Zondag 05/12/2021

AchtergrondChinese Communistische Partij

Mao-aanhanger Zhang vroeg om de executie van zijn eigen moeder: ‘Ik zag haar als een hatelijke klassenvijand’

Zhang Hongbing toont een foto van zijn moeder Fang, die op 11 april 1970 in het openbaar werd terechtgesteld. Beeld The Guardian
Zhang Hongbing toont een foto van zijn moeder Fang, die op 11 april 1970 in het openbaar werd terechtgesteld.Beeld The Guardian

Over de Chinese Communistische Partij, die donderdag haar honderdjarig bestaan viert, praat hij niet. Partijlid Zhang Hongbing wil alleen boete doen voor de dood van zijn moeder, waar hij als jonge aanhanger van Mao op aandrong.

Zhang Hongbing wil alleen zijn eigen verhaal vertellen. Niet dat van China. Niet dat van de Chinese Communistische Partij. Hij wil getuigen over zijn eigen familiegeschiedenis, zijn eigen fouten en zijn eigen schuldgevoelens, opdat anderen ervan kunnen leren. Hij wil tonen hoe hij zo bezeten kon raken dat hij zijn moeder verraadde en haar de dood injoeg.

“Ik kan uw interview aanvaarden, maar ik zeg alleen wat de feiten in die jaren waren”, zegt Zhang via een videoverbinding vanuit zijn woning in het zuiden van China, zittend voor een kamerbrede boekenkast. “Ik leg u de feiten voor en vertel u de waarheid over de geschiedenis. Dat is mijn verantwoordelijkheid. Hoe dat geëvalueerd moet worden, dat is de zaak van de lezer, niet van mij.”

Zhang is behoedzaam. Hij weet dat dit de enige manier is om twee zaken met elkaar te verenigen die zo goed als onverenigbaar zijn. Als CCP-lid moet hij de partij in ere houden en zich onthouden van negatieve commentaren. Maar als mens wil hij getuigen, bij wijze van boetedoening voor de dood van zijn moeder. Hij zit in een spagaat tussen persoonlijke gewetenswroeging en collectieve ontkenning, een spagaat die in het China van nu steeds groter wordt.

Geschiedeniscampagne

De CCP bestaat honderd jaar, een jubileum dat vandaag wordt gevierd met spektakel, vuurwerk en, vooral, een grootse geschiedeniscampagne. Al maandenlang draaien Chinese bioscopen rode films, moeten studenten en ambtenaren quizzen op geschiedenisapps en houden scholen voorleesmarathons. In het hele land vinden grote tentoonstellingen plaats en in Peking opende een permanent museum over de partijgeschiedenis, met meer tentoonstellingsruimte dan het Louvre.

De campagne brengt geen onafhankelijke geschiedschrijving, maar een hagiografie ter meerdere eer en glorie van de CCP. Voor een regerende partij die niet verkozen is, is een glansrijke geschiedenis een belangrijke bron van legitimatie. Dus wordt een historie gepresenteerd die van de partijoprichting in 1921 en de machtsovername in 1949 in één rechte lijn naar de huidige economische en politieke wederopstanding van China leidt.

Dat ergens halverwege twintig rampjaren plaatsvonden, wordt als een bijzaak behandeld. Maar het zijn precies die rampjaren waarmee Zhang Hongbing worstelt.

‘Lang leve voorzitter Mao!’: een propagandaposter van de Chinese Communistische Partij voor de grondlegger van de Volksrepubliek Mao Zedong.   Beeld Getty
‘Lang leve voorzitter Mao!’: een propagandaposter van de Chinese Communistische Partij voor de grondlegger van de Volksrepubliek Mao Zedong.Beeld Getty

Zhang wordt op 26 september 1953 geboren als middelste van drie kinderen in een gezin van revolutionairen. Vader Zhang Yuesheng gaat op zijn veertiende in het Rode Leger, wordt op zijn zestiende partijlid en klimt tijdens de oorlog op tot legerarts. Moeder Fang Zhongmou is verpleegkundige en wordt meermaals uitgeroepen tot modelarbeider. Eén smet houdt ze zorgvuldig verborgen: haar foute familieachtergrond. Haar vader is in 1951 als tegenstander van de CCP geëxecuteerd.

Het zijn de jaren van collectivisering, van opbouw van de socialistische utopie. De Zhangs wonen in een woonkazerne van het ziekenhuis, eten drie keer per dag in de kantine en krijgen één keer per jaar nieuwe kleren. Vader krijgt een maandtoelage van 91 renminbi, moeder van 52 renminbi. Een grootmoeder en minderjarige oom en tante wonen bij hen in. Met acht leven ze van 143 renminbi per maand (18,50 euro). Het leven is hard, maar ze geloven in de toekomst.

Op school krijgt Zhang het gedachtegoed van voorzitter Mao Zedong met de paplepel ingegoten. Hij leert lezen uit boekjes vol communistische slogans, hoort verhalen over revolutionaire helden en zingt rode liedjes. “We moeten hard studeren en goede kinderen van voorzitter Mao zijn”, staat in een leesboek van 1960. “De partij is mijn beminde moeder.” Of: “De liefde van moeder en vader is groot, maar niet zo groot als die van Mao Zedong.”

Zhang zuigt het allemaal op. “Ik twijfelde nooit aan die rode overtuigingen”, zegt hij. “Daar werden de zaadjes geplant voor wat later met mijn moeder zou gebeuren.”

Tegenwoordig is Zhang een gerespecteerd burger. Hij is een gepensioneerd ambtenaar van het lokale departement van Justitie en werkt al ruim dertig jaar als advocaat, waarvoor hij op zijn 68ste nog steeds het land afreist. Hij is partijlid en heeft een familie- en vriendenkring vol partijleden, onder wie zijn echtgenote, dochter en schoonzoon. Zhang: “Een organisatie met drie partijleden kan een partijcel oprichten. In ons gezin grappen we weleens dat we onze eigen partijcel kunnen oprichten.”

Zhang gaat meteen akkoord met ons interviewverzoek, maar houdt de touwtjes stevig in handen. De voorwaarden worden vastgelegd in een contract: het interview zal schriftelijk plaatsvinden, via e-mail, en wordt desgewenst afgesloten met een videogesprek. Zijn e-mails zijn gedetailleerd en staan vol voetnoten, zodat niemand hem kan verwijten leugens te verkondigen. “Wat ik zeg is de waarheid, ik hou me aan de feiten en alles wat ik zeg, is onderbouwd.”

Culturele Revolutie

We mogen vragen wat we willen, maar Zhang antwoordt geregeld ontwijkend, vooral als het over politiek gaat. Als een gewone burger heeft hij geen mening over zulke verheven zaken, zegt hij dan. Als hij wel ingaat op een politieke vraag, klinken zijn antwoorden verbloemend. “Ik zie geen risico in wat ik zeg”, antwoordt hij op een vraag over de mogelijke gevolgen van zijn interview. “Ik hou me aan de rechten en plichten van burgers gestipuleerd in de Chinese grondwet.”

Zijn gedrag zegt iets anders: Zhang wil ons niet bij hem thuis ontvangen en houdt het interview verborgen voor zijn echtgenote, zodat die zich geen zorgen hoeft te maken. Na vorige interviews, in 2013, is hij onder druk gezet. “Mijn schoonzoon werkt bij de lokale overheid en iemand vroeg hem mij te vertellen geen interviews meer te accepteren. Ik werd door verschillende leiders uitgenodigd voor een diner, om erover te praten. Interviews met buitenlandse media liggen heel gevoelig.”

Zhangs familiegeschiedenis valt samen met de donkerste bladzijden uit de CCP-geschiedenis: de Grote Sprong Voorwaarts en de hongersnood (1958-1962) en de Culturele Revolutie (1966-1976). Van zijn lagere schooltijd herinnert hij zich dat hij overal posters van overdadige graanoogsten zag, maar tegelijk altijd honger had. Hij ging wilde kruiden opgraven en at maïsstengels. Zhangs vader zag tijdens een bezoek aan een boerderij ooit de beentjes van een overleden kind in een kookpot drijven.

Soldaten van het Volksbevrijdingsleger poseren bij een portret van Mao met zijn Rode Boekje, december 1967. Beeld Getty
Soldaten van het Volksbevrijdingsleger poseren bij een portret van Mao met zijn Rode Boekje, december 1967.Beeld Getty

Als Zhang twaalf jaar is, roept voorzitter Mao de Culturele Revolutie uit. De Grote Roerganger ligt onder vuur omwille van zijn rampzalige economische beleid en probeert zijn politieke rivalen uit te schakelen door een nieuwe klassenstrijd te ontketenen. Hij roept jongeren op Rode Gardes te vormen en te rebelleren tegen revisionisten. De jongeren moeten oude cultuur, ideeën, gewoontes en gebruiken vernietigen en een nieuwe orde vestigen.

Bij Zhang gaat het erin als zoete koek. Zijn lesboeken Chinees bestaan dan voor 61 procent uit politieke teksten – hij zal het later natellen – en zelfs in wiskundeopgaven gaat het over woekerprijzen van wrede landeigenaren of graanopbrengsten van communes. Hij leert dat Mao zijn alles is en dat hij Mao tegen elke vorm van oppositie moet verdedigen, van wie dan ook: “Als we maar het gedachtengoed van Mao volgen, dan zal China welvarend en onverslaanbaar zijn.”

Zhang gaat voorop in de revolutie. Hij verwijdert restanten van ‘oude cultuur’ in huis en vervangt ze door portretten van Mao. Hij richt een studieclub op, helpt in de fabrieken en neemt een nieuwe voornaam aan: Hongbing, ‘Rode Soldaat’. Eind 1966 mag hij toetreden tot de Rode Gardes en zijn zus mag als revolutionaire studente naar een massabijeenkomst met Mao op het Tiananmenplein in Peking. Zhang: “Het was de glorieuste periode in het politieke leven van onze familie.”

Kort daarna gaat het bergaf. Zhangs zus komt met een hersenvliesontsteking terug uit Peking en overlijdt een week later. Zhangs moeder raakt verbitterd. Ondertussen begint de Culturele Revolutie te radicaliseren en Rode Gardes keren zich tegen eerdere revolutionaire helden. Vader Zhang wordt als een reactionair element bestempeld en moeder Fang wordt wegens haar foute familieafkomst een jaar lang geïsoleerd. Haar kamer bevat een bed, een stoel en de Verzamelde werken van Mao.

Zhang ziet zijn wereld instorten. Van revolutionaire voorhoede is hij gedegradeerd tot de onderklasse van verraders en kapitalisten. Hij wil zijn ideologische zuiverheid bewijzen en schildert een zogeheten grotekarakterposter tegen zijn vader, zoals veel kinderen van in ongenade gevallen ouders. Het is voor een stuk zelfbescherming, maar ook pure overtuiging. “Ik was volledig geformatteerd, net als een geheugenkaart”, zegt hij. “Zachtmoedigheid, menselijkheid en moraliteit waren allemaal gewist.”

Zhang Hongbing als kind met zijn zus en broer. Beeld Privé-archief
Zhang Hongbing als kind met zijn zus en broer.Beeld Privé-archief

Kort voor Chinees Nieuwjaar 1970 wordt moeder Fang vrijgelaten. Het gezin is weer bijeen, maar de sfeer is gespannen. Zhang praat alleen nog Mao na en leest iedereen de les. Fang is mentaal uitgeput en heeft niet langer de energie om haar zoons gepreek aan te horen. Ze krijgen ruzie en Fang verliest haar zelfbeheersing. Ze valt de politiek van Mao aan, scheurt zijn portretten van de muur en steekt ze in brand. Pas jaren later beseft Zhang dat ze een zenuwinzinking had.

Maar die winteravond ziet Zhang alleen maar klassenstrijd. Hij verklikt zijn moeder en schrijft een uitgebreid rapport waarin hij voor haar executie pleit. Op een strijdbijeenkomst zit zijn moeder geknield voor hem, de handen op haar rug gebonden, maar Zhang heeft geen medelijden. Op 11 april 1970 wordt Fang Zhongmou, 44 jaar oud, in het openbaar terechtgesteld. “Ik zag haar niet als mijn moeder, ik zag haar als een hatelijke klassenvijand die een effect zou hebben op mijn toekomst.”

Na de dood van zijn moeder worstelt Zhang met zichzelf, maar hij blijft er op zich van overtuigd dat hij het goede heeft gedaan. Pas tien jaar later ziet hij zijn fout in, wanneer steeds meer veroordelingen van contrarevolutionairen worden teruggedraaid, in zaken die sterk op die van zijn moeder lijken. Eind 1979 vraagt hij samen met zijn familie een herziening aan. In augustus 1980 wordt zijn moeder gerehabiliteerd.

Advocaat

Eind jaren ‘80 krijgt Zhang de kans om alsnog te studeren en haalt hij via afstandsonderwijs een rechtendiploma. Als advocaat staat hij vaak gewone burgers bij die onrechtvaardig door de overheid zijn behandeld. Tegelijk probeert hij genoegdoening voor zijn moeder te krijgen. Hij wil een monument op het executieterrein als erfgoed laten erkennen en Fangs dossier uit een juridische databank laten wissen. Telkens krijgt hij nul op het rekest.

Na weer een juridische nederlaag begint Zhang in 2009 over zijn verhaal te bloggen. Hij krijgt aandacht van journalisten, geeft interviews en publiceert een ‘Brief aan zijn moeder’ in het historische tijdschrift Yanhuang Chunqiu. Even lijkt er in China meer openheid te komen over de Culturele Revolutie en in 2013 vragen tal van Chinezen in een ‘zomer van bekentenissen’ vergiffenis aan leerkrachten of ouders voor hun wangedrag. Maar de zomer maakt snel plaats voor een nieuwe winter.

De officiële partijvisie over de Culturele Revolutie is vastgelegd in een resolutie van 1981. Die bevat behoorlijk harde woorden: de Culturele Revolutie was een “langdurige en ernstige vergissing” en de “belangrijkste verantwoordelijkheid lag bij Mao”. Tegelijk worden er verzachtende omstandigheden ingeroepen en is het eindoordeel over Mao gunstig: “Zijn bijdragen wegen veel zwaarder door dan zijn fouten. Zijn verdiensten zijn primair, zijn vergissingen secundair.”

Een onderwijsboekje uit zijn jeugd. Zhang kreeg het gedachtengoed van voorzitter Mao Zedong met de paplepel ingegoten. Beeld Privé-archief
Een onderwijsboekje uit zijn jeugd. Zhang kreeg het gedachtengoed van voorzitter Mao Zedong met de paplepel ingegoten.Beeld Privé-archief

In 2013 voegt president Xi Jinping daar een belangrijk addendum aan toe: de geschiedenis van de Culturele Revolutie mag niet gebruikt worden om de periode erna te verwerpen. Dat klinkt vaag, maar betekent in de praktijk dat de prille openheid weer plaatsmaakt voor strak gecontroleerde geschiedschrijving, in dienst van de partij. In de jaren daarna worden Zhangs teksten van het internet gehaald, zijn interviews gecensureerd en wordt Yanhuang Chunqiu gemuilkorfd. De Culturele Revolutie komt steeds minder ter sprake.

‘Ongesproken regels’

Zhang: “De voormalige hoofdredacteur van Yanhuang Chunqiu heeft de uitdrukking ‘ongesproken regels’ bedacht. Hij zei dat overal in China onzichtbare regels zijn en dat die een bepalende rol spelen. De meeste mensen zijn niet bereid over de Culturele Revolutie te praten, wegens die regels. Ze zingen liever blind de lof van de rustige tijden waarin we ons nu bevinden. Maar als een land niet op zijn fouten reflecteert, is de kans groot dat het die fouten zal herhalen.”

In aanloop naar de honderdste verjaardag van de CCP zijn die regels verder aangescherpt. In een nieuwe versie van de partijpublicatie Beknopte Geschiedenis van de CCP zijn de hoofdstukken over de Grote Sprong Voorwaarts en Culturele Revolutie sterk ingekort en is de conclusie verwijderd dat “deze bittere historische lessen niet mogen worden vergeten”. In het nieuwe museum in Peking is nauwelijks aandacht voor de twee bloedige periodes.

Afgelopen februari waarschuwde president Xi bovendien dat hij geen “historisch nihilisme” zou tolereren, synoniem voor alles wat ingaat tegen de officiële partijgeschiedenis. Speciaal voor het eeuwfeest werd in april een kliklijn ingesteld voor onlinereageerders die de geschiedenis ‘vervalsen’. In één maand tijd werden op sociale media twee miljoen berichten verwijderd met ‘schadelijke’ inhoud over de partijgeschiedenis.

Zhang heeft geen commentaar op die ontwikkeling, hij wil alleen over zichzelf spreken. “Ik zeg niets negatiefs over ons land. Ik vertel alleen wat ik persoonlijk heb meegemaakt. Ik doe dit ten goede van ons land. Ik hoop ook dat ons land dag na dag welvarender wordt, maar dat betekent niet dat je je moet gedragen als een wolf warrior (bijnaam voor erg assertieve Chinese diplomaten, LV). Een welvarend land moet opereren in overeenstemming met de principes van het handvest van de Verenigde Naties.’

Partijorganisatie

Zhang is partijlid sinds 1995 en zegt daarin geen bron van frictie te zien met zijn verleden. In 1995 werkte hij als ambtenaar en zijn leidinggevende stelde hem een paar keer voor om lid te worden. “Een weigering is onredelijk en niet in lijn met hoe dingen werken in China”, aldus Zhang. Hij heeft er geen moeite mee, zegt hij. “De officiële attitude tegenover de geschiedenis van de Culturele Revolutie heeft geen invloed op mijn relatie met de partijorganisatie van mijn werk.”

Bovendien is de partij veranderd, zegt Zhang, dat merkt hij als advocaat. “Stel dat mijn moeders zaak nu zou plaatsvinden. Dat ze niet openlijk het portret van voorzitter Mao zou verbranden, maar dat van de huidige staats- en partijleiders. Dan zou ze niet voor contrarevolutie aangeklaagd worden, maar voor ruzie zoeken en problemen uitlokken. Ze zou niet ter dood veroordeeld worden, ze zou ten hoogste dertien jaar krijgen. Dat toont dat de rechtsstaat verbeterd is.”

Zhang geeft toe: dertien jaar is nog steeds lang, zeker voor een daad die hij als advocaat zou verdedigen als vrije meningsuiting. “De ontwikkeling van het juridische systeem in China is geen rechte lijn. Het draait en het keert en het zet soms twee stappen achteruit voor het weer vooruitgaat. Maar de algemene trend is vooruit. Al is er nog een lange weg te gaan voor we de socialistische kernwaarden echt toepassen, vooral de principes van rechtvaardigheid, democratie, vrijheid en de rechtsstaat.’

Zhangs grootste verdriet is dat hij zijn moeder niet heeft begraven. Nadat ze als contrarevolutionair was bestempeld, nam haar gezin meteen afstand van haar en Fangs lichaam werd door gevangenen begraven in een greppel in een veld. Later werd daar een kanaal gegraven, waardoor haar stoffelijk overschot niet meer terug te vinden is.

Het is een onverdraaglijke gedachte voor Zhang, die maar één manier ziet om met zijn schuldgevoel om te gaan: blijven getuigen. “Dit is het kruis dat ik moet dragen”, zegt hij. “Het is een kruis dat ik zelf gecreëerd heb en dat ik zal dragen tot de dag dat ik sterf.”

TIJDLIJN CCP

1921 Oprichting van de CCP door een groepje revolutionairen in Shanghai, onder wie Mao Zedong en de Nederlandse communist Henk Sneevliet.

1934-1935 Lange Mars: ruim 100.000 communistische soldaten maken een 9.000 kilometer lange trektocht om aan Nationalistische troepen te ontsnappen. Slechts een tiende van hen haalt het, maar de mars geldt als een heroïsch hoogtepunt.

1949 De CCP wint de burgeroorlog tegen de Nationalisten, waarmee het in 1945 de Japanse bezetter heeft verslagen, en sticht de Volksrepubliek China. De Nationalisten trekken zich terug in Taiwan.

1958-1962 Grote Sprong Voorwaarts: collectivisering en industrialisatie van het platteland leidt tot enorme hongersnoden, met naar schatting 35 tot 40 miljoen doden.

1966-76 Culturele Revolutie: zuiveringscampagne onder leiding van Mao, 3 miljoen CCP-leden en andere burgers worden achteraf gerehabiliteerd.

1976 Dood van Mao. Na een machtsstrijd nemen gematigdere politici het over.

1978 Hervorming en Opening: liberalisering van de economie en openstelling voor internationale handel onder partijleider Deng Xiaoping.

1989 Neergeslagen studentenopstand op het Tiananmenplein, waarbij het Chinese Volksleger honderden, mogelijk duizenden burgers doodt.

2012 Aantreden Xi Jinping, terugkeer naar centralistische macht en grotere partijcontrole.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234