die afleveringen nu terug naar elf minuten.”

Van Rijsselberge is als creatief directeur bovendien niet alleen verantwoordelijk voor de tekenfilms die bij Studio 100 Animation van de band rollen, hij voorziet ook de Studio 100-pretparkattracties die naar Maja en Wickie gethematiseerd worden van de nodige decoratie en mag zich over de merchandisingproducten van Maja en co. buigen. Met dat laatste gaat trouwens één van zijn dromen in vervulling. Het kantoor van Van Rijsselberge staat immers vol action figures van allerhande animatiereeksen. The Simpsons, Ren and Stimpy, Darth Vader en Batman, in Van Rijsselberges wonderlijke universum staan ze allemaal broederlijk naast elkaar. In de originele verpakking én met de prijs er nog op. “Zoals het hoort bij echte collectionneurs”, legt hij uit.

Alleen zijn eigen creaties zijn amper vertegenwoordigd. “In al die jaren is er slechts van één van mijn figuurtjes - Robotboy - een action figure gemaakt. Dat heb ik als verzamelaar van die dingen altijd jammer gevonden. Maar daar komt nu verandering in. Toen ik voor Studio 100 ging werken wist ik dat ik bijna alle figuurtjes die ik tekende ook effectief in mijn handen zou kunnen houden.” (lacht)

Stroomversnelling

Dat ze zich bij Studio 100 voorlopig vooral op Maja de Bij en Wickie de Viking concentreren, is geen toeval. Toen het bedrijf eind mei 2008 het Duitse EM Entertainment overnam, zorgde dat voor een stroomversnelling op animatiegebied. Niet alleen kreeg Studio 100 er met Flying Bark een volledig operationele animatiestudio in Sydney bij, het bedrijf verwierf ook de rechten op iconische tekenfilmfiguurtjes als Maja de Bij, Wickie de Viking en Heidi.

“En die zijn van onschatbare waarde”, legt Hans Bourlon uit. “Een nieuw tekenfilmfiguurtje lanceren kost tijd en vooral veel geld. Je moet enorme marketingbudgetten ter beschikking hebben om ze wereldwijd bekend te maken. Bij figuurtjes als Maja en Wickie gaat dat een stuk makkelijker. Vooral binnen Europa en Azië zijn hele generaties met die figuurtjes opgegroeid. Ouders herkennen ze vanuit hun eigen jeugd en vinden het leuk om ook hun eigen kinderen er mee in contact te brengen. Ook de onderhandelingen met de zenders lopen een stuk vlotter als het over een figuurtje als Maja gaat. Van zowel het Franse TF1 als het Duitse ZDF kregen we snel groen licht.”

Champagne

En in de EM-catalogus zitten nog wel meer klassiekers. Nils Holgersson bijvoorbeeld, of Pippi Langkous. Maar een 3D-remake zit er voor hen voorlopig niet in. Voor die figuurtjes haalde Studio 100 enkel de rechten op het originele materiaal binnen. De remake-rechten voor bijvoorbeeld Pippi Langkous zitten bij de erven van schrijfster Astrid Lindgren. En dus gaat alle aandacht naar Maja de Bij, de reeks die volgens Studio 100 de meest kans maakt op een internationale carrière. “Een bij is een universeel figuurtje”, legt Bourlon uit. “Wat hun culturele achtergrond ook is, iedereen vindt Maja schattig. Dat hebben we onlangs nog gemerkt, toen we met Al Jazeera rond de tafel gingen zitten. De trailer van Maja viel heel erg in de smaak maar Wickie de Viking, een reeks over mannen uit het noorden die naar het zuiden reizen om te stelen en te plunderen, lag blijkbaar toch wat gevoeliger.” (lacht)

Aangezien zowel TF1 als ZDF co-producent zijn, komt Maja al zeker op de buis in Duitsland en Frankrijk. Ook in Turkije, waar de zender TRT de reeks binnenhaalde, maakt Studio 100 haar blijde intrede. Bourlon is er van overtuigd dat er nog een hele reeks landen zullen volgen. “Maar de onderhandelingen daarover willen we pas opstarten zodra het programma in Duitsland en Frankrijk loopt. We willen nog wat meer appetijt opwekken bij andere geïnteresseerden.” (lacht)

Bourlon ligt trouwens niet zo meteen wakker van de vraag in hoevéél landen de Studio 100-series te zien zijn. Belangrijk is volgens hem in wélke landen en door welke zenders de producties worden uitgezonden. “Je hebt een heleboel digitale kinderkanalen die eigenlijk zowat alles uitzenden zolang ze er maar niet, of toch heel weinig, voor moeten betalen. Als je producties aan dat soort zenders cadeau doet, is het geen probleem om in honderd landen op de buis te komen.”

Met Maja kan het internationaal haast niet mislukken. Omdat het originele figuurtje nu al een begrip is in een heleboel landen lijkt succes gegarandeerd. Maar de champagnekurken zullen bij Studio 100 pas echt aan het knallen gaan wanneer Maja ook in het Verenigd Koninkrijk en vooral Amerika kan doorbreken. Maar dat belooft niet zo makkelijk te worden. In beide landen is Maja nu nog een nobele onbekende, wat het onderhandelen met de zenders een stuk moeilijker maakt. Bij de BBC bijvoorbeeld is Maja al een aantal keer voorgesteld, maar verkocht zijn de avonturen van de bij voorlopig nog niet.

“Natuurlijk hopen we op een doorbraak in de Angelsaksische wereld”, vertelt Bourlon. “We moeten er geen doekjes om winden. Van Maja de Bij wereldwijd een begrip maken. Dat is het uiteindelijke doel. Een succes in de VS of het Verenigd Koninkrijk is een geweldige locomotief voor zo’n reeks en bij uitbreiding voor je hele bedrijf.”

Die internationale uitstraling van het bedrijf is ook de reden waarom Studio 100 een animatiestudio in Australië blijft behouden. “Hier in Frankrijk horen ze dat niet graag, maar alles wat je in Parijs maakt wordt toch nog steeds als een Frans product gezien en dat heeft wereldwijd nu eenmaal minder weerklank. Een Australische productie heeft heel wat meer uitstraling.” Bovendien loopt er in Australië heel wat animatietalent rond. “Tot voor kort hadden zowel Hanna Barbera als Disney een eigen animatiestudio in Sydney. Films als Happy Feet en Finding Nemo zijn daar gemaakt. Maar die twee studio’s zijn onlangs gesloten, waardoor er in Sydney nu heel wat talentvolle mensen beschikbaar zijn.”

96,5 miljoen euro

Hoe belangrijk de animatie-activiteiten voor Studio 100 zijn, blijkt ook uit de bedragen die het bedrijf erin investeert. Vorig jaar waren de studio’s in Parijs en Australië goed voor een investering van 7 miljoen euro, dit jaar loopt dat al op tot 14,7 miljoen euro om in 2013 uit te komen op 20 miljoen euro. In totaal zal Studio 100 in zes jaar tijd 96,5 miljoen euro in animatie investeren. Opmerkelijk daarbij is dat slechts een heel beperkt deel van dat bedrag door Studio 100 zelf wordt gefinancierd. Voor Maja de Bij bijvoorbeeld is een totaalbudget van meer dan 10 miljoen euro voorzien. Een deel daarvan wordt door TF1 ingebracht. Ook ZDF betaalt een aanzienlijk deel van de kosten. En de rest wordt ingevuld door de subsidies van de Franse overheid.

Partners aan boord halen die voor de centen zorgen is één ding, maar daar staat natuurlijk ook iets tegenover. Coproducenten willen bijvoorbeeld ook inspraak in wat er gemaakt wordt. En dus is er geregeld overleg met de mensen van TF1 en ZDF over de Maja -scenario’s. En dat loopt niet altijd van een leien dakje. “Elke zin, elk woord wordt met een vergrootglas bekeken”, vertelt Bourlon. “Wat Bart De Wever dezer dagen meemaakt is kinderspel in vergelijking met die overlegrondes.” (lacht luid)

De meeste van de Studio 100-animatieproducties zijn ‘fully financed’, zoals dat in het wereldje heet. Of in mensentaal: het budget wordt volledig door externe partners opgehoest. Al betekent dat volgens Bourlon niet dat gelijk wie een animatiereeks kan opstarten, zo lang hij of zij maar de juiste partners vindt om mee in zee te gaan. “Je moet zo’n reeks wel zelf kunnen voorfinanciëren. De partners die je mee in het bad trekt komen immers pas in verschillende stadia met centen over de brug. Je moet als bedrijf dus over behoorlijk wat middelen beschikken om zo’n serie op te starten. Net omdat Studio 100 een bedrijf is dat ook een aantal andere stabiele inkomstenbronnen heeft, zoals onze pretparken, zijn we erin geslaagd om op heel korte termijn naam te maken in het animatiewereldje.”

Nog meer subsidie

Al kan alles natuurlijk altijd beter. Vraag honderd mensen welke animatiestudio’s ze kennen en de kans is groot dat je bij de Disneys en Pixars van deze wereld terechtkomt. Een langspeelfilm is zonder twijfel de snelste manier om naam te maken bij het grote publiek. En dat is ook Studio 100 niet ontgaan. “Langspeelfilms behoren absoluut tot de mogelijkheden. Onze Australische studio zou dat perfect aankunnen. En bovendien is Australië het ideale land om dat te doen. Wie daar zo’n film maakt krijgt veertig procent subsidie van de Australische overheid. Geen enkel ander land doet beter.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234