Woensdag 25/05/2022

Hemelpostaan Hafid Bouazza

Marlene Dumas zwaait Hafid Bouazza uit: ‘Jij schreef om de woorden. Maar mensen willen geen woorden, dus gaf jij ze verhalen’

Marlene Dumas: 'Misschien ben jij niet dood, maar zijn wij nu dood voor jou. Wij die jou wilden bezitten, redden of veranderen.' Beeld Philippe Callant / RV
Marlene Dumas: 'Misschien ben jij niet dood, maar zijn wij nu dood voor jou. Wij die jou wilden bezitten, redden of veranderen.'Beeld Philippe Callant / RV

In Hemelpost zeggen we vaarwel aan hen die in 2021 zijn komen te gaan. Kunstenares Marlene Dumas schrijft hier een brief aan de Marokkaans-Nederlandse schrijver Hafid Bouazza. Hij werd 51 jaar en overleed op 29 april.

Marlene Dumas

Lieve Hafid, waarde Hafidius,

Waar of liever waarnaartoe, om te beginnen.

Ik ben bang dat jij mij niet kan horen daar waar jij je bevindt.

Daar ben jij verlost van de klaagliederen van de mense­lijke soort.

Dan schrijf ik dus aan mijzelf, nietwaar? Dan krijg je dat ik-ik-geschrijf, waar jij zo’n ­hekel aan had.

Jij hield niet van schrijvers die schreven om de kloof tussen hen en een ander te dichten.

Jij schreef om de woorden. Maar mensen willen geen woorden lezen, dus gaf jij ze verhalen, waardoor ze dachten jou te kennen en hun eigen lichamen en namen te herkennen.

Ik vrees dat jij mij niet kan horen.

Misschien ben jij niet dood, maar zijn wij nu dood voor jou. Wij die jou wilden ­bezitten, redden of veranderen. Jij bent verlost van ons. Wij saaie stervelingen die zo bang zijn om niet ­aanwezig te zijn.

Vorig jaar schreef jij mij:

‘Ik had jou verteld dat ik een afwezigheid ­wilde beschrijven in de roman en dat het mij ­onmogelijk leek. Vandaag besefte ik dat het al lang gedaan was in een gedicht dat ik al kende.
En toen kwam de ietwat onbeholpen vertaling opborrelen.
Gister toen ik de trap opging
Zag ik een man die daar niet rondhing.
Vandaag zag ik hem er weer niet staan
Ik wou, ik wou dat hij weg zou gaan.’

Jij was zo gesteld op jouw geheugen. Jouw schatkist en jouw spookstad.

Een tijdje later schreef jij mij:

‘Ik heb uiteindelijk de boog van de roman gevonden, de ­structuur is mij nu duidelijk.
Wat recensenten ook mogen zeggen – voortgesleept door mijn zogenaamde ‘lyrische’ stijl – ik structureer nauwkeurig.’

De Dood, de jaloerse onbarm­hartige God, gunde jou toen niet de tijd.

Luister Hafid, ik ga tegen beter weten in geloven dat jij mij kan ­horen.

Jij hebt op zoveel plaatsen gewoond, deze laatste kan er ook nog wel bij.

Deze verplaatsing naar de sterrenstof­hemel.

Jij hield zo van de herfst. Daar zijn waarschijnlijk geen seizoenen.

Kom a.u.b. nog even in vermomming langs. Het is tenslotte bijna Halloween terwijl ik dit schrijf.

Of trek een zilveren spoor, zoals de zwarte naakt­slak, over de stoep­tegels in de tuin.

Geef mij een teken van opstandigheid.

Het is aan jou.

Marlene

P.S. Er zullen boeken geschreven worden over jou, over allerlei Hafids die al lang niet meer bestonden, Hafid Bouazza zullen zij niet vinden.

Deze brief verscheen eerder op 29 november van dit jaar in het Nederlandse magazine HP/De Tijd.

(Hemelpost, naar een idee van HP/De Tijd)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234